een streling voor het oog

Binnen houden van koi: schadelijk voor de huidkwaliteit?

Op fora en social media wordt vaak gewaarschuwd voor het teruglopen van kleuren wanneer koi verwarmd binnen worden gehouden. Met name wanneer het de geliefde Gosanke-groep betreft wordt grote voorzichtigheid betracht, met waarschuwende met terugschrikkende verhalen over "het uit elkaar trekken van beni" en andere gewelddadige acties tegen deze geliefde koi en haar kleur.

Maar is dit eigenlijk wel zo? Dat kleuren teruglopen bij het binnenhouden van koi zal een ieder herkennen. Je ziet het aan het einde van het seizoen bij dealers, koi zijn in het voorjaar geïmporteerd en na lang binnen zitten is de jeugdigheid en intensiteit van het kleurenpallet soms diep gedaald. Hoe schadelijk is dit binnenhouden nou (geweest) voor de kleuren op de langere termijn, en zeker wanneer de koi in de "groeistand" is gebracht door deze in die tijd op hogere temperaturen te houden?


Huidkwaliteit en huidcondities


Wanneer we een beoordeling doen van de huid moeten we ons goed realiseren dat er een verschil is tussen “kwaliteit” en “conditie” van de huid. De kwaliteit is een indicator van de maximale potentie die genetisch is meegegeven. Wanneer een aspect ontbreekt in dat genetische materiaal, dan kunnen we goede zorgen geven wat we willen, maar het zal niet helpen. Dat laatste, het geven van goede zorgen, is juist een indicator en beïnvloeder voor de conditie van de huid. Als omstandigheden niet geoptimaliseerd worden, kun je dit terugzien in de conditie van de huid.

Nu begint het ook interessant te worden: wanneer je de huid zodanig zou kunnen beïnvloeden dat deze in optimale omstandigheden niet meer zou kunnen herstellen, dan heb je in feite iets aan de kwaliteit veranderd (even los van de conditie). Als je hierover nadenkt dan moet je de conclusie trekken dat hier iets opmerkelijks geconcludeerd kan worden: je zou dan genetisch materiaal hebben vernietigd dat voorkomt dat de maximale kwaliteit niet meer realiseerbaar is. Oftewel, de kwaliteit van de huid is verloren geraakt wat zichtbaar moet zijn wanneer de huidconditie in maximale toestand is gebracht.

Dit laatste is natuurlijk een discutabele conclusie, het is dus zaak ook andere aspecten hierbij te betrekken, zoals bijvoorbeeld "pigment" daar eentje van is. Kleur bij koi wordt vormgegeven door verschillende cellen, elke kleur heeft daarbij zijn eigen “soort” die kleuren, voor elke kleur is dat een ander. Dit zijn als het ware sub-klassen van een fenomeen genaamd “Chromatoforen”. In deze cellen is een stof beschikbaar die door omstandigheden kan worden beïnvloed, ofwel geprikkeld. Denk hierbij bijvoorbeeld via de aanwezigheid van algen waar de koi van snoept, de voeding die de koi-houder geeft in de vorm van pellets of bijvoorbeeld een toename van UV-licht. Terugredenerend naar de casus zou je dan moeten stellen dan het lang binnenhouden van koi dat leidt tot verminderde kwaliteit komt door het vernietigen van deze pigmentcellen of het zodanig beïnvloeden dat deze voorgoed verminderd reageren op externe prikkels. Alleen in dat geval is destructie/vernietiging te concluderen en zou je kunnen spreken van schade die is toegebracht.

Ik denk niet dat het binnenhouden van koi dusdanig destructief voor de huid is dat dit niet binnen redelijke termijn kan herstellen. Wanneer de koi buiten komt zal de huidconditie dermate verbeteren dat het maximale potentieel van die koi weer bereikt kan worden via de juiste zorg. Wanneer dit niet het geval is, dan is een al aanwezige deficiëntie in kwaliteit hiervan de grondoorzaak, en niet het feit dat deze koi binnen is gehouden! Mijn stelling hierin is dat versnelde achteruitgang in de toekomst van de koi alsnog zou gebeuren, het binnen houden heeft deze aftakeling mogelijk wel extra versneld of in ieder geval zichtbaar gemaakt.

Waar komt dit verhaal dan toch vandaan? Het is in mijn optiek ZEER discutabel dat je de huid van een jonge koi (tot en met nisai, dus 2-jarig) zodanig snel kan vernietigen dat onomkeerbaar is en niet meer kan herstellen. In de eerste twee jaar staat een koi juist stijf van de groeihormonen, zijn hele metabolisme is praktisch enkel en alleen gericht op groei! De huid is zeer elastisch, en heeft een groot herstellend vermogen. Koi die in de eerste twee jaar een groei niet kunnen volgen qua huidkwaliteit zijn domweg van een te lage kwaliteit! Dit zijn koi die uitstel van executie hebben of krijgen, en hun deficiëntie in de nabije toekomst altijd zullen tonen.

