DNA | Wetenswaardigheden | Allerlei dingetjes omtrent de ontwikkeling van koi en de hobby in het algemeen

Wetenswaardigheden

allerlei dingetjes die ertoe doen

Vererving van eigenschappen

Vererving van eigenschappen


De basis van de koi-industrie is reeds aan het einde van de 19e eeuw gelegd, en sinds die tijd is de ontwikkeling van koi met sprongen vooruit gegaan. Soms door middel van een revolutie, maar vaker door middel van een evolutie waarbij een kweker op basis van ambacht en inzicht verschillende koi blijft kruisen om eigenschappen te verbeteren. Uiteindelijk zou een dergelijk prval. Natuurlijk profiteren wij allen van deze inspanningen, maar het is een ongeschreven wet dat er bij een kweek verschillende gradaties koi uitgebroed worden en zelfs een zeer grote hoeveelheid de eerste selectieronden niet eens haalt! De centrale vraag is nu in hoeverre een kweker in staat de kwaliteit van een koi te borgen in het nageslacht, en wel door middel van vererving van gewenste kenmerken. Vererving is hierbij het proces waarbij gewenste kenmerken van de ouders worden doorgegeven aan het nageslacht.

Wetten van Mendel


Ruim honderd jaar geleden nam de interesse in vererving, het doorgeven van eigenschappen aan nazaten, een vlucht. Een Oostenrijkse monnik, Gregor Mendel, begon notities bij te houden van experimenten bij het kruisen van verschillende soorten erwten en andere tuinplanten. Door de jaren heen begon hem duidelijk te worden dat door het kruisen en herkruisen van planten zich een duidelijk patroon van gelijkheid begon af te tekenen wanneer hij een groot aantal planten op eenzelfde manier behandelde. Gregor Mendel publiceerde de eerste conclusies over zijn uitgebreide experimenten in 1866, maar maakte hiermee niet echt een goede zwier bij zijn collega-wetenschappers uit die tijd. Het was in 1905 toen professor Punnit van de Universiteit van Cambridge de bevindingen van Mendel bevestigde in het boek "Mendel's Principles of Heridatary", waarbij deze beschikbaar kwamen voor iedere geïnteresseerde kweker van planten en dieren.

Wat Mendel ontdekte was dat alle eigenschappen van levende wezens gecontroleerd werden door een speciaal mechanisme. Het komt erop neer dat ieder nagebroed een halve set aan chromosomen van de man en een halve set aan chromosomen van de vrouw bevat, resulterend in een nieuw wezen. Op elk chromosomenpaar bevinden zich kleine lichaampjes (genen) die alle eigenschappen verder bepalen: kleur, vorm, skelet, lengte, enzovoorts. Deze genen liggen vast volgens een verervingspatroon. Dat patroon kan dominant, recessief, geslachtsgebonden of ergens tussenin zijn. Hierbij is echter één ding duidelijk: elke keer als een verervingspatroon van een bepaalde eigenschap goed vastligt, is het vrij eenvoudig om de te verwachten resultaten van een bepaalde paring te voorspellen.

De status


De wetten van Mendel worden in het algemeen erkend, en men kan zich afvragen in hoeverre kwekers erin geslaagd zijn om vererving daadwerkelijk te realiseren. Aan de ene kant van de balans kan men stellen dat de koi-industrie wat dat betreft net uit de kinderschoenen is, want zolang we nog met variëteiten te maken hebben is reproduceerbaarheid nog (erg) ver weg. Toch zijn er verschillende signalen en bewezen resultaten dat er stappen gemaakt zijn en worden gemaakt. Zo is het introduceren van Magoi-bloed in de traditionele Matsunosuke-bloedlijn niet onopgemerkt gebleven, en stellen de bloedlijnen zelf uiterlijke kenmerken veilig die zeer aansprekend en uniek zijn voor een bepaalde kweker en zijn kweek. We zijn onderweg!

