groeifactor | Wetenswaardigheden | Allerlei dingetjes omtrent de ontwikkeling van koi en de hobby in het algemeen

Wetenswaardigheden

allerlei dingetjes die ertoe doen

Groeifactoren: stress

Het metabolisme van de koi is beïnvloedbaar door stress. Bij een conditie van stress stijgt het basale metabolisme en verandert de verhouding tussen "anabolisme" en "katabolisme" onder invloed van de door de koi aangemaakte stresshormonen "adrenaline" en "cortisol".

Het basaal metabolisme (BM) is gedefinieerd als de calorieën die verbruikt worden wanneer de koi volledig in rust is. Er wordt in dit kader ook gesproken over de "energiebalans" waarbij anabolisme en katabolisme in evenwicht is:

  • Katabolisme is de afbraak van stoffen, waarbij energie vrijkomt. Dit is een vorm van verbranding (dissimilatie).
  • Anabolisme is de opbouw van stoffen, waarbij energie vastgelegd wordt (assimilatie)

Hoewel katabolisme en ananolisme tegenovergesteld zijn aan elkaar vinden ze beiden bijna altijd tegelijkertijd plaats, echter steeds in verschillende verhoudingen. Stress-situaties veroorzaken door de genoemde stresshormonen ongewenste veranderingen in deze balans. Hierdoor kunnen koi groeiachterstanden oplopen en daalt hun eetlust.

Groeifactoren: erfelijke eigenschappen

Een zeer belangrijk aspect voor de groei van een koi zijn de genetische eigenschappen die deze heeft meegekregen van zijn of haar ouders. Deze eigenschappen liggen vast in het DNA van de koi. Desoxybonucleïnezuur (goed opletten, Scrabblers...) of DNA is de belangrijkste chemische drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen.

Een DNA-molekuul bestaat uit twee lange strengen (nucleotiden genoemd), die samen buigen tot een zogenaamde dubbele helix (bron: Wikipedia). Laten we het maar op de bekende "wokkelvorm" houden zoals in onderstaande afbeelding is afgebeeld:

DNA helix

In principe ligt het maximale groei-potentieel, de maximale lengte die een koi gedurende zijn of haar leven kan behalen, opgesloten in het DNA. Er is een kweker veel aan gelegen om bepaalde erfelijke eigenschappen, zoals groei, door te geven op jongbroed om zo zijn of haar nageslacht verder te optimaliseren. Voor een Japanse kweker is dit het levenswerk, en veel kwekers proberen door permanent te wisselen van kweekvissen (zogenaamde Oyagoi) stap voor stap het nabroed te verbeteren. Zo gebeurt dit ook met betrekking tot het maximaliseren van de groei, oftewel het vergroten van het groei-potentieel dat verankerd wordt in het DNA. Dit is ook de reden dan met name de Gosanke-groep de laatste jaren steeds en steeds grotere exemplaren voortbrengt, vanwege de hoge waardering voor deze variëteiten wordt er enorm veel tijd geïnvesteerd in het verbeteren van het groeipotentieel (en huidkwaliteit) hiervan. Vanuit dit oogpunt wordt ook wel gesproken over een bloedlijn, een "stempel" van de kweker die een afspiegeling is van zijn deskundigheid en innovativiteit met betrekking tot het kweken van hoogwaardige en grote nishikigoi. Is een kweker in staat om dit groeipotentieel te laten vergezellen van een optimale huidkwaliteit op dat moment, dan heeft u te maken met een grootmeester op dit gebied. Dit is voor zeer weinig kwekers weggelegd.

Het betekent ook niet dat het zomaar voor iedere koi is weggelegd dat deze een lengte van bijvoorbeeld 1.00 meter of zelfs meer bereikt. Sterker nog, de gemiddelde hobbyist mag zeer tevreden zijn als zijn of haar koi de lengte van 70 centimeter mag bereiken. Dit maakt de hobby ook zo uitdagend, een betreffende koi kan genetisch mogelijk wel een maximale lengte kunnen bereiken van bijvoorbeeld 90 centimeter, maar dat betekent op geen enkele manier dat dit ook zomaar zal gebeuren! De maximale lengte die is vastgelegd in het DNA is ALLEEN bereikbaar voor een hele kleine groep aan koi die gedurende hun ontwikkeling in optimale omstandigheden hebben kunnen leven waarbij elke groeifactor optimaal benut kan worden gedurende de ontwikkeling van de koi. Voor een gemiddelde hobbyist zijn dit omstandigheden waar alleen van gedroomd kan worden vanwege budgettaire, technische of andere beperkingen zoals gebrek aan waterkwaliteit, temperatuur, zuurstof of goede voeding.

