een streling voor het oog

Sashi

Sashi
Waar Kiwa zich aan de achterkant (richting staart) bevindt is sashi de term voor de overgang aan de voorkant van een patroon. Wanneer sashi bestaat dan betekent dit dat er in de middelste huidlaag pigmentcellen bevinden. Deze cellen in de middelste huidlaag worden erg gewaardeerd, daar deze pigmentcellen stabieler zijn.

Sashi bij hi-patronen kunnen alleen bestaan wanneer er hi-pigmentering aanwezig is in de middelste huidlaag. De pigmentering kan vaak gezien worden door de witte schubben heen. Kijkend naar de huid is het dus de "nanshitsu shimpi", de middelste huidlaag, die verantwoordelijk is voor het sashi-effect. Deze elastische huidlaag bevindt zich diep tussen de wortels en bedenkt het deel van de schub dat in de huid is verzonken. Het pigment dat daar aanwezig is veroorzaakt het sashi-effect. Er wordt over het algemeen aangenomen dat koi met sashi een stabiele pigmentering hebben (en dieper van kleur zijn/ kunnen worden). Bij sumi kan ook sashi voorkomen, met name op een shiro utsuri geeft dat een uitermate mooi effect daar deze lichte randjes aan de voorkant van een patroon de huid een driedimensionaal uiterlijk geeft.

Als een koi ouder wordt neemt de "hyousou shimpi" (buitenste huidlaag) in dikte toe waardoor het sashi minder zichtbaar wordt. Dit is met name het geval bij bloedlijnen die bekend staan om hun dikke opperhuid, zoals bijvoorbeeld Sensuke.

In onderstaand afbeelding worden sashi en kiwa bij elkaar getoond:



Sashi hoeft niet altijd aanwezig te zijn en hoeft niet altijd te blijven. In het eerste geval is een tekort aan rode pigmentatie in de middelste huidlaag de reden dat er geen sashi is, in het tweede geval is er iets anders aan de hand. Het sashi komt wazig door de huid heen omdat de opperhuid, die wit gekleurd is in dit geval, nog niet volledig is ontwikkeld. Naarmate de tijd vordert wordt deze laag dikker waarmee ook de doorschijnendheid afneemt. Over het algemeen spreekt men dan van een "gefinishte" koi als het sashi niet meer aanwezig is, de huid verbetert zich op dit aspect niet meer verder. In feite ziet het sashi er dan net zo uit als kiwa doet aan de zijkanten en achterkant van een patroon. Er wordt soms beweerd dat het sashi dan eigenlijk kiwa is, maar je kunt eigenlijk alleen met zekerheid stellen dat er geen sashi meer is daar kiwa in principe niet bedoeld is als term voor de voorkant van een patroon.

Met betrekking tot hi pigmentering zijn er dus twee typen:

  • pigmentering in de opperhuid
  • pigmentering in de middelhuid

Over het algemeen wordt de tweede variant meer gewaardeerd daar deze gezien wordt als een meer stabielere vorm. Tevens zorgt deze pigmentering voor het sashi. Pigmentering in de opperhuid wordt minder stabiel geacht met het risico van verdwijnen van hi. Betekent dit nu dat bijvoorbeeld een Kohaku zonder sashi als inferieur beschouwd moet worden (ervan uitgaande dat deze niet al uitontwikkeld is...)? Ja en nee, zoals eerder aangegeven is het aanwezig zijn van sashi een indicatie voor een goede pigmentering. Aan de andere kant: hi van de Sensuke bloedlijn kenmerkt zich juist door het ontbreken van sashi door de snelle ontwikkeling van de opperhuid(!) terwijl deze bloedlijn beschouwd wordt als een van de beste bloedlijnen voor Kohaku. Om te bepalen of er pigment aanwezig is in de middelhuid moet een koi gebogen worden in een U-bocht. Als er op de "buitenbocht" witte vlekken zichtbaar zijn bij de kernen van de schubben dan wordt dit als niet wenselijk beschouwd!

Als kenmerk van kwaliteit ziet men sashi het liefst als één schub breed. Bij krachtig groeiende koi kan deze schaduw-achtige rand zich soms over twee of zelfs drie schubben uitstrekken. Bij een dergelijke groei is dit niet direct een teken van mindere kwaliteit, maar het is in zo'n geval wel belangrijk om inzicht te krijgen in de groei-potentie van een vis om zeker te weten dat dit een kenmerk van extreme groei is. Vragen naar de ouderdieren en bloedlijn is een advies in deze.

