een streling voor het oog

Sashi: het ontwikkelpad

In het artikel over Sashi zijn de grondbeginselen van goed sashi beschreven. In een notendop de kenmerken en indicatoren:

  • sashi vindt men, vanaf de voorkant van de koi bezien, aan het begin van een volgende kleur (zwart of rood)
  • door onderliggend pigment schijnt de kleur aan de voorkant van het patroon een beetje door de witte schubben heen
  • als uitgangspunt wordt genomen dat het sashi niet breder mag zijn dan 1 of maximaal 2 schubben (waarbij 2 schubben breedte een risico zijn)
  • het sashi moet gelijkmatig zijn, waarbij er geen grillige vormen gewenst zijn of verschillen in pigmentatie van het sashi
  • sashi vindt men bijna altijd bij jonge koi, de opperhuid is dan nog niet volledig ontwikkeld (dikte) waardoor de pigmentatie doorschijnt

Hoewel gelijkmatig sashi niet direct als storend wordt ervaren, is het uiteindelijk wel de bedoeling dat het sashi naarmate de koi ontwikkelt niet meer zichtbaar is. Alleen dan zal er een sterke aftekening ontstaan tussen het wit en het volgende kleurpatroon. Door het dikker worden van de opperhuid zal sashi uiteindelijk niet meer zichtbaar moeten zijn, dit stelt de koi-hobbyist voor een grote uitdaging omdat niet alle koi deze huidontwikkeling zullen laten zien.

Sashi komt bij verschillende variëteiten voor, maar wordt met name benoemd voor de Gosanke groep (Sanke, Showa, Shiro Utsuri, Kohaku). Bij sommige variëteiten is een vorm van sashi juist gewenst, zoals de Koromo waarbij een paarsachtig sashi juist voor een kwaliteitsverhogend effect zorgt.

Voorbeelden van sashi


Onderstaande afbeeldingen zijn voorbeelden van sashi, de kleuren (groen, oranje) zijn een indicatie van de mate waarin het sashi voldoet aan de kenmerken en de indicatoren. De plaatsen aangegeven met oranje zijn qua sashi relatief breed of onevenwichtig van kleur:

Sashi KohakuSashi KohakuSashi Shiro UtsuriSashi Sanke
Het sashi dat is aangegeven met oranje is niet per definitie minder goed, ook de plaats van het sashi is van belang. Zo is op foto 1 de relatieve afstand tussen de eerste en de tweede hiban relatief klein, zodat de onderhuidse pigmentering de neiging vertoond om samen te vloeien tussen de twee hiban. Er is een sterk shiroji nodig om dit te verhullen, maar deze koi is nog jong (tosai) zodat de groei van het lichaam de hiban verder uit elkaar kan trekken. Gecombineerd met de ontwikkeling van de opperhuid is er een reële kans dat het sashi uiteindelijk niet meer zichtbaar zal zijn.

Het sashi op foto 2 is over het algemeen als oranje aangeduid, het is relatief breed en de patronen zijn relatief klein. Daardoor is het te nadrukkelijk aanwezig, het maakt de patronen alsof er met de hand over net aangebrachte inkt is gewreven. Dit sashi zal door de breedte moeilijk te verhullen zijn. Op foto 3 zijn geen directe aanleidingen om te verwachte dat het sashi niet zal ontwikkelen. De aangegeven plaats met de oranje pijl is een twijfelachtige kwaliteit, maar het shiroji van deze koi is dermate goed dat als het sumi zich niet zal ontwikkelen en naar boven zal komen het toch verhuld kan worden. Let u bij het sashi dus ook de achterliggende kleur waar u een beoordeling staat te maken, beni (rood) zal zich zeer beperkt ontwikkelen maar sumi kan gedurende de ontwikkeling alle kanten nog op! Vanuit die optiek is het beoordelen van het sashi op sumi dat nog ontwikkeling laat zien van minder belang, in dit geval kan het sumi nog naar voren kruipen door sumi-ontwikkeling. Het sashi van foto 4 is delicaat aanwezig.