Indien het uw wens is om koi echt groot te laten worden, dan is het van groot belang om inzicht te hebben in het gebruikte ouderpaar van de betreffende kweker. Immers, de genen van deze koi zijn overgedragen aan uw mogelijke aankoop en veel van het maximaal haalbare is genetisch vastgelegd in het nageslacht. Vraag uw dealer dus altijd om gegevens betreffende bloedlijn of ouderpaar want dit kan u inzicht verschaffen in de mogelijkheden van uw aankoop. Het is daarna geheel aan u om het pad daar naartoe dan ook optimaal aan te bieden! Zonder dergelijke gegevens kan ook natuurlijk, maar past u op voor impliciete verwachtingen bij uw koi, zelfs bij koi waarvan de potentie kan worden "vastgesteld" is de route daar naartoe voorzien van allerlei wegopbrekingen, doodlopende straten en remmende obstakels.

Groeifactoren: waterkwaliteit

Als vis zwemt uw koi in de externe omstandigheden die u deze als eigenaar aanbiedt: het water in uw vijver. Het is van evident belang dat uw waterkwaliteit van onberispelijke orde is, en dan ook nog het gehele jaar door.

Omdat waterkwaliteit gezien kan worden als de basis van elke ontwikkeling van koi is hiervoor een separate plank in de bibliotheek ingericht: waterkwaliteit. Op deze plank vindt u allerlei artikelen die te maken hebben met optimale waterkwaliteit!

Groeifactoren: voeding

Goede voeding op het juiste moment in het seizoen is van essentieel belang om het beste uit uw koi naar boven te halen. Het maken van een uitgebalanceerd koivoeder vereist onderzoek, kwaliteitscontrole en evaluatie. Omdat een koi koudbloedig is, en daarmee de efficiëntie en effectiviteit van zijn interne huishouding (metabolisme) afhankelijk is van temperatuur, is een permanent uitgebalanceerd dieet noodzakelijk.

Het onderwerp "voeding" is dermate complex dat hiervoor een separate plank in de bibliotheek is ingericht, die u hier kunt vinden.

Groeifactoren: zuurstof

Zonder zuurstof leeft niets
Zuurstof is een chemisch element met symbool "O" en komt in samengestelde vorm onder andere voor in de licht die wij inademen en in water (H2O). Koi kunnen niet leven zonder zuurstof, en dus is het zuurstofgehalte van uw vijver van groot belang. Aangezien koi geen longen hebben gebruiken ze de kieuwen om hun lichaam te voorzien van het noodzakelijke zuurstof voor de interne chemische processen.

De mate van opgesloste zuurtsof in water (DO-waarde, "Dissolved Oxygen") legt banden aan de maximale groei van een koi gedurende het groeiseizoen. Een gezond zuurstofniveau ligt minimaal tussen de 5 en 6 ppm (" parts per million") en is meetbaar te maken met een zogenaamde DO-meter. Onder water is de hoeveelheid aanwezige zuurstof echter vele malen lager dan in de buitenlucht, terwijl alle levende organismen als onze koi (maar ook bacteriën en dergelijke) in felle concurrentiestrijd zijn om deze beperkte hoeveelheid. Het is dan ook van groot belang om het zuurstofniveau in uw vijver optimaal te houden, de reden waarom praktisch iedere koi-vijver extreem wordt belucht!

Ook de natuur kan onze gewenste hoeveelheid zuurstof erg beïnvloeden in de vorm van algen. Middels fotosynthese produceren algen (en planten) gedurende de dag zuurstof maar verbruiken dit dan ook weer in de nacht! Neemt u dan ook meteen kennis van de wetenschap dat warm water nu eenmaal minder zuurstof kan bevatten dan koud(er) water, en u begrijpt waarom op een vroege zomerochtend rond zonsopkomst ieder jaar weer vele koi het loodje leggen!

Verschillende onderzoeken en praktijkresultaten tonen aan dat koi bij hogere zuurstofniveaus beter groeien, langer leven en ook een verbetering van huidkwaliteit (kunnen) tonen. Daarnaast werkt een biologisch filter ook beter bij aanwezigheid van voldoende zuurstof, ook de bacteriën voor de nitrificatie verbruiken zuurstof in hun nuttige werk. Zuurstofinbreng middels beluchting is dan ook geen luxe maar een noodzakelijke toepassing op een koi-vijver!

Groeifactoren: hormonen

De groeisnelheid van een koi is begrensd en hierbij spelen hormonen een belangrijke rol. Naast eigen beperkingen, vastgelegd in het genetische materiaal, worden ook beperkingen gelegd door de omgeving die van directe invloed zijn op de groei van koi.

Groeihormonen
De groei van een koi begint direct na de bevruchting. Deze groei wordt aangestuurd door de ontwikkeling van groeihormonen. Zonder deze hormonen zou geen enkele groei te realiseren zijn, dus is het zaak om middels passende voeding het optimale uit deze aanwezige groeihormonen te halen. Zij stellen als het ware een bovengrens aan het maximaal haalbare, het is aan de koihouder om deze te benaderen!

