allerlei dingetjes die ertoe doen

Overplaatsen van koi en metabolisme

Veel hobbyisten vragen zich af wat de invloed van de watertemperatuur nu precies is wanneer koi overgeplaatst moeten worden. Met name in het vroege voorjaar of late najaar kunnen er snel grote verschillen in watertemperatuur zijn, en de meeste hobbyisten weten dat die temperatuur iets te maken heeft met het wel of niet verantwoord kunnen overplaatsen van een koi. Toch zijn dit ook de perioden dat men graag koi overplaatst. In het voorjaar mag je je koi eindelijk ophalen bij de dealer na een lange overwintering na aankoop, of aan het einde van het seizoen heb je je droomkoi voor een goede prijs kunnen bemachtigen. Als dat het geval is, dan is het wel goed om in ieder geval te weten wat de spelregels zijn bij het overplaatsen met betrekking tot de watertemperatuur.

Allereerst is het van belang te onderkennen dat een koi “koudbloedig” is. Dit betekent dat de werking van zijn of haar lichaam afhankelijk is van de omgevingstemperatuur, een koudbloedig dier is niet in staat om zelf lichaamswarmte te creëren. Stofwisseling of metabolisme (uit het Grieks: μεταβολισμός "metabolismos" = verandering of omzetting) is het geheel van biochemische processen dat plaatsvindt in de cellen van organismen (Bron: wikipedia), en er is een directe relatie tussen het metabolisme en de koudbloedigheid van een vis. Bij koude(re) temperaturen werkt het metabolisme in een lagere versnelling dan bij warme temperaturen. Dat is ook meteen de reden waarom een koi niet zo goed kan omgaan met acute temperatuurswisselingen: het lichaam is in evenwicht behorende bij een bepaalde temperatuur en wordt door grote schommelingen steeds genoodzaakt zich aan te passen. Deze aanpassingen van het metabolisme kosten energie en tijd, en heeft invloed op het gedrag en gezondheid van de koi. Grote temperatuurswisselingen worden bijvoorbeeld ook vaak geassocieerd met een uitbraak van witte stip ten teken dat de weerstand van de koi beïnvloed is. En deze associatie is niet ten onrechte, want deze parasiet is er als de kippen bij als een koi een metabolisme-storing te verwerken krijgt door een onzorgvuldige overplaatsing!

Wanneer het metabolisme met dezelfde snelheid omhoog als omlaag zou zijn is er niet zoveel aan de hand. Echter, het versnellen van het metabolisme is voor een koi veel makkelijk te realiseren dan het vertragen. Oftewel, als je een koi overzet van koud naar warm dan is deze veel beter in staat zich daarop aan te passen dan andersom! Dat is belangrijk om te weten, want het betekent:

  • wanneer je van koud naar warmer water verplaatst, dan mag het verschil in temperatuur gerust oplopen naar 4-6 graden
  • wanneer je van warm naar kouder water verplaatst, houdt dan een maximaal verschil van twee graden aan (vuistregel)

Je zou het kunnen vergelijken met een auto die volgas op de snelweg rijdt met een constante snelheid, en deze auto opeens een hogere topsnelheid krijgt aangeboden. De auto zal gaan accelereren, en uiteindelijk deze snelheid weer bereiken zonder een centje pijn. Maar stel je nu eens voor datzelfde auto opeens een lagere topsnelheid krijgt: deze moet dan acuut de ankers uitgooien, de bestuurder hangt in de gordel, de boodschappen schieten van de achterbank af, kortom…. dat wil je graag voorkomen! Niet teveel aan die topsnelheid van een rijdende auto sleutelen dus als je van plan bent deze te verlagen 😉.

In alle gevallen geldt dat je de koi wel even een gewenningsperiode moet geven, en dat doe je bij voorkeur door bijvoorbeeld de transportzak op het water te laten drijven waar je deze gaat plaatsen. De temperatuur van het transportwater neemt zo geleidelijk de temperatuur van het doelwater aan. Wanneer dat niet lukt of kan plaats de koi dan in een bowl en voeg langzaam vijverwater bij zodat deze gewenning rustig gaat. Voorkomen van verschillen is hierbij beter dan genezen, doe dit rustig aan. Wanneer nood echt wet moet breken (bijvoorbeeld in een noodsituatie), neem dan bewust het risico en laat u niet overvallen of verrassen door aanpassingsproblemen. Zorg er eerst voor dat uw koi weer een op een veilige plek zitten, en handel eventuele gevolgen daarna af.

Koi acclimatiseren vanwege metabolisme

Maak hierbij niet de klassieke denkfout dat gedurende bovenstaande gewennigsperiode het metabolisme zich al heeft aanpast, dat kan soms echt wel enkele dagen duren. Vaak zie je wanneer koi op kouder water geplaatst worden deze wat latent kan wezen, een beetje afwezig en niet geïnteresseerd. De omgevingstemperatuur dwingt het lichaam in een lagere versnelling maar de complete stofwisseling moet daardoor afgeremd worden, en dat proces kost tijd. Gun jezelf deze tijd, en doe het met beleid. Je zult zien dat het verplaatsen van koi dan ook prima mogelijk is, zelfs met koude temperaturen.

Vochtvrij houden van voerautomaten

Elk hobbyist die weleens koi wilt laten opgroeien komt op een gegeven moment een generiek probleem tegen. Om koi goed te laten ontwikkelen is een goede groeitemperatuur benodigd, deze ligt idealiter tussen de 22-26 graden. Gapende bekken zijn gegarandeerd, ver opengesperd en smekend om voer, want die temperatuur bezorgt de koi een optimaal metabolisme en dus is de honger groot. Echter, hoge watertemperaturen zorgen ook voor een bovenmatige verdamping, waarbij water in gasvorm gaat en neerslaat op alles wat het tegenkomt. U raadt het al, het met zorg droog bewaarde voer en de automaat zelf valt ten prooi aan het vocht met alle gevolgen van dien.

Probleem

Dit fenomeen is met name funest voor het voer zelf, maar zeker ook voor de voerautomaten die gebruikt worden om de koi verdeeld over de dag te voorzien in de voedingsbehoefte. Is dat dan niets aan te doen? Eigenlijk wel, en het is een simpele oplossing die eenvoudig gerealiseerd kan worden!

Oplossing


Door in de mond/uitgang van de voerautomaat een luchtslangetje aan te brengen realiseert men zeer een eenvoudig een luchtstroming uit de voerautomaat die het binnendringen van de warme, vochtige lucht volledig uitsluit: uw voerautomaat blijft in goede conditie, het voer is en blijft droog, en het wordt op de koop toe ook geen geklieder met stinkend samengeklonterd “stuifsel”.

Benodigdheden


Wat is hier voor nodig:
  • een kraantje dat instelbaar is qua lucht. Dit is nodig wanneer u een aftakking maakt op een bestaande luchtleiding omdat anders de druk in die leiding zou wegvallen en het kraantje als uitlaat gaat dienen. Er is maar heel weinig lucht nodig, net genoeg om een barrière te vormen. Het voorbeeld op de foto hieronder is voorzien van een schroefdraad wat makkelijk werkt (iets kleiner boren), Waar in de uitgang u dit kraantje aanbrengt is niet zo belangrijk, de ontsnapte lucht zorgt al snel voor een ondoordringbare barrière voor de opstijgende damp, en met het kraantje kunt u dit eenvoudig regelen!
  • een luchtpompje met lage capaciteit. In veel gevallen is het eenvoudig om een aftakking te maken van een bestaande beluchting op de vijver. Anders zijn er bij uw koi- of aquarium-leverancier legio mogelijkheden voor weinig geld, waarbij de gevorderde internetter op Ebay, AliExpress of elders snel een oplossing zal vinden
  • een stukje luchtslang om het kraantje en de luchtpomp te verbinden.

Het resultaat

Dat mag er zijn, en garandeert jaren plezier van uw automaat! Natuurlijk kan deze nog altijd defect gaan, maar dit zal dan niet meer veroorzaakt worden door een vochtige kolom van opstijgende, warme lucht.

