Voeding | Wat is (het belang van) goede voeding

Voeding

van koolhydraten tot mineralen

Voeding: alle aspecten van goede voeding

Voeding: alle aspecten van goede voeding


Zonder een goede en uitgebalanceerde voeding zal geen enkel levend organisme goed kunnen ontwikkelen. Het is om deze reden dat extra aandacht voor de voeding van uw koi heeft geleid tot het ontstaan van deze plank in de bibliotheek. Nutriënten, stoffen die nodig zijn voor de groei en instandhouding van het lichaam en een goede functie van weefsel en organen borgen, moeten voldoende aanwezig zijn in de aangeboden voeding.

De gewone karper bestaat voor meer dan 60% uit water en in totaal voor 30% uit eiwitten en vetten. Zo'n 7% van het totaalgewicht wordt ingenomen door mineralen en spoorelementen, ongeveer 1% door koolhydraten en minder dan 0.01% door vitamines. Omdat deze nutriënten vrijwel alleen kunnen worden onttrokken uit het aangeboden voedsel is deze een exclusieve bron van bouwstenen van het lichaam.

Op deze schap vindt u allerlei artikelen over ingrediënten en bouwstoffen van goede voeding.

Voert u wel voldoende?

Voert u wel voldoende?


Het is geen groot geheim dat voeding een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van koi. Naast het bieden van de
juiste temperaturen is het vermoedelijk de één na belangrijkste parameter die de hobbyist kan beïnvloeden (de genen zijn wat dat betreft de meest belangrijke parameter, want wat er niet in zit zal ook nooit gerealiseerd kunnen worden, de genen maximaliseren het potentieel van een koi). Goede voeding is essentieel, voeding met zoveel mogelijk “eigen” eiwitten met een hoge eiwit-benutting tijdens de groei-temperaturen biedt in principe de basis voor succes.

Koi Voederschema

Toch lukt het vaak niet om groei te maximaliseren. Natuurlijk is er in de groei-maanden een duidelijke groei waarneembaar, maar het maximale potentieel benutten is andere koek. In heel veel gevallen is het noodzakelijk om eens te kijken naar je eigen voergedrag. Niet zozeer naar de belangrijke parameters als tijdstip en frequentie en samenstelling van voer, maar gewoon eens naar de absolute hoeveelheid. Hobbyisten voeren zuinig, en dat remt de ontwikkeling van de koi. Voor ons gevoel gaan er kruiwagens vol in, maar heeft u uzelf weleens de vraag gesteld hoeveel u precies voert? En hoeveel voeding de koi eigenlijk nodig zouden hebben bij een bepaalde lengte?

Om hier een gevoel bij te krijgen hebben wij voor u een eenvoudig en breed geaccepteerd voedingsschema gesmeden, dat u kunt downloaded op de
download-pagina. U vult daar de gegevens van uw koi in, en geeft aan hoe de body van de koi is op dat moment. Binnen het schema wordt dan een referentie-gewicht opgezocht voor de specifieke koi met kenmerken, en u kunt dan aflezen hoeveel voedingen nodig is bij een bepaalde watertemperatuur. Immers, een koi is koudbloedig dus naast aangepaste voeding per seizoen moet ook de hoeveelheid steeds bijgeschaafd worden, want hoe hoger de watertemperatuur hoe beter het metabolisme van de koi en de voedingsopname werkt.

Is het schema zaligmakend? Nee, wanneer uw koi moeite hebben om de hoeveelheid voeding op te nemen dan belast u het water extra, koi hebben niet een permanente en constante drang naar voeding. Op sommige dagen of tijdstippen eten ze zelfs weleens helemaal niet, of wanneer bijvoorbeeld keeltanden opspelen is de drang naar voeding ook niet hoog. U moet het dus met enige behoedzaamheid gebruiken en het
gebruiken als leidraad. In de toelichting van het schema in het bestand vindt u hierover meer informatie.

Probeer het eens, speel ermee, en krijg inzicht in lichaamstoename per centimeter en bijbehorende benodigde voeding. Het maakt u bewust van hoeveel u voert, en geeft u een referentiekader waardoor u zeker weet dat de hoeveelheid voeding past bij uw bestand. U gaat dit beslist terugzien in de ontwikkeling van uw Koi!



Het voedingsschema is gerealiseerd in Microsoft Excel, u kunt een gratis viewer downloaden.

Een ideaal supplement: garnalen!

Een ideaal supplement: garnalen!


Een uitgebalanceerd dieet is randvoorwaardelijk voor de gezondheid van uw koi. De verschillende merken koivoeders schieten als paddestoelen uit de grond, waarmee een ondoorgrondelijk oerwoud van merken, marketing en beweringen wordt gecreëerd. Je ziet door de bomen het bos niet meer, terwijl iedere hobbyist weet (of zou moeten weten) dat een koi-korrel (een pellet) in principe alle voedingsstoffen zou moeten bevatten die nodig zijn in een uitgebalanceerd dieet. Vanuit deze optiek is een alternatieve voeding in principe ook niet nodig, noodzakelijke afwisseling van voeding is niet van toepassing op onze koi maar het bewustzijn van de mens knaagt permanent aan deze pijler van gezonde voeding. "Effe snacken" is voor ons een welkome afwisseling, en op zich is dat voor onze koi natuurlijk ook (hierbij geldt natuurlijk wel de stelregel dat als er "te" voorstaat de balans doorslaat naar de verkeerde kant). Supplementen gebruiken naast de reguliere pellet kan een mogelijkheid zijn als u deze variatie aan voedselaanbod aan zou willen brengen. En een zeer goed voorbeeld daarvan is de Hollandse garnaal:

Garnalen als supplement op koivoeder(Hollandse garnaal

De voedingswaarde


Een zeer welkom supplement is... Hollandse garnalen! Het is voor de koi van groot belang om voedingsstoffen aangeboden te krijgen die zoveel mogelijk lichaamseigen zijn of komen uit het aquatisch milieu waarin hij leeft. Wat dat betreft schiet u met garnalen natuurlijk direct in de roos, ze behoren tot de natuurlijke voedingsstoffen "in het wild"! Een betere match is haast niet denkbaar.

