Bestanddelen | Voeding | Wat is (het belang van) goede voeding

Voeding

van koolhydraten tot mineralen

Mineralen als bouwsteen

Mineralen als bouwsteen


Mineralen zijn anorganische elementen die voor behoud van lichaamsfuncties benodigd zijn in elk dieet. Anorganische elementen zijn chemische verbindingen die over het algemeen gesproken geen koolstofatomen bevatten, zoals mineralen maar ook zouten, metalen en zelfs water.

Mineralen worden onderverdeeld in een tweetal groepen, zijnde de macro- en de micro-mineralen. De indeling is gebaseerd op de mate waarin de hoeveelheid vereist is in de voeding en in de koi zelf.

Macro-mineralen

Elementen zijn natrium, chloride, kalium en fosfor. Deze mineralen regelen de osmotische balans en ondersteunen bij het vormen van een stevig en volgroeid skelet. Wanneer men refereert naar mineralen worden de macro-mineralen bedoeld.

Micro-mineralen

Micro-mineralen zijn verplichte bestanddelen, in kleine hoeveelheden, als bouwstenen voor enzymen en hormoonhuishouding. Gemeenschappelijke sporenelementen zijn koper, chroom, jodium, zink en selenium. Wanneer men refereert naar de sporenelementen worden de micro-mineralen bedoeld ("sporen" omdat er maar een minimale hoeveelheid voor benodigd is).

Mineralen, zowel de macro- als de micro-mineralen dus, dienen in voldoende mate aanwezig te zijn in een dieet. Hoewel de koi via kieuwen en huid in staat is om mineralen op te nemen vanuit de waterhuishouding is dit geen efficiënt proces maar kan wel gezien worden als een extra buffer tegen een mogelijk tekort aan mineralen. Doordat de koi deze dus wat aan kan vullen is het minder verstorend voor de ontwikkeling als er tijdelijk een tekort aan mineralen wordt aangeboden binnen het dieet.

Vitaminen als bouwsteen

Vitaminen als bouwsteen


Vitamines zijn organische verbindingen die benodigd zijn in het dieet voor algehele gezondheid. Deze vitamines kunnen vaak niet door de koi zelf aangemaakt worden, en dienen te worden aangeboden middels voeding. Vitamines zijn onderverdeeld in groepen (A-U), waarbij de vitamines zijn onderverdeeld naar functionele werking. Binnen de vitamines zijn er twee verschillende groepen, namelijk vitamines die in water oplosbaar zijn en vitamines die in vet oplosbaar zijn. In onderstaande tabel worden de vitamines ten opzichte van deze oplosbaarheid aangegeven:

Oplosbaarheid van vitamines

Water-oplosbare vitamines

De B-vitamines spelen een belangrijke rol in de cellulaire stofwisseling. Voorheen werd gedacht dat vitamine B (zoals deze ook wordt genoemd) uit één verbinding bestond, maar later onderzoek heeft uitgewezen dat het uit verschillende stoffen is samengesteld die vaak samenkomen in voedsel. De belangrijkste zijn Choline, Inositol, foliumzuur, pantotheenzuur, biotine en ascorbinezuur (vitamine C). Van deze vitamines is de laatste, vitamine C, waarschijnlijk het meest belangrijk omdat het een krachtige anti-oxidant is en het immuun-systeem van de koi ondersteund.

Vet-oplosbare vitamines

De in vet-oplosbare vitamines betreffen de A-vitamines, retinol (voor het gezichtsvermogen), D-vitamines, cholecaciferollen (botstructuur), E-vitamines, anti-oxidanten en K-vitamines. Van deze vitamines zijn de E-vitamines het belangrijkst vanwege de anti-oxidantale werking.

Het tekort aan vitamines kent verschillende symptomen, maar een verminderde groei is het meest voorkomende symptoom van een vitamine-tekort. Scoliose (geboden ruggengraat symptoom) en donkere verkleuringen kunnen ook gevolgen zijn van een vitamine-gebrek. Het zelf toevoegen van supplementen kan gevaarlijk zijn, omdat al heel snel de vet-oplosbare vitaminen overgedoseerd kunnen worden. Voor een goede dosering van de noodzakelijke vitaminen vertrouwt u het beste op een uitgebalanceerde koi-pellet, overdosering van met name de vet-oplosbare vitaminen kan dodelijk zijn. Ga dan ook niet experimenteren met supplementen!