Beluchting op een voerautomaat

Vererving van eigenschappen

De basis van de koi-industrie is reeds aan het einde van de 19e eeuw gelegd, en sinds die tijd is de ontwikkeling van koi met sprongen vooruit gegaan. Soms door middel van een revolutie, maar vaker door middel van een evolutie waarbij een kweker op basis van ambacht en inzicht verschillende koi blijft kruisen om eigenschappen te verbeteren. Uiteindelijk zou een dergelijk prval. Natuurlijk profiteren wij allen van deze inspanningen, maar het is een ongeschreven wet dat er bij een kweek verschillende gradaties koi uitgebroed worden en zelfs een zeer grote hoeveelheid de eerste selectieronden niet eens haalt! De centrale vraag is nu in hoeverre een kweker in staat de kwaliteit van een koi te borgen in het nageslacht, en wel door middel van vererving van gewenste kenmerken. Vererving is hierbij het proces waarbij gewenste kenmerken van de ouders worden doorgegeven aan het nageslacht.

Wetten van Mendel


Ruim honderd jaar geleden nam de interesse in vererving, het doorgeven van eigenschappen aan nazaten, een vlucht. Een Oostenrijkse monnik, Gregor Mendel, begon notities bij te houden van experimenten bij het kruisen van verschillende soorten erwten en andere tuinplanten. Door de jaren heen begon hem duidelijk te worden dat door het kruisen en herkruisen van planten zich een duidelijk patroon van gelijkheid begon af te tekenen wanneer hij een groot aantal planten op eenzelfde manier behandelde. Gregor Mendel publiceerde de eerste conclusies over zijn uitgebreide experimenten in 1866, maar maakte hiermee niet echt een goede zwier bij zijn collega-wetenschappers uit die tijd. Het was in 1905 toen professor Punnit van de Universiteit van Cambridge de bevindingen van Mendel bevestigde in het boek "Mendel's Principles of Heridatary", waarbij deze beschikbaar kwamen voor iedere geïnteresseerde kweker van planten en dieren.

Wat Mendel ontdekte was dat alle eigenschappen van levende wezens gecontroleerd werden door een speciaal mechanisme. Het komt erop neer dat ieder nagebroed een halve set aan chromosomen van de man en een halve set aan chromosomen van de vrouw bevat, resulterend in een nieuw wezen. Op elk chromosomenpaar bevinden zich kleine lichaampjes (genen) die alle eigenschappen verder bepalen: kleur, vorm, skelet, lengte, enzovoorts. Deze genen liggen vast volgens een verervingspatroon. Dat patroon kan dominant, recessief, geslachtsgebonden of ergens tussenin zijn. Hierbij is echter één ding duidelijk: elke keer als een verervingspatroon van een bepaalde eigenschap goed vastligt, is het vrij eenvoudig om de te verwachten resultaten van een bepaalde paring te voorspellen.

De status


De wetten van Mendel worden in het algemeen erkend, en men kan zich afvragen in hoeverre kwekers erin geslaagd zijn om vererving daadwerkelijk te realiseren. Aan de ene kant van de balans kan men stellen dat de koi-industrie wat dat betreft net uit de kinderschoenen is, want zolang we nog met variëteiten te maken hebben is reproduceerbaarheid nog (erg) ver weg. Toch zijn er verschillende signalen en bewezen resultaten dat er stappen gemaakt zijn en worden gemaakt. Zo is het introduceren van Magoi-bloed in de traditionele Matsunosuke-bloedlijn niet onopgemerkt gebleven, en stellen de bloedlijnen zelf uiterlijke kenmerken veilig die zeer aansprekend en uniek zijn voor een bepaalde kweker en zijn kweek. We zijn onderweg!

Om eens in te zoomen op de vererving van bijvoorbeeld lichaamsbouw of een patroon vindt u hieronder enkele foto's van tosai van de Litsuka Sensuke bloedlijn (Matsue Koi Farm). Deze farm, geroemd om de schitterende Kohaku die worden voortgebracht uit deze bloedlijn, bezit een aantal ouderdieren waar repetitief hoogwaardige koi uit voortkomen. De koi op de foto's zijn geselecteerd door een gerenommeerde Engelse koi-dealer die een neusje heeft om kwaliteit te herkennen, namelijk Mike Snaden van Yumekoi:

Ouderdier Haruka
h_pattern1h_pattern3h_pattern5h_pattern7h_pattern9

Ouderdier Manten
m_pattern2m_pattern4m_pattern13m_pattern14m_pattern16m_pattern17m_pattern18m_pattern19m_pattern20

Ouderdier Satsuki
s_pattern6s_pattern8s_pattern10

Een luchtpomp op basis van piston-techniek

Beluchting op onze filters en vijver is van groot belang. Zonder voldoende issolved Oxygen (DO, opgeloste zuurstof)">zuurstof in het water stagneert het algehele leven, waardoor de hobbyist gedwongen wordt een of andere vorm van beluchting toe te passen. Dit kan op verschillende manieren, zoals een mooie grote waterval, een shower-filter of bijvoorbeeld een luchtpomp.

Veel luchtpompen zijn gebaseerd op basis van membranen, waarbij door middel van magnetisme kleine rubberen membraampjes in elkaar gedrukt en uit elkaar getrokken worden, waardoor deze lucht verpompen. Het nadeel van deze oplossing is dat de membranen van rubber zijn, onder druk staan, en op den duur kunnen scheuren waarna deze moeten worden vervangen. Afhankelijk van de kwaliteit van de luchtpomp kan dit zeker enkele jaren zijn, maar voor een essentieel onderdeel als beluchting is het goed om hierop niet te bezuinigen.

Sinds een aantal jaren zijn ook luchtpompen leverbaar die niet werken op basis van een membraan, maar op basis van een zuiger of enkele zuigers (piston). Inderdaad, precies hetzelfde principe als verbrandingsmotoren waarbij er door de beweging van de zuiger beweging van een mengsel (in dit geval lucht) mogelijk is. Maar bij de luchtpomp natuurlijk zonder krukas Winking.

Voordeel van een zuiger-luchtpomp is dat deze in de regel veel stiller is, minder energie verbruikt en uitermate betrouwbaar is voor wat betreft het afgeven van dezelfde hoeveelheid lucht gedurende een langere periode. Ook kunnen ze veel beter omgaan met tegendruk. Onderstaande foto is een opengewerkt model waarin de interne techniek goed zichtbaar is:

Nitto luchtpomp op basis van zuiger-techniek

De zuiger is zichtbaar in het rode vlak, netjes ingepakt binnen de drukkamers van metaal. Wanneer u op het punt staat om een luchtpomp aan te schaffen, neem een dergelijke pomp met haar voordelen mee in de overweging. Met een beetje zoeken en vragen bij de verschillende koi-dealers ontdekt u dat het prijsverschil ten opzichte van de traditionele pompen op basis van membranen wel meevalt, en u schaft hiermee een meer waardevast artikel aan. Met dank aan Vijveraccent voor de mogelijkheid eens onder de motorkap van een zuigerpomp te kunnen kijken!

De legende van Momotaro

De naam "Momotaro" is voor de kenners één op één verbonden aan een roemruchte koi farm: de Momotaro Koi Farm van de familie Maeda in het zuiden van Japan. Toch is het niet toevallig dat Maeda-San de naam "Momotaro" heeft verbonden aan zijn huis. "Momotarō" is namelijk een held uit de Japanse folklore. Zijn naam betekent letterlijk vertaald "perzik Tarō" (Tarō is een typische Japanse jongensnaam, meestal van de oudste zoon) en betekent zoiets als zoon van de perzik. Momotarō is tevens de naam van verschillende werken waarin deze held centraal staat.

De legende luidt dat Momotarō zou zijn geboren uit een perzik, en opgevoed door kinderloze pleegouders. Zijn moeder vond de perzik in de rivier en de jongen werd groot en sterk, moedig en wijs. In de bekendste versie van het verhaal komt Momotaro naar de aarde in een gigantische perzik. Een oude vrouw zonder kinderen ziet de vrucht en neemt hem mee, thuis zien ze het kind als ze de vrucht willen openen. Het kind vertelt dat de hemel hem heeft gezonden.

