watermanagement | Waterkwaliteit | Alle belangrijke waterwaardes en afhankelijkheden op een rijtje

Waterkwaliteit

noodzaak voor ontwikkeling

Praktisch watermanagement

Praktisch watermanagement


Het beheren en beheersen van waterwaardes is één van de belangrijkste activiteiten als het gaat om het optimaliseren van de waterkwaliteit. In principe zijn alle waterwaardes die meetbaar zijn van belang, maar toch is de ene wat belangrijker dan de ander. Dit komt omdat waterwaardes soms afhankelijkheden met elkaar hebben, waardoor een meting van de één direct een indicatie is van een andere parameter.

Iedere hobbyist is ooit, of nog steeds, in de weer (geweest) met complete koffers met test-setjes, digitale meters en meetstrippen. Daar is op zich niets mis mee want dat hoort er allemaal bij. Toch hebben velen onaangeroerde potjes in die dure meetkoffers zitten, en ontdekt een ieder dat de meeste metingen steeds stabiel zijn. Een oorzaak hiervoor kan gelegen zijn in de constante waterkwaliteit die ons wordt geboden door de waterleidingmaatschappijen.

Stap 1: Analyseer uw bronwater

Uw bronwater, zijnde de waterleiding of opgepompte grondwater, kan u al veel vertellen over de basiswaarden die uw vijver bezit. Immers, door verversing met water van stabiele kwaliteit voegt u steeds hetzelfde toe waardoor u er vanuit kan gaan dat de basiswaardes van uw vijver daar heel kort bijliggen. Door deze waterwaardes op te schrijven creëert u voor uzelf een soort van "0-meting" dat kan dienen als referentiepunt in de toekomst. U kunt op basis van deze nul-meting dus bepalen of er bij een gemeten waarde in uw vijver een afwijking is, en hoeveel deze afwijking dan bedraagt. Dit kan u veel inzicht bieden in de wijze waarop u dit eventueel wilt aanpakken!

U kunt bij uw waterleidingmaatschappij via hun website vaak online een basisrapport opvragen. U kunt daarbij uw woonplaats opgeven en het betreffende rapport downloaden. Iedere regio (in Nederland) is immers opgedeeld per watermaatschappij en aangezien zij geen water uit kunnen wisselen geeft een dergelijk rapport u een vliegende start.

Stap 2: Bepaal de belangrijkste waterwaardes

De set aan waterwaardes die directe invloed hebben op de leefomgeving van onze koi lijkt haast onuitputtend. Op deze schap van de bibliotheek zijn de belangrijkste parameters beschreven, maar niet iedere paramater is even belangrijk. Volgt u voor de specifieke details van iedere parameter gewoon de link, maar het volgende kan gesteld worden:

  • De aanwezigheid van Ammoniak (NH3) en Nitriet (NO2-) moet ALTIJD vermeden worden. In het nitrificatie-proces worden beiden gevormd, met als eindresultaat het onschuldige nitraat (NO3-). Een te hoog Nitraatgehalte zal uiteindelijk leiden tot een beperkende groei, maar is niet giftig.
  • De KH en de pH hebben een directe relatie met elkaar. De KH, oftewel het zuurbindend vermogen (ZBV), is in staat om grote schommelingen in de pH te beteugelen. Tijdens het nitrificatieproces wordt gesnoept van deze waarde, zodat een dalende KH-waarde en een goed werkende bioloog 1-op-1 met elkaar zijn verbonden.
  • De GH-waarde is niet primair van belang, alleen wanneer men een lage TDS-waarde nastreeft is het zinvol te kijken naar verlaging van deze waarde bijvoorbeeld middels excessieve beplanting of technische hulpmiddelen voor omgekeerde osmose.
  • Het Redoxpotentiaal vertelt u iets over de issolved Oxygen (DO, opgeloste zuurstof)">DO-waarde (opgeloste zuurstof), namelijk de mate waarin uw vijver middels zuurstof oxiderend is. Naarmate deze waarde daalt zal ook de DO-waarde meedalen.

In de praktijk is het zeker niet verkeerd om alle waterwaardes frequent te meten. Ook uw vissen geven u signalen wanneer zij niet lekker in hun vel zitten, door middel van schuren, flitsen, "vin-knijpen" of soms zelf door op de bodem te gaan liggen. Dit is een eerste indicatie dat er in de leefomgeving een afwijking is opgetreden.

In de praktijk is het meten van de nitrietwaarde en de KH vaak al voldoende omdat:

  • de bacteriën die ammoniak naar nitriet omzetten zichzelf snel vermenigvuldigen, maar de bacteriën die nitriet om moeten zetten naar nitraat een factor 3 a 4 langer nodig hebben om zichzelf te vermenigvuldigen. Dit betekent dat een ammoniak-piekje in uw water al snel is opgelost, maar dat een nitrietpiek enkele dagen aan kan houden! De kans dat u een nitrietpiek detecteert middels een meting is dus ook vele malen groter, daarnaast is deze ook erg schadelijk voor uw koi. In een gerijpte vijver is het meten van nitriet dan ook voldoende, ammoniak-metingen zouden wel uitgevoerd moeten worden bij een nieuwe, opstartende vijver. Overbodig om te zeggen, maar wanneer u één of beide aantreft dan verhoogt u de meetfrequentie tot 2x per dag totdat de waarde 0 wordt gemeten!
  • De nitraatwaarde meten heeft niet zoveel zin bij een normaal verversingsregime. Nitraat is het eindproduct van het nitrificatieproces dat middels verversen effectief onder controle gehouden kan worden. Waar ammoniak en nitriet liever niet gezien worden is (een stijgende waarde van) nitraat dus een waarde die indicatief is voor de correcte werking van uw filter. Meet u dus geen nitriet (of ammoniak) dan weet u zeker dat u een stijgende concentratie aan nitraten zult aantreffen

