alkaliteit | Waterkwaliteit | Alle belangrijke waterwaardes en afhankelijkheden op een rijtje

Waterkwaliteit

noodzaak voor ontwikkeling

GH en KH

GH en KH


De GH en KH zijn eigenlijk afkortingen:

  • KH staat voor "Carbonaat hardheid", waarvan de Duitse vertaling Karbonat Härte is
  • GH staat voor "Totale hardheid", waarvan de Duitse vertaling Gesamt Härte is

De totale hardheid: GH

De totale hardheid geeft het totaal van alle in het water opgeloste Aard-alkali ionen weer. Aard-alkali ionen zijn hierbij ionen als:
• Calcium
• Magnesium
• Strontium
• Barium
• Beryllium
• Radium

De laatste vier komen alleen in zeer lage concentraties voor (spoorelementen). Men kan dus stellen dat de GH een maat is voor het aantal opgelost Calcium (Ca2+) en Magnesium (Mg2+)ionen. Hoe meer magnesium en calcium in het water, des te groter de GH.

De carbonaat hardheid, KH

De carbonaathardheid geeft aan hoeveel carbonaat (CO32-) en bicarbonaat (HCO3-) ionen in het water aanwezig zijn. Hoe meer carbonaat en bicarbonaat ionen des te groter de KH. De carbonaathardheid wordt ook wel de "alkaliteit" genoemd. Hoe meer carbonaat/bicarbonaat aanwezig is, des te alkalischer het water.

Zoals gesteld geeft de GH het aantal aardalkali ionen weer en geeft de KH het aantal (waterstof)carbonaat ionen weer. Nou willen die carbonaat ionen zich graag verbinden met de aardalkali ionen. Maar niet alleen carbonaten binden aan die aardalkali ionen. Ook andere stoffen als sulfaten, fosfaten e.d. kunnen aan de aardalkali ionen binden. De KH is derhalve tijdelijk en aan schommelingen onderhevig (lees: dalingen) vanwege deze vormingen van verbindingen.

De permanente hardheid, NKH

De permanente hardheid staat ook wel bekend als NKH (Nicht Karbonat Härte). Dit is de hardheid (aantal Calcium en Magnesium ionen) die er over blijft nadat het water gekookt is.


Samenvattend geldt dus:



Hoe kunnen de KG en GH onafhankelijk van elkaar beinvloedbaar zijn

Door verschillende stoffen toe te voegen kun je de KH en de GH beïnvloeden. Het principe hierachter is:

  • Toevoegen van aardalkalien verhoogt de GH
  • Toevoegen van (bi)carbonaten verhoogt de KH
  • Toevoegen van andere stoffen heeft geen invloed op de KH of GH



* Door toevoegen van OH- zal CO2 en OH- kunnen reageren tot HCO3- daardoor stijgt de KH indirekt toch nog.

Hieruit blijkt tevens dat het mogelijk is om de KH-waarde boven de GH-waarde uit te laten stijgen. De naam KH-waarde zet de koi-hobbyist geregeld op het verkeerde been. Dit wordt mede ingegeven door de test-setjes die alle (bi)carbonaat-ionen meten en vervolgens een waarde presenteren. Eigenlijk wordt daardoor dus niet de KH-waarde dat slechts een deel daarvan is. Het is dan ook beter om te spreken over het zuurbindend vermogen (ZBV) want dat is wat het test-setje meet: er wordt bepaald hoeveel H+ ionen er nodig zijn om de (bi)carbonaten af te breken (dus hoeveel zuur het kan binden). Aangezien H+ ionen ontstaan in het nitrificerende proces is het raadzaam het zuurbindend vermogen regelmatig te meten!!! Ook al moeten we dat doen met een test-setje dat daar eigenlijk niet goed in is...

Bron: Chemie in het aquarium