Er zijn legio garnalen-soorten op deze aardbol, maar over het algemeen kan men stellen dat een garnaal weinig vetten bevat, en boordevol staat met eiwitten en vrij zijn van koolhydraten (suikers). Deze eiwitten zijn een zeer belangrijke bron voor ontwikkeling van onze koi en de benutting (NEB) van de eiwitten van de garnaal is zeer hoog. Dit betekent dat de koi maximaal in staat is om de eiwitten op te nemen en aan het werk te zetten voor de zaken die wij in onze vijvers graag zien! Wel dient direct opgemerkt te worden dat een dieet dat alleen bestaat uit garnalen niet afdoende is voor onze koi, het is een supplement en geen substituut!

De voedingswaarde van de Hollandse garnaal is opgenomen in de voedingstabel (per 100 gram):

Voedingstabel van de Hollandse garnaal

Wetenswaardigheden over de garnaal


Garnalen hebben een zogenaamd "exo-skelet". Dit betekent dat het dier geen geraamte (botten) heeft, maar dat de schil zorgt voor bescherming: een echt pantser. Dit pantser is, voor de culinairen onder ons, vaak niet interessant om op te dienen. De herkomst van het gezegde "uit je vel springen" zou hier weleens gelegen kunnen hebben, door de groei van de garnaal past het skelet op een gegeven moment niet meer en de natuur heeft ervoor gezorgd dat de garnaal daadwerkelijk uit het skelet kan springen! De garnaal is op dat moment erg kwetsbaar, want zijn nieuwe jasje wat hij onder het oude skelet al had opgebouwd, is nog flexibel om op maar te maken, maar biedt op dat moment even geen bescherming: het is een vlies wat na een paar uren weer is uitgehard tot een nieuw skelet! En het oude skelet? Dat zit vol met bouwstoffen en wordt door dezelfde garnaal weer netjes opgeruimd en gerecycled, natuurlijke efficiëntie in het kwadraat!

Het pantser van de garnaal is voor ons echter niet eetbaar, en in vele restaurants priegelt men het kleine stukje vlees uit de garnaal door het exo-skelet te "kraken". Toch is ook dit skelet van waarde als het gaat om de voedingswaarde van onze koi: het staat bol van de calcium en kalk en een koi kan een dergelijk hapje dan ook niet weerstaan. Hollandse garnalen kunnen dus in zijn/haar geheel opgediend worden aan onze koi, met "huid en haar".

Garnalen en seizoenen


Garnalen zijn ook een van de weinige supplementen die men het gehele jaar door kan voeren! Omdat een garnaal praktisch alleen bestaat uit eiwitten, en de natuur ervoor zorgt dat de eiwitopname zo lang mogelijk doorgaat, is er geen restrictie om uw koi hiermee te verwennen. Natuurlijk, vanwege de koudbloedigheid van onze koi en de daarmee gepaarde daling van de stofwisseling bij daling van temperatuur, wordt de hoeveelheid op het seizoen afgestemd maar het is en blijft een zeer verantwoordelijke snack! En in het voorjaar, wanneer de stofwisseling weer op gang komt, is de benutting van eiwitten al snel weer op volle oorlogsterkte.

Prijs en prestatie


Nu weten we allemaal dat de prijzen van Hollandse garnalen soms de pan uitrijzen, en de garnalenpellers (herintreders of niet...) het produkt al hebben gedaan van het exo-skelet om het smakelijk te kunnen opdienen. Zo'n mooi opgemaakt produkt heeft handelingen ondergaan die de prijs opdrijven en die voor onze toepassing niet hadden gehoeven. Daar heeft de consument zelf om gevraagd maar onze koi natuurlijk niet... Toch zijn er alternatieven mogelijk, en zijn er in de handel ook garnalen verkrijgbaar die misschien niet mooi genoeg zijn om op te dienen en goedkoper worden verkocht. Deze garnalen worden vaak aangeboden als bron voor vissoepen, en worden per kilo verkocht in bevroren verpakking.

Bij de Duitse winkelketels en de groothandels kan men deze verpakkingen vaak vinden, de koploper hierin is de groothandel "Sligro" die het diepgevroren basis-produkt verkopen voor een prijs onder de 3 euro per kilogram. En zeg nu eerlijk, waar vindt men een betere prijs/prestatie-verhouding als het gaat om de voeding van onze koi bij dergelijke bedragen?

Netto Eiwit Benutting (NEB)

Netto Eiwit Benutting (NEB)


De Netto Eiwit Benutting (NEB) is indicatief voor de mate waarin een eiwit geschikt is om opgenomen en verwerkt te worden. Deze NEB wordt uitgedrukt in een percentage, hoe hoger dit percentage hoe beter eiwit benut kan worden. Een algemeen geaccepteerde norm is dat de NEB ongeveer 70% (of hoger) moet zijn, oftewel de bestanddelen moeten ervoor zorgen dat er een mogelijkheid bestaat dat 70% van de aangeboden eiwitten optimaal benut kan worden. 100% is in de praktijk niet mogelijk, het mengsel van bestanddelen van voeder bestaat nu eenmaal uit goede en minder goede eiwitten.

Karpers zijn het beste in staat om eiwitten uit andere vissen te benutten (zoveel mogelijk lichaamseigen, bestanddeel vismeel). Andere aan eiwitrijke voedingsstoffen met een voor karpers gunstige aminozuren-samenstelling zijn het vlees van kreeftachtigen, mosselvlees, insecten en insectenlarven. Grondstoffen van warmbloedige dieren zoals koeien en varkens hebben een minder gunstige eiwitopbouw voor karpers. Aangezien de grondstoffen voor goede eiwitten over het algemeen duur zijn en fabrikanten hierop neigen te besparen bij het samenstellen van hun formule voor koivoeder, is het van belang om bij een gebruik van een voedingsmiddel niet alleen te kijken naar het totale eiwitpercentage maar ook naar de NEB van de gebruikte eiwitgrondstoffen.