Belang van bloedlijnen


Sashi is een interessant ontwikkelaspect waarbij de bloedlijn ook een belangrijke rol speelt. Bij sommige bloedlijnen, zoals Matsunosuke, is het dikker worden van de opperhuid een aspect van lange(re) adem vergeleken bij bijvoorbeeld de Sensuke bloedlijnen. Bij deze laatste verdikt de opperhuid al in een vroeg stadium, en vanaf nissai is dit proces volop aan de gang. Het is om deze reden dat kwaliteits-koi van de Sensuke bloedlijn, zoals bijvoorbeeld gebruikt door kwekers als Yamatoya, Sakai Fish Farm, Matsue en Okawa, vaak als sansai (3-jarig) of ouder al geen sashi meer tonen. Het is dus zeker aan te raden om te weten van welke kweker (en bloedlijn) uw koi is om de ontwikkeling van het sashi te kunnen voorspellen. Zoals bij de meeste ontwikkel-aspecten is het geen wetmatigheid maar een goede indicatie van hoe deze ontwikkeling plaats zal vinden.

Ontwikkelpad


Het ontwikkelpad van sashi (dus het verdwijnen daarvan!) gebeurt zeer gelijkmatig. Als u als hobbyist dagelijks met uw vissen aan de gang bent zult u deze ontwikkeling niet zien, wij raden u dan ook aan om minimaal jaarlijks een foto van uw koi te maken, en deze foto's te vergelijken. Het is een geraffineerd proces, waarbij de algehele huidkwaliteit gedurende de tijd een impuls krijgt.

Onderstaande afbeeldingen leggen de ontwikkeling van een koi van Kondo Koi Farm vast gedurende een periode van 1 1/2 jaar:

Sashi developmentSashi developmentSashi development

Onderstaande afbeelding is een samenvatting van het eerste gebied:

Sashi development overview

Even los van het feit dat de conditie van de huid van deze koi sterk achteruit gegaan is, zie je gedurende de tijd de opperhuid dikker worden waardoor het sashi naar de achtergrond wordt gedrongen. Het sashi dat op de eerste foto nog overduidelijk aanwezig is, heeft zich op de laatste foto mooi ontwikkeld waardoor een scherpe aftekening van de overgang naar de rode hiban is ontstaan. De uitgangspunten voor de koi om een goede ontwikkeling van het sashi door te maken zijn aanwezig geweest: gelijkmatig, niet te breed en egaal van kleur.

Invloed van Fukurin


Zou deze koi "Fukurin" ontwikkelen, waarbij de schubben als het ware gedragen worden door de opperhuid die de schubben omsluit, dan kan het zelfs zo zijn dat de hiban, de rode plaat, zelfs wat kan groeien. Het beni (rood) kruipt als het ware dan het fukurin in waardoor patronen naar elkaar toe kunnen groeien. Dit zijn geen grote verschuivingen, maar kunnen een koi net wat meer accentueren waardoor de finesse van de plaatsing en aftekening van een hiban (of sumi) versterkt wordt. Over het algemeen kan wel gesteld worden dat het ontstaat van fukurin gelegen is in een flinke ontwikkeling van de opperhuid qua dikte. Daardoor is de kans ook veel groter dat deze verdikking van de huid een positief effect heeft op de ontwikkeling van sashi. Helaas ontwikkelen koi op latere leeftijd pas fukurin (althans, fukurin zie je zelden op tosai of nissai van de Gosanke-groep) maar het kan dus zeker de moeite waard zijn bij aankoop van een koi te letten op de aanwezigheid van fukurin. Is deze aanwezig, en is het sashi niet ontwikkeld, dan zou het zomaar kunnen dat u te maken heeft met een koi die waarschijnlijk een dermate diepe pigmentatie heeft dat het sashi niet verder zal inklaren.

Garanties


Garanties kunnen niet gegeven worden, het is belangrijk te letten op de indicatoren en op basis hiervan een inschatting te maken. Niet iedere koi bevat het genetische potentieel om goed te ontwikkelen, en als dit al aanwezig is dan is het nog steeds een grote uitdaging omstandigheden te bieden die deze ontwikkeling mogelijk kan maken. De kweker (bloedlijn) en kweekdieren kunnen u weer een stap in de goede richting zetten, vraag uw dealer dan ook eventueel om foto's van de ouderdieren om te zien of het genetisch potentieel aanwezig kan zijn. En mocht in uw geval het sashi uiteindelijk niet in ontwikkeling komen, onthoud dan dat dit slechts 1 aspect is van ontwikkeling en er nog vele andere aspecten zijn waar u zich op kunt richten!

