Huidkwaliteit | Kenmerken die verschil maken

Huidkwaliteit

een streling voor het oog

Binnen houden van koi: schadelijk voor de huidkwaliteit?

Binnen houden van koi: schadelijk voor de huidkwaliteit?


Op fora en social media wordt vaak gewaarschuwd voor het teruglopen van kleuren wanneer koi verwarmd binnen worden gehouden. Met name wanneer het de geliefde Gosanke-groep betreft wordt grote voorzichtigheid betracht, met waarschuwende met terugschrikkende verhalen over "het uit elkaar trekken van beni" en andere gewelddadige acties tegen deze geliefde koi en haar kleur.

Maar is dit eigenlijk wel zo? Dat kleuren teruglopen bij het binnenhouden van koi zal een ieder herkennen. Je ziet het aan het einde van het seizoen bij dealers, koi zijn in het voorjaar geïmporteerd en na lang binnen zitten is de jeugdigheid en intensiteit van het kleurenpallet soms diep gedaald. Hoe schadelijk is dit binnenhouden nou (geweest) voor de kleuren op de langere termijn, en zeker wanneer de koi in de "groeistand" is gebracht door deze in die tijd op hogere temperaturen te houden?


Huidkwaliteit en huidcondities


Wanneer we een beoordeling doen van de huid moeten we ons goed realiseren dat er een verschil is tussen “kwaliteit” en “conditie” van de huid. De kwaliteit is een indicator van de maximale potentie die genetisch is meegegeven. Wanneer een aspect ontbreekt in dat genetische materiaal, dan kunnen we goede zorgen geven wat we willen, maar het zal niet helpen. Dat laatste, het geven van goede zorgen, is juist een indicator en beïnvloeder voor de conditie van de huid. Als omstandigheden niet geoptimaliseerd worden, kun je dit terugzien in de conditie van de huid.

Nu begint het ook interessant te worden: wanneer je de huid zodanig zou kunnen beïnvloeden dat deze in optimale omstandigheden niet meer zou kunnen herstellen, dan heb je in feite iets aan de kwaliteit veranderd (even los van de conditie). Als je hierover nadenkt dan moet je de conclusie trekken dat hier iets opmerkelijks geconcludeerd kan worden: je zou dan genetisch materiaal hebben vernietigd dat voorkomt dat de maximale kwaliteit niet meer realiseerbaar is. Oftewel, de kwaliteit van de huid is verloren geraakt wat zichtbaar moet zijn wanneer de huidconditie in maximale toestand is gebracht.

Dit laatste is natuurlijk een discutabele conclusie, het is dus zaak ook andere aspecten hierbij te betrekken, zoals bijvoorbeeld "pigment" daar eentje van is. Kleur bij koi wordt vormgegeven door verschillende cellen, elke kleur heeft daarbij zijn eigen “soort” die kleuren, voor elke kleur is dat een ander. Dit zijn als het ware sub-klassen van een fenomeen genaamd “Chromatoforen”. In deze cellen is een stof beschikbaar die door omstandigheden kan worden beïnvloed, ofwel geprikkeld. Denk hierbij bijvoorbeeld via de aanwezigheid van algen waar de koi van snoept, de voeding die de koi-houder geeft in de vorm van pellets of bijvoorbeeld een toename van UV-licht. Terugredenerend naar de casus zou je dan moeten stellen dan het lang binnenhouden van koi dat leidt tot verminderde kwaliteit komt door het vernietigen van deze pigmentcellen of het zodanig beïnvloeden dat deze voorgoed verminderd reageren op externe prikkels. Alleen in dat geval is destructie/vernietiging te concluderen en zou je kunnen spreken van schade die is toegebracht.

Ik denk niet dat het binnenhouden van koi dusdanig destructief voor de huid is dat dit niet binnen redelijke termijn kan herstellen. Wanneer de koi buiten komt zal de huidconditie dermate verbeteren dat het maximale potentieel van die koi weer bereikt kan worden via de juiste zorg. Wanneer dit niet het geval is, dan is een al aanwezige deficiëntie in kwaliteit hiervan de grondoorzaak, en niet het feit dat deze koi binnen is gehouden! Mijn stelling hierin is dat versnelde achteruitgang in de toekomst van de koi alsnog zou gebeuren, het binnen houden heeft deze aftakeling mogelijk wel extra versneld of in ieder geval zichtbaar gemaakt.

Waar komt dit verhaal dan toch vandaan? Het is in mijn optiek ZEER discutabel dat je de huid van een jonge koi (tot en met nisai, dus 2-jarig) zodanig snel kan vernietigen dat onomkeerbaar is en niet meer kan herstellen. In de eerste twee jaar staat een koi juist stijf van de groeihormonen, zijn hele metabolisme is praktisch enkel en alleen gericht op groei! De huid is zeer elastisch, en heeft een groot herstellend vermogen. Koi die in de eerste twee jaar een groei niet kunnen volgen qua huidkwaliteit zijn domweg van een te lage kwaliteit! Dit zijn koi die uitstel van executie hebben of krijgen, en hun deficiëntie in de nabije toekomst altijd zullen tonen.

Wat ook wel interessant is om je te realiseren, dat de waarschuwende vingers praktisch meteen worden gegeven bij een Gosanke, omdat het beni (rood) als precair wordt verondersteld. Je leest zelden dat de straffende vinger ook wordt getoond wanneer een chocoladebruine Chagoi tot “hopjesvla” vervalt, of een mooie Yamabuki (geel) na een paar maanden binnen wordt versleten voor een Platinum Ogon (wit). In beide gevallen is de oorspronkelijke kleur geen schim van de schoonheid die het ooit was, maar hier heeft de gemiddelde hobbyist het nooit over. Het is overbodig te stellen dat "Cha" (bruin) en "Ki" (geel) snel zal herstellen wanneer de koi naar buiten gaat, en de meeste hobbyisten weten dat ook want deze variëteiten zijn dankbare “groei-objecten voor de winter”. Waarom dan toch die grote angst voor verlies van kleur wanneer het specifiek gaat om de geliefde rode pigmentcellen? Zegt u het maar…

Persoonlijk denk ik dat het al erg helpt als we “kwaliteit” en “conditie” goed uit elkaar weten te houden. Hier kan een flinke Babylonische spraakverwarring over ontstaan, en zeker wanneer men de context niet machtig is en “papegaai-gedrag” op de loer ligt. Een alom gerespecteerde regel om beni/hi (rood) wat rust te geven is de temperatuur wat terug te brengen en de koi uit "de groeistand" te halen. De controlevraag is nu wel even nodig: doen we dit om de kwaliteit of de conditie van de huid te verbeteren? Juist, het houdt de huid in een betere conditie, het geeft de koi net dat extra aantrekkelijke zetje dan je niet zou hebben zonder deze periode van herstel. Het moge duidelijk zijn dat deze methode voornamelijk gehanteerd wanneer iemand (bijvoorbeeld een dealer) koi verzorgt voor iemand anders, het oog wil immers ook wat... Maar dat betekent nog niet dat er permanente schade aan de huid is voorkomen, het betekent dat de conditie van de huid in acht wordt genomen!

Hoe ver kun je dan gaan totdat het proces onomkeerbaar is?


Daar is in principe een eenvoudig antwoord op: veel verder als dat je zou denken. Natuurlijk proberen we als hobbyisten de huid in de best mogelijke conditie te houden, en een binnensituatie geeft daar niet de beste mogelijkheden voor. Kleuren zullen in intensiteit teruglopen, en wanneer men daarom vraagt zullen hobbyisten of dealers hun waarschuwingen geven. Maar hoeveel van deze hobbyisten of dealers hebben daadwerkelijk na minimaal 1 jaar in hun vijver geconstateerd hoeveel schade er daadwerkelijk is opgetreden? Vraag er maar eens naar, hieronder vind je enkele aansprekende voorbeelden van jonge koi die in hun eerste jaar "flink uit elkaar getrokken zijn" (wat dat ook wezen mag), of “zijn verkloot” en trek je conclusies:

Herstel conditie van de huid Showa

Resumé


Als hobbyist zullen wij de basis van huidkwaliteit moeten blijven respecteren: door deze te optimaliseren kunnen we het aanwezige potentieel maximaal benutten, maar nooit boven het niveau dat dit genetisch materiaal toestaat (kwaliteit). Het is een uitdaging dit te bereiken, de vrijheden binnen de grenzen daarvan kunnen een tijdelijke achteruitgang betekenen van de huidconditie. Wanneer deze echter doorslaat naar een verminderde kwaliteit dan is genetisch materiaal vernietigd. Of het binnenhouden van koi dat teweeg kan brengen of dat dit effect zich in de toekomst toch al zou openbaren is wat mij betreft geen discussie: ga verstandig om met je koi, er is tijd genoeg voor ontwikkeling, maar laat je niet afschrikken door dogma's en starre meningen want "papegaaien" is een populaire aangelegenheid op internet. Zelfs met de meest moderne middelen die tot onze beschikking staat geldt vandaag de dag nog steeds: gebruik je boerenverstand, en vorm je een eigen mening! En als je dit niet goed lukt, neem dan een zonnebloempitje Winking… de keuze is aan u.

Beni: het ontwikkelpad van beni (rood)

Ontwikkeling van beni


Beni is de rode kleur die we op veel koi terugvinden. Voor de kleur rood zijn de zogenaamde "erythoforen" verantwoordelijk, natuurlijke pigmentcellen die in meer of mindere mate rood kunnen kleuren. Iedere koi is genetisch bediend met een bepaalde hoeveelheid van deze pigmentcellen. Dat betekent direct dat er een grens is aan het resultaat dat behaald kan worden als het gaat om de maximale potentie van het hi. Sommige variëteiten zijn niet bediend met erythoforen waardoor er ook geen hi kan ontwikkelen.

Beni en hi: herkomst en verschil


"BENI" en "HI" zijn termen voor de kleur "rood" die vaak door elkaar heen worden gebruikt. Het Japanse "BENI IRO" verwijst naar een dieprode kleur. Aangezien het karakter "KO" gebruikt wordt voor het woord "BENI" spreekt met over BENI als het gaat om het rode patroon van een Kohaku. Immers, Kohaku is de samenstelling van KO (Beni) en HAKU (wit). Als het gaat om de kwaliteit van het beni dan spreekt men van BENISHITSU, een samenstelling van BENI (rood) en SHITSU (kwaliteit). BENI wordt als term ook gebruikt voor het rode patroon van een Sanke, maar alleen als deze van hoge kwaliteit is. BENI wordt niet gebruikt als term voor het rode patroon van een Showa, tenzij deze van Kohaku kwaliteit is. Het rood van een Showa is niet vergelijkbaar met dat van een Kohaku, hoewel er via doorontwikkeling en kruising wel Showa op de markt komen waarvan het rood de naam "BENI" mag dragen. In alle andere gevallen spreekt men over "HI".