Berekenen van NEB


Met de "biologische waarde" en de "verteerbaarheid" kan de netto eiwit-benutting worden berekend. Onder de NEB van een eiwit verstaat men expliciet het getal dat aangeeft hoeveel grammen lichaamseiwit uit 100 gram voedseleiwit kan worden opgebouwd. De NEB wordt bepaald door de biologische waarde (BW) te vermenigvuldigen met de verteerbaarheid (V). In formulevorm:

NEB = (BW) x (V) /100

Indien de biologische waarde 70 is en de verteerbaarheid 90%, dan is de NEB dus 70 x 90 /100 = 63 (procent). Daar de verteerbaarheid hoogstens 100% kan zijn is de NEB hoogstens gelijk aan de biologische waarde. Het verschil tussen de biologische waarde en de NEB is voor de meeste eiwitten niet groot.

Biologische waarde (BW)


De biologische waarde is een meeteenheid voor de mate waarin een eiwit wordt opgenomen in het lichaam. Hiervoor wordt het eiwit afgebroken zodat het gebruikt kan worden voor de bouw van nieuwe eiwitten in de cellen. In eerste instantie is altijd het eiwit van eieren als referentie gebruikt, maar tegenwoordig heeft men specifieke referentie-eiwitten om ene vergelijking te kunnen maken. Samenvattend is de biologische waarde de mate waarin en hoe snel een eiwit daadwerkelijk wordt gebruikt met een maximale waarde van 100.

Verteerbaarheid (V)


De verteerbaarheid is complexe materie. Voor de berekening wordt uitgegaan van de hoeveelheid stikstof in het voedingsmiddel en de hoeveelheid stikstof uitgescheiden via de faeces (zeg maar gewoon vissenstront...). Voor de bepaling van de echte eiwitverteerbaarheid wordt een correctie gemaakt voor de stikstofverliezen in de faeces bij een eiwitrijke voeding. Zonder deze correctie wordt de schijnbare verteerbaarheid berekend.

Gelukkig zijn voor veel eiwitten zowel de biologische waarde als de verteerbaarheid op de een of andere manier gedocumenteerd. Hiervoor zijn complexe tabellen en computersoftware beschikbaar om de NEB te kunnen berekenen. Bij deze berekening is het dus van groot belang precies te weten hoeveel eiwitten van welke soort de grondstoffen bevatten die ten grondslag liggen aan een koivoeder. Daar ligt een belangrijke indicatie voor de koihouder die verstandig voert: veel koivoeders worden geproduceerd op basis van een standaard korrel, waar middels een "coating-proces" een merk-specifiek laagje op wordt gebracht. Dit is mogelijk ook de reden waarom er nog immer steeds nieuwe koi-voeders op de markt komen. Men kan zich afvragen of deze koivoeders daadwerkelijk een hiaat in onze voederkast invullen, of dat er meegeprofiteerd wordt met de algehele handel omdat voeder nu eenmaal lucratieve business kan zijn. Een ding is wel zeker: de NEB staat er zelden of niet op (!).

Een eerlijk voer


Een "eerlijk" voer vermeldt deze NEB omdat deze van groot belang is. Immers, naast dat je de koi zoveel mogelijk eiwitten wilt laten benutten, vervuilen niet-opgenomen eiwitten je water stelselmatig wat een druk op het aquatische milieu oplevert. Koivoeder waar de NEB niet op staat vermeld kunt u dan ook beter links laten liggen, tenzij u overduidelijk bewijs hebt dat deze rond of boven de 70% ligt. Het niet expliciet vermelden van de NEB kan betekenen dat de echte eiwithoudende ingrediënten niet bekend zijn vanwege het gebruik van een generieke (goedkope) basiskorrel "met een eigen smaakje"! Of omdat het marketingbudget voor de promotie van het voer dermate groot is geweest dat de fabrikant bezuinigt op de kwaliteit van de grondstoffen, en het zich niet kan veroorloven de daadwerkelijke NEB te vermelden. Dat kan natuurlijk ook Winking. Koop dus bewust, en luister naar de ervaringen van mede-hobbyisten met betrekking tot gebruikte voeders. Deze vertellen u meer dan een marketing-folder of publiciteits-stunt u kan wijsmaken.

Het nut van zinkend voer

Het nut van zinkend voer


Drijvend, zinkend, groot, medium, klein, hard, zacht. Voor ieder wat wils zou je zeggen. Maar, als het aan de Koi lag koos ze…? Tja, zo eenvoudig is het niet.

De Karper

Neem nu eens de wilde Karper. Per slot van rekening de oervader van onze Koi en wat de voedselopname en vertering betreft een en dezelfde vis. Karper en Koi zijn bodemwroeters. Hun uitstulpbare bek is een wonderlijk stuk gereedschap, gevormd en geperfectioneerd door eeuwen evolutie. Aan beide zijden van de bek bevinden zich de baarddraden. Deze supergevoelige organen detecteren met gemak minieme hoeveelheden opgeloste stoffen in het water en in de bodem zoals aminozuren, hormonen en andere stoffen. Geleid door de gevoelige baarddraden zweeft, wroet, blaast en zuigt de bek met zijn rubberachtige lippen in uitgeklapte toestand de bodem af op zoek naar voedsel.

Urenlang kan een karper geconcentreerd bezig zijn om op deze manier zijn kostje bij elkaar te scharrelen. Getuige de enorme afmetingen en gewichten van sommige wilde Karpers is deze manier van voedsel vergaren dus zeer succesvol. Dicht boven de bodem in een bij voorkeur troebel water voelt de Karper zich veilig. Gevaar van boven hoeven ze niet te duchten. De Karper zit te diep voor predatoren of wordt aan het zicht onttrokken. Wie goed kijkt naar Koi of Karpers in helder water tijdens dit bodemwroeten, ziet dat het lichaam een lichtelijk schuine stand aanneemt met de kop naar beneden. De uitgeklapte bek komt hierdoor in een bijna volmaakte horizontale stand te staan ten opzichte van de bodem. Efficiëntie in optima forma. De ogen naar voren gericht voor eventuele visuele hulp. In het donker alles op de tast, de smaak, de geur, het perfecte detectievermogen.