Momotaro, de perzik jongen

Een oudere versie van deze folklore vertelt dat een oude vrouw een perzik ziet drijven en deze meeneemt naar huis. Als ze er van eet, wordt ze weer jong en mooi. Haar oude man komt thuis uit de bergen en is verrast deze jonge vrouw te zien en herkent haar eerst niet. Ook hij eet van de vrucht en wordt ook weer jong. ’s Nachts bedrijven ze de liefde en de vrouw wordt zwanger. Ze bevalt van een zoon en ze noemen hem Tarō. Dit is de oudste versie die in drukvorm teruggevonden is, maar het is aangepast voor in schoolboeken in de Meji periode. De perzik wordt in Japan gezien als symbool voor seks en vruchtbaarheid.

Momotarō gaat in de verschillende verhalen op zijn vijftiende naar een eiland (Onigashima) en krijgt drie meelballetjes van zijn moeder mee (kibi-dango). Hij gaf deze aan een hond, een fazant en een aap, die hem vergezelden om de Oni te gaan verslaan. Oni zijn fabelwezens uit de Japanse folklore, en ze zijn te vergelijken met westerse trollen en demonen en zijn nog immer populair in Japanse literatuur, Japanse kunst, en Japans theater. Ze versloegen deze Oni op het eiland en namen de schatten en de geroofde meisjes mee naar huis waar Momotaro en het oude koppel nog lang en gelukkig leefden.

De wortels van deze folklore liggen diep geworteld in de Japanse cultuur, en tot op de dag van vandaag worden bijvoorbeeld baby-foto's in Momotaro-outfit gemaakt. Op de achtergrond van onderstaande foto zie je Momotaro nog net uit de perzik kruipen. Japanners en folklore, en dat gaat niet altijd alleen maar over koi…

Momotaro kinderfoto ensemble

Dainichi Old Boys

Dainichi, een grote naam in de koi-wereld. Geen wonder dat vele Japanners in de vorm van een stage de kneepjes van het vak op de Dainichi Koi Farm hebben geleerd en vervolgens met een eigen bedrijf hun geluk zijn beproeven. De ene is daarin wat succesvoller geweest dan de ander, maar het bestaan van de "Dainichi Old Boys" is een bewijs van vakmanschap. Deze samenwerking bestaat uit vroegere leerlingen van Dainichi, en een groot aantal daarvan behoren inmiddels tot de erepodia van het koi-vakmanschap. Kijkt u maar eens even:


Gezamelijk organiseren zijn het WDC "World Dainichi-obkai Championship", een evenement voor actieve lokale hobbyisten met een grow-out contest van hun Jumbo tosai ondersteund met een "Meiri-ten" zijnde een tentoonstelling van koi van adembenemende kwaliteit! Alle deelnemende koi van 2010 vindt u hier.

Neemt u eens een kijkje op betreffende webpagina, daar stellen de kwekers zich in hun beste Japans op video aan u voor... Konichiwa!

Dainichi Old BoysExpeditie in China




De gevaren van een mudpond

De Japanse mudpond, een vijver met een kleiachtige bodem, wordt verantwoordelijk geacht voor de magie die de Japanse kwekers uithalen met hun koi. Als lelijke eendje erin en als een ontluikende mooie zwaan weer worden geoogst tijdens de "Ikeage", het is een droom van iedere koi-liefhebber dat eenzelfde effect gebeurt in de tuinvijver. Helaas, de waarheid is hard en zelden lukt het ons om een koi zijn/haar potentie in te kunnen laten lossen. Nee, daarvoor moeten we bij de Japanners zijn, hun mudponds zijn een veilig onderkomen voor een zorgeloze ontwikkeling! Helaas te mooi om waar te zijn, een mudpond is niet geheel zonder gevaren en voor de Japanners gedurende het zomerseizoen een permanente bron van zorg.

Japanse mudponds Yamakoshi

Open omgeving


In Niigata, een bergachtige omgeving omgeven door de heuvels van Yamakoshi, is werkelijk geen enkel plekje onbezet en in gebruik om te wonen of te kweken. Op berghellinkjes vindt men overal de mudponds. Er is dan ook weinig bescherming mogelijk tegen gevaren van buitenaf, de mudponds zijn vrij te betreden. Niet zelden vallen koi, mede vanwege de vaak beperkte diepte van mudponds, ten prooi aan roofdieren op land en in de lucht die er met een smakelijk maar duur hapje vandoor gaan. Japan kent vele roofdieren en gelukkig weinig dieven, maar de open omgeving zijn wat dat betreft wel een gevaar voor de ijver van de kweker. Ook in Japan worden mudponds waar mogelijk overspannen met netten of visdraden, of wordt een net gezet rondom de mudpond om in ieder geval wat gevaar af te kunnen wenden. Maar dit is zeker niet overal mogelijk.

Controleerbaarheid


De open omgeving zou in principe een voordeel moeten zijn voor de controleerbaarheid, maar Niigata is wat dat betreft speciaal. Veel kleine bergjes en slingerwegen, als je even het gas intrapt wordt je draaierig op de maag. Bij iedere bocht wijzigt het aangezicht, en is weer wat nieuws te zien. Voor de bezoeker een zeer leuke ervaring, maar voor de kwekers een groot probleem omdat er geen fatsoenlijk toezicht mogelijk is op de eigen mudponds. Deze zijn namelijk in het gehele gebied verspreid en kunnen ver uit elkaar liggen. Ook in wat afgelegen gebieden, want ook Japanse kwekers hebben geheimen die zij graag beschermen op afgelegen plaatsen.

In het groei-seizoen rijden de Japanners dan ook af en aan met hun kleine "Kei trucks" (Japanse mini-truck), over de smalste paadjes op weg naar meer-dagelijkse controles van de mudponds. En deze truck zijn niet voor niets zo klein, de begaanbaarheid van het gebied is beperkt en de paden naar de mudponds over het algemeen erg smal en gevaarlijk ver weg van de openbare weg.

Rendement


Je zou zeggen dat een mudpond toch ieder jaar een bepaald voorspelbaar "rendement" op moet kunnen leveren qua groei en ontwikkeling, maar niets is minder waar! Soms is een mudpond een seizoen opeens niet rendabel en valt het tegen, en soms is de ene mudpond gewoon beter dan de ander. Kwekers hebben zelfs voorkeur voor een bepaalde mudpond als het gaat om ontwikkeling van een varieteit, zo zijn er verschillende kwekers die altijd in dezelfde mudpond bijvoorbeeld Kohaku plaatsen omdat Showa niet goed tot ontwikkeling wil komen. En dan is er ook nog het fenomeen dat wij in principe ook kennen: 10 meter verderop kan het heel anders zijn. Wie kent niet de problemen van bijvoorbeeld algen terwijl de vijver van de buurman daar geen last van heeft. Het rendement kan ook van jaar tot jaar (erg) verschillen waardoor het nooit zeker is of de maximale potentie is benut dat seizoen!

Waterkwaliteit


Je zou verwachten dat de waterkwaliteit in de mudponds van onberispelijke kwaliteit is. In principe is dat ook zo, natuurlijke verversing in combinatie met erg lage bezettingen garanderen een grote hoeveelheid natuurlijk voedsel en een lage vervuilingsgraad. Toch schuilen er grote gevaren in de waterkwaliteit zelf. De TDS-waarde van Japanse wateren is veel lager dan de waardes die wij kunnen bieden zonder extra mechanisme hulpmiddelen als omgekeerde osmose. Expliciet is er zeer weinig bufferend vermogen van het water, de KH-waarde is extreem laag en een pH-crash is een permanent gevaar. Veel kwekers gebruiken oesterschelpen om bufferend vermogen te houden om een dodelijke pH-crash te voorkomen, deze geven carbonaten af om de waarde aan te vullen. De schommelende pH-waarden kunnen grote schade toebrengen aan de algehele huidkwaliteit van de koi!