Sashi

Sashi
Waar Kiwa zich aan de achterkant (richting staart) bevindt is sashi de term voor de overgang aan de voorkant van een patroon. Wanneer sashi bestaat dan betekent dit dat er in de middelste huidlaag pigmentcellen bevinden. Deze cellen in de middelste huidlaag worden erg gewaardeerd, daar deze pigmentcellen stabieler zijn.

Sashi bij hi-patronen kunnen alleen bestaan wanneer er hi-pigmentering aanwezig is in de middelste huidlaag. De pigmentering kan vaak gezien worden door de witte schubben heen. Kijkend naar de huid is het dus de "nanshitsu shimpi", de middelste huidlaag, die verantwoordelijk is voor het sashi-effect. Deze elastische huidlaag bevindt zich diep tussen de wortels en bedenkt het deel van de schub dat in de huid is verzonken. Het pigment dat daar aanwezig is veroorzaakt het sashi-effect. Er wordt over het algemeen aangenomen dat koi met sashi een stabiele pigmentering hebben (en dieper van kleur zijn/ kunnen worden). Bij sumi kan ook sashi voorkomen, met name op een shiro utsuri geeft dat een uitermate mooi effect daar deze lichte randjes aan de voorkant van een patroon de huid een driedimensionaal uiterlijk geeft.

Als een koi ouder wordt neemt de "hyousou shimpi" (buitenste huidlaag) in dikte toe waardoor het sashi minder zichtbaar wordt. Dit is met name het geval bij bloedlijnen die bekend staan om hun dikke opperhuid, zoals bijvoorbeeld Sensuke.

In onderstaand afbeelding worden sashi en kiwa bij elkaar getoond:



Sashi hoeft niet altijd aanwezig te zijn en hoeft niet altijd te blijven. In het eerste geval is een tekort aan rode pigmentatie in de middelste huidlaag de reden dat er geen sashi is, in het tweede geval is er iets anders aan de hand. Het sashi komt wazig door de huid heen omdat de opperhuid, die wit gekleurd is in dit geval, nog niet volledig is ontwikkeld. Naarmate de tijd vordert wordt deze laag dikker waarmee ook de doorschijnendheid afneemt. Over het algemeen spreekt men dan van een "gefinishte" koi als het sashi niet meer aanwezig is, de huid verbetert zich op dit aspect niet meer verder. In feite ziet het sashi er dan net zo uit als kiwa doet aan de zijkanten en achterkant van een patroon. Er wordt soms beweerd dat het sashi dan eigenlijk kiwa is, maar je kunt eigenlijk alleen met zekerheid stellen dat er geen sashi meer is daar kiwa in principe niet bedoeld is als term voor de voorkant van een patroon.

Met betrekking tot hi pigmentering zijn er dus twee typen:

  • pigmentering in de opperhuid
  • pigmentering in de middelhuid

Over het algemeen wordt de tweede variant meer gewaardeerd daar deze gezien wordt als een meer stabielere vorm. Tevens zorgt deze pigmentering voor het sashi. Pigmentering in de opperhuid wordt minder stabiel geacht met het risico van verdwijnen van hi. Betekent dit nu dat bijvoorbeeld een Kohaku zonder sashi als inferieur beschouwd moet worden (ervan uitgaande dat deze niet al uitontwikkeld is...)? Ja en nee, zoals eerder aangegeven is het aanwezig zijn van sashi een indicatie voor een goede pigmentering. Aan de andere kant: hi van de Sensuke bloedlijn kenmerkt zich juist door het ontbreken van sashi door de snelle ontwikkeling van de opperhuid(!) terwijl deze bloedlijn beschouwd wordt als een van de beste bloedlijnen voor Kohaku. Om te bepalen of er pigment aanwezig is in de middelhuid moet een koi gebogen worden in een U-bocht. Als er op de "buitenbocht" witte vlekken zichtbaar zijn bij de kernen van de schubben dan wordt dit als niet wenselijk beschouwd!

Als kenmerk van kwaliteit ziet men sashi het liefst als één schub breed. Bij krachtig groeiende koi kan deze schaduw-achtige rand zich soms over twee of zelfs drie schubben uitstrekken. Bij een dergelijke groei is dit niet direct een teken van mindere kwaliteit, maar het is in zo'n geval wel belangrijk om inzicht te krijgen in de groei-potentie van een vis om zeker te weten dat dit een kenmerk van extreme groei is. Vragen naar de ouderdieren en bloedlijn is een advies in deze.