Toch zijn Karper en Koi prima in staat om in alle waterlagen hun voedsel te vinden en te consumeren. Op elk gewenste diepte cruisen ze, hun muil wijd open, als duikboten door de wolken watervlooien al waren het walvissen in een school krill. Loerend en behoedzaam naderen ze het wateroppervlak om een ingewaaid insect te verorberen, een stukje brood, wat wilde bloesem, de zaden en peulen van planten en vruchtbomen, het ingewaaide graan van het pas geoogste land. Aan de oppervlakte loert al dan niet terecht gevaar. De Karper reageert instinctief en verdwijnt meestal onmiddellijk de diepte weer in. In de diepte wordt de buit dan verorberd in alle rust en in horizontale stand.

De Koi

Karper en Koi eten dus heel rustig en onbevreesd als ze hun voedsel op de bodem vinden. Door deze rust en veiligheid, plus de optimale stand van hun lichaam ten opzichte van het voedsel op en in de bodem is hun voedselopname en verwerking hiervan optimaal. Dit geldt dus ook voor onze koivijvers. Daarbij zwemt er in iedere koivijver altijd wel één of meerdere nerveuze, schrikkerige Koi die met hun angstige gedrag de hele boel aansteken. Zo’n paniekzaaier maakt van een maaltijd aan de oppervlakte een nerveus en hectisch gebeuren. Niet bepaald bevorderlijk voor een rustige groepsmaaltijd of een optimale vertering. Het is juist die rust en het ontbreken van voedselnijd plus de ideale houding ten opzichte van zinkend voer, die zorgt voor een optimale voedselopname en verwerking. Combineer deze wijze van voeren met een voer van zeer goede kwaliteit en “you need a bigger pond”.

To sink or…

Zinkend voeren hoeft niet bij elke voerbeurt, maar mag ook best 1 keer per dag. Bij voorkeur overdag, omdat Koi in de vroege ochtenduren of in de schemering en ’s nachts van huis uit al een stuk rustiger eten. Van nature zijn dit de momenten van de dag waarop ze het minst te vrezen hebben van natuurlijke vijanden. Het voeren met zinkend voer kent een aantal voordelen:
  • Het voedsel wordt in alle rust en zonder voedselnijd optimaal verwerkt en verteerd. Hierdoor haal je een hoog rendement uit het aangeboden voer, mits het voer natuurlijk van goede kwaliteit is, met een hoog NEB gehalte en een laag suikergehalte.
  • Jonge en vaak schuwe Koi, maar ook oudere exemplaren die angstige en voorzichtige eters zijn, komen vaak ongemerkt veel voer tekort. Dit soort Koi moet het meestal van de restjes of wat verdwaalde pellets hebben om toch nog aan hun kostje te komen. Dergelijke Koi zijn en blijven van nature schuwe en angstige vissen die door hun aard niet alleen te weinig voer binnen krijgen, maar door hun schuwheid ook de rest van de school negatief beïnvloeden. Dit soort Koi zijn zeer gebaat bij zinkend voer en zullen in bijna alle gevallen hun schuwe gedrag direct laten varen.
  • Een ander voordeel is dat zinkend voeren verspreid over de hele vijver er voor zorgt dat de Koi door hun zoektocht en bijbehorende wervelingen de bodem goed schoon houden. Kleine plekjes met vuil of ontlasting belanden zo veel sneller in de bodemdrain(s).

…not to sink

Zijn er ook nadelen aan het voeren met zinkend voer? Ja en nee. Een opmerking vaak gehoord wordt is dat het voer in de bodemdrain verdwijnt. Dit kan voor een groot deel voorkomen door zo ver mogelijk van de drains af te voeren. Ook door niet de hele hoeveelheid ineens te voeren, maar bijvoorbeeld in 2 keer. Zodra de eerste helft op is, kan de tweede er in. Een andere mogelijkheid is door gebruik te maken van een voerplateau op de bodem. Dit kan een simpele schaal met opstaande rand zijn, waar het voer op aangeboden wordt. Slechts een heel klein deel zal dan nog naast de schaal belanden. Vogelbadjes of keramische schalen zijn hiervoor perfect geschikt. Ook een PET-fles of zuigfles aan een koord voorzien van gaatjes kan prima dienst doen als onderwater voerstation. Daarnaast moeten we ook niet vergeten dat er bij het voeren met drijvend voer soms ook maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat het voer in de skimmer verdwijnt. Een ander argument wat soms als nadeel genoemd wordt is het gemis aan contact met de Koi. Als ze bijvoorbeeld uit de hand eten. Dat is onmiskenbaar een feit, maar omdat het voeren met zinkend voer slechts een enkele keer per dag plaatsvindt, blijven er bij de overige drijvend voer beurten voldoende gelegenheden over om dit directe contact in stand te houden.

Inspecteren

Wie zijn vijver helder weet te houden zal bemerken dat Koi die in alle rust boven de bodem zwemt, zoekt en eet, uitstekend is te inspecteren. Sterker nog, regelmatig neemt een Koi op de bodem een bijna verticale houding aan, waarbij de hele onderbuik en de geslachtsstreek zeer goed te zien zijn. Bij uitstek delen van het lichaam waar zich makkelijk kleine beschadigingen of ontstekingen kunnen vormen die dikwijls (te lang) onopgemerkt blijven. Dat is bij het voeren aan de oppervlakte een heel stuk lastiger, mede vanwege het turbulente oppervlak en de hectiek die met het eten aan de oppervlakte gepaard gaat.