Hi vinden we meestal in grotere patronen op de koi, men spreekt in dit geval dan van een “hiban” (een kleurvlak van rood). Met name bij Kohaku, Sanke en Showa wordt dan gesproken over bijvoorbeeld de eerste hiban, daarmee refererend aan het eerste vlak aan rood beginnend bij het hoofd (met uitzondering van een “Maruten”, waarbij de eerste hiban los gepositioneerd is op het hoofd en niet is verbonden met eventueel beni op de rest van het lichaam). De oplettende lezer merkt hier op dat een "hiban" als aanwijzing voor een rood patroon op een Kohaku niet juist is. Immers, bij een Kohaku spreekt met van "beni" en dus zou het een "beniban" moeten zijn! Maar een "beniban" als term is niet ingeburgerd, wij beschouwen het verder als voer voor de taalpuristen.

Onderstaande Kohaku is een voorbeeld van een koi met sterk en kwalitatief goed beni:

Kohaku met erg sterk beni

Bij bovenstaande Kohaku is beni in de genen zeer goed vertegenwoordigd is, maar het beni is nog niet is uit ontwikkeld. Beni is op het hoofd vaak iets donkerder, wat voortkomt uit de dunnere huid die de schedel bedekt. Verder op het lichaam is het weefsel zachter en is de ontwikkeling anders van aard. Idealiter ontwikkelt het beni op het lichaam zich tot dezelfde intensiteit als op het lichaam, zodat er geen kleurverschil meer is. De oplettende kijker ziet op het hoofd een lichte ronde verkleuring, voortkomend uit een beschadiging (diepe open wond). De pigmentcellen kunnen zich beperkt door de huid bewegen, de fysieke plaats van de oorspronkelijke wond is dan ook weer ingenomen door de kleurcellen!

Vormen van beni


Beni komt in vele kleurschakelingen voor, van zeer zacht oranje tot zeer dieprood. Als belangrijkste aandachtspunt voor kwalitatief goed hi moet gekeken worden naar het genetisch potentieel van de koi, af te lezen aan de kwaliteitskenmerken van de ouders. Sommige bloedlijnen staan bekend om hun diepe pigmentatie, en in sommige gevallen is deze diepe pigmentatie al op jonge leeftijd aanwezig. Koi die afstammen van de Tomoin-bloedlijn zijn (vaak) op jonge leeftijd al diep gekleurd, terwijl koi die afstammen van bijvoorbeeld de Sensuke bloedlijn hun leven zacht oranje zullen beginnen en gedurende de jaren meer rood zullen worden. En toch is het geen wet van meden en perzen, ook jonge Tomoin-koi kunnen hun leven starten met een zacht oranje huid. Het is dus zeker niet zo dat alle nakomelingen dezelfde kleuren-intensiteit zullen hebben. Daarnaast kent ontwikkeling van beni geen tijd, en kan de ontwikkeling ervan in eenzelfde kweek bij twee verschillende koi sterk verschillen. Maar zonder goede genen zal ook een goede ontwikkeling van het beni begrensd worden door de erfelijke mogelijkheden. Het is dus zeker van belang om te weten welke afstammelingen de kweker gebruikt om een inschatting te kunnen doen van de (toekomstige) kwaliteit van het beni!

De ontwikkeling van beni is een duidelijke route: van oranje naar rood, met behoud van intensiteit en kwaliteit. Maar de weg daar naartoe is een route met vele valkuilen en obstakels waarvan de belangrijkste in dit artikel worden besproken.


Hard en zacht beni

Als de kleurenintensiteit (afgeleid van de ontvangen genen van ouderlijke bloedlijnen) onvoldoende voorspelbaarheid geeft, hoe kun je dan bepalen of het beni überhaupt van goede kwaliteit is? Daarvoor moet gekeken worden naar andere kenmerken en zo onderkend men "hard" en "zacht" beni. Het verschil tussen beiden is dat hard beni wat koud en strak overkomt zonder veel glans, terwijl zacht beni juist een prachtige zijdezachte en rekbare indruk maakt ("luster", glans). Dit is een onderschat aspect en lastig uit te leggen, maar onderstaande foto's zijn voorbeelden van hard (foto 1) en zacht beni (foto 2):

Hard beni, zoals vaak wordt aangetroffen op mannelijke GosankeZacht beni, zoals vaak wordt aangetroffen op vrouwelijke Gosanke
Hard beni vinden we vaak terug op mannelijke koi, en is vaak vanaf het begin al donker van intensiteit. Zacht beni daarentegen geeft de indruk alsof het met een zacht penseeltje met zorg is aangebracht met de beste olieverf, in plaats van een strak gedrukte hiban met de modernste druk-methoden van de vrije pers. Het zijdezachte, rekbare beni geeft de koi een veel levendiger uitstraling met een mooie flexibele pigmentatie. Met name in vijvers in de Benelux zien we het prachtige zijdezachte beni van net geïmporteerde koi in onze vijvers snel achteruit gaan en hun magie verliezen: het beni wordt hard. De exacte reden hiervan is niet precies bekend, maar er zijn sterke vermoedens dat met name de zeer lage TDS-waarden in Japan ten grondslag liggen aan het zachte beni. In harder water lijkt het beni de "luster" te verliezen en daarmee de magie van beni. Het is om deze reden dat steeds meer koihouders hun toevlucht zoeken naar RO ("Reverse Osmosis") om deze flexibiliteit van het beni weer terug te krijgen (naast een veronderstelde betere groei).


Secundair beni

Het is al vele hobbyisten overkomen: een prachtige Gosanke ontwikkelt in het shiroji opeens licht en vlekkerig oranje plekken die af en toe weer weggaan en weer terugkomen. Nimmer zullen deze verschijningen van secundair hi tot tevredenheid van de koi-houder leiden. Secundair beni kan een koi ontsieren, en is een uiting van erythoforen die zich sporadisch op plaatsen bevinden, zonder directe bedoelingen. Met name op Shiro Utsuri, een zwart-witte koi voortkomend uit de Showa, wil het nog weleens voorkomen dat er secundair hi ontwikkelt. Onderstaande koi is een voorbeeld van een koi met goede genen, die secundair beni ontwikkelt:

Sanke met secundair hi
Het secundaire hi geeft de koi geen enkele toegevoegde waarde, en vaak ontwikkelt het zich vlekkerig en inconsistent. Helaas is er niet veel aan te doen, sommige koi zijn hier nu eenmaal gevoelig voor. Voeding kan hier een rol spelen, bepaalde kleurstoffen kunnen de ontwikkeling van secundair hi stimuleren dus past u hier mee op (zie verder onder: Stimulering van beni).


Instabiel en wegtrekkend beni

Nu is niet iedere koi gezegend met een ferme hoeveelheid kleurcellen, en kan het voorkomen dat beni binnen een hiban niet overal van dezelfde intensiteit is. Als koi-hobbyist moet dan opgelet worden, zwakke plekken in het beni kunnen een indicatie zijn van inferieur beni of zelfs van wegtrekkend beni. Op jonge leeftijd kan dit vaker voorkomen, maar de plaats van deze verkleuring is wel een aandachtspunt. In een enkel geval kan het voorkomen dat beni verdwijnt. DIt kan in een razend tempo gebeuren, en niet alleen voorbehouden aan inferieure koi. De oorzaak hiervan is niet bekend, maar er wordt over het algemeen aangenomen dat de pigmentcellen vernietigd worden en er dus geen kleur meer zichtbaar is.

Op de linkerfoto hieronder is de pigmentatie in het ozutsu (gebied tussen het einde van de rugvin en de staart) niet egaal, terwijl in de rechterfoto het beni zelfs volledig aan het verdwijnen is.

Kohaku met verkleuring in het beniWegtrekkend beni van een Kohaku
Een speciale vorm van wegtrekkend beni kan voortkomen uit "Hikui", dat aangeduidt mag worden als een huidziekte als gevolge van een virus. Neemt u hiervoor kennis van het artikel over "Hikui" op de schap "Gezondheid".

Voorbeeld van ontwikkeling van beni


Naast waterkwaliteit is ook UV-licht mede verantwoordelijk voor het behouden van een goede huidconditie. Veel hobbyisten merken dat als een koi voor langere tijd verstoken is van UV-licht (daglicht) de huidconditie snel achteruit kan gaan. Dit is met name zichtbaar in het beni, onderstaande foto's van een Sanke laten mooi zien hoe het beni minder intens wordt en zich terugtrekt naar de kern van de schub (negatieve ontwikkeling):

Intensiteit van beni loopt terug door ontbreken van daglicht (UV)

Reeds na 1 maand is de teruggang duidelijk waarneembaar. Op zich is dit niet direct een reden om zorgen over te maken, wanneer de koi weer wordt blootgesteld aan UV-licht zal het beni zich weer herstellen en verspreiden over de gehele schub en wordt de oorspronkelijke intensiteit meestal (!) weer hersteld. Met name in binnengehouden koi die vaak op hoge(re) temperaturen zitten om wat extra groei te pakken is het noodzakelijk om de conditie van het beni goed in de gaten te houden! Om mogelijke beschadiging van het beni tegen te gaan is het regelmatig inlassen van een groei-stop door de koi een paar weken op rantsoen en kouder water te zetten (17 a 18 graden) een goede mogelijkheid. Op deze temperaturen stopt de groei en kan de huidconditie weer wat op peil gebracht worden, de koi zal zijn of haar energie niet in skeletbouw stoppen op deze temperaturen maar meer aan de huidkwaliteit gaan werken. Als de basis-kwaliteit van de koi goed is dan zal het op laten groeien "binnenshuis" echter geen noemenswaardige schade aanbrengen.

Onderstaande foto toont dezelfde koi na 1 seizoen in de buitenvijver, het herstel van het beni is subliem (positieve ontwikkeling):

Sanke voor overplaatsen naar buitenvijverDezelfde Sanke na 1 seizoen in de buitenvijver
Met dank aan Marcel Berghmans voor het beschikbaar stellen van de foto's van de sanke!

Stimulering van beni: gebruik van kleurvoeders


Om de kleurpigmentatie van beni te bevorderen kan gebruik gemaakt worden van kleurvoer. In een dergelijk voer zitten stoffen die de inkleuring van de pigmentcellen bevorderen. Vaak op basis van spirulina, maar juist de kleurstof carotheen (of aanverwanten als Zeaxanthin) heeft een uitermate goed effect op de ontwikkeling van beni. Deze kleurstof is in voldoende mate aanwezig in bijvoorbeeld kreeften en garnalen, en is verantwoordelijk voor de mooie roze kleur van een flamingo. Wat dat betreft is het bijvoederen van koi met garnalen een prima kleurversterker, naast dat deze bol staan van de natuurlijke eiwitten waar de koi echt iets mee kan. U doet uw koi hier een groot plezier mee!