Kiwa


In Japan, waar nishikigoi wordt beschouwd als "levende kunst" hebben de hobbyisten, kwekers en dealers het appreciëren van koi zelf tot een ware kunst verheven. Elk aspect van koi wordt vanuit een immense interesse bekeken en gevolgd, of dit nu de kleurontwikkeling is of de manier waarop een koi zwemt. De volledig geschubte koi (wagoi) worden als zodanig hoger gewaardeerd als de niet-geschubte koi (doitsu) omdat deze moeilijker te kweken en naar een absolute kwaliteitsnorm te brengen zijn. De gedetailleerde waardering van kleur en patroon is een niet meer dan logisch gevolg van deze uiting van kunst. In dit thema worden twee aspecten kan kleurpatronen besproken, namelijk kiwa en sashi, die betrekking hebben op de overgang van de ene kleur naar de andere kleur. Dit is primair gericht op de Kohaku, Sanke, Showa, Bekko en Shiro Utsuri daar deze variëteiten over deze kenmerken beschikken.

Kiwa
Kiwa betreft het einde (richting de staart) en zijkanten van een patroon. De voorkant van het patroon kan als het ware ook als kiwa worden aangemerkt, maar deze overgang is niet bij elke koi even scherp. Dit komt omdat aan de voorkant van een patroon (van wit naar rood bijvoorbeeld) de witte schubben OVER het beni in de middelste huidlaag heen ligt en daardoor het beni wat doorschijnt. Pas als de ontwikkeling compleet is kan dit verdwijnen en ontstaat een scherpe(re) overgang. Lees hiervoor het artikel over sashi, bij kiwa is men in ieder geval minder geïnteresseerd met betrekking tot deze voorkant van een patroon.

Er zijn verschillende soorten kiwa en het wordt als goed verondersteld als de uiteinden van het patroon scherp zijn afgetekend. Hoe scherper de overgang tussen de kleuren des te beter is het kiwa. Het is wenselijk dat de schub in grote mate is meegekleurd naar het einde toe om deze scherpe overgang te verkrijgen. Als het patroon zwart is (sumi) in plaats van rood (hi) dan spreekt men van sumi kiwa. Er zijn drie verschillende soorten kiwa:

  • Maruzome kiwa, waarbij de overgang tussen de kleuren precies de uiteinden van de schubben volgen waardoor een golvend patroon ontstaat.
  • Kamisori kiwa, waarbij de overgang tussen kleuren dwars over de schubben heen loopt. Kenmerkend bij dit type kiwa is dat de schubben van de scheidslijn dus twee verschillende pigmentaties hebben, namelijk vanuit de uitgroei bezien de kleur van het vlak waar deze ontstaat en aan het einde de kleur van het vlak waar deze invalt.
  • Konzai kiwa. Dit is eigenlijk een mengsel van Maruzome en Kamisori kiwa, het merendeel van de koi heeft Konzai kiwa.

In onderstaande afbeelding zijn de verschillende soorten kiwa samengebracht:




Gedurende de ontwikkeling van een koi ontwikkelt het kiwa ook. Bij sommige bloedlijnen trekt het kiwa zich vanzelf terug tot een maruzome patroon, zoals dit gebeurt bij de Matsunosuke-bloedlijn. Maruzome kiwa wordt hoger gewaardeerd, en dit type trekt van onderaf bezien naar boven toe gedurende de ontwikkeling van de koi. Andere bloedlijnen hebben van jongs af aan al Maruzome kiwa zoals dat (vaak, er zijn altijd uitzonderingen) het geval is bij de Kohaku van Dainichi. Vanaf het prille begin bezitten deze koi al de gewenste Maruzome kiwa. De meeste koi hebben echter Konzai kiwa daar een puur Maruzome kiwa vaak voorbestemd is voor de grote kampioenen.

Koi-Ontwikkeling.info gebruikt cookies en scripts van Google om uw gebruik van onze websites geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en advertenties kunnen tonen. Ook worden cookies en scripts van Facebook, Twitter, en Google gebruikt om social media integratie op onze websites mogelijk te maken.

Indien u hiermee niet kan instemmen dient u uw browser direct af te sluiten en de website niet te gebruiken. Meer informatie kunt u lezen in de Cookie- en privacy-verklaring.