Tot slot

Soms zie je bij Koi die nooit gewend zijn geweest om zinkend voer aangeboden te krijgen, vaak de komische reactie, dat ze het voer tevergeefs aan de oppervlakte blijven zoeken, terwijl dit ondertussen naar de bodem dwarrelt. Toch zijn er onder deze Koi altijd wel enkele slimmerds die hun bodemwroetende roots nooit verloochenen en al snel de diepte induiken achter het voer aan. De minder “slimme” Koi zullen weldra volgen. Is het niet de eerste keer, dan zeker de volgende.

Kortom, voeren met zinkend voer is een zeer natuurlijke afwisseling met een hoog rendement en geeft een bijzondere extra dimensie aan het houden en voeren van Koi. Doe er je voordeel (eens) mee!

Copyright 2011 NEDKOI

Mineralen als bouwsteen

Mineralen als bouwsteen


Mineralen zijn anorganische elementen die voor behoud van lichaamsfuncties benodigd zijn in elk dieet. Anorganische elementen zijn chemische verbindingen die over het algemeen gesproken geen koolstofatomen bevatten, zoals mineralen maar ook zouten, metalen en zelfs water.

Mineralen worden onderverdeeld in een tweetal groepen, zijnde de macro- en de micro-mineralen. De indeling is gebaseerd op de mate waarin de hoeveelheid vereist is in de voeding en in de koi zelf.

Macro-mineralen

Elementen zijn natrium, chloride, kalium en fosfor. Deze mineralen regelen de osmotische balans en ondersteunen bij het vormen van een stevig en volgroeid skelet. Wanneer men refereert naar mineralen worden de macro-mineralen bedoeld.

Micro-mineralen

Micro-mineralen zijn verplichte bestanddelen, in kleine hoeveelheden, als bouwstenen voor enzymen en hormoonhuishouding. Gemeenschappelijke sporenelementen zijn koper, chroom, jodium, zink en selenium. Wanneer men refereert naar de sporenelementen worden de micro-mineralen bedoeld ("sporen" omdat er maar een minimale hoeveelheid voor benodigd is).

Mineralen, zowel de macro- als de micro-mineralen dus, dienen in voldoende mate aanwezig te zijn in een dieet. Hoewel de koi via kieuwen en huid in staat is om mineralen op te nemen vanuit de waterhuishouding is dit geen efficiënt proces maar kan wel gezien worden als een extra buffer tegen een mogelijk tekort aan mineralen. Doordat de koi deze dus wat aan kan vullen is het minder verstorend voor de ontwikkeling als er tijdelijk een tekort aan mineralen wordt aangeboden binnen het dieet.

Vitaminen als bouwsteen

Vitaminen als bouwsteen


Vitamines zijn organische verbindingen die benodigd zijn in het dieet voor algehele gezondheid. Deze vitamines kunnen vaak niet door de koi zelf aangemaakt worden, en dienen te worden aangeboden middels voeding. Vitamines zijn onderverdeeld in groepen (A-U), waarbij de vitamines zijn onderverdeeld naar functionele werking. Binnen de vitamines zijn er twee verschillende groepen, namelijk vitamines die in water oplosbaar zijn en vitamines die in vet oplosbaar zijn. In onderstaande tabel worden de vitamines ten opzichte van deze oplosbaarheid aangegeven:

Oplosbaarheid van vitamines

Water-oplosbare vitamines

De B-vitamines spelen een belangrijke rol in de cellulaire stofwisseling. Voorheen werd gedacht dat vitamine B (zoals deze ook wordt genoemd) uit één verbinding bestond, maar later onderzoek heeft uitgewezen dat het uit verschillende stoffen is samengesteld die vaak samenkomen in voedsel. De belangrijkste zijn Choline, Inositol, foliumzuur, pantotheenzuur, biotine en ascorbinezuur (vitamine C). Van deze vitamines is de laatste, vitamine C, waarschijnlijk het meest belangrijk omdat het een krachtige anti-oxidant is en het immuun-systeem van de koi ondersteund.

Vet-oplosbare vitamines

De in vet-oplosbare vitamines betreffen de A-vitamines, retinol (voor het gezichtsvermogen), D-vitamines, cholecaciferollen (botstructuur), E-vitamines, anti-oxidanten en K-vitamines. Van deze vitamines zijn de E-vitamines het belangrijkst vanwege de anti-oxidantale werking.

Het tekort aan vitamines kent verschillende symptomen, maar een verminderde groei is het meest voorkomende symptoom van een vitamine-tekort. Scoliose (geboden ruggengraat symptoom) en donkere verkleuringen kunnen ook gevolgen zijn van een vitamine-gebrek. Het zelf toevoegen van supplementen kan gevaarlijk zijn, omdat al heel snel de vet-oplosbare vitaminen overgedoseerd kunnen worden. Voor een goede dosering van de noodzakelijke vitaminen vertrouwt u het beste op een uitgebalanceerde koi-pellet, overdosering van met name de vet-oplosbare vitaminen kan dodelijk zijn. Ga dan ook niet experimenteren met supplementen!

Koolhydraten / Suikers als bouwsteen

Koolhydraten / Suikers als bouwsteen


Koolhydraten is een verzamelnaam voor zetmeel en suikers. Samen met vetten en eiwitten verzorgen zij de energie voor onze koi. Ze worden ook wel sacchariden of suikers genoemd. De naam "koolhydraat" is afkomstig van de waarneming dat deze stoffen bij verhitten water (hudoor betekent "water") verliezen en er koolstof overblijft. Ze ontstaan in grote hoeveelheden in planten tijdens de fotosynthese en bestaan in drie vormen:

  • enkelvoudige suikers (monosacchariden) als glucose, fructose, ribose en galactose
  • moleculen opgebouwd als twee monosacchariden (disacchariden) als saccharose, maltose en lactose
  • macromoleculen bestaande uit lange ketens opgebouwd uit sacchariden (polysacchariden)

Een enkelvoudige suiker kan direct energie leveren. Ze laten de bloedsuiker snel stijgen maar ook net zo snel weer dalen. Meervoudige suikers bestaan uit een lange keten van suikermoleculen en functioneren als energie-opslag. Koolhydraten als cellulose worden onder noemer "voedingsvezels" gebracht, zij leveren geen energie en worden ook niet verteerd maar dragen bij aan een goede stoelgang.