Koolhydraten / Suikers als bouwsteen

Koolhydraten / Suikers als bouwsteen


Koolhydraten is een verzamelnaam voor zetmeel en suikers. Samen met vetten en eiwitten verzorgen zij de energie voor onze koi. Ze worden ook wel sacchariden of suikers genoemd. De naam "koolhydraat" is afkomstig van de waarneming dat deze stoffen bij verhitten water (hudoor betekent "water") verliezen en er koolstof overblijft. Ze ontstaan in grote hoeveelheden in planten tijdens de fotosynthese en bestaan in drie vormen:

  • enkelvoudige suikers (monosacchariden) als glucose, fructose, ribose en galactose
  • moleculen opgebouwd als twee monosacchariden (disacchariden) als saccharose, maltose en lactose
  • macromoleculen bestaande uit lange ketens opgebouwd uit sacchariden (polysacchariden)

Een enkelvoudige suiker kan direct energie leveren. Ze laten de bloedsuiker snel stijgen maar ook net zo snel weer dalen. Meervoudige suikers bestaan uit een lange keten van suikermoleculen en functioneren als energie-opslag. Koolhydraten als cellulose worden onder noemer "voedingsvezels" gebracht, zij leveren geen energie en worden ook niet verteerd maar dragen bij aan een goede stoelgang.

Zetmeel als bron van suikers
Koolhydraten treft men in koivoer voornamelijk aan in de vorm van zetmeel. Zetmeel is een lange keten van glucose (enkelvoudige suikers):

Zetmeel als polymeer van glucose

Zetmeel is een plantaardige bron van koolhydraten. De zetmeelindustrie raffineert zetmeel uit voornamelijk mais, tapioca, tarwe en aardappelen. Nadien wordt dit bewerkt. Zetmeel kan door omnivoren als de karper vrij effectief verwerkt worden omdat zij verteringsenzymen produceren om zetmeel af te breken ("amylase"). Het verhitten van de grondstof gedurende het extruderen van de korrels tijdens de produktie van koivoer vergroot bovendien de effectieve opname van zetmeel.

Omdat tijdens en vlak na het eten glucose wordt verbrand en energie oplevert, hebben ook koolhydraten een eiwitbesparend effect (zie ook "Vetten"). Er worden altijd meer koolhydraten opgenomen dan het lichaam direct kan gebruiken, de karper houdt als het ware een reserve-voorraad aan die aangesproken wordt als de vrije glucose in het bloed na een tijd is opgebruikt. Dit "tussenstation" is een buffer voor het overdadig aanbieden van koolhydraten, waarbij deze uiteindelijk opgeslagen kunnen worden als vet. Naast eiwitten zijn koolhydraten dan ook een belangrijke oorzaak voor vetafzetting op vitale organen van de vis.

Functie koolhydraten in koivoer
Naast dat koolhydraten een stuk goedkoper zijn dan eiwitten en tevens een leverancier zijn van energie, hebben ze ook de eigenschap dat hiermee een vaste korrel te produceren is. Middels de koolhydraten worden de grondstoffen gebonden zodat er een pellet gemaakt kan worden. Daarnaast wordt het gebruikt als "vulmiddel" om de formule compleet te maken. Immers, met voornamelijk eiwitten en vetten in verantwoorde hoeveelheden in percentages vullen koolhydraten dit aan tot 100% (naast bestanddelen als ruwe as, mineralen en andere toevoegingen). Hierdoor zijn de basisingrediënten van een koivoer gebaseerd op eiwitten, vetten en koolhydraten.

Richtlijnen voor koivoeder (Bron: Internet forum)

Koolhydraten: Kort maar Krachtig
  • Een koolhydraatpercentage van 30 à 40% is optimaal.
  • Net als vetten hebben koolhydraten een 'eiwitbesparend' effect.
  • Koolhydraten zijn minder energierijk dan vetten, maar geven hun energie sneller af.
  • Voedingsvezels bevorderen de spijsvertering.
  • Zetmeel levert niet alleen energie, maar dient daarnaast ook als bindmiddel.