Wat ook wel interessant is om je te realiseren, dat de waarschuwende vingers praktisch meteen worden gegeven bij een Gosanke, omdat het beni (rood) als precair wordt verondersteld. Je leest zelden dat de straffende vinger ook wordt getoond wanneer een chocoladebruine Chagoi tot “hopjesvla” vervalt, of een mooie Yamabuki (geel) na een paar maanden binnen wordt versleten voor een Platinum Ogon (wit). In beide gevallen is de oorspronkelijke kleur geen schim van de schoonheid die het ooit was, maar hier heeft de gemiddelde hobbyist het nooit over. Het is overbodig te stellen dat "Cha" (bruin) en "Ki" (geel) snel zal herstellen wanneer de koi naar buiten gaat, en de meeste hobbyisten weten dat ook want deze variëteiten zijn dankbare “groei-objecten voor de winter”. Waarom dan toch die grote angst voor verlies van kleur wanneer het specifiek gaat om de geliefde rode pigmentcellen? Zegt u het maar…

Persoonlijk denk ik dat het al erg helpt als we “kwaliteit” en “conditie” goed uit elkaar weten te houden. Hier kan een flinke Babylonische spraakverwarring over ontstaan, en zeker wanneer men de context niet machtig is en “papegaai-gedrag” op de loer ligt. Een alom gerespecteerde regel om beni/hi (rood) wat rust te geven is de temperatuur wat terug te brengen en de koi uit "de groeistand" te halen. De controlevraag is nu wel even nodig: doen we dit om de kwaliteit of de conditie van de huid te verbeteren? Juist, het houdt de huid in een betere conditie, het geeft de koi net dat extra aantrekkelijke zetje dan je niet zou hebben zonder deze periode van herstel. Het moge duidelijk zijn dat deze methode voornamelijk gehanteerd wanneer iemand (bijvoorbeeld een dealer) koi verzorgt voor iemand anders, het oog wil immers ook wat... Maar dat betekent nog niet dat er permanente schade aan de huid is voorkomen, het betekent dat de conditie van de huid in acht wordt genomen!

Hoe ver kun je dan gaan totdat het proces onomkeerbaar is?


Daar is in principe een eenvoudig antwoord op: veel verder als dat je zou denken. Natuurlijk proberen we als hobbyisten de huid in de best mogelijke conditie te houden, en een binnensituatie geeft daar niet de beste mogelijkheden voor. Kleuren zullen in intensiteit teruglopen, en wanneer men daarom vraagt zullen hobbyisten of dealers hun waarschuwingen geven. Maar hoeveel van deze hobbyisten of dealers hebben daadwerkelijk na minimaal 1 jaar in hun vijver geconstateerd hoeveel schade er daadwerkelijk is opgetreden? Vraag er maar eens naar, hieronder vind je enkele aansprekende voorbeelden van jonge koi die in hun eerste jaar "flink uit elkaar getrokken zijn" (wat dat ook wezen mag), of “zijn verkloot” en trek je conclusies:

Herstel conditie van de huid Showa

Resumé


Als hobbyist zullen wij de basis van huidkwaliteit moeten blijven respecteren: door deze te optimaliseren kunnen we het aanwezige potentieel maximaal benutten, maar nooit boven het niveau dat dit genetisch materiaal toestaat (kwaliteit). Het is een uitdaging dit te bereiken, de vrijheden binnen de grenzen daarvan kunnen een tijdelijke achteruitgang betekenen van de huidconditie. Wanneer deze echter doorslaat naar een verminderde kwaliteit dan is genetisch materiaal vernietigd. Of het binnenhouden van koi dat teweeg kan brengen of dat dit effect zich in de toekomst toch al zou openbaren is wat mij betreft geen discussie: ga verstandig om met je koi, er is tijd genoeg voor ontwikkeling, maar laat je niet afschrikken door dogma's en starre meningen want "papegaaien" is een populaire aangelegenheid op internet. Zelfs met de meest moderne middelen die tot onze beschikking staat geldt vandaag de dag nog steeds: gebruik je boerenverstand, en vorm je een eigen mening.

Beni: het ontwikkelpad van beni (rood)

Beni is de rode kleur die we op veel koi terugvinden. Voor de kleur rood zijn de zogenaamde "erythoforen" verantwoordelijk, natuurlijke pigmentcellen die in meer of mindere mate rood kunnen kleuren. Iedere koi is genetisch bediend met een bepaalde hoeveelheid van deze pigmentcellen. Dat betekent direct dat er een grens is aan het resultaat dat behaald kan worden als het gaat om de maximale potentie van het hi. Sommige variëteiten zijn niet bediend met erythoforen waardoor er ook geen hi kan ontwikkelen.