Kiwa


In Japan, waar nishikigoi wordt beschouwd als "levende kunst" hebben de hobbyisten, kwekers en dealers het appreciëren van koi zelf tot een ware kunst verheven. Elk aspect van koi wordt vanuit een immense interesse bekeken en gevolgd, of dit nu de kleurontwikkeling is of de manier waarop een koi zwemt. De volledig geschubte koi (wagoi) worden als zodanig hoger gewaardeerd als de niet-geschubte koi (doitsu) omdat deze moeilijker te kweken en naar een absolute kwaliteitsnorm te brengen zijn. De gedetailleerde waardering van kleur en patroon is een niet meer dan logisch gevolg van deze uiting van kunst. In dit thema worden twee aspecten kan kleurpatronen besproken, namelijk kiwa en sashi, die betrekking hebben op de overgang van de ene kleur naar de andere kleur. Dit is primair gericht op de Kohaku, Sanke, Showa, Bekko en Shiro Utsuri daar deze variëteiten over deze kenmerken beschikken.

Kiwa
Kiwa betreft het einde (richting de staart) en zijkanten van een patroon. De voorkant van het patroon kan als het ware ook als kiwa worden aangemerkt, maar deze overgang is niet bij elke koi even scherp. Dit komt omdat aan de voorkant van een patroon (van wit naar rood bijvoorbeeld) de witte schubben OVER het beni in de middelste huidlaag heen ligt en daardoor het beni wat doorschijnt. Pas als de ontwikkeling compleet is kan dit verdwijnen en ontstaat een scherpe(re) overgang. Lees hiervoor het artikel over sashi, bij kiwa is men in ieder geval minder geïnteresseerd met betrekking tot deze voorkant van een patroon.

Er zijn verschillende soorten kiwa en het wordt als goed verondersteld als de uiteinden van het patroon scherp zijn afgetekend. Hoe scherper de overgang tussen de kleuren des te beter is het kiwa. Het is wenselijk dat de schub in grote mate is meegekleurd naar het einde toe om deze scherpe overgang te verkrijgen. Als het patroon zwart is (sumi) in plaats van rood (hi) dan spreekt men van sumi kiwa. Er zijn drie verschillende soorten kiwa:

  • Maruzome kiwa, waarbij de overgang tussen de kleuren precies de uiteinden van de schubben volgen waardoor een golvend patroon ontstaat.
  • Kamisori kiwa, waarbij de overgang tussen kleuren dwars over de schubben heen loopt. Kenmerkend bij dit type kiwa is dat de schubben van de scheidslijn dus twee verschillende pigmentaties hebben, namelijk vanuit de uitgroei bezien de kleur van het vlak waar deze ontstaat en aan het einde de kleur van het vlak waar deze invalt.
  • Konzai kiwa. Dit is eigenlijk een mengsel van Maruzome en Kamisori kiwa, het merendeel van de koi heeft Konzai kiwa.

In onderstaande afbeelding zijn de verschillende soorten kiwa samengebracht:




Gedurende de ontwikkeling van een koi ontwikkelt het kiwa ook. Bij sommige bloedlijnen trekt het kiwa zich vanzelf terug tot een maruzome patroon, zoals dit gebeurt bij de Matsunosuke-bloedlijn. Maruzome kiwa wordt hoger gewaardeerd, en dit type trekt van onderaf bezien naar boven toe gedurende de ontwikkeling van de koi. Andere bloedlijnen hebben van jongs af aan al Maruzome kiwa zoals dat (vaak, er zijn altijd uitzonderingen) het geval is bij de Kohaku van Dainichi. Vanaf het prille begin bezitten deze koi al de gewenste Maruzome kiwa. De meeste koi hebben echter Konzai kiwa daar een puur Maruzome kiwa vaak voorbestemd is voor de grote kampioenen.

Koi-Ontwikkeling.info gebruikt cookies en scripts van Google om uw gebruik van onze websites geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en advertenties kunnen tonen. Ook worden cookies en scripts van Facebook, Twitter, en Google gebruikt om social media integratie op onze websites mogelijk te maken.

Indien u hiermee niet kan instemmen dient u uw browser direct af te sluiten en de website niet te gebruiken. Meer informatie kunt u lezen in de Cookie- en privacy-verklaring.