Vetten / Lipiden als bouwsteen

Vetten / Lipiden als bouwsteen


Vetten ("lipiden") zijn de meest geconcentreerde energiebronnen in een uitgebalanceerde voeding. Vetten doen echter meer dan dat en vormen, net zoals eiwitten, een substantieel bestanddeel van weefsels en structuren. Tevens spelen vetten een belangrijke rol in het metabolisme en in de hormoonhuishouding. In koivoer komen vetten voornamelijk voor in de vorm van triglyceriden, vetzuren, fosfolipiden en cholesterol.

Triglyceride is een verbinding van glycerol en drie vetzuren (Bron: Wikipedia). Het komt voor in natuurlijke vetten en oliën (lipiden). Het is opgebouwd uit glycerol en gekoppeld aan 3 onverzadigde of verzadigde vetzuren. Wanneer er aanspraak gedaan wordt op de opgeslagen energie wordt triglyceride afgebroken tot vetzuren en glycerol, die vervolgens binnen het metabolisme worden omgezet tot energie:

Triglyceride

De voornaamste functie is energie-opslag, wat op grote schaal gebeurt in vetweefsel. Zowel het glycerol als de drie vetzuren kunnen worden verbrand wat ruim twee maal zoveel energie oplevert dan het verbranden van aminozuren of koolhydraten. Vetten zijn daarmee van groot belang voor de energiehuishouding van koi, zonder energie is er ook geen groei of ontwikkeling.

Verzadigde en onverzadigde vetzuren
Er zijn zowel verzadigde als onverzadigde vetzuren, Een verzadigd vetzuur is een vetzuur dat alleen enkelvoudige atoombindingen heeft. Een onverzadigd vetzuur heeft minimaal één dubbele atoombinding. Onverzadigde vetzuren zijn voornamelijk van plantaardige oorsprong, verzadigde vetzuren zijn veelal van dierlijke aard, Hoe meer een onverzadigd een vetzuur is, des te makkelijker deze te verteren is. Onverzadigde vetzuren dan ook als "gezonder" beschouwd dan verzadigde vetzuren. Omega-3 en Omega-6 vetzuren zijn onverzadigde en essentiële vetzuren.

Essentiële vetzuren
Sommige vetzuren kunnen niet door de koi worden aangemaakt, terwijl ze wel benodigd zijn om te functioneren. Deze moeten daarom worden toegevoegd via de voeding. Omega-3 en Omega-6 zijn hier een voorbeeld van en deze kunnen niet worden aangemaakt door de koi. Vismeel, visolie en algen zijn de exclusieve bronnen van essentiële vetzuren en daarom zijn deze grondstoffen van groot belang bij het samenstellen van een goed koivoer. Plantaardige en vetten uit waterdieren verdienen hierbij de voorkeur boven dierlijke vetten.

Functie van vetten
In principe zijn er drie functies voor vetten met betrekking tot koi:

  1. het verbranden van vetten waarbij energie vrijkomt. Het verteren van een (onverzadigd) vet kost niet veel energie terwijl de energiewaarde hoog is. Vetten zijn dan ook de eerste en voornaamste energiebron van koi.
  2. groei van de koi, fosfolipiden en cholesterol als vetten in koivoer zijn belangrijke bestanddelen van celmembranen
  3. opslag van energie in vetweefsel voor toekomstige aanwending.

Vetten hebben een "eiwitbesparend effect", wat betekent dat groeiresultaten worden verbeterd met een toereikend vetgehalte. Eiwitten zijn niet primair bedoeld voor de levering van energie, indien er te weinig vetten in een voeder zijn opgenomen worden eiwitten gebruikt als energie-leverancier maar de hoeveelheid energie per eenheid is vele malen lager dan bij de omzetting van vet waardoor kostbare eiwitten verkeerd worden ingezet! In de praktijk betekent dit dat als de hoeveelheid eiwitten in een voeder hoog zijn de vetten dit automatisch ook zijn, normaal gesproken is het vetpercentage van een voeder tussen de 8 en 20%.

Richtlijnen voor koivoeder (Bron: Internet forum)

Vetten: Kort maar Krachtig
  • Het eiwitbesparende effect van vetten is het grootst bij een vetgehalte van 10 – 20%.
  • Het optimale vetgehalte van voer is 8 – 20%.
  • Minimaal 2% van het voer moet bestaan uit essentiële vetzuren.
  • Visolie en (zweef)algen zijn hier voorname bronnen van.
  • Plantaardige en mariene vetten worden beter benut dan dierlijke vetten.
  • Vetten zijn belangrijk in hun functie als energieleverancier, maar spelen daarnaast ook een rol bij de groei, hormoonhuishouding en het vitaminetransport.
  • Vetten zijn energierijker dan koolhydraten, maar geven hun energie langzamer af.