Temperatuur


Japan kent (erg) koude winters en hete zomers. Midden in de zomer kan de temperatuur van het water oplopen naar extreme waardes. Onderstaande afbeelding laat de gemiddelde dag- en nachttemperatuur zien waarbij met name de maanden juli en augustus extreem warm zijn:

Temperatuur in Niigata

Wanneer het water warmer wordt kan dit minder zuurstof bevatten, en zonder voldoende zuurstof kan geen enkel organisme leven! In de zomer is extra beluchting met stromings- en luchtpompen dan ook geen overbodige luxe en een noodzakelijkheid. Aangezien Niigata een klein en ergens ook onontgonnen gebied is staan de stopcontacten niet op iedere hoek van de mudpond! Dieselaggregaten of andere oplossingen, technische hulpmiddelen die storingen kunnen vertonen waardoor de zuurstofvoorziening stokt, staan dan ook opgesteld...

Tevens kan gesteld worden dat het metabolisme van de koi het beste werkt rond een water-temperatuur van 24 graden. Stijgt de temperatuur verder, dan ontneemt dat de koi de eetlust en wordt deze lusteloos met alle gevolgen voor de ontwikkeling van dien! Die hoge temperaturen zijn niet altijd wenselijk en de kweker heeft geen enkele mogelijkheid om deze te sturen en is aan de natuur overgeleverd. Effectief kan de kweker in de maanden mei, juni en september optimaal gebruik maken van de mudpond!

Regenseizoen


Een erg gevaarlijke periode is de maand juli, deze maand is weliswaar warm maar is een echte regenmaand! De zure regen valt met bakken naar beneden, waarbij er een permanente aanslag plaatsvindt op de pH-waarde (die gaat naar beneden, zeker wanneer er geen bufferend vermogen is). Onderstaande afbeelding toont de gemiddelde hoeveelheid regen waar deze piek in de maand juli eenvoudig te herkennen is:

Neerslag gemiddelden in Niigata

Deze periode is dan ook berucht en kan vele sterfte veroorzaken. De kwekers zijn gedurende deze maand nog vaker aan de randen van de mudponds te vinden om controle uit te oefenen en in te grijpen met hun oesterschelpen indien dit nodig is.

Samenvattend


Als hobbyisten denken we vaak dat deze mudponds een ideale omgeving zijn om koi groot en mooi te krijgen, maar het tegendeel is misschien wel waar. Van de vijf a zes maanden dat een koi in de mudpond verblijft zijn hoogstens drie maanden te onderscheiden dat een mudpond maximaal rendement oplevert! De overige periodes staan de koi bloot aan allerlei gevaren die hun ontwikkeling bedreigen. Weersinvloeden, dreigende pH-crashes, extreme watertemperaturen en natuurlijke vijanden stellen de koi permanent aan gevaar bloot. Alleen de kennis en inzicht van de kweker kan middels heel hard werken voorkomen dat het visje wat wij scheppen bij onze dealer zo mooi heeft kunnen worden. Ligt u dus zomers lekker bij de vijver met een biertje in de hand te genieten, bedenk dan dat er tegelijkertijd aan de andere kant van aardbol kleine Japannertje keihard werken om u deze luxe te gunnen!

Interne anatomie van de koi

Anatomie is tak van de biologie die de structuur en de organisatie van organismen behandelt. De anatomie van de koi, als familie van de karper, is niet afwijkend van overige vissoorten. De interne anatomie geeft u een inzicht in de ligging van, de verbindingen tussen en het gebruik van de inwendige organen:

Interne anatomie van de koi

Het geraamte
Het geraamte van de koi is een beendergeraamte of Teleostei. Het skelet heeft verscheidene belangrijke functies: het beschermt en steunt de inwendige organen en weefsels, en het stelt de vis in staat te bewegen doordat het een aantal beweegbare gewrichten en aanhechtingspunten voor spieren bevat. Delen van de eerste vier wervels van de ruggengraat vormen de "botjes van Weber", een systeem van kleine botjes die de zwemblaas met het inwendige oor verbinden. Geluidsgolven die door het water gaan, veroorzaken trillingen in de zwemblaas. De botjes van Weber versterken deze trillingen en geven ze door aan de gevoelige haarcellen die zich bevinden in de halfronde met vocht gevulde kanalen van het inwendige oor. Hierdoor is de koi in staat te 'horen'.

De tanden
Net als bij alle andere leden van de Cyprinidae zitten er hij de koi geen tanden in de kaken. De weinige tanden die ze hebben, zijn grove maalinstrumenten die op been platen in de keel zitten.

Spieren
Het grootste deel van het lichaam wordt gevormd door vier spierbundels, twee aan iedere kant van het lichaam. Deze bundels zijn onderverdeeld in V-vormige spiersegmenten. De goed ontwikkelde spiersegmenten van de keel en de kieuwbogen zorgen voor de ademhaling. De kaakspieren bedekken het grootste gedeelte van de wangen en zorgen ervoor dat de kaken zich kunnen openen en sluiten. De spieren van de gepaarde vinnen zijn weinig ontwikkeld, hoewel de borstvinnen verbonden zijn met zeer uitgebreide spieren.

Het hart
Het hart ligt net achter en onder de kieuwbogen. Het is een grote gespierde pomp die bestaat uit vier kamers die achter elkaar liggen. De eerste kamer is niets meer dan een zakje met een dunne wand die zeer weinig spieren bevat. Ook de tweede kamer, atrium genaamd, heeft een dunne wand, die echter uitgerekt kan worden. De derde kamer, of ventrikel, heeft een dikke spierwand en zorgt voor het pompen van van het hart. Ook de vierde kamer bestaat uit een dikke wand en bevat speciale kleppen die ervoor zorgen dat het bloed niet kan terugstromen naar de andere kamers.

De bloedsomloop
De bloedsomloop is het transportsysteem waardoor voedingsstoffen en zuurstof de lichaamscellen bereiken en waardoor afvalstoffen weer worden verwijderd. Het hart zorgt voor de pompkracht en stuwt het bloed door deze aderen, eerst naar de kieuwen en vervolgens naar de hersenen en andere delen van het lichaam, waarna het bloed weer bij het hart terugkomt. De vaten die het bloed van en naar de kieuwen transporteren, naar de hersenen en vervolgens door het lichaam, noemen we arteriën; de vaten die het bloed terug naar het hart voeren,heten aderen. De belangrijkste functie van de bloedsomloop is het transporteren van zuurstof en het verwijderen van kooldioxide uit het lichaam. De bloedsomloop zorgt ook voor de aanvoer van voedingsstoffen naar de verschillende weefsels. De weefsels verwerken de voedingsstoffen en produceren stikstof. Net als bij andere beenvissen verlaten de stikstofhoudende afvalstoffen het lichaam in de vorm van ammoniak, wat door de kieuwen in het water wordt uitgescheiden.

Bloedsomloop van de koi

Het bloed
Het bloed bestaat uit drie stoffen: het plasma, rode bloedlichaampjes en witte bloedlichaampjes. Het plasma is een waterige vloeistof met een complexe structuur. De rode bloedlichaampjes bevatten hemoglobine, een rode kleurstof die zuurstof kan binden. Zo brengen de rode bloedlichaampjes zuurstof van de kieuwen naar de weefsels, waar ze de zuurstof afstaan. Tegelijkertijd nemen ze kooldioxide op, de afvalstof die tijdens de stofwisseling wordt geproduceerd. Ook de witte bloedlichaampjes spelen een belangrijke rol: ze beschermen de koi tegen infecties. Er zijn verschillende soorten witte bloedlichaampjes die ieder weer een eigen functie hebben. Ze stromen samen op plekken waar het lichaam een verwonding, een besmetting of een infectie oploopt en bieden dan weerstand aan bacteriën of virussen, verwijderen afgestorven of beschadigd weefsel en dragen ertoe bij dat het beschadigde weefsel weer wordt gerepareerd. Bloedlichaampjes gaan niet lang mee; nieuwe bloedlichaampjes worden voornamelijk in de milt en de nieren geproduceerd.