Laat u echter niet voor de gek houden als het gaat om mooi donker-rood gekleurde tosai in de verkoopbak bij uw dealer. Het is een openbaar geheim dat de kwekers vlak voor de openbare verkoop hun tosai aantrekkelijker maken door ze op een stevig kleurverstevigend voer te zetten. Een kweker zal echter nooit een verwachtingsvolle koi (overmatig) voeren met kleurrijk voer: het beni moet worden "gebracht" in plaats van worden "gehaald", door overmatig gebruik van kleurverstevigend voer kunt u de kleurcellen als het ware opblazen en onherstelbare schade toebrengen. Daarnaast maakt kleurvoer geen onderscheid in kleur en zal shiroji (wit) onherroepelijk verkleuren van maagdelijk wit naar crème-achtige tinten wat de kwaliteit van de koi, en daarmee de verkoopprijs, vermindert. Het best gebruikt u kleurvoeder op hoge temperaturen voor een periode van hooguit 3 a 4 weken om de kleur wat te stimuleren, bijvoorbeeld als u wilt deelnemen aan een show.

Samenvatting


Beni is een belangrijke kleur op het palet van de kleurenwaaier van de koi. Een koi met kwalitatief goed beni is een aanwinst in iedere vijver, en het goed laten ontwikkelen van beni is een dankbaar en interessant traject. Natuurlijk moet rekening gehouden worden met genetisch potentieel, maar een ieder die bewust bezig is met het onderhouden van de conditie en kwaliteit van de huid zal beamen dat beni een prima graadmeter is van de kunsten van de koi-hobbyist!

Als de koi ook een beetje wil meewerken natuurlijk Winking.

De ontwikkeling van een kampioen: Showa van Omosako!

Van de miljoenen tosai die per jaar gekweekt wordt is die ene kampioen de speld in de hooiberg. Aangezien ook in Japan koi enige jaren nodig hebben om een koi goed te laten ontwikkelen is het natuurlijk razend knap dat een kweker gedurende een lange periode het kampioens-potentieel blijft zien en het belang van de koi voor de Yen zet. Hieronder ziet u gedurende de periode van 8 (!) jaar de ontwikkeling van een Showa van Omosako die afgelopen jaar op de kampioens-treden van verschillende koi-shows is beland:

Showa Omosako one year oldShowa Omosako two years oldShowa Omosako for years oldShowa Omosako six years oldShowa Omosako eight years old and champion!

Een prachtig ontwikkelpad, waarbij met name de sumi-ontwikkeling gestaag maar goed is verlopen. De koi had als jonge tosai natuurlijk al een krachtige body om af te likken, met een mooi breed en lang hoofd en zeer stevige achterbouw. Ook het breedste punt op de goede plek, egaal verlopend naar de staartaanzet met een lekker breed "Obachi". Obachi is de term voor de breedte van de staartwortel van bovenaf bezien. Ook is gedurende de periode de huidkwaliteit en conditie steeds beter geworden, hoewel de laatste foto wel sterk neigt naar een Photoshop-bewerking.... Toch is zichtbaar hoe goed het sashi zich heeft ontwikkeld en wat een prachtige balans deze koi heeft gekregen (en vanaf het begin potentieel al had). Op 91 centimeter dan toch op de hoogste treden van de shows, geniet u van deze foto's en ontwikkeling!

Met dank aan Omosako Koi Farm voor het beschikbaar stellen van de foto's!

Sashi: het ontwikkelpad

In het artikel over Sashi zijn de grondbeginselen van goed sashi beschreven. In een notendop de kenmerken en indicatoren:

  • sashi vindt men, vanaf de voorkant van de koi bezien, aan het begin van een volgende kleur (zwart of rood)
  • door onderliggend pigment schijnt de kleur aan de voorkant van het patroon een beetje door de witte schubben heen
  • als uitgangspunt wordt genomen dat het sashi niet breder mag zijn dan 1 of maximaal 2 schubben (waarbij 2 schubben breedte een risico zijn)
  • het sashi moet gelijkmatig zijn, waarbij er geen grillige vormen gewenst zijn of verschillen in pigmentatie van het sashi
  • sashi vindt men bijna altijd bij jonge koi, de opperhuid is dan nog niet volledig ontwikkeld (dikte) waardoor de pigmentatie doorschijnt

Hoewel gelijkmatig sashi niet direct als storend wordt ervaren, is het uiteindelijk wel de bedoeling dat het sashi naarmate de koi ontwikkelt niet meer zichtbaar is. Alleen dan zal er een sterke aftekening ontstaan tussen het wit en het volgende kleurpatroon. Door het dikker worden van de opperhuid zal sashi uiteindelijk niet meer zichtbaar moeten zijn, dit stelt de koi-hobbyist voor een grote uitdaging omdat niet alle koi deze huidontwikkeling zullen laten zien.

Sashi komt bij verschillende variëteiten voor, maar wordt met name benoemd voor de Gosanke groep (Sanke, Showa, Shiro Utsuri, Kohaku). Bij sommige variëteiten is een vorm van sashi juist gewenst, zoals de Koromo waarbij een paarsachtig sashi juist voor een kwaliteitsverhogend effect zorgt.

Voorbeelden van sashi


Onderstaande afbeeldingen zijn voorbeelden van sashi, de kleuren (groen, oranje) zijn een indicatie van de mate waarin het sashi voldoet aan de kenmerken en de indicatoren. De plaatsen aangegeven met oranje zijn qua sashi relatief breed of onevenwichtig van kleur:

Sashi KohakuSashi KohakuSashi Shiro UtsuriSashi Sanke
Het sashi dat is aangegeven met oranje is niet per definitie minder goed, ook de plaats van het sashi is van belang. Zo is op foto 1 de relatieve afstand tussen de eerste en de tweede hiban relatief klein, zodat de onderhuidse pigmentering de neiging vertoond om samen te vloeien tussen de twee hiban. Er is een sterk shiroji nodig om dit te verhullen, maar deze koi is nog jong (tosai) zodat de groei van het lichaam de hiban verder uit elkaar kan trekken. Gecombineerd met de ontwikkeling van de opperhuid is er een reële kans dat het sashi uiteindelijk niet meer zichtbaar zal zijn.

Het sashi op foto 2 is over het algemeen als oranje aangeduid, het is relatief breed en de patronen zijn relatief klein. Daardoor is het te nadrukkelijk aanwezig, het maakt de patronen alsof er met de hand over net aangebrachte inkt is gewreven. Dit sashi zal door de breedte moeilijk te verhullen zijn. Op foto 3 zijn geen directe aanleidingen om te verwachte dat het sashi niet zal ontwikkelen. De aangegeven plaats met de oranje pijl is een twijfelachtige kwaliteit, maar het shiroji van deze koi is dermate goed dat als het sumi zich niet zal ontwikkelen en naar boven zal komen het toch verhuld kan worden. Let u bij het sashi dus ook de achterliggende kleur waar u een beoordeling staat te maken, beni (rood) zal zich zeer beperkt ontwikkelen maar sumi kan gedurende de ontwikkeling alle kanten nog op! Vanuit die optiek is het beoordelen van het sashi op sumi dat nog ontwikkeling laat zien van minder belang, in dit geval kan het sumi nog naar voren kruipen door sumi-ontwikkeling. Het sashi van foto 4 is delicaat aanwezig.


Belang van bloedlijnen


Sashi is een interessant ontwikkelaspect waarbij de bloedlijn ook een belangrijke rol speelt. Bij sommige bloedlijnen, zoals Matsunosuke, is het dikker worden van de opperhuid een aspect van lange(re) adem vergeleken bij bijvoorbeeld de Sensuke bloedlijnen. Bij deze laatste verdikt de opperhuid al in een vroeg stadium, en vanaf nissai is dit proces volop aan de gang. Het is om deze reden dat kwaliteits-koi van de Sensuke bloedlijn, zoals bijvoorbeeld gebruikt door kwekers als Yamatoya, Sakai Fish Farm, Matsue en Okawa, vaak als sansai (3-jarig) of ouder al geen sashi meer tonen. Het is dus zeker aan te raden om te weten van welke kweker (en bloedlijn) uw koi is om de ontwikkeling van het sashi te kunnen voorspellen. Zoals bij de meeste ontwikkel-aspecten is het geen wetmatigheid maar een goede indicatie van hoe deze ontwikkeling plaats zal vinden.

Ontwikkelpad


Het ontwikkelpad van sashi (dus het verdwijnen daarvan!) gebeurt zeer gelijkmatig. Als u als hobbyist dagelijks met uw vissen aan de gang bent zult u deze ontwikkeling niet zien, wij raden u dan ook aan om minimaal jaarlijks een foto van uw koi te maken, en deze foto's te vergelijken. Het is een geraffineerd proces, waarbij de algehele huidkwaliteit gedurende de tijd een impuls krijgt.

Onderstaande afbeeldingen leggen de ontwikkeling van een koi van Kondo Koi Farm vast gedurende een periode van 1 1/2 jaar:

Sashi developmentSashi developmentSashi development

Onderstaande afbeelding is een samenvatting van het eerste gebied:

Sashi development overview

Even los van het feit dat de conditie van de huid van deze koi sterk achteruit gegaan is, zie je gedurende de tijd de opperhuid dikker worden waardoor het sashi naar de achtergrond wordt gedrongen. Het sashi dat op de eerste foto nog overduidelijk aanwezig is, heeft zich op de laatste foto mooi ontwikkeld waardoor een scherpe aftekening van de overgang naar de rode hiban is ontstaan. De uitgangspunten voor de koi om een goede ontwikkeling van het sashi door te maken zijn aanwezig geweest: gelijkmatig, niet te breed en egaal van kleur.

Invloed van Fukurin


Zou deze koi "Fukurin" ontwikkelen, waarbij de schubben als het ware gedragen worden door de opperhuid die de schubben omsluit, dan kan het zelfs zo zijn dat de hiban, de rode plaat, zelfs wat kan groeien. Het beni (rood) kruipt als het ware dan het fukurin in waardoor patronen naar elkaar toe kunnen groeien. Dit zijn geen grote verschuivingen, maar kunnen een koi net wat meer accentueren waardoor de finesse van de plaatsing en aftekening van een hiban (of sumi) versterkt wordt. Over het algemeen kan wel gesteld worden dat het ontstaat van fukurin gelegen is in een flinke ontwikkeling van de opperhuid qua dikte. Daardoor is de kans ook veel groter dat deze verdikking van de huid een positief effect heeft op de ontwikkeling van sashi. Helaas ontwikkelen koi op latere leeftijd pas fukurin (althans, fukurin zie je zelden op tosai of nissai van de Gosanke-groep) maar het kan dus zeker de moeite waard zijn bij aankoop van een koi te letten op de aanwezigheid van fukurin. Is deze aanwezig, en is het sashi niet ontwikkeld, dan zou het zomaar kunnen dat u te maken heeft met een koi die waarschijnlijk een dermate diepe pigmentatie heeft dat het sashi niet verder zal inklaren.