Zetmeel als bron van suikers
Koolhydraten treft men in koivoer voornamelijk aan in de vorm van zetmeel. Zetmeel is een lange keten van glucose (enkelvoudige suikers):

Zetmeel als polymeer van glucose

Zetmeel is een plantaardige bron van koolhydraten. De zetmeelindustrie raffineert zetmeel uit voornamelijk mais, tapioca, tarwe en aardappelen. Nadien wordt dit bewerkt. Zetmeel kan door omnivoren als de karper vrij effectief verwerkt worden omdat zij verteringsenzymen produceren om zetmeel af te breken ("amylase"). Het verhitten van de grondstof gedurende het extruderen van de korrels tijdens de produktie van koivoer vergroot bovendien de effectieve opname van zetmeel.

Omdat tijdens en vlak na het eten glucose wordt verbrand en energie oplevert, hebben ook koolhydraten een eiwitbesparend effect (zie ook "Vetten"). Er worden altijd meer koolhydraten opgenomen dan het lichaam direct kan gebruiken, de karper houdt als het ware een reserve-voorraad aan die aangesproken wordt als de vrije glucose in het bloed na een tijd is opgebruikt. Dit "tussenstation" is een buffer voor het overdadig aanbieden van koolhydraten, waarbij deze uiteindelijk opgeslagen kunnen worden als vet. Naast eiwitten zijn koolhydraten dan ook een belangrijke oorzaak voor vetafzetting op vitale organen van de vis.

Functie koolhydraten in koivoer
Naast dat koolhydraten een stuk goedkoper zijn dan eiwitten en tevens een leverancier zijn van energie, hebben ze ook de eigenschap dat hiermee een vaste korrel te produceren is. Middels de koolhydraten worden de grondstoffen gebonden zodat er een pellet gemaakt kan worden. Daarnaast wordt het gebruikt als "vulmiddel" om de formule compleet te maken. Immers, met voornamelijk eiwitten en vetten in verantwoorde hoeveelheden in percentages vullen koolhydraten dit aan tot 100% (naast bestanddelen als ruwe as, mineralen en andere toevoegingen). Hierdoor zijn de basisingrediënten van een koivoer gebaseerd op eiwitten, vetten en koolhydraten.

Richtlijnen voor koivoeder (Bron: Internet forum)

Koolhydraten: Kort maar Krachtig
  • Een koolhydraatpercentage van 30 à 40% is optimaal.
  • Net als vetten hebben koolhydraten een 'eiwitbesparend' effect.
  • Koolhydraten zijn minder energierijk dan vetten, maar geven hun energie sneller af.
  • Voedingsvezels bevorderen de spijsvertering.
  • Zetmeel levert niet alleen energie, maar dient daarnaast ook als bindmiddel.

Vetten / Lipiden als bouwsteen

Vetten / Lipiden als bouwsteen


Vetten ("lipiden") zijn de meest geconcentreerde energiebronnen in een uitgebalanceerde voeding. Vetten doen echter meer dan dat en vormen, net zoals eiwitten, een substantieel bestanddeel van weefsels en structuren. Tevens spelen vetten een belangrijke rol in het metabolisme en in de hormoonhuishouding. In koivoer komen vetten voornamelijk voor in de vorm van triglyceriden, vetzuren, fosfolipiden en cholesterol.

Triglyceride is een verbinding van glycerol en drie vetzuren (Bron: Wikipedia). Het komt voor in natuurlijke vetten en oliën (lipiden). Het is opgebouwd uit glycerol en gekoppeld aan 3 onverzadigde of verzadigde vetzuren. Wanneer er aanspraak gedaan wordt op de opgeslagen energie wordt triglyceride afgebroken tot vetzuren en glycerol, die vervolgens binnen het metabolisme worden omgezet tot energie:

Triglyceride

De voornaamste functie is energie-opslag, wat op grote schaal gebeurt in vetweefsel. Zowel het glycerol als de drie vetzuren kunnen worden verbrand wat ruim twee maal zoveel energie oplevert dan het verbranden van aminozuren of koolhydraten. Vetten zijn daarmee van groot belang voor de energiehuishouding van koi, zonder energie is er ook geen groei of ontwikkeling.

Verzadigde en onverzadigde vetzuren
Er zijn zowel verzadigde als onverzadigde vetzuren, Een verzadigd vetzuur is een vetzuur dat alleen enkelvoudige atoombindingen heeft. Een onverzadigd vetzuur heeft minimaal één dubbele atoombinding. Onverzadigde vetzuren zijn voornamelijk van plantaardige oorsprong, verzadigde vetzuren zijn veelal van dierlijke aard, Hoe meer een onverzadigd een vetzuur is, des te makkelijker deze te verteren is. Onverzadigde vetzuren dan ook als "gezonder" beschouwd dan verzadigde vetzuren. Omega-3 en Omega-6 vetzuren zijn onverzadigde en essentiële vetzuren.

Essentiële vetzuren
Sommige vetzuren kunnen niet door de koi worden aangemaakt, terwijl ze wel benodigd zijn om te functioneren. Deze moeten daarom worden toegevoegd via de voeding. Omega-3 en Omega-6 zijn hier een voorbeeld van en deze kunnen niet worden aangemaakt door de koi. Vismeel, visolie en algen zijn de exclusieve bronnen van essentiële vetzuren en daarom zijn deze grondstoffen van groot belang bij het samenstellen van een goed koivoer. Plantaardige en vetten uit waterdieren verdienen hierbij de voorkeur boven dierlijke vetten.

Functie van vetten
In principe zijn er drie functies voor vetten met betrekking tot koi:

  1. het verbranden van vetten waarbij energie vrijkomt. Het verteren van een (onverzadigd) vet kost niet veel energie terwijl de energiewaarde hoog is. Vetten zijn dan ook de eerste en voornaamste energiebron van koi.
  2. groei van de koi, fosfolipiden en cholesterol als vetten in koivoer zijn belangrijke bestanddelen van celmembranen
  3. opslag van energie in vetweefsel voor toekomstige aanwending.