De kieuwen
De kieuwen zijn het equivalent van onze longen. Ze bevatten een groot oppervlak aan weefsel dat kooldioxide omwisselt voor zuurstof. Bovendien zijn ze belangrijk bij het reguleren van de osmose (dat wil zeggen de zout/waterbalans en de uitscheiding). Voor het blote oog lijken de kieuwen op rijen met hele fijne vingervormige uitstulpingen die gerangschikt zijn op een serie bogen. Langs het achterste oppervlak van iedere boog loopt een dubbele rij hele fijne plaatjes die in een V-vorm gerangschikt zijn. Deze plaatjes zijn enorm geplooid, waardoor het oppervlak ontzettend wordt vergroot. De huid is bovendien uitzonderlijk dun, waardoor het bloed optimaal met het water in contact komt. Als er water over de kieuwplaatjes stroomt, wordt er zuurstof opgenomen en kooldioxide afgestaan. De kieuwen zorgen niet alleen voor een regulering van de osmose doordat ze zo'n groot oppervlak hebben, maar ook doordat ze een buitenlaag van speciale cellen bevatten die zouten uit het water kunnen opnemen. Aangezien de weefsels en lichaamsvloeistoffen van de koi een hogere concentratie zouten bevatten dan het omringende water, heeft het water de neiging om geabsorbeerd te worden, terwijl de zouten door de kieuwen in het water oplossen. (Deze processen heten osmose en diffusie. Osmose is het proces waarbij water van een zwakkere naar een sterkere oplossing stroomt, door een semi-permeabel vlies heen - in dit geval het kieuwplaatje. Zouten bewegen zich door diffusie in tegengestelde richting. De water- en zoutuitwisseling houdt op wanneer de oplossingen aan weerszijden van het vlies gelijke concentraties bevatten). Het teveel aan water dat via de kieuwen binnenkomt, wordt in grote hoeveelheden weer uit het lichaam gevoerd in de vorm van een zwakke urineoplossing die door de nieren wordt geproduceerd. De speciale cellen in de kieuwplaatjes winnen weer zouten terug uit het water en helpen zo de juiste zoutbalans in het bloed en de weefsels op peil te houden.

De spijsvertering
De spijsvertering heeft drie functies: het fijnmaken en vermengen van voedsel (door de tanden), het chemisch afbreken van voedsel (door spijsverteringsenzymen), en het opnemen van voedingsstoffen. Koi hebben geen maag; voedsel wordt verteerd in het bijzonder lange darm-kanaal. Als de voedingsstoffen door het bloed zijn opgenomen, wordt het vaste onverteerbare materiaal uitgescheiden.

De milt
De milt, een compact donkerrood orgaan, ligt vlak bij het darmkanaal en de lever. De milt produceert rode en witte bloedlichaampjes en slaat ze op.

De lever
Bij koi is de lever zeer groot en bestaat hij uit verscheidene kwabben. De belangrijkste functie van de lever is het opslaan van glycogeen (een opgeslagen vorm van glucose (suikers)) en in mindere mate het opslaan van andere voedingsstoffen. Wanneer glucose en andere enkelvoudige suikers door de weefsels en organen zijn opgebruikt, geeft de lever het opgeslagen glycogeen vrij. Deze stof wordt vervolgens afgebroken tot glucose, waardoor de cellen 'brandstof' krijgen. De lever breekt ook oude en beschadigde bloedlichaampjes af. Hierbij wordt gal geproduceerd, die wordt opgeslagen in de galblaas. Vanuit de galblaas loopt een buisje naar het darmkanaal, waar de gal met vaste afvalstoffen wordt gemengd.

De pancreas
De pancreas bestaat uit zacht weefsel en lijkt op de lever. De pancreas produceert spijsverteringsenzymen die in het darmkanaal worden gebracht om het voedsel chemisch af te breken.

De nieren
De nieren bestaan uit twee organen die zich in het bovenste gedeelte van het lichaam bevinden, aan weerszijden van de wervelkolom. Elk van de twee nieren is eigenlijk een stelsel van buisjes die dicht omgeven zijn door een netwerk van kleine bloedvaatjes, capillaire buizen genaamd. De huisjes zijn verbonden met een kanaalstelsel dat uitmondt in één buis, de ureter, die van de nieren naar een porie loopt die net voor de anus zit en waar de urine door wordt afgevoerd. Doordat de capillaire buizen en de nierbuisjes zo dicht tegen elkaar aan zitten, kunnen afvalstoffen gemakkelijk uit het bloed in de buisjes komen; het bloed wordt zo voortdurend gefiltreerd. De afvalstoffen bevatten onder andere stikstofverbindingen die in de weefsels vrijkomen bij het omzetten van eiwitten. Deze verbindingen zouden giftig zijn voor de cellen als ze niet door het bloed afgevoerd werden naar de nieren. Daar worden ze uit het bloed gehaald en uitgescheiden via de kieuwen. De nieren reguleren ook de waterhuishouding - urine bestaat voornamelijk uit water - evenals het soort en de hoeveelheid zouten in het lichaam van de koi.

De voortplantingsorganen
Bij mannelijke koi zijn dit de testikels, bij vrouwelijke koi de ovaria. De testikels zijn tamelijk compact en gelijkmatiger gevormd dan de ovaria. Hoewel er door het jaar heen verschillen kunnen optreden, zien ze er in de paaittijd niet anders uit dan daarbuiten. De testikels produceren spermatozoïden, waarvan er in de paaitijd vele miljoenen kunnen worden geproduceerd. De ovaria zijn relatief kleine organen die bij de geslachtsrijpe koi onregelmatig van vorm zijn. Het hele jaar door kunnen er eieren in de ovaria worden gevonden, maar buiten de paaitijd is het aantal vruchtbare eitjes erg laag. Wanneer het vrouwtje klaar is om te paaien, stromen de eitjes in een centraal gelegen holte in het ovarium; ze komen vervolgens in de eileider terecht en worden bij de anus uitgestoten.

De zwemblaas
De zwemblaas helpt de koi bij het zwemmen doordat het de vis een opwaartse kracht verleent. De zwemblaas bestaat uit een uitgerekte ovalen zak die tegen de bovenkant van de lichaamsholte aan ligt, net onder de wervelkolom en de nieren. De zwemblaas is bijna in twee delen gesplits door een vernauwing, waar een buis zit die de zwemblaas met het darmkanaal verbindt. Bij een koi-embryo ontwikkelt de zwemblaas zich als een minieme uitstulping van het darmkanaal. Dit verbindingsbuisje stelt de koi in staat de zwemblaas 'bij te vullen' door aan het wateroppervlak wat lucht naar binnen te happen. Deze luchtbel komt dan in het darmkanaal en wordt door een buisje in de zwemblaas 'gepompt'. De samenstelling van gassen in de zwemblaas is min of meer die van lucht.