Garanties


Garanties kunnen niet gegeven worden, het is belangrijk te letten op de indicatoren en op basis hiervan een inschatting te maken. Niet iedere koi bevat het genetische potentieel om goed te ontwikkelen, en als dit al aanwezig is dan is het nog steeds een grote uitdaging omstandigheden te bieden die deze ontwikkeling mogelijk kan maken. De kweker (bloedlijn) en kweekdieren kunnen u weer een stap in de goede richting zetten, vraag uw dealer dan ook eventueel om foto's van de ouderdieren om te zien of het genetisch potentieel aanwezig kan zijn. En mocht in uw geval het sashi uiteindelijk niet in ontwikkeling komen, onthoud dan dat dit slechts 1 aspect is van ontwikkeling en er nog vele andere aspecten zijn waar u zich op kunt richten!

Kinginrin: spiegeltje, spiegeltje...

Kinginrin is een verschijningsvorm van een glinstering op schubben. Het vertaalt zich het best als "gouden en zilveren schubben" en wordt vaak afgekort tot "ginrin". Er zijn ginrin-versies van praktisch iedere variëteit en goed ginrin kan een prachtige verschijning zijn.

Soorten kinginrin


Er zijn 4 verschillende soorten kinginrin:

  • kado-gin, waarbij de glinstering is gepositioneerd op het uiteinde van de schub. Deze vorm van ginrin wordt vaak aangetroffen bij koi van de Matsunosuke bloedlijn. Kenmerkend hierbij is dat het specifieke ginrin vaak alleen (maar niet altijd) in de eerste rijen schubben voorkomt. Let op: Matsunosuke ginrin heeft de verschijningsvorm van kado-gin maar is een specialisatie. Om deze reden valt Matsunosuke-gin dan ook niet in de kinginrin-klasse!
  • beta-gin, waarbij de glinstering de gehele schub bedekt en een heldere reflectie veroorzaakt
  • pearl-gin, waarbij de glinstering is beperkt tot de kern van de schub. De oorsprong van pearl-gin is gelegen bij de Sekiguchi Koi Farm, in de jaren 70 maakte Kosuke Sekiguchi kenni smet een koi genaamd "Tamagin", een varieteit met een mamer-achtige glans op de schubben. Het was bekend dat deze glans na ongeveer drie jaar verminderde en verloren raakte. Sekiguchi is in staat gebleken deze glans te borgen in haar koi, de glans bleef en vervaagde niet meer naarmate de koi begin te groeien. Dit is het onstaan geweest van pearl-ginrin. Het is dan ook geen wonder dat Sekiguchi tot op heden het best in staat is koi met deze prachtige vorm van ginrin te produceren.
  • diamond-gin, waarbij de glinstering als strepen over de schub heenlopen. Deze vorm wordt ook wel “Hiroshima Gin” genoemd, en ook “Daiya Gin” is er een synoniem voor,

In onderstaande afbeelding worden deze typen kinginrin weergegeven:

Typen van Kinginrin

Kado-gin, Beta-gin en Pearl gin zijn ontstaan in Niigata, terwijl diamond-gin zuidelijk is ontstaan (Hiroshima). Deze vorm wordt ook wel Daiya-gin oftwel Hiroshima Gachagin genoemd en heeft de verschijningsvorm van gebroken glas.


Voorbeelden van kinginrin


Kado-gin

Kado-gin is een prachtige verschijningsvorm, onderstaande Asagi is daar een sprekend voorbeeld van. Goed zichtbaar zijn de glinsteringen die zich als halve maandjes uiten op het einde van de schub. Naast de Asagi een voorbeeld van een Matsunosuke Sanke met het kenmerkende Matsunosuke gin::

Kado ginrin op een AsagiMatsunosuke Sanke met Matsunosuke Gin

Beta-gin

Onderstaande afbeelding is een voorbeeld van beta-gin.

Beta gin op een Kohaku

Pearl-gin

Onderstaande afbeeldingen zijn voorbeelden van pearl-gin, goed zichtbaar is de glinstering in de kern van de schub:

Pearl ginrin op Sekiguchi koiDetailopname pearl ginrin

Diamond gin

Onderstaande afbeelding is een voorbeeld van diamond gin:

Diamond gin op een Sanke

Pictures courtesy of public forum of KoiBito

Ontwikkeling van kinginrin


Kinginrin is al op zeer jonge leeftijd aanwezig. Een van de moeilijkste aspecten aan een koi met kinginrin is om de kwaliteit daarvan te behouden tot volwassen leeftijd. Is de koi van goede kwaliteit dan zal deze ook goed blijven, maar niet zelden vervalt het terug naar inferieure vorm. Omdat de glinsteringen dermate aanwezig zijn is iedere oneffenheid direct zichtbaar, waardoor bij het teruglopen van de kwaliteit van het kinginrin de aantrekkelijkheid van de koi evensnel verdwijnt.

Kinginrin en koishows


Op shows is een onderscheid gemaakt in twee groepen als het gaat om kinginrin:

  • Ginrin A, met daarin de Kohaku, Sanke, Showa en Shiro Utsuri (Gosanke)
  • Ginrin B, met daarin alle andere varieteiten die niet tot groep A behoren

Om tot de Ginrin-klasse te behoren moet een koi minimaal 20 glanzende schubben hebben. Voor ZNA-jurering moet een koi minimaal drie aansluitende rijnen van ginrin-schubben hebben om tot de klasse te worden toegelaten. Uitzondering hierop zijn koi van Matsunosuke-afkomst die ondanks reflectieve schubben niet tot de kinginrin-klasse worden toebedeeld, bij dergelijke koi wordt dat gezien als een integraal onderdeel van de huidkwaliteit (Gosanke).

Hoewel koi met kinginrin als een varieteit worden beschouwd is een dergelijke koi erg gerelateerd aan persoonlijke smaak. Er zijn vele hobbyisten die kinginrin niet kunnen waarderen. Een oorzaak daarvan is gelegen dat kinginrin dermate aanwezig is dat het wel van goede kwaliteit moet zijn om niet storend te worden. Juist in dat geval geeft het de koi een enorme meerwaarde. Helaas is het zo dat koi met een goede kwaliteit kinginrin niet op iedere straathoek te vinden zijn, wilt u echter een speciale koi dan moet u hiervoor bij de gespecialiseerde koi-dealer zijn. Een sprekend voorbeeld van een sublieme koi met diamond-gin is "Diamond X", een kinginrin Kohaku die is aangekocht door RelaxZen. Deze koi van Momotaro, een zuidelijke koi-kweker, is bezegeld met een sublieme vorm van diamond-gin, heeft haar naam hierdoor gekregen en zullen we terug gaan zien op de erepodia van de verschillende koi-shows:

Diamond X, diamond-gin op topkwaliteit!

Sumi: het ontwikkelpad van sumi (zwart)

Sumi, zwart, is een mysterieuze kleur als het gaat om ontwikkeling. Waar beni (rood) vanaf de geboorte al voorbestemd is om te ontwikkelen op voorbedachte plaatsen lijkt sumi het meest op een roulette. Het kan komen, het kan gaan, en is een kleur die mogelijk zelfs van lokale situaties afhankelijk is. Sumi is omgeven van mystiek, maar enkele variëteiten zoals Showa, Sanke en Shiro Utsuri zijn sterk afhankelijk van de kwaliteit van het getoonde sumi. Omdat de Shiro Utsuri, in de basis een zwarte koi met witte vlekken, gemaakt of gebroken wordt door sumi vanwege het ontbreken van een andere kleur is deze variëteit een idelate gids voor het kunnen (h)erkennen van kwaliteit-sumi op jonge koi en ontwikkelstadia daarvan.

Proces van sumi-ontwikkeling


In de basis ontwikkelt sumi zich volgens een algemeen aangenomen ontwikkelpad. In een uitgangssituatie kan er overal op het lichaam al sumi aanwezig zijn (al dan niet van gewenste kwaliteit) dus beschouw dit even als een extra. In principe ontstaat sumi als eerste rondom de laterale lijn. Deze lijn is, als je goed kijkt, zichtbaar op iedere koi en loopt vanaf de hoogte van de mond over het lichaam naar het centrum van de staartwortel (op beide zijkanten van de koi). Naarmate het sumi in ontwikkeling gaat kruipt het sumi van daaruit als het ware verder omhoog, en ontwikkelt zich vervolgens langzaam richting het het hoofd toe. Dit betekent dat:

  • goed sumi op het lichaam als tosai indicatief kan zijn voor een goede ontwikkeling (let op: soms is een patroon op tosai al geheel gezet, deze koi laten zelden nog ontwikkeling zien en vaak betreft het koi die reeds hun definitieve stadium bereikt hebben. Vanaf dat moment gaat het langzaam bergaf...)
  • sumi van goede kwaliteit achterop het lichaam veel ruimte biedt voor een gewenst ontwikkelpad als elders nog weinig sumi is gevormd
  • de eigenlijke ontwikkeling vanaf de staart-aanzet naar het hoofd toe beweegt
  • de schouderpartij van de koi als laatste zal het finale eindstadium zal bereiken

Het hoofd van de koi blijft hier buiten beschouwing, dit heeft een eigen autonoom ontwikkelpad. Wel kan gesteld worden dat als de schouderpartij is uit-ontwikkeld het hoofd ook het finale eindstadium heeft bereikt. Als een koi op maximale lengte "finished" voor wat betreft de ontwikkeling van sumi dan zal deze per definitie een enorme blikvanger in uw vijver zijn!

Ontwikkeling


Om de ontwikkeling van het sumi te kunnen tonen is een Shiro Utsuri als uitgangspunt genomen. De foto's bestrijken een periode van 6 jaar, goed sumi komt dus niet in een seizoen!

Sumi development tosai

Als tosai bezit deze Shiro Utsuri al kenmerken van goed sumi. De eerste posities waar sumi-ontwikkeling zou moeten plaatsvinden is op de laterale lijn, deze koi heeft met name aan de voorkant al duidelijke sumi-positionering. De donkere plaatsen aan de linkerzijkant zijn een indicatie dat het sumi sterk is en sterk zal worden (en bevindt zich rondom de laterale lijn)!