Om eens in te zoomen op de vererving van bijvoorbeeld lichaamsbouw of een patroon vindt u hieronder enkele foto's van tosai van de Litsuka Sensuke bloedlijn (Matsue Koi Farm). Deze farm, geroemd om de schitterende Kohaku die worden voortgebracht uit deze bloedlijn, bezit een aantal ouderdieren waar repetitief hoogwaardige koi uit voortkomen. De koi op de foto's zijn geselecteerd door een gerenommeerde Engelse koi-dealer die een neusje heeft om kwaliteit te herkennen, namelijk Mike Snaden van Yumekoi:

Ouderdier Haruka
h_pattern1h_pattern3h_pattern5h_pattern7h_pattern9

Ouderdier Manten
m_pattern2m_pattern4m_pattern13m_pattern14m_pattern16m_pattern17m_pattern18m_pattern19m_pattern20

Ouderdier Satsuki
s_pattern6s_pattern8s_pattern10

Groeifactoren: erfelijke eigenschappen

Een zeer belangrijk aspect voor de groei van een koi zijn de genetische eigenschappen die deze heeft meegekregen van zijn of haar ouders. Deze eigenschappen liggen vast in het DNA van de koi. Desoxybonucleïnezuur (goed opletten, Scrabblers...) of DNA is de belangrijkste chemische drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen.

Een DNA-molekuul bestaat uit twee lange strengen (nucleotiden genoemd), die samen buigen tot een zogenaamde dubbele helix (bron: Wikipedia). Laten we het maar op de bekende "wokkelvorm" houden zoals in onderstaande afbeelding is afgebeeld:

DNA helix

In principe ligt het maximale groei-potentieel, de maximale lengte die een koi gedurende zijn of haar leven kan behalen, opgesloten in het DNA. Er is een kweker veel aan gelegen om bepaalde erfelijke eigenschappen, zoals groei, door te geven op jongbroed om zo zijn of haar nageslacht verder te optimaliseren. Voor een Japanse kweker is dit het levenswerk, en veel kwekers proberen door permanent te wisselen van kweekvissen (zogenaamde Oyagoi) stap voor stap het nabroed te verbeteren. Zo gebeurt dit ook met betrekking tot het maximaliseren van de groei, oftewel het vergroten van het groei-potentieel dat verankerd wordt in het DNA. Dit is ook de reden dan met name de Gosanke-groep de laatste jaren steeds en steeds grotere exemplaren voortbrengt, vanwege de hoge waardering voor deze variëteiten wordt er enorm veel tijd geïnvesteerd in het verbeteren van het groeipotentieel (en huidkwaliteit) hiervan. Vanuit dit oogpunt wordt ook wel gesproken over een bloedlijn, een "stempel" van de kweker die een afspiegeling is van zijn deskundigheid en innovativiteit met betrekking tot het kweken van hoogwaardige en grote nishikigoi. Is een kweker in staat om dit groeipotentieel te laten vergezellen van een optimale huidkwaliteit op dat moment, dan heeft u te maken met een grootmeester op dit gebied. Dit is voor zeer weinig kwekers weggelegd.

Het betekent ook niet dat het zomaar voor iedere koi is weggelegd dat deze een lengte van bijvoorbeeld 1.00 meter of zelfs meer bereikt. Sterker nog, de gemiddelde hobbyist mag zeer tevreden zijn als zijn of haar koi de lengte van 70 centimeter mag bereiken. Dit maakt de hobby ook zo uitdagend, een betreffende koi kan genetisch mogelijk wel een maximale lengte kunnen bereiken van bijvoorbeeld 90 centimeter, maar dat betekent op geen enkele manier dat dit ook zomaar zal gebeuren! De maximale lengte die is vastgelegd in het DNA is ALLEEN bereikbaar voor een hele kleine groep aan koi die gedurende hun ontwikkeling in optimale omstandigheden hebben kunnen leven waarbij elke groeifactor optimaal benut kan worden gedurende de ontwikkeling van de koi. Voor een gemiddelde hobbyist zijn dit omstandigheden waar alleen van gedroomd kan worden vanwege budgettaire, technische of andere beperkingen zoals gebrek aan waterkwaliteit, temperatuur, zuurstof of goede voeding.

Indien het uw wens is om koi echt groot te laten worden, dan is het van groot belang om inzicht te hebben in het gebruikte ouderpaar van de betreffende kweker. Immers, de genen van deze koi zijn overgedragen aan uw mogelijke aankoop en veel van het maximaal haalbare is genetisch vastgelegd in het nageslacht. Vraag uw dealer dus altijd om gegevens betreffende bloedlijn of ouderpaar want dit kan u inzicht verschaffen in de mogelijkheden van uw aankoop. Het is daarna geheel aan u om het pad daar naartoe dan ook optimaal aan te bieden! Zonder dergelijke gegevens kan ook natuurlijk, maar past u op voor impliciete verwachtingen bij uw koi, zelfs bij koi waarvan de potentie kan worden "vastgesteld" is de route daar naartoe voorzien van allerlei wegopbrekingen, doodlopende straten en remmende obstakels.