Veel hobbyisten meten hun pH omdat men weet dat pH-schommelingen niet zo goed worden verdragen door de koi. Van nature zal de pH altijd een beetje schommelen, met name wanneer men kijkt gedurende de dag en de nacht. Dit wordt (onder andere) veroorzaakt door het CO2-gehalte in uw vijver. Het is weliswaar belangrijk om een zo stabiel mogelijke pH-waarde na te streven, maar echt hele grote schommelingen treft men aan als het zuurbindend vermogen van de vijver is verdwenen. Een echte en vaak dodelijke pH-crash is het gevolg. Het meten van uw KH behoort dan ook tot de elementaire metingen. Indien men een KH-waarde meet (idealiter tussen de 2 en de 6), kan men stellen dat het zuurbindend vermogen voldoende is. Immers, de KH zorgt ervoor dat de pH niet zoveel kan gaan schommelen dat het de gezondheid van de koi in gevaar brengt.

Omdat er geen leven is zonder zuurstof kan het zinvol zijn om deze te meten. Een waarde die direct iets vertelt over de aanwezige zuurstof en tevens ook nog iets vertelt over de impliciete vervuiling in uw vijver is de potentie (redox). Het permanent meten van de redox geeft inzicht in de verhouding tussen vervuiling en opgeloste zuurstof.

Samenvattend:

In de basis, bij een al langer draaiende vijver, is het meten van de KH-waarde en de Nitiriet-waarde een snelle indicatie met betrekking tot de leefomgeving van uw koi. Deze parameters bieden de u inzicht in de noodzakelijkheid voor verdere metingen van andere waterwaardes. Het bemeten van de KH en Nitriet-waarde zou idealiter twee maal per week moeten plaatsvinden. Voor opstartende vijvers is het toevoegen van een ammoniak-meting aan te raden en de frequentie van meten op te voeren tot het moment dat u geen ammoniak en nitriet meer meet.


Uiteraard is bovenstaande methode geen garantie, maar in combinatie met het observeren van het gedrag van uw koi zeer zeker een prima controle! En zegt u nou zelf, geniet u meer van het kijken naar uw koi of bent u liever in de weer met potjes en flesjes?

Stap 3: Let op de seizoenen

Winter
Wat wel even van belang is om te melden, is dat seizoenen op de bovenstaande parameters directe invloed hebben. In de winter, wanneer er weinig tot geen organische belasting is vanwege een voederstop of -beperking, zullen de waardes in uw vijver praktisch niet wijzigen. Er is immers geen biologische activiteit en ook de stofwisseling van onze koi staat op een zeer laag pitje. Wat dat betreft heeft de natuur het prima voor ons uitgemikt door de koi te scheppen conform het koudbloedigheidsmodel, het is allemaal netjes afgestemd zo. In de winter wordt er normaliter niet veel gemeten, maar doet u het toch om het ritme voor het volgende seizoen alvast te pakken te krijgen Winking. Wel moet u in de winter rekening houden met een hogere pH-waarde dan u in de zomer aantreft (vaak wel een half punt hoger), als verklaring wordt gesteld dat het metabolisme een verzuring van uw water veroorzaakt waardoor u in de zomer lagere pH-waardes zult meten in vergelijking met de in de winter.

Lente
Wanneer de lente aantreedt en de biologische wereld weer opstart worden vaak, na de herstart van het voederen, de eerste nitiriet-piekjes gemeten. Uw koi starten als het ware wat eerder op dan een bacteriecultuur in uw filter, dus wordt het aanbod even groter dan wat er verwerkt kan worden. Meet u dus in de lente regelmatig uw waterwaardes als u de voederfrequentie opvoert! Algen in de vijver zijn zeer nuttig in deze fase daar zij in staat zijn ammoniak op te nemen, past u dus op als u zomaar opeens besluit om de vijver middels een UV-lamp in enkele dagen "schoon" te branden van zweefalgen, een betere methode is om de UV-lamp middels een opvoerend schema met een tijdklok in te brengen zodat uw filter mee kan groeien en de functie van de algen kan overnemen!

Zomer
In de zomer draaien de filters optimaal, en voederen we onze koi eiwitrijk voer wat ook de ammoniak-produktie tot een maximum brengt. In de zomer is het regelmatig meten van uw KH-waarde een goed idee, het nitrificatieproces dat nu op volle toeren draait snoept hiervan en een tekort aan zuurbindend vermogen is fataal. Ook kunt u regelmatig even de nitraat-waarde meten, loopt deze langzaam op tot (ver) boven uw referentie-waarde uit stap 1, ververs dan wat vaker wat meer water! Beluchting staat nu vol aan en is gemaximaliseerd.

Herfst
In de herfst dalen de temperaturen en neemt de biologische activiteit sterk af. Meet in deze periode de KH-waarde nog even wat vaker, zodat u met een waarde kort bij uw referentiepunt (of in ieder geval boven de 2) de winter in kunt gaan. Blijft u ook in deze periode goed verversen, de koi zijn bezig zich klaar te maken voor de overwintering en hun stofwisseling maakt overuren om voldoende energie op te slaan voor de winter (in vetten). Het is vaak in de periode september/oktober dat uw koi maar blijven vragen om voedsel. U kunt dit gerust aanbieden, maar denk eraan dat elk korreltje invloed heeft op de uiteindelijke leefomgeving dus meet met beleid!