Sumi development nissai

Als nissai heeft deze koi sterke ontwikkeling laten zien als het gaat om body maar de sumi-ontwikkeling is niet doorgezet. Het is belangrijk om te realiseren dat dit van enorm belang is. In eerste vier jaren van de ontwikkeling van de koi staat groei voorop, we streven ernaar om het sumi vol ontwikkeld te hebben als de koi de maximale lengte heeft bereikt. Het kost geduld en inzicht om deze ontwikkeling te volgen, sumi dat de eerste jaren wat onder de huid blijft zitten is visueel misschien even niet zo aantrekkelijk maar van groot belang om de koi op het beste moment te laten pieken als deze volwassen is! De sumi die zichtbaar is op de koi is van prima kwaliteit, zet niet echt door maar staat in de startblokken. Achterop de koi is het nog rustig, de donkere spots aan de linkerkant van de koi zijn nog steeds prominent aanwezig!

Sumi development sansai

Als sansai begint het proces van ontwikkeling dan echt. Goed zichtbaar is dat het sumi omhoog aan het kruipen is (qua ontwikkeling) en dat de intensiteit en grootte aan het toenemen is, zeker in het achtergebied. Ook is al wat ontwikkeling zichtbaar op hoofd, de body van deze koi is overigens ook heel erg goed!

Sumi development yonsai

En als yonsai begint het dan echt! Prachtig om te zien hoe het sumi achterop de koi stabiliseert en verder omhoog kruipt, dat het hoofd een voorsprongetje neemt op iets moois en dat de schouderpartij inmiddels ook wat meer ontwikkeling begint te laten zien. De losse patronen "kleuren zich in", en het sumi trekt nu echt goed door. Ook het "motoguro", de gewenste zwart-gekleurde aanzet van de borstvinnen, komt in ontwikkeling!

Sumi development gosai

Als gosay is goed te zien dat de achterkant van de koi "gezet" is, en de focus volledig verschuift naar de voorkant van de koi. Op de schouderpartij wordt flink ontwikkeld, mooi om te zien is hoe het losse patroon aan de rechterflank wordt geïntegreerd in een spannend patroon! Het motoguro kruipt langzaam vanuit de oksel de vinnen in.

Sumi development finished!

De laatste foto geeft het eindresultaat weer, een zeer krachtige koi met zeer goed sumi en een ontwikkelpad "uit het boekje"! Prachtig is de evolutie te volgen, komend vanuit de flanken en gedurende de eerste jaren stabiel maar aanwezig zodat de focus van de koi geheel op de groei ligt! Naarmate de groei wat af begint te nemen komt de ontwikkeling dan echt goed op gang, met als eindstadium de laatste penseelstreken op de schouderpartij en prachtig motoguro!

Afsluitende opmerkingen


Het voorbeeld in dit artikel is natuurlijk niet voor iedere koi weggelegd, maar het is van belang om het theoretische ontwikkelpad van sumi goed te onderkennen, en te zoeken naar sporen die inzicht kunnen geven in de fase waarin de koi zich bevindt. Soms komt de ontwikkeling helemaal niet op gang, of verslechtert de koi door een afname van de huidconditie. Onderstaand de verschillende stadia nog even op een rijtje:



Sumi is een moeilijke kleur, waarvan de ontwikkeling nog immer vele geheimen kent. Maar laat u zich daardoor niet onthouden om eens een experiment met een Shiro Utsuri aan te gaan! Van een dergelijke koi kan veel geleerd worden op basis waarvan u uw selectie verder kunt verbeteren. En dat aspect van onze hobby sneeuwt weleens onder, want moeten wijzelf ook niet ontwikkelen om de ontwikkeling van een koi te kunnen doorgronden? Houdt u er ook rekening mee dat de ontwikkeling van de koi in dit artikel een schoolvoorbeeld is! Soms heeft een Shiro al motoguro bijvoorbeeld, of komt het nooit, en dat betekent niet dat de betreffende koi dan geen interessant ontwikkelpad kan volgen.

Met dank aan Omosako Koi Farm voor het beschikbaar stellen van de foto's!

Sumi: het geheim van sumi (zwart)

Een van de grootste geheimen binnen het koi-gebeuren is het ontwikkelen van kwalitatief goed sumi (zwart). Dit roept meteen vragen op, want wat is "kwalitatief goed sumi" en... wat is het geheim daarvan dan Winking.

In de literatuur is veel te vinden over omstandigheden waarbinnen sumi kan gedijen. Er zijn echter legio voorbeelden bekend dat de omstandigheden soortgelijk zijn, maar de sumi-ontwikkeling (zwaar) teleur stelt. Het is dan ook geen wetmatigheid dat sumi zichzelf altijd en overal op zijn/haar best zal gaan tonen. Toch is het voor een aantal variëteiten, zoals Sanke, Showa en Shiro Utsuri van uitermate belang dat het sumi van goede kwaliteit is.

Karakteristiek van sumi


Sumi is feitelijk de enige kleur die variabel aanwezig kan zijn op verschillende momenten in de tijd. Beni (rood) bijvoorbeeld is gedurende de ontwikkeling van een koi een uiterst stabiele factor, die aanwezig is vanaf het prille begin tot aan het einde van de koi. Patronen liggen hierbij vast, wel kan er beni verdwijnen en soms komt er ongedefinieerd beni naar boven als "secundair hi" maar over het algemeen kan gesteld worden dat beni (en andere kleuren) zo vast staat als een huis. Met sumi is dit geheel anders! Een Shiro Utsuri bijvoorbeeld kan in het geval van stress binnen enkele minuten intensiteit van het sumi verliezen! Ook zien wij op onze koi regelmatig ontwikkeling komen en gaan, en patronen zien groeien of krimpen op verschillende tijden. Of zelfs het sumi geheel zien wegtrekken.... sumi is een dynamische kleur!

Hoe en waar ontstaat sumi


Sumi ontwikkelt zich doordat er in de huid kleine pigmentcellen zitten die verantwoordelijk zijn voor de kleur zwart/bruin. Dit zijn de zogenaamde melanoforen. Kijkt men naar sumi, dan moet men constateren dat het ene sumi het andere niet is. Zo is er een blauwige verschijningsvorm zoals met ziet op Sanke, een bruinige zoals men vaak tegenkomt op Showa en (sinds Toshio Sakai met succes magoi-bloed heeft teruggekruisd in zijn Matsunosuke bloedlijn) ook pianolak-zwart. Voor al deze vormen zijn de melanoforen verantwoordelijk. Onderstaande afbeelding is een representatie van de huidstructuur met daarin de positionering van de melanoforen:

Huidlagen en melanoforen

Het is uiteindelijk het volume en dichtheid van de pigmentcellen die de kwaliteit bepalen. Als melanine, een soort van organisch pigment-stof dat geproduceerd wordt door de melanoforen (ze kleuren daardoor als het ware), strak bij elkaar zit dan ontstaat de zo kenmerkende zwarte spot, zit het wat verder uit elkaar dan ontstaat er een donkere grijze waas.

Melanoforen bevinden zich in de verschillende lagen van de huid. Is er een hoge concentratie in de opperhuid, dan uit zich dat snel en ziet er prachtig uit. Deze vorm van sumi wordt echter als niet stabiel beschouwd. Op erg jonge koi zie je ook vaak een vorm van sumi en dit verdwijnt heel snel naarmate de koi vorm begint te krijgen. Het is ook om deze reden dat er een "kurosen" bestaat, de selectie van jonge Showa die puur gebaseerd is op de hoeveelheid zwart. "Kuro" betekent dan ook " zwart jongbroed". Daarbij worden de meest zwarte showa als eerste geselecteerd en pas in een later stadium verder uitgeselecteerd naarmate de uiteindelijke kleurstelling zich presenteert. De kurosen is de eerste selectie van Showa (en Shiro Utsuri) waarbij specifiek gekeken wordt naar de aanwezigheid van melanoforen en de potentie om melanine te vormen. Eigenlijk zou je kunnen stellen dat dit zogenaamde "baby sumi" bestaat dankzij verdedingsmechanismen van het voortbestaan, in het water val je nu eenmaal minder op als je donkerder gekleurd bent.

Shimmies
Een aparte vorm van sumi-ontwikkeling is de vorming van "shimmies", die het best zijn te vergelijken met een soort van sproeten die kleiner zijn dan een enkele schub. Vaak zien wij deze ontstaan op Kohaku, het is mogelijk het veiligst om te stellen dat shimmies zeer lokale ontwikkeling van geconcentreerde melanine is, voortkomend uit het basis-DNA van de "oer-koi" zijnde de Magoi. Hoewel het zeker een vorm van sumi is gaat dit artikel natuurlijk om de vorm die we nastreven en kunnen deze gezien worden als een tekort in het erfelijk materiaal waarbij het "uitkweken" van melanoforen plaatselijk niet goed gelukt is. Een ander voorbeeld hiervan is de traditionele Hi Utsuri, een zwart-rode koi waarbij niet zelden het beni wordt vertroebeld door kleine shimmies. Dit geeft de koi een rommelig uiterlijk en is dominant waardoor een "schone" Hi Utsuri dan ook een zeldzaamheid is.

Hoe ontwikkelt sumi


Allereerst is het belangrijk te onderkennen dat sumi niet altijd overal op het gehele lijn in dezelfde intensiteit aanwezig is. Dit heeft met name te maken met de fase waarin de ontwikkeling van de koi zich bevindt. Over het algemeen wordt aangenomen dat sumi zich ontwikkelt van achteren naar voren. Je vindt kwalitatief goed sumi dus het eerst in de achterste regionen van de koi. Als het sumi ook in goede kwaliteit in die fase op andere plaatsen bevindt, dan is de vis begenadigd met een grote hoeveelheid melanine en spreken we in het algemeen van een goede sumi kwaliteit. Er wordt weleens gesteld dat sumi op de kieuwdeksel indicatief is voor de kwaliteit, en tot op heden is er geen reden dit in twijfel te trekken: pikzwart sumi op een kieuwdeksel geeft aan dat de koi in potentie de genen heeft om veel en goed sumi te ontwikkelen.

En opkomend sumi op een specifieke plaats dan?
Er wordt weleens gesteld dat sumi zichzelf vanuit de onderste huidlagen naar boven werkt. Visueel is dat precies wat wij waarnemen: een lichtgrijze spot onder de schubben wordt uiteindelijk een mooie zwarte plek op de koi. Deze stelling is echter niet geheel waar, de concentratie van melanoforen die gevuld zijn met melanine bepalen de intensiteit, maar deze melanoforen bewegen niet vrij door de verschillende huidlagen heen. Om een goede sumi-ontwikkeling te krijgen is de aanwezigheid van melanoforen in de diepste huidlagen, de middelste huidlaag EN de bovenste huidlaag een belangrijke randvoorwaarde.

