een streling voor het oog

Chromatoforen: Iridoforen en "andere foren"

De reflectie en pigmentatie van de huid is uitermate belangrijk, het geeft de koi vaak juist dat ene extra aspect wat je aandacht zo lang kan vasthouden! De reflectie wordt veroorzaakt door glanskristallen en zijn eigenlijk pigmentcellen die licht reflecteren. Ontwikkelde glanskristallen worden "chromatoforen" genoemd, het zijn cellen die biologische pigmentkorrels bevatten en ook reflecteren. Chromatoforen worden bij verschillende diersoorten gevonden en zijn grotendeels verantwoordelijk voor huid- en oogkleuring. In het licht van de nishikigoi wordt tevens gesproken van guanine, een laag die wordt opgebouwd in de lederhuid van koi en als zodanig als basis fungeren voor de chromatoforen. De kwaliteit van bijvoorbeeld "fukurin" wordt met name bepaald door de aanwezigheid van het guanine-gehalte, de mate van schittering van de huid tussen de schubben is kenmerkend voor een hoge kwaliteit.

Chromatoforen zijn gegroepeerd in een aantal subklassen, gebaseerd op hun kleur onder wit licht (voor koudbloedige dieren zoals nishikigoi):

  • xanthoforen (geel)
  • erythoforen (rood)
  • iridoforen (reflecterend)
  • leucoforen (wit)
  • melanoforen (zwart/bruin)

De aanwezigheid of ontbreken van bepaalde subklassen leidt ons tot de verschillende variëteiten. Zo heeft bijvoorbeeld een Yamabuki Ogon (geel-gekleurde vis) overheersend xanthoforen en een afwezigheid van erythoforen (rood). Soms ziet men Yamabuki met rood/oranje spots, daarvan kan gesteld worden dat de genetische aanwezigheid van erythoforen debet is aan deze genetische schoonheidsfout. De aanwezigheid of mix van deze pigmentcellen geven de koi haar kleur en patronen.

Het zijn ook deze pigmentcellen die de sleutel vormen naar verschillende verschijningsvormen van de huid zoals "metallic", zijdezacht en ginrin (waarbij de gehele schub of een gedeelte daarvan zoals kado-gin of pearl-gin zich toont als een spiegel). De concentratie van de pigmentcellen bepaalt de "diepte" en intensiteit van de kleur. Niet zelden kan men bij het beoordelen van de huid van een koi kleine verkleuringen ontdekken die het gevolg zijn van een mindere aanwezigheid van de betreffende pigmentcellen.

Voor de Gosanke-groep zijn met name de aanwezige hoeveelheid van iridoforen, erythoforen en leucoforen de sleutel voor kwaliteit. Onder een microscoop of bij directe beschijning van zonlicht zijn iridoforen goed waaarneembaar (via een schub bijvoorbeeld waarbij het guanine zorgt voor de reflectie) maar bij een echte kwaliteitskoi zijn deze ook met het oog waarneembaar. Met name het shiroji (wit) geeft een prachtige glanzende kwaliteit bij voldoende aanwezigheid van iridoforen en leucoforen. Onderstaande foto's, een kwaliteits-kohaku van Toshio Sakai en een Tancho Sanke van Dainichi, tonen via de kleine glinsteringen over een prachtige glans te beschikken:

Iridophores and Leucophores on a Kohaku Iridophores and Leucophores on a Tancho Sanke

Door op een afbeelding te klikken wordt deze vergroot, en is de schittering van de huid goed te zijn (zowel in beni van de Kohaku als in shiroji van beiden). Alleen op de beste Gosanke vindt u deze glanskristallen in deze hoeveelheid terug. Lukt het de hobbyist om een koi met een dergelijke huidkwaliteit ook nog fukurin te laten ontwikkelen (als de bloedlijn dit toelaat, ook dit is genetisch bepaald) dan heeft men een kwalitatief zeer aantrekkelijke koi!

Wat belangrijk is om te onthouden is dat de hoeveelheid chromatoforen genetisch is bepaald. Pigmentcellen kunnen zich wel voeden om een diepere kleuring te tonen, maar de totale aanwezige hoeveelheid is redelijk vast. Met kleurvoer wordt bijvoorbeeld gepoogd een extra stimulans te geven aan de kleurontwikkeling, waarbij met name een intensivering van het beni zichtbaar is. In feite worden dan de erythoforen gestimuleert om zich op het best te tonen. Soms is leidt dit ook tot "secundair hi", erythoforen die zich bevinden in het shiroji (witte platen) van een koi en onbedoeld ook gestimuleerd worden waardoor er oranje-achtige plekjes ontstaan die vaak afbreuk doen aan de algehele kwaliteitsbeleving van de betreffende koi. Feitelijk is dit een genetische schoonheidsfout die niet te voorspellen is, maar vaak voortkomt uit de erfelijke eigenschappen van de ouders en voorouders van de betreffende koi. Dit effect wordt vaak gezien bij Shiro Utsuri, een zwarte koi met witte platen die voorkomt uit de Showa-kweek. Het is het doel van bekende Shiro Utsuri kwekers om de aanwezigheid van erythoforen eruit te kweken, voor een kweker als Omosako is dit een levensdoel geworden.

Koi-Ontwikkeling.info gebruikt cookies en scripts van Google om uw gebruik van onze websites geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en advertenties kunnen tonen. Ook worden cookies en scripts van Facebook, Twitter, en Google gebruikt om social media integratie op onze websites mogelijk te maken.

Indien u hiermee niet kan instemmen dient u uw browser direct af te sluiten en de website niet te gebruiken. Meer informatie kunt u lezen in de Cookie- en privacy-verklaring.