De productie van groeihormonen is gedurende de eerste drie tot vier levensjaren maximaal en het groeipotentieel van de koi is dan ook in deze jaren het meest optimaal. Daarna nemen de hoeveelheid groeihormonen af en dus ook de groeimogelijkheden. Het is om deze reden dat de basis van een Jumbo-koi gelegd moet worden in de eerste vier levensjaren van de koi. Daarna zal deze nog wel groeien maar beduidend langzamer. Wordt het volle potentieel in de eerste vier jaren niet benut, dan zal ook de maximaal haalbare lengte van deze koi, zoals vastgelegd in het genetische materiaal geërfd van de ouders, niet worden gehaald. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom tosai (eenjarige koi) in dat levensjaar geen rustperiode wordt gegund en middels verwarmen van het water het potentieel maximaal wordt uitgenut.

Feromonen
Elke koi maakt dus groeihormonen aan om zelf te kunnen groeien. Daarnaast maken koi ook hormonen aan om hun omgeving te beïnvloeden, zijnde de feromonen. Dit zijn als het ware "signaalstoffen" en zijn van groot belang bij de (onbewuste) communicatie tussen dieren. Deze feromonen werken voornamelijk op organismen van dezelfde soort. Wat u zich misschien niet bewust bent is dat uw selectie van uw ideale partner primair gebeurt op basis van feromonen, die waargenomen worden in de neus! Het is om deze redenen dat u iemand zomaar voorbij kan lopen en twee meter verder uw kans beproeft Winking.

Uitgescheiden feromonen blijken, in verhoogde concentratie, te leiden tot beperkende groei in onze vijvers. Om deze concentratie te verlagen of laag te houden zult u uw toevlucht moeten zoeken tot extra waterwissels of de inzet van additionele filtering in de vorm van actieve kool of toepassen van ozon.

Groeifactoren: temperatuur

Een koi is koudbloedig, en zijn of haar metabolisme is afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Om een koi optimaal te laten groeien is een optimale temperatuur nodig.

Dit thema-artikel begint voor de verandering eens met de conclusie, omdat iedere hobbyist eigenlijk wel weet dat groei voornamelijk gesignaleerd wordt in de warmste maanden van de maand, en in de winter deze praktisch tot stilstand komt. Er is dus een ieder geval een verband tussen (water-)temperatuur en groei. Wat dat betreft is er toch een belangrijke afwijking ten opzichte van bijvoorbeeld mensen, wij groeien zowel in de zomer als in de winter even hard. Dit komt omdat wij warmbloedige "dieren" zijn, een benaming voor alle levende wezens die hun lichaamstemperatuur op een vaste temperatuur kunnen houden en daarmee hun lichaam optimaal kunnen laten functioneren. Een koi is koudbloedig, wat niets anders betekent als dat het zelf geen lichaamswarmte kan produceren. Er zijn ook vele organismen die niet zo 1-2-3 zijn toe te wijzen aan koud- of warmbloedige wezens, je mag stellen dat voor sommige organismen beide termen van toepassing zijn.

Er is een directe relatie tussen temperatuur en metabolisme. Metabolisme wordt ook wel "stofwisseling" genoemd (vanuit het Grieks" "metabolosmos" = verandering of omzetting") en is het geheel aan biochemische processen die plaatsvindt in cellen en organismen. De stofwisseling heeft onder andere de volgende functies (Bron: Wikipedia):

  • de aanmaak van reservestoffen
  • de opname van stoffen
  • het vrijmaken van energie uit onder andere opgenomen stoffen
  • het gebruik van bouwstoffen en energie als bron voor alle processen
  • het verwerken van afvalstoffen
  • een bepaald teveel aan opbouwstoffen elimineren

Feitelijk betekent dit dat de koi, als koudbloedig dier, afhankelijk is van zijn omgevingstemperatuur om aangeboden voedingsstoffen optimaal te kunnen benutten. Andersom geldt ook, namelijk dat als wij geen rekening houden met de omgevingstemperatuur we mogelijk een overschot aan voedingsstoffen aanbieden die de koi onmogelijk kan opnemen. Deze conclusie ligt ten grondslag aan het bestaan van seizoens-voeding die is afgestemd op seizoenen! Immers, een teveel aan voedingsstoffen (idealiter eiwitten en vetten) die niet opgenomen kan worden door beperkingen veroorzaakt door lagere temperaturen belasten de leefomgeving van de koi dermate dat een overschot leidt tot een verslechterde waterkwaliteit. Het is dus een goed idee om de voeding en haar voedingsstoffen aan te passen aan de watertemperaturen.

Het is dus een gevoelig samenspel tussen temperatuur, metabolisme een aanbod van voedingsstoffen dat bepaalt in hoeverre een koi de mogelijkheid geboden kan worden om optimaal te groeien. Uit onderzoeken is gebleken dat het metabolisme van een koi optimaal functioneert tussen de 22 en 28 graden. De enzymatische activiteit, de katalysator van de biochemische processen bij het opnemen van voeding in de darmen, is op die temperaturen het hoogst. Daaronder functioneert het minder, en ook daarboven gaat hun werking snel achteruit (degeneratie).

Met onze kwakkelende zomers met vaak niet al te extreme watertemperaturen is het het overwegen waard om gedurende de zomermaanden uw vijver te verwarmen naar een temperatuur rond de 24-26 graden. Daarmee haalt u in een groeiseizoen het maximale uit het groeipotentieel van uw koi!