Vaak zet dit de koi-hobbyist op het verkeerde been bij de selectie van koi. De kans dat een koi, die begenadigd is met een grote hoeveelheid melanoforen in de middelste huidlaag, ook voorzien is van een gezonde hoeveelheid melanoforen in de opperhuid is groot, maar geen garantie. Veel hobbyisten worden met name bij Showa of Shiro Utsuri tot wanhoop gedreven, het is immers de ontwikkeling van sumi die een goede showa maakt of breekt. Geen enkele variëteit is zo afhankelijk van kwalitatief goed sumi als deze. Om een voorspelling te kunnen doen over de ontwikkeling van sumi is het belangrijk om:

  • de voorouders te kennen (en bloedlijn), om inzicht te krijgen in het genetische materiaal. Wat er niet inzit kun je er ook niet uithalen!
  • de koi goed te onderzoeken qua sumi en kennis te nemen van de verschillende plaatsen waar dit opkomt, en de intensiteit goed op te nemen. Sommige koi zijn begenadigd met een prachtige intensiteit van sumi op bepaalde plaatsen, terwijl de ontwikkeling van sumi op andere plaatsen nog in de kinderschoenen staat. Qua ontwikkeling zijn dit zeer interessante koi!
  • Let op tekenen die een voorspelling kunnen doen over de ontwikkeling van melanine in de verschillende huidlagen. Neem hiervoor het eerste en de laatste sumi-patroon. Als deze beiden op dezelfde manier en intensiteit ontwikkeld zijn, dan is er een reële kans dat het tussenliggende sumi zich op dezelfde manier zal ontwikkelen. Als de ontwikkeling tussen het eerste en het laatste sumi zwaar verschillend is, dan heeft men een interessant project te pakken!

Is de ontwikkeling van sumi te stimuleren?


Gebruik van kleurvoeders?
Allereerst is het belangrijk te onderkennen dat geen enkel voer in staat is om de sumi-ontwikkeling in gang te zetten. Sumi ontwikkelt niet op basis van voeding zoals bijvoorbeeld hi (rood) beinvloedbaar is door kleurstoffen. Het gebruik van kleurvoeders heeft dan ook geen enkele toegevoegde waarde als het gaat om de ontwikkeling van sumi.

Hardheid van water?
Een van de algemene aannames is dat sumi-ontwikkeling gestimuleerd wordt door de hardheid van het water (GH). Dit zou betekenen dat koi waarvan de sumi-ontwikkeling niet goed op gang wil komen gestimuleerd zouden worden door de hogere mate van aanwezigheid van (onder andere) mineralen die meetbaar gemaakt worden middels de genoemde GH-waarde. Toch zijn er vele praktijkvoorbeelden waaruit de conclusie getrokken moet worden dat dit een overschat aspect is. Hiervoor is het bewijs eenvoudigweg terug te voeren naar Japan: de GH-waardes in Japan zijn praktisch te verwaarlozen, en toch zwemmen daar prachtige koi met subliem sumi, waar toch zeker de hardheid van het water niet van invloed is! In Europa is het water vele malen harder wat zou betekenen dat koi in Europese wateren zeer goed sumi zouden moeten ontwikkelen. Hard water lijkt op zijn minst van ondergeschikt belang, dus er spelen andere factoren een veel grotere rol.

Temperatuur van water?
Iets wat elke hobbyist waarneemt is het toenemen van de intensiteit van sumi gedurende de winter en de (mogelijke) verslechtering in de zomer. In het voorjaar zijn onze koi op zijn/haar mooist, de pigmenten zijn dan mooi geconcentreerd wat de intensiteit van de kleuren vergroot. Watertemperatuur is dus zeker van belang, maar het is een intensiverings-effect en geen direct ontwikkelings-effect als het zo gesteld mag worden.

UV licht?
Het is algemeen bekend dat UV-straling kleuren kunnen verbleken. Hang een mooie poster van uw favoriete politieke partij voor het raam en na een paar maanden is deze poster net zo vaal en kleurloos als de resultaten die men heeft gerealiseerd vanuit het eerder opgestelde verkiezingsprogramma! Op zich zien wij eenzelfde effect in onze vijvers, kleuren staan onder invloed van UV-licht. Chagoi worden mooi chocoladebruin, een Yamabuki wordt citroengeel, het beni wordt wat lichter en het sumi verliest haar kracht of vervaagt... Er is al vaker gebleken dat de sumi-ontwikkelingen zonder directe UV-bestraling heel goed verloopt, en dat koi die vervolgens in de vijver worden geplaatst in zeer korte termijn haar sumi verliezen of in ieder geval een groot gedeelte van de intensiteit daarvan. Nu kan UV-licht wel snel haar werk doen maar soms is dit een geval van enkele dagen, en dat kan niet alleen maar toegeschreven worden aan het UV-licht!

Maar wat dan wel?
Omgevingsfactoren kunnen dus zeker een rol spelen in relatie tot de verschijningsvorm van sumi, maar het is gerechtvaardigd de conclusie te trekken dat er minstens een biologisch element moet zijn dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling daarvan. Er zijn aanwijzingen dat bepaalde enzymen ervoor zorgen dat sumi geconcentreerd blijft en dus verder ontwikkelt, en de aan- of afwezigheid van een enzym uiteindelijk bepaalt wat het sumi gaat doen. Dit enzym gaat onder de naam "tyrosinase" door het leven (voor een beschrijving, zie Wikipedia) en wordt vooralsnog verantwoordelijk geacht voor de ontwikkeling van sumi middels "tyrosine". Tyrosinase zorgt voor de vorming van melanine vanuit tyrosine. Het ontbreken van dit enzym betekent direct dat er geen melanine aangemaakt kan worden, en er dus ook geen sumi-ontwikkeling kan plaatsvinden. Tyrosinase kan onder andere worden afgebroken door UV-licht (zonlicht!). Passen we dit toe op onze koi, dan zou een gedeelte van het geheim kunnen liggen in het feit dat in de zomer onder directe bestaling va UV-licht het enzym niet optimaal kan functioneren en onze koi aan kleur inboet.

Over het algemeen kan gesteld worden dat de ontwikkeling van sumi erg specifiek en afhankelijk is van afkomst en omstandigheden waaronder de koi worden gehouden. Maar één ding is zeker: als de genetische aanleg aanwezig is, dan zal het sumi zich ook in alle pracht kunnen openbaren! Hoe lang dit duurt is afhankelijk van afkomst en omstandigheden, waarbij uiteindelijk het geduld van de koi-houder bepaalt of de koi deze tijd wordt gegund.

Voorbeelden van sumi-ontwikkeling


Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven van goede sumi-ontwikkeling. Daarbij moet de opmerking geplaatst worden dat deze koi volledig in ontwikkeling zijn, en dat het een kwalificatie is van de kwaliteit van het getoonde sumi op DIT moment. Dat maakt sumi ook zo ongrijpbaar, wat nu gezien kan worden als minder goed sumi kan zich natuurlijk doorontwikkelen, het is immers de vraag hoeveel melanoforen de huid bezit en in hoeverre er daadwerkelijk ook melanine wordt aangemaakt!

Voorbeeld van goed sumi (momentopname)
In onderstaande afbeeldingen worden verschillende verschijningsvormen van sumi van goede kwaliteit getoond:

Sumi in ontwikkeling: kasane sumi, en vanuit de dermis en epidermis

Deze uitsnede van een koi (sorry voor de hand) laat in één oogopslag drie verschillende verschijningsvormen van sumi-ontwikkeling zien:

  • In de bovenste cirkel is de aanwezigheid van sumi te zien in de dermis, de middelste huidlaag. Deze schijnt door de epidermis (de opperhuid) heen, en heeft zich in de kern van de cirkel al gezet. Deze vorm van sumi is uitermate stabiel, temeer daar ook de epidermis rijkelijk voorzien is van melanine
  • in de linker-cirkel is de ontwikkeling van "kasane sumi" te zien, waarbij het sumi door de hiban heen treedt. Uitermate krachtig sumi en een duidelijke indicatie voor hoge kwaliteit sumi. De intensiteit is perfect, net links boven de cirkel is de de verdere ontwikkeling te zien waar kleine sumi-spotjes aan het vormen zijn. Dit zijn melanoforen die melanine aan het opbouwen zijn, op deze wijze kan een patroon zich ook langzamerhand verder uitbreiden. Wanneer de ontwikkeling is gestabiliseerd zouden deze "spetters" zich moeten hebben geconcentreerd tot een krachtige sumi-spot, idealiter ook nog komend vanuit de kern van de schub en de rand van de schub vormend. Dit wordt dan "maruzome sumi" genoemd, kenmerkend voor de koi van Toshio Sakai (waar deze ook een voorbeeld van is).
  • In de cirkel onder zien we twee verschijningsvormen, de sumi-ontwikkelling is hier duidelijk herkenbaar en komend vanuit de kern van de schub. Bij de eerste pijp zien we een krachtige kern, maar geen sumi in de middelste huidlaag. Bij de tweede pijl is het sumi zowel in de dermis als in de epidermis aanwezig.

De ontwikkeling van sumi in de bovenste cirkel en de onderste cirkel is wezenlijk anders, waar in de bovenste cirkel het sumi als het ware boven komt drijven en de schubkleur "overwoekert" komt het sumi in de onderste cirkel specifiek vanuit de kern van de schub. De vorm zoals zichtbaar in de bovenste cirkel mag krachtiger en stabieler worden verondersteld. Mogelijk ligt het verschil in ontwikkeling in de afwezigheid van voldoende melanoforen in de middelste huidlaag.

Een tweede voorbeeld:

sumi ontwikkeling in opbouw

Op bovenstaande foto ziet men twee ontwikkelstadia. Getuige de sumi-ontwikkeling rondom de rugvin (intensiteit!) ten opzichte van de eerste sumi-plaat kan reeds nu geconcludeerd worden dat deze koi goede potentie heeft voor sumi-ontwikkeling. Temeer daar het sumi diep gelegen is in de huid maar nog niet volledig is ontwikkeld. Voor een koi in ontwikkeling is dit een schoolvoorbeeld wat men zoekt als men geïnteresseerd is geraakt in ontwikkeling van koi: zoals de body al toont betreft het nog een jonge koi die nog volop moet groeien en waarbij het sumi-potentieel zich al op deze wijze verraadt! Een enorm spannend samenspel tussen groei, body-ontwikkeling en sumi-ontwikkeling staat op het punt om los te barsten, voor de koi-hobbyist een enorm dankbaar project met een zeer goede kans op een prachtige volwassen koi!


