Vetten / Lipiden als bouwsteen | Voeding | Wat is (het belang van) goede voeding

Voeding

van koolhydraten tot mineralen

Vetten / Lipiden als bouwsteen

Vetten / Lipiden als bouwsteen


Vetten ("lipiden") zijn de meest geconcentreerde energiebronnen in een uitgebalanceerde voeding. Vetten doen echter meer dan dat en vormen, net zoals eiwitten, een substantieel bestanddeel van weefsels en structuren. Tevens spelen vetten een belangrijke rol in het metabolisme en in de hormoonhuishouding. In koivoer komen vetten voornamelijk voor in de vorm van triglyceriden, vetzuren, fosfolipiden en cholesterol.

Triglyceride is een verbinding van glycerol en drie vetzuren (Bron: Wikipedia). Het komt voor in natuurlijke vetten en oliën (lipiden). Het is opgebouwd uit glycerol en gekoppeld aan 3 onverzadigde of verzadigde vetzuren. Wanneer er aanspraak gedaan wordt op de opgeslagen energie wordt triglyceride afgebroken tot vetzuren en glycerol, die vervolgens binnen het metabolisme worden omgezet tot energie:

Triglyceride

De voornaamste functie is energie-opslag, wat op grote schaal gebeurt in vetweefsel. Zowel het glycerol als de drie vetzuren kunnen worden verbrand wat ruim twee maal zoveel energie oplevert dan het verbranden van aminozuren of koolhydraten. Vetten zijn daarmee van groot belang voor de energiehuishouding van koi, zonder energie is er ook geen groei of ontwikkeling.

Verzadigde en onverzadigde vetzuren
Er zijn zowel verzadigde als onverzadigde vetzuren, Een verzadigd vetzuur is een vetzuur dat alleen enkelvoudige atoombindingen heeft. Een onverzadigd vetzuur heeft minimaal één dubbele atoombinding. Onverzadigde vetzuren zijn voornamelijk van plantaardige oorsprong, verzadigde vetzuren zijn veelal van dierlijke aard, Hoe meer een onverzadigd een vetzuur is, des te makkelijker deze te verteren is. Onverzadigde vetzuren dan ook als "gezonder" beschouwd dan verzadigde vetzuren. Omega-3 en Omega-6 vetzuren zijn onverzadigde en essentiële vetzuren.

Essentiële vetzuren
Sommige vetzuren kunnen niet door de koi worden aangemaakt, terwijl ze wel benodigd zijn om te functioneren. Deze moeten daarom worden toegevoegd via de voeding. Omega-3 en Omega-6 zijn hier een voorbeeld van en deze kunnen niet worden aangemaakt door de koi. Vismeel, visolie en algen zijn de exclusieve bronnen van essentiële vetzuren en daarom zijn deze grondstoffen van groot belang bij het samenstellen van een goed koivoer. Plantaardige en vetten uit waterdieren verdienen hierbij de voorkeur boven dierlijke vetten.

Functie van vetten
In principe zijn er drie functies voor vetten met betrekking tot koi:

  1. het verbranden van vetten waarbij energie vrijkomt. Het verteren van een (onverzadigd) vet kost niet veel energie terwijl de energiewaarde hoog is. Vetten zijn dan ook de eerste en voornaamste energiebron van koi.
  2. groei van de koi, fosfolipiden en cholesterol als vetten in koivoer zijn belangrijke bestanddelen van celmembranen
  3. opslag van energie in vetweefsel voor toekomstige aanwending.

Vetten hebben een "eiwitbesparend effect", wat betekent dat groeiresultaten worden verbeterd met een toereikend vetgehalte. Eiwitten zijn niet primair bedoeld voor de levering van energie, indien er te weinig vetten in een voeder zijn opgenomen worden eiwitten gebruikt als energie-leverancier maar de hoeveelheid energie per eenheid is vele malen lager dan bij de omzetting van vet waardoor kostbare eiwitten verkeerd worden ingezet! In de praktijk betekent dit dat als de hoeveelheid eiwitten in een voeder hoog zijn de vetten dit automatisch ook zijn, normaal gesproken is het vetpercentage van een voeder tussen de 8 en 20%.

Richtlijnen voor koivoeder (Bron: Internet forum)

Vetten: Kort maar Krachtig
  • Het eiwitbesparende effect van vetten is het grootst bij een vetgehalte van 10 – 20%.
  • Het optimale vetgehalte van voer is 8 – 20%.
  • Minimaal 2% van het voer moet bestaan uit essentiële vetzuren.
  • Visolie en (zweef)algen zijn hier voorname bronnen van.
  • Plantaardige en mariene vetten worden beter benut dan dierlijke vetten.
  • Vetten zijn belangrijk in hun functie als energieleverancier, maar spelen daarnaast ook een rol bij de groei, hormoonhuishouding en het vitaminetransport.
  • Vetten zijn energierijker dan koolhydraten, maar geven hun energie langzamer af.