Vetten hebben een "eiwitbesparend effect", wat betekent dat groeiresultaten worden verbeterd met een toereikend vetgehalte. Eiwitten zijn niet primair bedoeld voor de levering van energie, indien er te weinig vetten in een voeder zijn opgenomen worden eiwitten gebruikt als energie-leverancier maar de hoeveelheid energie per eenheid is vele malen lager dan bij de omzetting van vet waardoor kostbare eiwitten verkeerd worden ingezet! In de praktijk betekent dit dat als de hoeveelheid eiwitten in een voeder hoog zijn de vetten dit automatisch ook zijn, normaal gesproken is het vetpercentage van een voeder tussen de 8 en 20%.

Richtlijnen voor koivoeder (Bron: Internet forum)

Vetten: Kort maar Krachtig
  • Het eiwitbesparende effect van vetten is het grootst bij een vetgehalte van 10 – 20%.
  • Het optimale vetgehalte van voer is 8 – 20%.
  • Minimaal 2% van het voer moet bestaan uit essentiële vetzuren.
  • Visolie en (zweef)algen zijn hier voorname bronnen van.
  • Plantaardige en mariene vetten worden beter benut dan dierlijke vetten.
  • Vetten zijn belangrijk in hun functie als energieleverancier, maar spelen daarnaast ook een rol bij de groei, hormoonhuishouding en het vitaminetransport.
  • Vetten zijn energierijker dan koolhydraten, maar geven hun energie langzamer af.

Eiwitten / Proteinen als bouwsteen

Eiwitten / Proteinen als bouwsteen


Eiwitten, ook wel proteïnen genoemd, zijn ingewikkelde organische moleculen die bestaan uit een keten van aan elkaar gekoppelde stikstofhoudende verbindingen: aminozuren. Eiwitten zijn essentieel voor organismen en zitten onder andere in peulvruchten, vleeswaren, gevogelte, eieren, vis, zuivelproducten en noten. Eiwitten spelen een primaire rol in het metabolisme en enzymatische reacties Ook spelen eiwitten (aminozuren) een rol in het transport van vitamines, mineralen en bijvoorbeeld zuurstof. Daarnaast zijn eiwitten onmisbare bouwstenen voor verschillende weefsels en organen.

Er zijn ongeveer 300 aminozuren bekend, waarvan er slechts 20 voorkomen in natuurlijke eiwitten. Door het combineren van deze verschillende aminozuren kunnen vele combinaties gemaakt worden (eiwitten). Terwijl het ene eiwit kan bestaan uit enkele tientallen aminozuren kan een ander eiwit wel zijn samengesteld uit duizenden schakels van aminozuren. Elk eiwit wordt hierbij aangemaakt volgens een specifiek bouwplan. Een eiwit kan dan ook gedefinieerd worden als een keten van gecombineerde aminozuren die het specifieke eiwit een unieke samenstelling geeft:

Structuur van een eiwit bestaande uit ketens van aminozuren

Essentiële en niet-essentiële eiwitten
Bij de verschillende aminozuren waaruit eiwitten bestaan wordt onderscheid gemaakt tussen essentiële en niet-essentiële eiwitten. Het verschil hiertussen is of de koi deze wel of niet zelf kan aanmaken. Onder de essentiële eiwitten verstaat men die eiwitten die NIET zelf aangemaakt kunnen worden. De enige manier om toch over deze eiwitten te kunnen beschikken is middels voeding. Niet-essentiële eiwitten kunnen door de koi zelf worden aangemaakt. Een tekort aan essentiële eiwitten leidt tot een verstoord metabolisme en lichamelijke ongemakken. Met betrekking tot de karper is bekend dat de volgende essentiële aminozuren minimaal aanwezig moeten zijn gebaseerd op een voer dat bestaat uit 38.5% uit eiwitten (Bron: Protein and amino acid requirmenets of fishes):

Essentiele aminozuren benodigd in koivoeding

Kijkt men naar de afkomst van eiwitten, dan kan onderscheid gemaakt worden in plantaardige en dierlijke eiwitten. Uit onderzoek naar het eetgedrag van natuurlijke karpers is geconcludeerd dat het natuurlijke voedselaanbod (plankton, ongewervelde dieren) rijk is aan eiwitten en een goede basis aan aminozuren bevat. De voedingswaarde van eiwitten is niet van allen gelijk, deze wordt bepaald door de mate waarin de karper in staat is deze te verteren (af te breken) en van daaruit dus afhankelijk van de aminozuur-compositie.
Er kan gesteld worden dat hoe meer de samenstelling van een eiwit overeenkomt met de samenstelling van lichaamseigen eiwitten des te beter het kan worden benut. Een goed koivoer bevat dan ook eiwitten die het meeste lijken op deze natuurlijke eiwitten. Dit is ook de reden waarom in de betere koivoeders gebruik gemaakt wordt van vismeel en/of garnalenmeel.

Eiwitten en seizoenen
In de darmen van de koi worden de eiwitten onder invloed van enzymen afgebroken tot aminozuren. Het resultaat van deze afbraak zijn individuele aminozuren die door de koi weer kunnen worden gebruikt voor het maken van nieuwe eiwitten. De efficiëntie en de mate van vertering is afhankelijk van temperatuur en kent een optimum tussen de 22 en 28 graden. In het voorseizoen, naseizoen of winter kan een karper dan ook praktisch tot niets met een eiwitrijk voedsel! Het verteren van eiwitten kost de karper relatief veel energie, en deze energie is pas echt aanwezig wanneer de watertemperaturen zomerse waarden hebben.