Beni en hi: herkomst en verschil


"BENI" en "HI" zijn termen voor de kleur "rood" die vaak door elkaar heen worden gebruikt. Het Japanse "BENI IRO" verwijst naar een dieprode kleur. Aangezien het karakter "KO" gebruikt wordt voor het woord "BENI" spreekt met over BENI als het gaat om het rode patroon van een Kohaku. Immers, Kohaku is de samenstelling van KO (Beni) en HAKU (wit). Als het gaat om de kwaliteit van het beni dan spreekt men van BENISHITSU, een samenstelling van BENI (rood) en SHITSU (kwaliteit). BENI wordt als term ook gebruikt voor het rode patroon van een Sanke, maar alleen als deze van hoge kwaliteit is. BENI wordt niet gebruikt als term voor het rode patroon van een Showa, tenzij deze van Kohaku kwaliteit is. Het rood van een Showa is niet vergelijkbaar met dat van een Kohaku, hoewel er via doorontwikkeling en kruising wel Showa op de markt komen waarvan het rood de naam "BENI" mag dragen. In alle andere gevallen spreekt men over "HI".

Hi vinden we meestal in grotere patronen op de koi, men spreekt in dit geval dan van een “hiban” (een kleurvlak van rood). Met name bij Kohaku, Sanke en Showa wordt dan gesproken over bijvoorbeeld de eerste hiban, daarmee refererend aan het eerste vlak aan rood beginnend bij het hoofd (met uitzondering van een “Maruten”, waarbij de eerste hiban los gepositioneerd is op het hoofd en niet is verbonden met eventueel beni op de rest van het lichaam). De oplettende lezer merkt hier op dat een "hiban" als aanwijzing voor een rood patroon op een Kohaku niet juist is. Immers, bij een Kohaku spreekt met van "beni" en dus zou het een "beniban" moeten zijn! Maar een "beniban" als term is niet ingeburgerd, wij beschouwen het verder als voer voor de taalpuristen.

Onderstaande Kohaku is een voorbeeld van een koi met sterk en kwalitatief goed beni:

Kohaku met erg sterk beni

Bij bovenstaande Kohaku is beni in de genen zeer goed vertegenwoordigd is, maar het beni is nog niet is uit ontwikkeld. Beni is op het hoofd vaak iets donkerder, wat voortkomt uit de dunnere huid die de schedel bedekt. Verder op het lichaam is het weefsel zachter en is de ontwikkeling anders van aard. Idealiter ontwikkelt het beni op het lichaam zich tot dezelfde intensiteit als op het lichaam, zodat er geen kleurverschil meer is. De oplettende kijker ziet op het hoofd een lichte ronde verkleuring, voortkomend uit een beschadiging (diepe open wond). De pigmentcellen kunnen zich beperkt door de huid bewegen, de fysieke plaats van de oorspronkelijke wond is dan ook weer ingenomen door de kleurcellen!

Vormen van beni


Beni komt in vele kleurschakelingen voor, van zeer zacht oranje tot zeer dieprood. Als belangrijkste aandachtspunt voor kwalitatief goed hi moet gekeken worden naar het genetisch potentieel van de koi, af te lezen aan de kwaliteitskenmerken van de ouders. Sommige bloedlijnen staan bekend om hun diepe pigmentatie, en in sommige gevallen is deze diepe pigmentatie al op jonge leeftijd aanwezig. Koi die afstammen van de Tomoin-bloedlijn zijn (vaak) op jonge leeftijd al diep gekleurd, terwijl koi die afstammen van bijvoorbeeld de Sensuke bloedlijn hun leven zacht oranje zullen beginnen en gedurende de jaren meer rood zullen worden. En toch is het geen wet van meden en perzen, ook jonge Tomoin-koi kunnen hun leven starten met een zacht oranje huid. Het is dus zeker niet zo dat alle nakomelingen dezelfde kleuren-intensiteit zullen hebben. Daarnaast kent ontwikkeling van beni geen tijd, en kan de ontwikkeling ervan in eenzelfde kweek bij twee verschillende koi sterk verschillen. Maar zonder goede genen zal ook een goede ontwikkeling van het beni begrensd worden door de erfelijke mogelijkheden. Het is dus zeker van belang om te weten welke afstammelingen de kweker gebruikt om een inschatting te kunnen doen van de (toekomstige) kwaliteit van het beni!

De ontwikkeling van beni is een duidelijke route: van oranje naar rood, met behoud van intensiteit en kwaliteit. Maar de weg daar naartoe is een route met vele valkuilen en obstakels waarvan de belangrijkste in dit artikel worden besproken.


Hard en zacht beni

Als de kleurenintensiteit (afgeleid van de ontvangen genen van ouderlijke bloedlijnen) onvoldoende voorspelbaarheid geeft, hoe kun je dan bepalen of het beni überhaupt van goede kwaliteit is? Daarvoor moet gekeken worden naar andere kenmerken en zo onderkend men "hard" en "zacht" beni. Het verschil tussen beiden is dat hard beni wat koud en strak overkomt zonder veel glans, terwijl zacht beni juist een prachtige zijdezachte en rekbare indruk maakt ("luster", glans). Dit is een onderschat aspect en lastig uit te leggen, maar onderstaande foto's zijn voorbeelden van hard (foto 1) en zacht beni (foto 2):