Eiwitten / Proteinen als bouwsteen

Eiwitten / Proteinen als bouwsteen


Eiwitten, ook wel proteïnen genoemd, zijn ingewikkelde organische moleculen die bestaan uit een keten van aan elkaar gekoppelde stikstofhoudende verbindingen: aminozuren. Eiwitten zijn essentieel voor organismen en zitten onder andere in peulvruchten, vleeswaren, gevogelte, eieren, vis, zuivelproducten en noten. Eiwitten spelen een primaire rol in het metabolisme en enzymatische reacties Ook spelen eiwitten (aminozuren) een rol in het transport van vitamines, mineralen en bijvoorbeeld zuurstof. Daarnaast zijn eiwitten onmisbare bouwstenen voor verschillende weefsels en organen.

Er zijn ongeveer 300 aminozuren bekend, waarvan er slechts 20 voorkomen in natuurlijke eiwitten. Door het combineren van deze verschillende aminozuren kunnen vele combinaties gemaakt worden (eiwitten). Terwijl het ene eiwit kan bestaan uit enkele tientallen aminozuren kan een ander eiwit wel zijn samengesteld uit duizenden schakels van aminozuren. Elk eiwit wordt hierbij aangemaakt volgens een specifiek bouwplan. Een eiwit kan dan ook gedefinieerd worden als een keten van gecombineerde aminozuren die het specifieke eiwit een unieke samenstelling geeft:

Structuur van een eiwit bestaande uit ketens van aminozuren

Essentiële en niet-essentiële eiwitten
Bij de verschillende aminozuren waaruit eiwitten bestaan wordt onderscheid gemaakt tussen essentiële en niet-essentiële eiwitten. Het verschil hiertussen is of de koi deze wel of niet zelf kan aanmaken. Onder de essentiële eiwitten verstaat men die eiwitten die NIET zelf aangemaakt kunnen worden. De enige manier om toch over deze eiwitten te kunnen beschikken is middels voeding. Niet-essentiële eiwitten kunnen door de koi zelf worden aangemaakt. Een tekort aan essentiële eiwitten leidt tot een verstoord metabolisme en lichamelijke ongemakken. Met betrekking tot de karper is bekend dat de volgende essentiële aminozuren minimaal aanwezig moeten zijn gebaseerd op een voer dat bestaat uit 38.5% uit eiwitten (Bron: Protein and amino acid requirmenets of fishes):

Essentiele aminozuren benodigd in koivoeding

Kijkt men naar de afkomst van eiwitten, dan kan onderscheid gemaakt worden in plantaardige en dierlijke eiwitten. Uit onderzoek naar het eetgedrag van natuurlijke karpers is geconcludeerd dat het natuurlijke voedselaanbod (plankton, ongewervelde dieren) rijk is aan eiwitten en een goede basis aan aminozuren bevat. De voedingswaarde van eiwitten is niet van allen gelijk, deze wordt bepaald door de mate waarin de karper in staat is deze te verteren (af te breken) en van daaruit dus afhankelijk van de aminozuur-compositie.
Er kan gesteld worden dat hoe meer de samenstelling van een eiwit overeenkomt met de samenstelling van lichaamseigen eiwitten des te beter het kan worden benut. Een goed koivoer bevat dan ook eiwitten die het meeste lijken op deze natuurlijke eiwitten. Dit is ook de reden waarom in de betere koivoeders gebruik gemaakt wordt van vismeel en/of garnalenmeel.

Eiwitten en seizoenen
In de darmen van de koi worden de eiwitten onder invloed van enzymen afgebroken tot aminozuren. Het resultaat van deze afbraak zijn individuele aminozuren die door de koi weer kunnen worden gebruikt voor het maken van nieuwe eiwitten. De efficiëntie en de mate van vertering is afhankelijk van temperatuur en kent een optimum tussen de 22 en 28 graden. In het voorseizoen, naseizoen of winter kan een karper dan ook praktisch tot niets met een eiwitrijk voedsel! Het verteren van eiwitten kost de karper relatief veel energie, en deze energie is pas echt aanwezig wanneer de watertemperaturen zomerse waarden hebben.