Een te hoog aanbod van eiwitten kan leiden tot de opslag van energie (anabolisme). Overschot aan aminozuren wordt dan omgezet naar vetten en opgeslagen in de lever in vetweefsel. Bij langdurig gebruik van eiwitrijk voedsel kan dit tot schade leiden aan organen en treedt vervetting op. In de jonge jaren van een koi is dit risico minimaal, door de aanwezigheid van groeihormonen worden aminozuren weer tot eiwitten gevormd en als bouwsteen ingezet voor de groei. Aangezien jonge koi (tot en met vier jaar) in deze jaren het maximum aan groeihormonen produceren wordt de meeste groei dan ook in deze jaren, met voldoende aanbod van eiwitten, gerealiseerd. Na deze jaren neemt de hoeveelheid groeihormonen af en is er minder behoefte aan eiwitten. Het is om deze reden dat een volwassen koi andere voedingsbehoeften heeft dan een koi in de groei! En vervetting dus met name optreedt bij koi die de vier jaar gepasseerd zijn.

Eiwitten en waterkwaliteit
De eiwitten die u aanbiedt aan uw koi hebben dus nogal een invloed op de algehele ontwikkeling en gezondheid op de langere termijn. Houdt u hier dan ook rekening mee, en zet uw koi op een permanent dieet om ervoor te zorgen dat er geen overdadige hoeveelheid aan eiwitten wordt aangeboden! Uw vijver geeft u signalen als dit aan de orde kan zijn, veel schuim op het waarde is indicatief voor een overvloed aan eiwitten die de koi niet heeft kunnen benutten. Indien u dan ook 's zomers veel last heeft van schuim op het water, pak uw voederzak er dan eens bij en bestudeert u het etiket goed. Niet zelden heeft u een voer te pakken met een hoog eiwitpercentage (of vetpercentage), en is uw schuim indicatief voor de mate waarin de koi in staat is de eiwitten te gebruiken. Niet zelden betreft dit (goedkoop) bulkvoer dat een hoge mate aan eiwitten bevat voortkomend uit warmbloedige dieren. Uw koi kunnen deze niet efficiënt afbreken waardoor deze via de ontlasting uw water direct vervuilen. En mocht u er zeker van zijn dat uw voer voldoende kwaliteit en een hoge NEB heeft, probeer dan een uitgebalanceerd dieet samen te stellen want mogelijk voert u dan teveel... goedkoop voer en goed voer zijn in deze twee tegenstellingen, het is de kwaliteit van de grondstoffen die de kwaliteit van het koivoer bepalen en goede ingrediënten zijn niet goedkoop helaas.

Richtlijnen voor koivoeder (Bron: Internet forum)

Eiwitten: Kort maar Krachtig
  • 1 g eiwit per kg lichaamsgewicht Koi per dag is het absolute overlevingsminimum.
  • 7 à 8 g eiwit per kg lichaamsgewicht Koi per dag geeft de meest efficiënte benutting van eiwitten.
  • 12 g eiwit per kg lichaamsgewicht Koi per dag geeft aanleiding tot de beste groeiresultaten, maar resulteert echter ook in een enorme belasting van het filter.
  • 35% proteïnevoer, bij een benutting van 80%, waarbij men 3% van het totale lichaamsgewicht voedert per dag, geeft onder de ideale omstandigheden een (spier)massatoename van 0,58 gram per dag per 100 g lichaamsgewicht.
  • Het optimale eiwitpercentage voor karpers is gesteld op 30 – 35%.
  • Voederfabrikanten zouden de Biowaarde (BW) en Netto Eiwit Benutting (NEB) van hun producten op de commerciële verpakkingen moeten weergeven. De norm voor de NEB is 70%.
  • Voeders moeten op zijn minst voldoende voorzien in de 12 essentiële aminozuren.
  • De voornaamste rol van een eiwit is structuur (groei en herstel). Ook kan zij worden gebruikt als energiebron (bijv. bij vasten) of worden omgezet in vet en vervolgens worden opgeslagen in vetweefsel (vnl. bij overvoeren).
  • Vismeel is een dure, maar zeer geschikte grondstof voor eiwitten in visvoeders. Ook andere mariene grondstoffen worden gunstig bevonden. Plantaardige eiwitgrondstoffen, behalve sojameel, zijn minder geschikt.

Metabolisme van de koi

Metabolisme van de koi


Metabolisme is de verzamelnaam voor alle chemische processen in het lichaam. Metabolisme wordt ook wel "stofwisseling" genoemd (vanuit het Grieks" "metabolosmos" = verandering of omzetting") en is het geheel aan biochemische processen die plaatsvindt in cellen en organismen. De stofwisseling heeft onder andere de volgende functies (Bron: Wikipedia):

  • de aanmaak van reservestoffen
  • de opname van stoffen
  • het vrijmaken van energie uit onder andere opgenomen stoffen
  • het gebruik van bouwstoffen en energie als bron voor alle processen
  • het verwerken van afvalstoffen
  • een bepaald teveel aan opbouwstoffen elimineren

Metabolisme kan onderverdeeld worden in "katabolisme" en "anabolisme":

  1. Katabolisme is de afbraak van stoffen, waarbij energie vrijkomt. Dit is een vorm van verbranding (dissimilatie).
  2. anabolisme is de opbouw van stoffen, waarbij energie vastgelegd wordt (assimilatie)

Hoewel katabolisme en ananolisme tegenovergesteld zijn aan elkaar vinden ze beiden bijna altijd tegelijkertijd plaats, echter steeds in verschillende verhoudingen. Vooral (groei)hormonen, watertemperatuur en het voedselaanbod zelf zijn verantwoordelijk voor de regulatie van beide componenten. Zo zal een koi in het voorjaar primair al haar energie stoppen in de ontwikkeling van eieren (katabolisme) terwijl in de herfst juist primair veel energie wordt gebruikt voor het creëren van reserves voor de winter (anabolisme). In de zomer staat de opbouw voorop (anabolisme).

De samenhang tussen katabolisme en anabolisme in relatie tot metabolisme wordt weergegeven in onderstaande afbeelding (Bron: Wikibooks):

Metabolisme, Katabolisme en Anabolisme in samenhang