Externe anatomie van de koi | Wetenswaardigheden | Allerlei dingetjes omtrent de ontwikkeling van koi en de hobby in het algemeen

Wetenswaardigheden

allerlei dingetjes die ertoe doen

Externe anatomie van de koi

Externe anatomie van de koi



Anatomie is tak van de biologie die de structuur en de organisatie van organismen behandelt. De anatomie van de koi, als familie van de karper, is niet afwijkend van overige vissoorten. De externe anatomie van de koi wordt hieronder afgebeeld:

Anatomie van de koi

Baarddraden
Een koi bezit twee paar baarddraden van verschillende lengte. Deze bevinden zich aan beide zijden van de bek. Een kleine baarddraad bevindt zich naast de bovenlip; de grote bevindt zich ongeveer in de hoek van de bek. Het bezit van baarddraden is een belangrijke eigenschap om koi te onderscheiden van goudvissen, omdat deze geen baarddraden heeft. De baarddraden zijn bedekt met smaakpapillen, waardoor de koi letterlijk alles kan proeven wat in contact komt met de baarddraden.

Neusgaten
Aan beide zijden van de snuit bevinden zich twee neusgaten. De gepaarde neusgaten zijn met elkaar verbonden via een U-vormig buisje. Het water stroomt door het voorste neusgat naar binnen en door het achterste neusgat terug naar buiten. De onderkant van dit buisje bestaat uit een serie plooien, die bedekt zijn met reukreceptoren. Hierdoor is de koi in staat kleine hoeveelheden van bepaalde oplossingen in het water te traceren. Met betrekking tot voedselvoorziening is de reukzin van de koi nuttiger dan het gezichtsvermogen!

Ogen
Koi hebben voor vissen een goed gezichtsvermogen. De ogen bestaan uit kegeltjes en staafjes en zijn zo gestructureerd dat ze zowel kleur als zwart-wit kunnen waarnemen. Koi hebben een goed genoeg zicht om tekst op een blad papier te onderscheiden. Doordat koi in het water leven hebben zij geen nood aan beschermende oogleden. De positie van de ogen op het hoofd stelt ze in staat bijna 360 graden in het rond te kijken. Dit is bijzonder belangrijk voor de vissen om tijdens het eten vijanden te kunnen zien aankomen.

Kieuwdeksel Dit is een harde beenachtige plaat die het kieuwweefsel beschermt en het ademhalingsmechanisme regelt. Het deksel kan aan de onder -en de achterkant vrij bewegen en fungeert hierbij als een éénrichtingsklep. Hierbij kan er wel water uit de kieuwholte stromen, maar het weggestuwde zuurstofarme water kan niet terug de kieuwen in.

Vinnen 
Er kunnen zeven vinnen bij de koi onderscheiden worden, namelijk de rugvin, de anale vin, de staartvin, de borstvinnen (2) en de buikvinnen (2). De vinnen zijn voor de vis heel belangrijk om hun stabiliteit in het water te behouden, want vissen zwemmen met behulp van hun spieren. Het verhinderen van het kantelen gebeurt aan de hand van het spreiden van de rugvin en de anale vin. De borstvinnen en de staartvin dienen ervoor om te voorkomen dat de vis uit koers raakt. Een stilstaande beweging in het water kan bereikt worden door fijne bewegingen van de borstvinnen en de buikvinnen. Wanneer de vis water uit de kieuwen laat stromen, kunnen deze vinnen de stuwende beweging tegengaan.

Anus Net voor de anale vin zit de anus. De darm en het ovarium of de testikels komen hierin uit. Net voor de anus bevindt zich een kleinere opening, waar de urinebuizen van de nieren in uitmonden.

Zijlijnorgaan (laterale lijn)
Langs het midden aan beide zijden van de romp ligt een rij schubben. Iedere schub is voorzien van een porie, die via een klein buisje verbonden is met zenuwstelsel van de vis. Bij sommige koi (doitsu) vormt de zijlijn een duidelijke streep in het midden van de vis, van net achter het kieuwdeksel naar de staart. De tastcellen van de zijlijn tonen overeenkomsten met de cellen van het menselijk gehoor, maar er is nog steeds niet vastgesteld wat de vis met deze cellen werkelijk kan voelen. Het lijkt alsof de cellen gevoelig zijn voor beweging in het water, voor verstoringen en golven, zodat de vis hierdoor niet opbotst tegen andere objecten in de vijver. Naast de waarneming van geluiden, kan het zijlijnorgaan ook een drukverandering opmerken. Dankzij dit alles is de koi in staat om zich te oriënteren in het water.

Schubben 
Schubben bedekken de gehele oppervlakte van de vis. Iedere schub kan beschouwd worden als een heel dun buigzaam plaatje dat van bot-achtig materiaal is gemaakt. Aan de voorzijde zit de schub diep in de huid geworteld, en de achterzijde staat los en overlapt de voorzijde van de schub erachter. Deze manier van rangschikken kan u vergelijken met het overlappen van dakpannen. Bij een koi kunnen er twee verschillende schubpatronen opgemerkt worden, namelijk kan de vis geheel bedekt zijn met schubben, ofwel kunnen de schubben vergroot en gegroepeerd zijn langs de zijlijn aan de zijkanten van de vis, en hierbij ook gewoonlijk bij de rugvin en de anale vin. Het hele lichaam van de vis is bedekt door een slijmlaag. Dit slijm bevat een minimale antiseptische werking en wordt afgescheiden door speciale cellen in de huid. De slijmlaag geeft vissen hun karakteristieke slijmerigheid. Hierdoor kan een vis soepeler door het water voortbewegen!