Een te hoog aanbod van eiwitten kan leiden tot de opslag van energie (anabolisme). Overschot aan aminozuren wordt dan omgezet naar vetten en opgeslagen in de lever in vetweefsel. Bij langdurig gebruik van eiwitrijk voedsel kan dit tot schade leiden aan organen en treedt vervetting op. In de jonge jaren van een koi is dit risico minimaal, door de aanwezigheid van groeihormonen worden aminozuren weer tot eiwitten gevormd en als bouwsteen ingezet voor de groei. Aangezien jonge koi (tot en met vier jaar) in deze jaren het maximum aan groeihormonen produceren wordt de meeste groei dan ook in deze jaren, met voldoende aanbod van eiwitten, gerealiseerd. Na deze jaren neemt de hoeveelheid groeihormonen af en is er minder behoefte aan eiwitten. Het is om deze reden dat een volwassen koi andere voedingsbehoeften heeft dan een koi in de groei! En vervetting dus met name optreedt bij koi die de vier jaar gepasseerd zijn.

Eiwitten en waterkwaliteit
De eiwitten die u aanbiedt aan uw koi hebben dus nogal een invloed op de algehele ontwikkeling en gezondheid op de langere termijn. Houdt u hier dan ook rekening mee, en zet uw koi op een permanent dieet om ervoor te zorgen dat er geen overdadige hoeveelheid aan eiwitten wordt aangeboden! Uw vijver geeft u signalen als dit aan de orde kan zijn, veel schuim op het waarde is indicatief voor een overvloed aan eiwitten die de koi niet heeft kunnen benutten. Indien u dan ook 's zomers veel last heeft van schuim op het water, pak uw voederzak er dan eens bij en bestudeert u het etiket goed. Niet zelden heeft u een voer te pakken met een hoog eiwitpercentage (of vetpercentage), en is uw schuim indicatief voor de mate waarin de koi in staat is de eiwitten te gebruiken. Niet zelden betreft dit (goedkoop) bulkvoer dat een hoge mate aan eiwitten bevat voortkomend uit warmbloedige dieren. Uw koi kunnen deze niet efficiënt afbreken waardoor deze via de ontlasting uw water direct vervuilen. En mocht u er zeker van zijn dat uw voer voldoende kwaliteit en een hoge NEB heeft, probeer dan een uitgebalanceerd dieet samen te stellen want mogelijk voert u dan teveel... goedkoop voer en goed voer zijn in deze twee tegenstellingen, het is de kwaliteit van de grondstoffen die de kwaliteit van het koivoer bepalen en goede ingrediënten zijn niet goedkoop helaas.

Richtlijnen voor koivoeder (Bron: Internet forum)

Eiwitten: Kort maar Krachtig
  • 1 g eiwit per kg lichaamsgewicht Koi per dag is het absolute overlevingsminimum.
  • 7 à 8 g eiwit per kg lichaamsgewicht Koi per dag geeft de meest efficiënte benutting van eiwitten.
  • 12 g eiwit per kg lichaamsgewicht Koi per dag geeft aanleiding tot de beste groeiresultaten, maar resulteert echter ook in een enorme belasting van het filter.
  • 35% proteïnevoer, bij een benutting van 80%, waarbij men 3% van het totale lichaamsgewicht voedert per dag, geeft onder de ideale omstandigheden een (spier)massatoename van 0,58 gram per dag per 100 g lichaamsgewicht.
  • Het optimale eiwitpercentage voor karpers is gesteld op 30 – 35%.
  • Voederfabrikanten zouden de Biowaarde (BW) en Netto Eiwit Benutting (NEB) van hun producten op de commerciële verpakkingen moeten weergeven. De norm voor de NEB is 70%.
  • Voeders moeten op zijn minst voldoende voorzien in de 12 essentiële aminozuren.
  • De voornaamste rol van een eiwit is structuur (groei en herstel). Ook kan zij worden gebruikt als energiebron (bijv. bij vasten) of worden omgezet in vet en vervolgens worden opgeslagen in vetweefsel (vnl. bij overvoeren).
  • Vismeel is een dure, maar zeer geschikte grondstof voor eiwitten in visvoeders. Ook andere mariene grondstoffen worden gunstig bevonden. Plantaardige eiwitgrondstoffen, behalve sojameel, zijn minder geschikt.