Hard beni, zoals vaak wordt aangetroffen op mannelijke GosankeZacht beni, zoals vaak wordt aangetroffen op vrouwelijke Gosanke
Hard beni vinden we vaak terug op mannelijke koi, en is vaak vanaf het begin al donker van intensiteit. Zacht beni daarentegen geeft de indruk alsof het met een zacht penseeltje met zorg is aangebracht met de beste olieverf, in plaats van een strak gedrukte hiban met de modernste druk-methoden van de vrije pers. Het zijdezachte, rekbare beni geeft de koi een veel levendiger uitstraling met een mooie flexibele pigmentatie. Met name in vijvers in de Benelux zien we het prachtige zijdezachte beni van net geïmporteerde koi in onze vijvers snel achteruit gaan en hun magie verliezen: het beni wordt hard. De exacte reden hiervan is niet precies bekend, maar er zijn sterke vermoedens dat met name de zeer lage TDS-waarden in Japan ten grondslag liggen aan het zachte beni. In harder water lijkt het beni de "luster" te verliezen en daarmee de magie van beni. Het is om deze reden dat steeds meer koihouders hun toevlucht zoeken naar RO ("Reverse Osmosis") om deze flexibiliteit van het beni weer terug te krijgen (naast een veronderstelde betere groei).


Secundair beni

Het is al vele hobbyisten overkomen: een prachtige Gosanke ontwikkelt in het shiroji opeens licht en vlekkerig oranje plekken die af en toe weer weggaan en weer terugkomen. Nimmer zullen deze verschijningen van secundair hi tot tevredenheid van de koi-houder leiden. Secundair beni kan een koi ontsieren, en is een uiting van erythoforen die zich sporadisch op plaatsen bevinden, zonder directe bedoelingen. Met name op Shiro Utsuri, een zwart-witte koi voortkomend uit de Showa, wil het nog weleens voorkomen dat er secundair hi ontwikkelt. Onderstaande koi is een voorbeeld van een koi met goede genen, die secundair beni ontwikkelt:

Sanke met secundair hi
Het secundaire hi geeft de koi geen enkele toegevoegde waarde, en vaak ontwikkelt het zich vlekkerig en inconsistent. Helaas is er niet veel aan te doen, sommige koi zijn hier nu eenmaal gevoelig voor. Voeding kan hier een rol spelen, bepaalde kleurstoffen kunnen de ontwikkeling van secundair hi stimuleren dus past u hier mee op (zie verder onder: Stimulering van beni).


Instabiel en wegtrekkend beni

Nu is niet iedere koi gezegend met een ferme hoeveelheid kleurcellen, en kan het voorkomen dat beni binnen een hiban niet overal van dezelfde intensiteit is. Als koi-hobbyist moet dan opgelet worden, zwakke plekken in het beni kunnen een indicatie zijn van inferieur beni of zelfs van wegtrekkend beni. Op jonge leeftijd kan dit vaker voorkomen, maar de plaats van deze verkleuring is wel een aandachtspunt. In een enkel geval kan het voorkomen dat beni verdwijnt. DIt kan in een razend tempo gebeuren, en niet alleen voorbehouden aan inferieure koi. De oorzaak hiervan is niet bekend, maar er wordt over het algemeen aangenomen dat de pigmentcellen vernietigd worden en er dus geen kleur meer zichtbaar is.

Op de linkerfoto hieronder is de pigmentatie in het ozutsu (gebied tussen het einde van de rugvin en de staart) niet egaal, terwijl in de rechterfoto het beni zelfs volledig aan het verdwijnen is.

Kohaku met verkleuring in het beniWegtrekkend beni van een Kohaku
Een speciale vorm van wegtrekkend beni kan voortkomen uit "Hikui", dat aangeduidt mag worden als een huidziekte als gevolge van een virus. Neemt u hiervoor kennis van het artikel over "Hikui" op de schap "Gezondheid".

Voorbeeld van ontwikkeling van beni


Naast waterkwaliteit is ook UV-licht mede verantwoordelijk voor het behouden van een goede huidconditie. Veel hobbyisten merken dat als een koi voor langere tijd verstoken is van UV-licht (daglicht) de huidconditie snel achteruit kan gaan. Dit is met name zichtbaar in het beni, onderstaande foto's van een Sanke laten mooi zien hoe het beni minder intens wordt en zich terugtrekt naar de kern van de schub (negatieve ontwikkeling):

Intensiteit van beni loopt terug door ontbreken van daglicht (UV)

Reeds na 1 maand is de teruggang duidelijk waarneembaar. Op zich is dit niet direct een reden om zorgen over te maken, wanneer de koi weer wordt blootgesteld aan UV-licht zal het beni zich weer herstellen en verspreiden over de gehele schub en wordt de oorspronkelijke intensiteit meestal (!) weer hersteld. Met name in binnengehouden koi die vaak op hoge(re) temperaturen zitten om wat extra groei te pakken is het noodzakelijk om de conditie van het beni goed in de gaten te houden! Om mogelijke beschadiging van het beni tegen te gaan is het regelmatig inlassen van een groei-stop door de koi een paar weken op rantsoen en kouder water te zetten (17 a 18 graden) een goede mogelijkheid. Op deze temperaturen stopt de groei en kan de huidconditie weer wat op peil gebracht worden, de koi zal zijn of haar energie niet in skeletbouw stoppen op deze temperaturen maar meer aan de huidkwaliteit gaan werken. Als de basis-kwaliteit van de koi goed is dan zal het op laten groeien "binnenshuis" echter geen noemenswaardige schade aanbrengen.