De hersenen
De hersenen zijn zacht en roze en liggen in de botachtige schedel.Tijdens de embryonale ontwikkeling van de koi ontwikkelen de hersenen en het zenuwstelsel zich als een buisje. Het voorste gedeelte groeit vervolgens uit tot de hersenen; de buis blijft bestaan als holtes of blaasjes die met een vloeistof zijn gevuld. De hersenen bestaan uit drie gedeelten: de voorste hersenen, de middenhersenen, en het verlengde ruggenmerg. Vooraan bij de voorste hersenen liggen de Olfactorische kwabben, een kwab voor ieder paar neusgaten aan weerszijden van het hoofd. Hier gaan zenuwimpulsen van de neusgaten naartoe en worden ze omgezet in de waarneming van het ruiken. De voorste hersenen bevatten ook de lichtgevoelige pijnappelklier en de hypofyse, die voor de hormoonproductie zorgt. Tijdens de ontwikkeling van het embryo zorgt een deel van de voorste hersenen ervoor dat de ogen gevormd worden, alsook de oogzenuwen en de pijnappelklier. (Het interpreteren van optische zenuwsignalen is een functie van de middenhersenen). De pijnappelklier, die aan de bovenkant van de voorste hersenen ligt, is lichtgevoelig. Men vermoedt dat de pijnappelklier een overblijfsel is van een tweede paar ogen die een verre voorouder uit de lijn der gewervelde dieren had. Bij koi merkt de pijnappelklier veranderingen in daglengte en stimuleert ze de aanmaak van voortplantingshormonen in de paaitijd. De hypofyse produceert hormonen die de groei en de voortplanting stimuleren; de hypofyse heeft ook een stimulerende werking op andere klieren, bijvoorbeeld op de schildklier. De belangrijkste functie van de middenhersenen is het interpreteren van signalen die via de zenuwen binnenkomen, met name signalen die te maken hebben met beweging en de houding van de vis in het water. De middenhersenen fungeren ook als de 'zetel' van het geheugen. Boven op de middenhersenen bevinden zich twee ovale optische kwabben die zenuwprikkels uit de ogen interpreteren en zodoende belangrijk zijn voor het gezichtsvermogen. De functie van het verlengde ruggenmerg is onduidelijk; het verlengde ruggenmerg lijkt het coördinatiecentrum voor beweging, evenwicht en lichaamshouding.

Het ruggemerg
Het ruggenmerg is het achterste verlengde van de hersenen. Het strekt zich uit over bijna het gehele lichaam en is verbonden met veel van de belangrijke zenuwen. Zoals bij veel gewervelde dieren fungeert het ruggenmerg als 'doorgeefluik' voor zenuwimpulsen tussen het lichaam en de hersenen.

Het zenuwstelsel
Naast de hersenen en het ruggenmerg, ligt er een complex netwerk van zenuwen. Dit stelsel geeft zintuiglijke informatie, zoals gevoel, smaak en reuk door aan de hersenen en activeert de weefsels, klieren en spieren. Er zijn twee soorten zenuwstelsels: het autonome zenuwstelsel en het willekeurige zenuwstelsel. Het autonome zenuwstelsel regelt de 'onbewuste' activiteiten van organen als de darm, de kieuwen en bepaalde klieren. De vis heeft dus geen 'weet' van het functioneren van dit zenuwstelsel. Het willekeurige zenuwstelsel daarentegen geeft signalen door die bewuste activiteiten in gang zetten, zoals het samentrekken van spieren om een bepaalde beweging te maken.

De Koi
Bron:

Externe anatomie van de koi

Anatomie is tak van de biologie die de structuur en de organisatie van organismen behandelt. De anatomie van de koi, als familie van de karper, is niet afwijkend van overige vissoorten. De externe anatomie van de koi wordt hieronder afgebeeld:

Anatomie van de koi

Baarddraden
Een koi bezit twee paar baarddraden van verschillende lengte. Deze bevinden zich aan beide zijden van de bek. Een kleine baarddraad bevindt zich naast de bovenlip; de grote bevindt zich ongeveer in de hoek van de bek. Het bezit van baarddraden is een belangrijke eigenschap om koi te onderscheiden van goudvissen, omdat deze geen baarddraden heeft. De baarddraden zijn bedekt met smaakpapillen, waardoor de koi letterlijk alles kan proeven wat in contact komt met de baarddraden.

Neusgaten
Aan beide zijden van de snuit bevinden zich twee neusgaten. De gepaarde neusgaten zijn met elkaar verbonden via een U-vormig buisje. Het water stroomt door het voorste neusgat naar binnen en door het achterste neusgat terug naar buiten. De onderkant van dit buisje bestaat uit een serie plooien, die bedekt zijn met reukreceptoren. Hierdoor is de koi in staat kleine hoeveelheden van bepaalde oplossingen in het water te traceren. Met betrekking tot voedselvoorziening is de reukzin van de koi nuttiger dan het gezichtsvermogen!

Ogen
Koi hebben voor vissen een goed gezichtsvermogen. De ogen bestaan uit kegeltjes en staafjes en zijn zo gestructureerd dat ze zowel kleur als zwart-wit kunnen waarnemen. Koi hebben een goed genoeg zicht om tekst op een blad papier te onderscheiden. Doordat koi in het water leven hebben zij geen nood aan beschermende oogleden. De positie van de ogen op het hoofd stelt ze in staat bijna 360 graden in het rond te kijken. Dit is bijzonder belangrijk voor de vissen om tijdens het eten vijanden te kunnen zien aankomen.

Kieuwdeksel Dit is een harde beenachtige plaat die het kieuwweefsel beschermt en het ademhalingsmechanisme regelt. Het deksel kan aan de onder -en de achterkant vrij bewegen en fungeert hierbij als een éénrichtingsklep. Hierbij kan er wel water uit de kieuwholte stromen, maar het weggestuwde zuurstofarme water kan niet terug de kieuwen in.

Vinnen 
Er kunnen zeven vinnen bij de koi onderscheiden worden, namelijk de rugvin, de anale vin, de staartvin, de borstvinnen (2) en de buikvinnen (2). De vinnen zijn voor de vis heel belangrijk om hun stabiliteit in het water te behouden, want vissen zwemmen met behulp van hun spieren. Het verhinderen van het kantelen gebeurt aan de hand van het spreiden van de rugvin en de anale vin. De borstvinnen en de staartvin dienen ervoor om te voorkomen dat de vis uit koers raakt. Een stilstaande beweging in het water kan bereikt worden door fijne bewegingen van de borstvinnen en de buikvinnen. Wanneer de vis water uit de kieuwen laat stromen, kunnen deze vinnen de stuwende beweging tegengaan.

Anus Net voor de anale vin zit de anus. De darm en het ovarium of de testikels komen hierin uit. Net voor de anus bevindt zich een kleinere opening, waar de urinebuizen van de nieren in uitmonden.

Zijlijnorgaan (laterale lijn)
Langs het midden aan beide zijden van de romp ligt een rij schubben. Iedere schub is voorzien van een porie, die via een klein buisje verbonden is met zenuwstelsel van de vis. Bij sommige koi (doitsu) vormt de zijlijn een duidelijke streep in het midden van de vis, van net achter het kieuwdeksel naar de staart. De tastcellen van de zijlijn tonen overeenkomsten met de cellen van het menselijk gehoor, maar er is nog steeds niet vastgesteld wat de vis met deze cellen werkelijk kan voelen. Het lijkt alsof de cellen gevoelig zijn voor beweging in het water, voor verstoringen en golven, zodat de vis hierdoor niet opbotst tegen andere objecten in de vijver. Naast de waarneming van geluiden, kan het zijlijnorgaan ook een drukverandering opmerken. Dankzij dit alles is de koi in staat om zich te oriënteren in het water.

Schubben 
Schubben bedekken de gehele oppervlakte van de vis. Iedere schub kan beschouwd worden als een heel dun buigzaam plaatje dat van bot-achtig materiaal is gemaakt. Aan de voorzijde zit de schub diep in de huid geworteld, en de achterzijde staat los en overlapt de voorzijde van de schub erachter. Deze manier van rangschikken kan u vergelijken met het overlappen van dakpannen. Bij een koi kunnen er twee verschillende schubpatronen opgemerkt worden, namelijk kan de vis geheel bedekt zijn met schubben, ofwel kunnen de schubben vergroot en gegroepeerd zijn langs de zijlijn aan de zijkanten van de vis, en hierbij ook gewoonlijk bij de rugvin en de anale vin. Het hele lichaam van de vis is bedekt door een slijmlaag. Dit slijm bevat een minimale antiseptische werking en wordt afgescheiden door speciale cellen in de huid. De slijmlaag geeft vissen hun karakteristieke slijmerigheid. Hierdoor kan een vis soepeler door het water voortbewegen!

San-nichi-kai

Hoewel de Japanse kwekers natuurlijk in een gezonde competitie-strijd zijn, wordt er geregeld samengewerkt om hun missie te volbrengen: de wereld voorzien van de best mogelijke nishikigoi als een vorm van kunst kenmerkend voor Japan.