Voorbeeld van minder goed sumi (momentopname)
In onderstaande afbeeldingen worden verschillende verschijningsvormen van sumi van mindere kwaliteit getoond:

Voorbeeld van sumi van mindere tot slechte kwaliteit

In de eerste twee gevallen betreffen het koi waarvan het sumi na een groeiseizoen volledig is teruggetrokken. Wat overblijft is zeer beperkte, uiteengedreven melanine wat vlekkerig overkomt. In de eerste foto is, zichtbaar aan de blauwe gloed aan de onderkant, zeker wel sumi aanwezig in de dermis, maar de ontwikkeling hiervan is toch een relatief grote uitdaging. Op de derde foto is sumi te zien dat zich zet aan de uiterste rand van de schub, dit wordt als uitermate onstabiel gezien. Waarom het sumi alleen ontwikkelt aan de buitenste rand van de schub is niet duidelijk, het kleine pijltje op de foto toont dat er wel degelijk goed sumi ontwikkeld kan worden, maar op dit moment van de ontwikkeling is het aangegeven gebied nog niet goed genoeg.

Uitzonderingen bevestigen de regel...

De ontwikkeling van sumi is geen wet van meden en perzen, er zijn dan ook veel uitzonderingen die de regel bevestigen. Wat het bestuderen van koi ons kan bieden is een handleiding voor het herkennen van kwalitatief goed sumi, zonder dat er een garantie-bewijs wordt meegeleverd op succes. Het is juist dit aspect dat de ontwikkeling van koi ons enorm kan verbazen, maar ook enorm kan teleurstellen!

De titel van dit artikel bevestigt het algehele gevoel van koi-hobbyisten omtrent de ontwikkeling van sumi: balancerend tussen hoop en werkelijkheid doen wij allen ervaring op met sumi-ontwikkeling, en dit is een leerzaam traject. Maar vooralsnog moet geconcludeerd worden dat het geheim van sumi nog steeds een geheim is en blijft... de ontwikkeling van sumi is vergelijkbaar met een ritje in de achtbaan in het donker, je weet niet wat er gaat komen en wanneer, maar achteraf was het erg genieten geblazen. En dat is nou juist waar koi-ontwikkeling over gaat, laat sumi haar geheimen wat mij betreft nog maar even niet prijsgeven!

Chromatoforen: Iridoforen en "andere foren"

De reflectie en pigmentatie van de huid is uitermate belangrijk, het geeft de koi vaak juist dat ene extra aspect wat je aandacht zo lang kan vasthouden! De reflectie wordt veroorzaakt door glanskristallen en zijn eigenlijk pigmentcellen die licht reflecteren. Ontwikkelde glanskristallen worden "chromatoforen" genoemd, het zijn cellen die biologische pigmentkorrels bevatten en ook reflecteren. Chromatoforen worden bij verschillende diersoorten gevonden en zijn grotendeels verantwoordelijk voor huid- en oogkleuring. In het licht van de nishikigoi wordt tevens gesproken van guanine, een laag die wordt opgebouwd in de lederhuid van koi en als zodanig als basis fungeren voor de chromatoforen. De kwaliteit van bijvoorbeeld "fukurin" wordt met name bepaald door de aanwezigheid van het guanine-gehalte, de mate van schittering van de huid tussen de schubben is kenmerkend voor een hoge kwaliteit.

Chromatoforen zijn gegroepeerd in een aantal subklassen, gebaseerd op hun kleur onder wit licht (voor koudbloedige dieren zoals nishikigoi):

  • xanthoforen (geel)
  • erythoforen (rood)
  • iridoforen (reflecterend)
  • leucoforen (wit)
  • melanoforen (zwart/bruin)

De aanwezigheid of ontbreken van bepaalde subklassen leidt ons tot de verschillende variëteiten. Zo heeft bijvoorbeeld een Yamabuki Ogon (geel-gekleurde vis) overheersend xanthoforen en een afwezigheid van erythoforen (rood). Soms ziet men Yamabuki met rood/oranje spots, daarvan kan gesteld worden dat de genetische aanwezigheid van erythoforen debet is aan deze genetische schoonheidsfout. De aanwezigheid of mix van deze pigmentcellen geven de koi haar kleur en patronen.

Het zijn ook deze pigmentcellen die de sleutel vormen naar verschillende verschijningsvormen van de huid zoals "metallic", zijdezacht en ginrin (waarbij de gehele schub of een gedeelte daarvan zoals kado-gin of pearl-gin zich toont als een spiegel). De concentratie van de pigmentcellen bepaalt de "diepte" en intensiteit van de kleur. Niet zelden kan men bij het beoordelen van de huid van een koi kleine verkleuringen ontdekken die het gevolg zijn van een mindere aanwezigheid van de betreffende pigmentcellen.

Voor de Gosanke-groep zijn met name de aanwezige hoeveelheid van iridoforen, erythoforen en leucoforen de sleutel voor kwaliteit. Onder een microscoop of bij directe beschijning van zonlicht zijn iridoforen goed waaarneembaar (via een schub bijvoorbeeld waarbij het guanine zorgt voor de reflectie) maar bij een echte kwaliteitskoi zijn deze ook met het oog waarneembaar. Met name het shiroji (wit) geeft een prachtige glanzende kwaliteit bij voldoende aanwezigheid van iridoforen en leucoforen. Onderstaande foto's, een kwaliteits-kohaku van Toshio Sakai en een Tancho Sanke van Dainichi, tonen via de kleine glinsteringen over een prachtige glans te beschikken:

Iridophores and Leucophores on a Kohaku Iridophores and Leucophores on a Tancho Sanke

Door op een afbeelding te klikken wordt deze vergroot, en is de schittering van de huid goed te zijn (zowel in beni van de Kohaku als in shiroji van beiden). Alleen op de beste Gosanke vindt u deze glanskristallen in deze hoeveelheid terug. Lukt het de hobbyist om een koi met een dergelijke huidkwaliteit ook nog fukurin te laten ontwikkelen (als de bloedlijn dit toelaat, ook dit is genetisch bepaald) dan heeft men een kwalitatief zeer aantrekkelijke koi!

Wat belangrijk is om te onthouden is dat de hoeveelheid chromatoforen genetisch is bepaald. Pigmentcellen kunnen zich wel voeden om een diepere kleuring te tonen, maar de totale aanwezige hoeveelheid is redelijk vast. Met kleurvoer wordt bijvoorbeeld gepoogd een extra stimulans te geven aan de kleurontwikkeling, waarbij met name een intensivering van het beni zichtbaar is. In feite worden dan de erythoforen gestimuleert om zich op het best te tonen. Soms is leidt dit ook tot "secundair hi", erythoforen die zich bevinden in het shiroji (witte platen) van een koi en onbedoeld ook gestimuleerd worden waardoor er oranje-achtige plekjes ontstaan die vaak afbreuk doen aan de algehele kwaliteitsbeleving van de betreffende koi. Feitelijk is dit een genetische schoonheidsfout die niet te voorspellen is, maar vaak voortkomt uit de erfelijke eigenschappen van de ouders en voorouders van de betreffende koi. Dit effect wordt vaak gezien bij Shiro Utsuri, een zwarte koi met witte platen die voorkomt uit de Showa-kweek. Het is het doel van bekende Shiro Utsuri kwekers om de aanwezigheid van erythoforen eruit te kweken, voor een kweker als Omosako is dit een levensdoel geworden.

Sashi

Sashi
Waar Kiwa zich aan de achterkant (richting staart) bevindt is sashi de term voor de overgang aan de voorkant van een patroon. Wanneer sashi bestaat dan betekent dit dat er in de middelste huidlaag pigmentcellen bevinden. Deze cellen in de middelste huidlaag worden erg gewaardeerd, daar deze pigmentcellen stabieler zijn.

Sashi bij hi-patronen kunnen alleen bestaan wanneer er hi-pigmentering aanwezig is in de middelste huidlaag. De pigmentering kan vaak gezien worden door de witte schubben heen. Kijkend naar de huid is het dus de "nanshitsu shimpi", de middelste huidlaag, die verantwoordelijk is voor het sashi-effect. Deze elastische huidlaag bevindt zich diep tussen de wortels en bedenkt het deel van de schub dat in de huid is verzonken. Het pigment dat daar aanwezig is veroorzaakt het sashi-effect. Er wordt over het algemeen aangenomen dat koi met sashi een stabiele pigmentering hebben (en dieper van kleur zijn/ kunnen worden). Bij sumi kan ook sashi voorkomen, met name op een shiro utsuri geeft dat een uitermate mooi effect daar deze lichte randjes aan de voorkant van een patroon de huid een driedimensionaal uiterlijk geeft.

Als een koi ouder wordt neemt de "hyousou shimpi" (buitenste huidlaag) in dikte toe waardoor het sashi minder zichtbaar wordt. Dit is met name het geval bij bloedlijnen die bekend staan om hun dikke opperhuid, zoals bijvoorbeeld Sensuke.

In onderstaand afbeelding worden sashi en kiwa bij elkaar getoond:



Sashi hoeft niet altijd aanwezig te zijn en hoeft niet altijd te blijven. In het eerste geval is een tekort aan rode pigmentatie in de middelste huidlaag de reden dat er geen sashi is, in het tweede geval is er iets anders aan de hand. Het sashi komt wazig door de huid heen omdat de opperhuid, die wit gekleurd is in dit geval, nog niet volledig is ontwikkeld. Naarmate de tijd vordert wordt deze laag dikker waarmee ook de doorschijnendheid afneemt. Over het algemeen spreekt men dan van een "gefinishte" koi als het sashi niet meer aanwezig is, de huid verbetert zich op dit aspect niet meer verder. In feite ziet het sashi er dan net zo uit als kiwa doet aan de zijkanten en achterkant van een patroon. Er wordt soms beweerd dat het sashi dan eigenlijk kiwa is, maar je kunt eigenlijk alleen met zekerheid stellen dat er geen sashi meer is daar kiwa in principe niet bedoeld is als term voor de voorkant van een patroon.

Met betrekking tot hi pigmentering zijn er dus twee typen:

  • pigmentering in de opperhuid
  • pigmentering in de middelhuid

Over het algemeen wordt de tweede variant meer gewaardeerd daar deze gezien wordt als een meer stabielere vorm. Tevens zorgt deze pigmentering voor het sashi. Pigmentering in de opperhuid wordt minder stabiel geacht met het risico van verdwijnen van hi. Betekent dit nu dat bijvoorbeeld een Kohaku zonder sashi als inferieur beschouwd moet worden (ervan uitgaande dat deze niet al uitontwikkeld is...)? Ja en nee, zoals eerder aangegeven is het aanwezig zijn van sashi een indicatie voor een goede pigmentering. Aan de andere kant: hi van de Sensuke bloedlijn kenmerkt zich juist door het ontbreken van sashi door de snelle ontwikkeling van de opperhuid(!) terwijl deze bloedlijn beschouwd wordt als een van de beste bloedlijnen voor Kohaku. Om te bepalen of er pigment aanwezig is in de middelhuid moet een koi gebogen worden in een U-bocht. Als er op de "buitenbocht" witte vlekken zichtbaar zijn bij de kernen van de schubben dan wordt dit als niet wenselijk beschouwd!