Onderstaande foto toont dezelfde koi na 1 seizoen in de buitenvijver, het herstel van het beni is subliem (positieve ontwikkeling):

Sanke voor overplaatsen naar buitenvijverDezelfde Sanke na 1 seizoen in de buitenvijver
Met dank aan Marcel Berghmans voor het beschikbaar stellen van de foto's van de sanke!

Stimulering van beni: gebruik van kleurvoeders


Om de kleurpigmentatie van beni te bevorderen kan gebruik gemaakt worden van kleurvoer. In een dergelijk voer zitten stoffen die de inkleuring van de pigmentcellen bevorderen. Vaak op basis van spirulina, maar juist de kleurstof carotheen (of aanverwanten als Zeaxanthin) heeft een uitermate goed effect op de ontwikkeling van beni. Deze kleurstof is in voldoende mate aanwezig in bijvoorbeeld kreeften en garnalen, en is verantwoordelijk voor de mooie roze kleur van een flamingo. Wat dat betreft is het bijvoederen van koi met garnalen een prima kleurversterker, naast dat deze bol staan van de natuurlijke eiwitten waar de koi echt iets mee kan. U doet uw koi hier een groot plezier mee!

Laat u echter niet voor de gek houden als het gaat om mooi donker-rood gekleurde tosai in de verkoopbak bij uw dealer. Het is een openbaar geheim dat de kwekers vlak voor de openbare verkoop hun tosai aantrekkelijker maken door ze op een stevig kleurverstevigend voer te zetten. Een kweker zal echter nooit een verwachtingsvolle koi (overmatig) voeren met kleurrijk voer: het beni moet worden "gebracht" in plaats van worden "gehaald", door overmatig gebruik van kleurverstevigend voer kunt u de kleurcellen als het ware opblazen en onherstelbare schade toebrengen. Daarnaast maakt kleurvoer geen onderscheid in kleur en zal shiroji (wit) onherroepelijk verkleuren van maagdelijk wit naar crème-achtige tinten wat de kwaliteit van de koi, en daarmee de verkoopprijs, vermindert. Het best gebruikt u kleurvoeder op hoge temperaturen voor een periode van hooguit 3 a 4 weken om de kleur wat te stimuleren, bijvoorbeeld als u wilt deelnemen aan een show.

Samenvatting


Beni is een belangrijke kleur op het palet van de kleurenwaaier van de koi. Een koi met kwalitatief goed beni is een aanwinst in iedere vijver, en het goed laten ontwikkelen van beni is een dankbaar en interessant traject. Natuurlijk moet rekening gehouden worden met genetisch potentieel, maar een ieder die bewust bezig is met het onderhouden van de conditie en kwaliteit van de huid zal beamen dat beni een prima graadmeter is van de kunsten van de koi-hobbyist!

Als de koi ook een beetje wil meewerken natuurlijk Winking.

Sashi: het ontwikkelpad

In het artikel over Sashi zijn de grondbeginselen van goed sashi beschreven. In een notendop de kenmerken en indicatoren:

  • sashi vindt men, vanaf de voorkant van de koi bezien, aan het begin van een volgende kleur (zwart of rood)
  • door onderliggend pigment schijnt de kleur aan de voorkant van het patroon een beetje door de witte schubben heen
  • als uitgangspunt wordt genomen dat het sashi niet breder mag zijn dan 1 of maximaal 2 schubben (waarbij 2 schubben breedte een risico zijn)
  • het sashi moet gelijkmatig zijn, waarbij er geen grillige vormen gewenst zijn of verschillen in pigmentatie van het sashi
  • sashi vindt men bijna altijd bij jonge koi, de opperhuid is dan nog niet volledig ontwikkeld (dikte) waardoor de pigmentatie doorschijnt

Hoewel gelijkmatig sashi niet direct als storend wordt ervaren, is het uiteindelijk wel de bedoeling dat het sashi naarmate de koi ontwikkelt niet meer zichtbaar is. Alleen dan zal er een sterke aftekening ontstaan tussen het wit en het volgende kleurpatroon. Door het dikker worden van de opperhuid zal sashi uiteindelijk niet meer zichtbaar moeten zijn, dit stelt de koi-hobbyist voor een grote uitdaging omdat niet alle koi deze huidontwikkeling zullen laten zien.

Sashi komt bij verschillende variëteiten voor, maar wordt met name benoemd voor de Gosanke groep (Sanke, Showa, Shiro Utsuri, Kohaku). Bij sommige variëteiten is een vorm van sashi juist gewenst, zoals de Koromo waarbij een paarsachtig sashi juist voor een kwaliteitsverhogend effect zorgt.