San-nichi-kai is ontstaan in Niigata, de bakermat van de nishikigoi. In dit samenwerkingsverband werken verschillende koi-farms om de missie te volbrengen, als waardige opvolgers van de grondleggers van de samenwerking.

De missie, samenwerking en presentatie van de deelnemers is samengebracht op de website van Sannichikai. In mooi beeld en geluid presenteren de verschillende kwekers zich, temidden van hun geliefde Niigata. Een prachtig voorbeeld van de toewijding en betrokkenheid van de kwekers om ons als hobbyisten te verbazen! En ze verdienen er natuurlijk ook een boterham mee Winking.

Sannichikai

Groeifactoren: stress

Het metabolisme van de koi is beïnvloedbaar door stress. Bij een conditie van stress stijgt het basale metabolisme en verandert de verhouding tussen "anabolisme" en "katabolisme" onder invloed van de door de koi aangemaakte stresshormonen "adrenaline" en "cortisol".

Het basaal metabolisme (BM) is gedefinieerd als de calorieën die verbruikt worden wanneer de koi volledig in rust is. Er wordt in dit kader ook gesproken over de "energiebalans" waarbij anabolisme en katabolisme in evenwicht is:

  • Katabolisme is de afbraak van stoffen, waarbij energie vrijkomt. Dit is een vorm van verbranding (dissimilatie).
  • Anabolisme is de opbouw van stoffen, waarbij energie vastgelegd wordt (assimilatie)

Hoewel katabolisme en ananolisme tegenovergesteld zijn aan elkaar vinden ze beiden bijna altijd tegelijkertijd plaats, echter steeds in verschillende verhoudingen. Stress-situaties veroorzaken door de genoemde stresshormonen ongewenste veranderingen in deze balans. Hierdoor kunnen koi groeiachterstanden oplopen en daalt hun eetlust.

Groeifactoren: erfelijke eigenschappen

Een zeer belangrijk aspect voor de groei van een koi zijn de genetische eigenschappen die deze heeft meegekregen van zijn of haar ouders. Deze eigenschappen liggen vast in het DNA van de koi. Desoxybonucleïnezuur (goed opletten, Scrabblers...) of DNA is de belangrijkste chemische drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen.

Een DNA-molekuul bestaat uit twee lange strengen (nucleotiden genoemd), die samen buigen tot een zogenaamde dubbele helix (bron: Wikipedia). Laten we het maar op de bekende "wokkelvorm" houden zoals in onderstaande afbeelding is afgebeeld:

DNA helix

In principe ligt het maximale groei-potentieel, de maximale lengte die een koi gedurende zijn of haar leven kan behalen, opgesloten in het DNA. Er is een kweker veel aan gelegen om bepaalde erfelijke eigenschappen, zoals groei, door te geven op jongbroed om zo zijn of haar nageslacht verder te optimaliseren. Voor een Japanse kweker is dit het levenswerk, en veel kwekers proberen door permanent te wisselen van kweekvissen (zogenaamde Oyagoi) stap voor stap het nabroed te verbeteren. Zo gebeurt dit ook met betrekking tot het maximaliseren van de groei, oftewel het vergroten van het groei-potentieel dat verankerd wordt in het DNA. Dit is ook de reden dan met name de Gosanke-groep de laatste jaren steeds en steeds grotere exemplaren voortbrengt, vanwege de hoge waardering voor deze variëteiten wordt er enorm veel tijd geïnvesteerd in het verbeteren van het groeipotentieel (en huidkwaliteit) hiervan. Vanuit dit oogpunt wordt ook wel gesproken over een bloedlijn, een "stempel" van de kweker die een afspiegeling is van zijn deskundigheid en innovativiteit met betrekking tot het kweken van hoogwaardige en grote nishikigoi. Is een kweker in staat om dit groeipotentieel te laten vergezellen van een optimale huidkwaliteit op dat moment, dan heeft u te maken met een grootmeester op dit gebied. Dit is voor zeer weinig kwekers weggelegd.

Het betekent ook niet dat het zomaar voor iedere koi is weggelegd dat deze een lengte van bijvoorbeeld 1.00 meter of zelfs meer bereikt. Sterker nog, de gemiddelde hobbyist mag zeer tevreden zijn als zijn of haar koi de lengte van 70 centimeter mag bereiken. Dit maakt de hobby ook zo uitdagend, een betreffende koi kan genetisch mogelijk wel een maximale lengte kunnen bereiken van bijvoorbeeld 90 centimeter, maar dat betekent op geen enkele manier dat dit ook zomaar zal gebeuren! De maximale lengte die is vastgelegd in het DNA is ALLEEN bereikbaar voor een hele kleine groep aan koi die gedurende hun ontwikkeling in optimale omstandigheden hebben kunnen leven waarbij elke groeifactor optimaal benut kan worden gedurende de ontwikkeling van de koi. Voor een gemiddelde hobbyist zijn dit omstandigheden waar alleen van gedroomd kan worden vanwege budgettaire, technische of andere beperkingen zoals gebrek aan waterkwaliteit, temperatuur, zuurstof of goede voeding.

Indien het uw wens is om koi echt groot te laten worden, dan is het van groot belang om inzicht te hebben in het gebruikte ouderpaar van de betreffende kweker. Immers, de genen van deze koi zijn overgedragen aan uw mogelijke aankoop en veel van het maximaal haalbare is genetisch vastgelegd in het nageslacht. Vraag uw dealer dus altijd om gegevens betreffende bloedlijn of ouderpaar want dit kan u inzicht verschaffen in de mogelijkheden van uw aankoop. Het is daarna geheel aan u om het pad daar naartoe dan ook optimaal aan te bieden! Zonder dergelijke gegevens kan ook natuurlijk, maar past u op voor impliciete verwachtingen bij uw koi, zelfs bij koi waarvan de potentie kan worden "vastgesteld" is de route daar naartoe voorzien van allerlei wegopbrekingen, doodlopende straten en remmende obstakels.

Groeifactoren: waterkwaliteit

Als vis zwemt uw koi in de externe omstandigheden die u deze als eigenaar aanbiedt: het water in uw vijver. Het is van evident belang dat uw waterkwaliteit van onberispelijke orde is, en dan ook nog het gehele jaar door.

Omdat waterkwaliteit gezien kan worden als de basis van elke ontwikkeling van koi is hiervoor een separate plank in de bibliotheek ingericht: waterkwaliteit. Op deze plank vindt u allerlei artikelen die te maken hebben met optimale waterkwaliteit!

Groeifactoren: voeding

Goede voeding op het juiste moment in het seizoen is van essentieel belang om het beste uit uw koi naar boven te halen. Het maken van een uitgebalanceerd koivoeder vereist onderzoek, kwaliteitscontrole en evaluatie. Omdat een koi koudbloedig is, en daarmee de efficiëntie en effectiviteit van zijn interne huishouding (metabolisme) afhankelijk is van temperatuur, is een permanent uitgebalanceerd dieet noodzakelijk.

Het onderwerp "voeding" is dermate complex dat hiervoor een separate plank in de bibliotheek is ingericht, die u hier kunt vinden.

Groeifactoren: zuurstof

Zonder zuurstof leeft niets
Zuurstof is een chemisch element met symbool "O" en komt in samengestelde vorm onder andere voor in de licht die wij inademen en in water (H2O). Koi kunnen niet leven zonder zuurstof, en dus is het zuurstofgehalte van uw vijver van groot belang. Aangezien koi geen longen hebben gebruiken ze de kieuwen om hun lichaam te voorzien van het noodzakelijke zuurstof voor de interne chemische processen.