Als kenmerk van kwaliteit ziet men sashi het liefst als één schub breed. Bij krachtig groeiende koi kan deze schaduw-achtige rand zich soms over twee of zelfs drie schubben uitstrekken. Bij een dergelijke groei is dit niet direct een teken van mindere kwaliteit, maar het is in zo'n geval wel belangrijk om inzicht te krijgen in de groei-potentie van een vis om zeker te weten dat dit een kenmerk van extreme groei is. Vragen naar de ouderdieren en bloedlijn is een advies in deze.

Kiwa


In Japan, waar nishikigoi wordt beschouwd als "levende kunst" hebben de hobbyisten, kwekers en dealers het appreciëren van koi zelf tot een ware kunst verheven. Elk aspect van koi wordt vanuit een immense interesse bekeken en gevolgd, of dit nu de kleurontwikkeling is of de manier waarop een koi zwemt. De volledig geschubte koi (wagoi) worden als zodanig hoger gewaardeerd als de niet-geschubte koi (doitsu) omdat deze moeilijker te kweken en naar een absolute kwaliteitsnorm te brengen zijn. De gedetailleerde waardering van kleur en patroon is een niet meer dan logisch gevolg van deze uiting van kunst. In dit thema worden twee aspecten kan kleurpatronen besproken, namelijk kiwa en sashi, die betrekking hebben op de overgang van de ene kleur naar de andere kleur. Dit is primair gericht op de Kohaku, Sanke, Showa, Bekko en Shiro Utsuri daar deze variëteiten over deze kenmerken beschikken.

Kiwa
Kiwa betreft het einde (richting de staart) en zijkanten van een patroon. De voorkant van het patroon kan als het ware ook als kiwa worden aangemerkt, maar deze overgang is niet bij elke koi even scherp. Dit komt omdat aan de voorkant van een patroon (van wit naar rood bijvoorbeeld) de witte schubben OVER het beni in de middelste huidlaag heen ligt en daardoor het beni wat doorschijnt. Pas als de ontwikkeling compleet is kan dit verdwijnen en ontstaat een scherpe(re) overgang. Lees hiervoor het artikel over sashi, bij kiwa is men in ieder geval minder geïnteresseerd met betrekking tot deze voorkant van een patroon.

Er zijn verschillende soorten kiwa en het wordt als goed verondersteld als de uiteinden van het patroon scherp zijn afgetekend. Hoe scherper de overgang tussen de kleuren des te beter is het kiwa. Het is wenselijk dat de schub in grote mate is meegekleurd naar het einde toe om deze scherpe overgang te verkrijgen. Als het patroon zwart is (sumi) in plaats van rood (hi) dan spreekt men van sumi kiwa. Er zijn drie verschillende soorten kiwa:

  • Maruzome kiwa, waarbij de overgang tussen de kleuren precies de uiteinden van de schubben volgen waardoor een golvend patroon ontstaat.
  • Kamisori kiwa, waarbij de overgang tussen kleuren dwars over de schubben heen loopt. Kenmerkend bij dit type kiwa is dat de schubben van de scheidslijn dus twee verschillende pigmentaties hebben, namelijk vanuit de uitgroei bezien de kleur van het vlak waar deze ontstaat en aan het einde de kleur van het vlak waar deze invalt.
  • Konzai kiwa. Dit is eigenlijk een mengsel van Maruzome en Kamisori kiwa, het merendeel van de koi heeft Konzai kiwa.

In onderstaande afbeelding zijn de verschillende soorten kiwa samengebracht:




Gedurende de ontwikkeling van een koi ontwikkelt het kiwa ook. Bij sommige bloedlijnen trekt het kiwa zich vanzelf terug tot een maruzome patroon, zoals dit gebeurt bij de Matsunosuke-bloedlijn. Maruzome kiwa wordt hoger gewaardeerd, en dit type trekt van onderaf bezien naar boven toe gedurende de ontwikkeling van de koi. Andere bloedlijnen hebben van jongs af aan al Maruzome kiwa zoals dat (vaak, er zijn altijd uitzonderingen) het geval is bij de Kohaku van Dainichi. Vanaf het prille begin bezitten deze koi al de gewenste Maruzome kiwa. De meeste koi hebben echter Konzai kiwa daar een puur Maruzome kiwa vaak voorbestemd is voor de grote kampioenen.

Fukurin

Over Fukurin is en wordt veel geschreven. Vaak is dat een teken dat iets niet helemaal duidelijk is, of (vaker) dat het een complex onderwerp betreft. Met betrekking tot Fukurin is het eerste het geval, veel van onze nishikigoi-kennis is overgedragen door Japanners, en aangezien de industrie nog relatief jong is wordt niet altijd hetzelfde verstaan onder hetzelfde begrip. En als zelfs de "uitvinders" niet met een eenduidige definitie op de proppen komen wordt het voor ons als aanschouwend publiek helemaal een onduidelijk verhaal. Fukurin komt men ook tegen als "Fucurin" en "Fukarin" waarbij mogelijk het omzetten van de Japanse term naar het Westen voor deze fonetische versies heeft gezorgd. Als je het uitspreekt is er geen verschil, maar als het om schrijven gaat wordt er nog wel eens een discussie gevoerd.

Als we kijken naar de definitie zelf van Fukurin dan is er in principe niet veel ruimte voor mis-interpretatie:

"Fukurin: Scale Wrap. It is the cuticle of the skin wich appears as a line drawn in a ring around a scale. This name was taken from the term Fuku ( meaning to "cover" or "wrap" ) and Rin ( meaning "scale" ) Fukurin is most noticeable in Hikarimono, and was originally thought to occur only in metallic varieties because it was harder to see in other varieties. Fukurin is now also seen in large Kohaku and Taisho Sanshoku."

Vertaling:
"Fukurin. De omslag van de schub. Het is de opperhuid van de huid die als lijn verschijnt die in een ring rond een schub wordt getrokken. Deze naam werd genomen uit de term Fuku ("te behandelen“ of „omslag&ldquoWinking en Rin (dat "schub“ betekent). Fukurin is het meest zichtbaar bij Hikarimono, en oorspronkelijk toegwezen aan metaal-achtigen omdat het moeilijker was om in andere verscheidenheden te zien. Fukurin wordt nu ook gezien in grote Kohaku en Taisho Sanshoku"

Vanuit deze definitie spreekt men van Fukurin als de middelste huidlaag dermate zichtbaar wordt dat het lijkt alsof de schub wordt omrand door een omslag, van huid wel te verstaan. Aangezien de huid de neiging heeft om een zacht-glanzende vorm aan te nemen wordt Fukurin ook wel eens verward met ginrin-varianten. Echter, ginrin is een schittering van de schub terwijl Fukurin een glinstering van de langsliggende huid is. Een plaatje maakt meestal meer duidelijk dan vele woorden, onderstaand is een afbeelding van het Fukurin van Yamato, een van de grote prijswinnaars van Sakai Fish Farm en van een kwaliteit-sanke (met dank aan Rene Gerritzen):

Fukurin on Yamato from Sakai Fish Farm Fukurin op sanke

Nu is Fukurin op Gosanke erg begerenswaardig, maar niet altijd aanwezig en zeker niet vaak in de allerbeste verschijningsvorm. Op de afbeelding van Yamato is met name op het shiroji (wit) te zien dat de schubben als het ware worden omgeven door een netpatroon. Door als eerste een afbeelding te laten zien van Fukurin op een Gosanke (deze Kohaku van SSF) wordt je mogelijk op het verkeerde been gezet, Fukurin in deze kwaliteit is zeker geen regel voor deze varieteit! Hoogstens erg geapprecieerd, en dan krijg je het prijskaartje erbij kado Winking. Een koi met Fukurin van deze kwaliteit heeft per definitie veel meer kwaliteiten waardoor deze dus per definitie een (erg) hoge waarde vertegenwoordigt.

Fukurin is het beste zichtbaar bij ogons, de zogenaamde eenkleurige koi. Onderstaande afbeelding is een schoolvoorbeeld van Fukurin:

Fukurin op Ogon

Op de meeste ogons is Fukurin aanwezig naarmate deze groter worden en verbeteren. Ook hier geldt dat dit niet op iedere ogon het geval is maar de kans op Fukurin op een ogon is vele malen groter dan op een Kohaku of Sanke. Een ding met betrekking tot fukurin is zeker: op doitsu koi (schubloze koi) komt het niet voor! Ontwikkeling van Fukurin vindt plaats in de latere groeifasen van de koi. Heel soms wordt het ook wel op tosai aangetroffen, maar dit is een uitzonderingsgeval: Fukuri moet gezien worden als een kwaliteitscriteria dat mogelijk nooit zichtbaar wordt, maar naarmate de koi ouder wordt kan het ontwikkelen. Op grote(re) koi is het makkelijker te herkennen.

Typen Fukurin:
Er zijn twee typen Fukurin te onderscheiden (zie http://www.akca.org/library/fukurin.htm) waarbij het Fukurin type I het meest voorkomt bij Ogons (zie plaatje hierboven, dit is Fukurin Type I). Het tweede type Fukurin is zichbaar op de andere twee afbeeldingen waarbij opvallend is dat de schub zelf praktisch niet (meer) zichtbaar is). Type 2 is vooralsnog alleen weggelegd voor Kohaku en Sanke. In schema zijn beide typen Fukurin als volgt herkenbaar:

Fukurin Type I Fukurin Type II

  • Type 1 Fukurin ontstaat wanneer de middelste huidlaag (nanshitsu shimpi) naar de oppervlakte toe groeit over de aangrenzende schub, zichtbaar als huid rondom de schubben. Omdat huid en schub licht anders reflecteren geeft het een net-achtige verschijning. Veel varieteiten bestaan met het Type I Fukurin, zoals de eerder genoemde Ogon, mar ook de Kujaku, Ochiba Chigure en de Matsuba. Fukurin Type I kan ook voorkomen op Kohaku, Sanke (met name Matsunosuke-Sanke) en Showa. Op het moment dat het "uitgroeien" van de huid zichtbaar is voor de observator maakt deze kennis met Fukurin!
  • Type 2 Fukurin onstaat wordt gevormd wanneer de bovenste huid voorbij de randen van de bijliggende schub groeit en de bovenste huid van deze schub overgroeit of ernaast ligt. Dit type Fukurin is zeldzaam en wanneer gevonden erg gewaardeerd. Om Type 2 Fukurin te herkennen kijk dan aandachtig naar de basis en einden van de schubben in de witte achtergrond (aleen aanwezig bij Kohaku en Sanke). Als deze huid doorgegroeid is naar de volgende schub dan is het Type 2 Fukurin.




Dit thema-artikel is tot stand gekomen door de versnipperde informatie omtrent Fukurin bij elkaar te zetten. Indien u een toevoeging wilt doen aan dit artikel neem dan gerust contact op via de contact-pagina!