Voorbeelden van sashi


Onderstaande afbeeldingen zijn voorbeelden van sashi, de kleuren (groen, oranje) zijn een indicatie van de mate waarin het sashi voldoet aan de kenmerken en de indicatoren. De plaatsen aangegeven met oranje zijn qua sashi relatief breed of onevenwichtig van kleur:

Sashi KohakuSashi KohakuSashi Shiro UtsuriSashi Sanke
Het sashi dat is aangegeven met oranje is niet per definitie minder goed, ook de plaats van het sashi is van belang. Zo is op foto 1 de relatieve afstand tussen de eerste en de tweede hiban relatief klein, zodat de onderhuidse pigmentering de neiging vertoond om samen te vloeien tussen de twee hiban. Er is een sterk shiroji nodig om dit te verhullen, maar deze koi is nog jong (tosai) zodat de groei van het lichaam de hiban verder uit elkaar kan trekken. Gecombineerd met de ontwikkeling van de opperhuid is er een reële kans dat het sashi uiteindelijk niet meer zichtbaar zal zijn.

Het sashi op foto 2 is over het algemeen als oranje aangeduid, het is relatief breed en de patronen zijn relatief klein. Daardoor is het te nadrukkelijk aanwezig, het maakt de patronen alsof er met de hand over net aangebrachte inkt is gewreven. Dit sashi zal door de breedte moeilijk te verhullen zijn. Op foto 3 zijn geen directe aanleidingen om te verwachte dat het sashi niet zal ontwikkelen. De aangegeven plaats met de oranje pijl is een twijfelachtige kwaliteit, maar het shiroji van deze koi is dermate goed dat als het sumi zich niet zal ontwikkelen en naar boven zal komen het toch verhuld kan worden. Let u bij het sashi dus ook de achterliggende kleur waar u een beoordeling staat te maken, beni (rood) zal zich zeer beperkt ontwikkelen maar sumi kan gedurende de ontwikkeling alle kanten nog op! Vanuit die optiek is het beoordelen van het sashi op sumi dat nog ontwikkeling laat zien van minder belang, in dit geval kan het sumi nog naar voren kruipen door sumi-ontwikkeling. Het sashi van foto 4 is delicaat aanwezig.


Belang van bloedlijnen


Sashi is een interessant ontwikkelaspect waarbij de bloedlijn ook een belangrijke rol speelt. Bij sommige bloedlijnen, zoals Matsunosuke, is het dikker worden van de opperhuid een aspect van lange(re) adem vergeleken bij bijvoorbeeld de Sensuke bloedlijnen. Bij deze laatste verdikt de opperhuid al in een vroeg stadium, en vanaf nissai is dit proces volop aan de gang. Het is om deze reden dat kwaliteits-koi van de Sensuke bloedlijn, zoals bijvoorbeeld gebruikt door kwekers als Yamatoya, Sakai Fish Farm, Matsue en Okawa, vaak als sansai (3-jarig) of ouder al geen sashi meer tonen. Het is dus zeker aan te raden om te weten van welke kweker (en bloedlijn) uw koi is om de ontwikkeling van het sashi te kunnen voorspellen. Zoals bij de meeste ontwikkel-aspecten is het geen wetmatigheid maar een goede indicatie van hoe deze ontwikkeling plaats zal vinden.

Ontwikkelpad


Het ontwikkelpad van sashi (dus het verdwijnen daarvan!) gebeurt zeer gelijkmatig. Als u als hobbyist dagelijks met uw vissen aan de gang bent zult u deze ontwikkeling niet zien, wij raden u dan ook aan om minimaal jaarlijks een foto van uw koi te maken, en deze foto's te vergelijken. Het is een geraffineerd proces, waarbij de algehele huidkwaliteit gedurende de tijd een impuls krijgt.

Onderstaande afbeeldingen leggen de ontwikkeling van een koi van Kondo Koi Farm vast gedurende een periode van 1 1/2 jaar:

Sashi developmentSashi developmentSashi development

Onderstaande afbeelding is een samenvatting van het eerste gebied:

Sashi development overview

Even los van het feit dat de conditie van de huid van deze koi sterk achteruit gegaan is, zie je gedurende de tijd de opperhuid dikker worden waardoor het sashi naar de achtergrond wordt gedrongen. Het sashi dat op de eerste foto nog overduidelijk aanwezig is, heeft zich op de laatste foto mooi ontwikkeld waardoor een scherpe aftekening van de overgang naar de rode hiban is ontstaan. De uitgangspunten voor de koi om een goede ontwikkeling van het sashi door te maken zijn aanwezig geweest: gelijkmatig, niet te breed en egaal van kleur.