De mate van opgesloste zuurtsof in water (DO-waarde, "Dissolved Oxygen") legt banden aan de maximale groei van een koi gedurende het groeiseizoen. Een gezond zuurstofniveau ligt minimaal tussen de 5 en 6 ppm (" parts per million") en is meetbaar te maken met een zogenaamde DO-meter. Onder water is de hoeveelheid aanwezige zuurstof echter vele malen lager dan in de buitenlucht, terwijl alle levende organismen als onze koi (maar ook bacteriën en dergelijke) in felle concurrentiestrijd zijn om deze beperkte hoeveelheid. Het is dan ook van groot belang om het zuurstofniveau in uw vijver optimaal te houden, de reden waarom praktisch iedere koi-vijver extreem wordt belucht!

Ook de natuur kan onze gewenste hoeveelheid zuurstof erg beïnvloeden in de vorm van algen. Middels fotosynthese produceren algen (en planten) gedurende de dag zuurstof maar verbruiken dit dan ook weer in de nacht! Neemt u dan ook meteen kennis van de wetenschap dat warm water nu eenmaal minder zuurstof kan bevatten dan koud(er) water, en u begrijpt waarom op een vroege zomerochtend rond zonsopkomst ieder jaar weer vele koi het loodje leggen!

Verschillende onderzoeken en praktijkresultaten tonen aan dat koi bij hogere zuurstofniveaus beter groeien, langer leven en ook een verbetering van huidkwaliteit (kunnen) tonen. Daarnaast werkt een biologisch filter ook beter bij aanwezigheid van voldoende zuurstof, ook de bacteriën voor de nitrificatie verbruiken zuurstof in hun nuttige werk. Zuurstofinbreng middels beluchting is dan ook geen luxe maar een noodzakelijke toepassing op een koi-vijver!

Groeifactoren: hormonen

De groeisnelheid van een koi is begrensd en hierbij spelen hormonen een belangrijke rol. Naast eigen beperkingen, vastgelegd in het genetische materiaal, worden ook beperkingen gelegd door de omgeving die van directe invloed zijn op de groei van koi.

Groeihormonen
De groei van een koi begint direct na de bevruchting. Deze groei wordt aangestuurd door de ontwikkeling van groeihormonen. Zonder deze hormonen zou geen enkele groei te realiseren zijn, dus is het zaak om middels passende voeding het optimale uit deze aanwezige groeihormonen te halen. Zij stellen als het ware een bovengrens aan het maximaal haalbare, het is aan de koihouder om deze te benaderen!

De productie van groeihormonen is gedurende de eerste drie tot vier levensjaren maximaal en het groeipotentieel van de koi is dan ook in deze jaren het meest optimaal. Daarna nemen de hoeveelheid groeihormonen af en dus ook de groeimogelijkheden. Het is om deze reden dat de basis van een Jumbo-koi gelegd moet worden in de eerste vier levensjaren van de koi. Daarna zal deze nog wel groeien maar beduidend langzamer. Wordt het volle potentieel in de eerste vier jaren niet benut, dan zal ook de maximaal haalbare lengte van deze koi, zoals vastgelegd in het genetische materiaal geërfd van de ouders, niet worden gehaald. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom tosai (eenjarige koi) in dat levensjaar geen rustperiode wordt gegund en middels verwarmen van het water het potentieel maximaal wordt uitgenut.

Feromonen
Elke koi maakt dus groeihormonen aan om zelf te kunnen groeien. Daarnaast maken koi ook hormonen aan om hun omgeving te beïnvloeden, zijnde de feromonen. Dit zijn als het ware "signaalstoffen" en zijn van groot belang bij de (onbewuste) communicatie tussen dieren. Deze feromonen werken voornamelijk op organismen van dezelfde soort. Wat u zich misschien niet bewust bent is dat uw selectie van uw ideale partner primair gebeurt op basis van feromonen, die waargenomen worden in de neus! Het is om deze redenen dat u iemand zomaar voorbij kan lopen en twee meter verder uw kans beproeft Winking.

Uitgescheiden feromonen blijken, in verhoogde concentratie, te leiden tot beperkende groei in onze vijvers. Om deze concentratie te verlagen of laag te houden zult u uw toevlucht moeten zoeken tot extra waterwissels of de inzet van additionele filtering in de vorm van actieve kool of toepassen van ozon.

Groeifactoren: temperatuur

Een koi is koudbloedig, en zijn of haar metabolisme is afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Om een koi optimaal te laten groeien is een optimale temperatuur nodig.

Dit thema-artikel begint voor de verandering eens met de conclusie, omdat iedere hobbyist eigenlijk wel weet dat groei voornamelijk gesignaleerd wordt in de warmste maanden van de maand, en in de winter deze praktisch tot stilstand komt. Er is dus een ieder geval een verband tussen (water-)temperatuur en groei. Wat dat betreft is er toch een belangrijke afwijking ten opzichte van bijvoorbeeld mensen, wij groeien zowel in de zomer als in de winter even hard. Dit komt omdat wij warmbloedige "dieren" zijn, een benaming voor alle levende wezens die hun lichaamstemperatuur op een vaste temperatuur kunnen houden en daarmee hun lichaam optimaal kunnen laten functioneren. Een koi is koudbloedig, wat niets anders betekent als dat het zelf geen lichaamswarmte kan produceren. Er zijn ook vele organismen die niet zo 1-2-3 zijn toe te wijzen aan koud- of warmbloedige wezens, je mag stellen dat voor sommige organismen beide termen van toepassing zijn.

Er is een directe relatie tussen temperatuur en metabolisme. Metabolisme wordt ook wel "stofwisseling" genoemd (vanuit het Grieks" "metabolosmos" = verandering of omzetting") en is het geheel aan biochemische processen die plaatsvindt in cellen en organismen. De stofwisseling heeft onder andere de volgende functies (Bron: Wikipedia):

  • de aanmaak van reservestoffen
  • de opname van stoffen
  • het vrijmaken van energie uit onder andere opgenomen stoffen
  • het gebruik van bouwstoffen en energie als bron voor alle processen
  • het verwerken van afvalstoffen
  • een bepaald teveel aan opbouwstoffen elimineren

Feitelijk betekent dit dat de koi, als koudbloedig dier, afhankelijk is van zijn omgevingstemperatuur om aangeboden voedingsstoffen optimaal te kunnen benutten. Andersom geldt ook, namelijk dat als wij geen rekening houden met de omgevingstemperatuur we mogelijk een overschot aan voedingsstoffen aanbieden die de koi onmogelijk kan opnemen. Deze conclusie ligt ten grondslag aan het bestaan van seizoens-voeding die is afgestemd op seizoenen! Immers, een teveel aan voedingsstoffen (idealiter eiwitten en vetten) die niet opgenomen kan worden door beperkingen veroorzaakt door lagere temperaturen belasten de leefomgeving van de koi dermate dat een overschot leidt tot een verslechterde waterkwaliteit. Het is dus een goed idee om de voeding en haar voedingsstoffen aan te passen aan de watertemperaturen.

Het is dus een gevoelig samenspel tussen temperatuur, metabolisme een aanbod van voedingsstoffen dat bepaalt in hoeverre een koi de mogelijkheid geboden kan worden om optimaal te groeien. Uit onderzoeken is gebleken dat het metabolisme van een koi optimaal functioneert tussen de 22 en 28 graden. De enzymatische activiteit, de katalysator van de biochemische processen bij het opnemen van voeding in de darmen, is op die temperaturen het hoogst. Daaronder functioneert het minder, en ook daarboven gaat hun werking snel achteruit (degeneratie).

Met onze kwakkelende zomers met vaak niet al te extreme watertemperaturen is het het overwegen waard om gedurende de zomermaanden uw vijver te verwarmen naar een temperatuur rond de 24-26 graden. Daarmee haalt u in een groeiseizoen het maximale uit het groeipotentieel van uw koi!

Koi-Ontwikkeling.info gebruikt cookies en scripts van Google om uw gebruik van onze websites geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en advertenties kunnen tonen. Ook worden cookies en scripts van Facebook, Twitter, en Google gebruikt om social media integratie op onze websites mogelijk te maken.

Indien u hiermee niet kan instemmen dient u uw browser direct af te sluiten en de website niet te gebruiken. Meer informatie kunt u lezen in de Cookie- en privacy-verklaring.