Invloed van Fukurin


Zou deze koi "Fukurin" ontwikkelen, waarbij de schubben als het ware gedragen worden door de opperhuid die de schubben omsluit, dan kan het zelfs zo zijn dat de hiban, de rode plaat, zelfs wat kan groeien. Het beni (rood) kruipt als het ware dan het fukurin in waardoor patronen naar elkaar toe kunnen groeien. Dit zijn geen grote verschuivingen, maar kunnen een koi net wat meer accentueren waardoor de finesse van de plaatsing en aftekening van een hiban (of sumi) versterkt wordt. Over het algemeen kan wel gesteld worden dat het ontstaat van fukurin gelegen is in een flinke ontwikkeling van de opperhuid qua dikte. Daardoor is de kans ook veel groter dat deze verdikking van de huid een positief effect heeft op de ontwikkeling van sashi. Helaas ontwikkelen koi op latere leeftijd pas fukurin (althans, fukurin zie je zelden op tosai of nissai van de Gosanke-groep) maar het kan dus zeker de moeite waard zijn bij aankoop van een koi te letten op de aanwezigheid van fukurin. Is deze aanwezig, en is het sashi niet ontwikkeld, dan zou het zomaar kunnen dat u te maken heeft met een koi die waarschijnlijk een dermate diepe pigmentatie heeft dat het sashi niet verder zal inklaren.

Garanties


Garanties kunnen niet gegeven worden, het is belangrijk te letten op de indicatoren en op basis hiervan een inschatting te maken. Niet iedere koi bevat het genetische potentieel om goed te ontwikkelen, en als dit al aanwezig is dan is het nog steeds een grote uitdaging omstandigheden te bieden die deze ontwikkeling mogelijk kan maken. De kweker (bloedlijn) en kweekdieren kunnen u weer een stap in de goede richting zetten, vraag uw dealer dan ook eventueel om foto's van de ouderdieren om te zien of het genetisch potentieel aanwezig kan zijn. En mocht in uw geval het sashi uiteindelijk niet in ontwikkeling komen, onthoud dan dat dit slechts 1 aspect is van ontwikkeling en er nog vele andere aspecten zijn waar u zich op kunt richten!

Sumi: het ontwikkelpad van sumi (zwart)

Sumi, zwart, is een mysterieuze kleur als het gaat om ontwikkeling. Waar beni (rood) vanaf de geboorte al voorbestemd is om te ontwikkelen op voorbedachte plaatsen lijkt sumi het meest op een roulette. Het kan komen, het kan gaan, en is een kleur die mogelijk zelfs van lokale situaties afhankelijk is. Sumi is omgeven van mystiek, maar enkele variëteiten zoals Showa, Sanke en Shiro Utsuri zijn sterk afhankelijk van de kwaliteit van het getoonde sumi. Omdat de Shiro Utsuri, in de basis een zwarte koi met witte vlekken, gemaakt of gebroken wordt door sumi vanwege het ontbreken van een andere kleur is deze variëteit een idelate gids voor het kunnen (h)erkennen van kwaliteit-sumi op jonge koi en ontwikkelstadia daarvan.

Proces van sumi-ontwikkeling


In de basis ontwikkelt sumi zich volgens een algemeen aangenomen ontwikkelpad. In een uitgangssituatie kan er overal op het lichaam al sumi aanwezig zijn (al dan niet van gewenste kwaliteit) dus beschouw dit even als een extra. In principe ontstaat sumi als eerste rondom de laterale lijn. Deze lijn is, als je goed kijkt, zichtbaar op iedere koi en loopt vanaf de hoogte van de mond over het lichaam naar het centrum van de staartwortel (op beide zijkanten van de koi). Naarmate het sumi in ontwikkeling gaat kruipt het sumi van daaruit als het ware verder omhoog, en ontwikkelt zich vervolgens langzaam richting het het hoofd toe. Dit betekent dat:

  • goed sumi op het lichaam als tosai indicatief kan zijn voor een goede ontwikkeling (let op: soms is een patroon op tosai al geheel gezet, deze koi laten zelden nog ontwikkeling zien en vaak betreft het koi die reeds hun definitieve stadium bereikt hebben. Vanaf dat moment gaat het langzaam bergaf...)
  • sumi van goede kwaliteit achterop het lichaam veel ruimte biedt voor een gewenst ontwikkelpad als elders nog weinig sumi is gevormd
  • de eigenlijke ontwikkeling vanaf de staart-aanzet naar het hoofd toe beweegt
  • de schouderpartij van de koi als laatste zal het finale eindstadium zal bereiken

Het hoofd van de koi blijft hier buiten beschouwing, dit heeft een eigen autonoom ontwikkelpad. Wel kan gesteld worden dat als de schouderpartij is uit-ontwikkeld het hoofd ook het finale eindstadium heeft bereikt. Als een koi op maximale lengte "finished" voor wat betreft de ontwikkeling van sumi dan zal deze per definitie een enorme blikvanger in uw vijver zijn!

Ontwikkeling


Om de ontwikkeling van het sumi te kunnen tonen is een Shiro Utsuri als uitgangspunt genomen. De foto's bestrijken een periode van 6 jaar, goed sumi komt dus niet in een seizoen!

Sumi development tosai

Als tosai bezit deze Shiro Utsuri al kenmerken van goed sumi. De eerste posities waar sumi-ontwikkeling zou moeten plaatsvinden is op de laterale lijn, deze koi heeft met name aan de voorkant al duidelijke sumi-positionering. De donkere plaatsen aan de linkerzijkant zijn een indicatie dat het sumi sterk is en sterk zal worden (en bevindt zich rondom de laterale lijn)!

Sumi development nissai

Als nissai heeft deze koi sterke ontwikkeling laten zien als het gaat om body maar de sumi-ontwikkeling is niet doorgezet. Het is belangrijk om te realiseren dat dit van enorm belang is. In eerste vier jaren van de ontwikkeling van de koi staat groei voorop, we streven ernaar om het sumi vol ontwikkeld te hebben als de koi de maximale lengte heeft bereikt. Het kost geduld en inzicht om deze ontwikkeling te volgen, sumi dat de eerste jaren wat onder de huid blijft zitten is visueel misschien even niet zo aantrekkelijk maar van groot belang om de koi op het beste moment te laten pieken als deze volwassen is! De sumi die zichtbaar is op de koi is van prima kwaliteit, zet niet echt door maar staat in de startblokken. Achterop de koi is het nog rustig, de donkere spots aan de linkerkant van de koi zijn nog steeds prominent aanwezig!

Sumi development sansai

Als sansai begint het proces van ontwikkeling dan echt. Goed zichtbaar is dat het sumi omhoog aan het kruipen is (qua ontwikkeling) en dat de intensiteit en grootte aan het toenemen is, zeker in het achtergebied. Ook is al wat ontwikkeling zichtbaar op hoofd, de body van deze koi is overigens ook heel erg goed!

Sumi development yonsai

En als yonsai begint het dan echt! Prachtig om te zien hoe het sumi achterop de koi stabiliseert en verder omhoog kruipt, dat het hoofd een voorsprongetje neemt op iets moois en dat de schouderpartij inmiddels ook wat meer ontwikkeling begint te laten zien. De losse patronen "kleuren zich in", en het sumi trekt nu echt goed door. Ook het "motoguro", de gewenste zwart-gekleurde aanzet van de borstvinnen, komt in ontwikkeling!

Sumi development gosai

Als gosay is goed te zien dat de achterkant van de koi "gezet" is, en de focus volledig verschuift naar de voorkant van de koi. Op de schouderpartij wordt flink ontwikkeld, mooi om te zien is hoe het losse patroon aan de rechterflank wordt geïntegreerd in een spannend patroon! Het motoguro kruipt langzaam vanuit de oksel de vinnen in.

Sumi development finished!

De laatste foto geeft het eindresultaat weer, een zeer krachtige koi met zeer goed sumi en een ontwikkelpad "uit het boekje"! Prachtig is de evolutie te volgen, komend vanuit de flanken en gedurende de eerste jaren stabiel maar aanwezig zodat de focus van de koi geheel op de groei ligt! Naarmate de groei wat af begint te nemen komt de ontwikkeling dan echt goed op gang, met als eindstadium de laatste penseelstreken op de schouderpartij en prachtig motoguro!

Afsluitende opmerkingen


Het voorbeeld in dit artikel is natuurlijk niet voor iedere koi weggelegd, maar het is van belang om het theoretische ontwikkelpad van sumi goed te onderkennen, en te zoeken naar sporen die inzicht kunnen geven in de fase waarin de koi zich bevindt. Soms komt de ontwikkeling helemaal niet op gang, of verslechtert de koi door een afname van de huidconditie. Onderstaand de verschillende stadia nog even op een rijtje:



Sumi is een moeilijke kleur, waarvan de ontwikkeling nog immer vele geheimen kent. Maar laat u zich daardoor niet onthouden om eens een experiment met een Shiro Utsuri aan te gaan! Van een dergelijke koi kan veel geleerd worden op basis waarvan u uw selectie verder kunt verbeteren. En dat aspect van onze hobby sneeuwt weleens onder, want moeten wijzelf ook niet ontwikkelen om de ontwikkeling van een koi te kunnen doorgronden? Houdt u er ook rekening mee dat de ontwikkeling van de koi in dit artikel een schoolvoorbeeld is! Soms heeft een Shiro al motoguro bijvoorbeeld, of komt het nooit, en dat betekent niet dat de betreffende koi dan geen interessant ontwikkelpad kan volgen.

Met dank aan Omosako Koi Farm voor het beschikbaar stellen van de foto's!

Koi-Ontwikkeling.info gebruikt cookies en scripts van Google om uw gebruik van onze websites geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en advertenties kunnen tonen. Ook worden cookies en scripts van Facebook, Twitter, en Google gebruikt om social media integratie op onze websites mogelijk te maken.

Indien u hiermee niet kan instemmen dient u uw browser direct af te sluiten en de website niet te gebruiken. Meer informatie kunt u lezen in de Cookie- en privacy-verklaring.