voor het maken van uw beste koi foto

Polarisatiefilter

Een goed polarisatiefilter is een belangrijk hulpmiddel bij het fotograferen van koi. Het polarisatiefilter heeft een aantal grote voordelen:

  • kleuren worden intenser en contrasten tussen kleuren worden vergroot
  • het elimineert reflecties waardoor de waarneembaarheid van kleuren afneemt. Hoe meer reflectie, hoe minder je de echte kleuren ziet. Het contrast neemt daardoor sterk af

Voor het fotograferen van koi zijn bovenstaande voordelen evident, met name de eigenschap dat een polarisatiefilter schitteringen van het water kan verminderen. En aangezien een koi onder water leeft zijn al heel wat foto's mislukt door hinderlijke schitteringen waardoor de kleurenpracht niet goed overkomt en de foto haar waarde verliest.

Een polarisatiefilter wordt voorop op de lens gemonteerd, en heeft de eigenschap dat deze draaibaar is. Afhankelijk van de sterkte van het licht en de lichtinval heeft een filter namelijk een ander effect. Het filter is het meest effectief als de camera op 90 graden van de zon wordt gehouden, dus aan de linker- of rechterkant van de fotograaf. Belangrijk is dat u, wanneer u een polarisatiefilter gebruikt, deze ook permanent draait om te ontdekken welke stand het meest effectief is! Eenmalig instellen is er niet bij. Dit heef te maken met de richting van polarisatie van het licht.

Vormen van polarisatie


Lichtstralen bewegen zich op verschillende manieren voort:

Lineair gepolariseerd lichtCirculair gepolariseerd lichtEliptisch gepolariseerd licht: mengvorm van lineair en circulair

Om de effecten van deze polarisatie op uw foto's te elimineren is permanente bijstelling van uw polarisatiefilter noodzakelijk. Houdt u er wel rekening mee dat het gebruik van een polarisatiefilter invloed heeft op het ontvangen licht, deze zal hierdoor wat afnemen. U moet dus zeker een proefopname doen wanneer u een dergelijk filter gaat gebruiken, mogelijk moet u een kleiner diafragma (Lagere F-waarde) gaan gebruiken! En voor een digitale camera moet u altijd een CIRCULAIR polarisatiefilter gebruiken, om de simpele reden dat een lineair polarisatiefilter niet goed samengaat met autofocus en de lichtmeting die de camera automatisch uitvoert.

Bron: Wikipedia

Diafragma (F)

Het diafragma (in het Engels "aperture") is een ronde opening in de lichtbaan van de lens die een bepaalde hoeveelheid licht door kan laten gaan of tegenhouden. Het midden van het diafragma valt samen met de optische as van de binnenvallende lichtbundel. Veel fototoestellen hebben een (handmatig of automatisch) verstelbaar diafragma waardoor de hoeveelheid binnenvallend licht kan worden veranderd. Belichting kan verder worden beïnvloed door het wijzigen van de belichtingstijd met behulp van de sluiter.

In onderstaande afbeelding is het bewegen van het diafragma goed te zien:

Diafragma van een fotocamera

Bij een kleiner diafragma wordt de hoeveelheid licht kleiner en neemt de scherptediepte toe.

Bron: Wikipedia

Diafragma schaal


Diafragma wordt aangegeven met behulp van een zogenaamd F-getal. Let op, hoe HOGER het F-getal hoe kleiner het diafragma en hoe LAGER het F-nummer hoe groter het diafragma. Dit is erg verwarrend maar een oorzaak van veel mislukkende koi-foto's. Stelt u zich de situatie voor dat u een koi in uw vijver wilt fotograferen die naar u toe zwemt en u kiest een laag F-nummer, bijvoorbeeld F/2.8. Wanneer u later deze foto bekijkt dan komt u tot de ontdekking dat het hoofd waarschijnlijk scherp is maar de achterkant van de koi een beetje waziger/minder scherp: de achterkant heeft zich achter de scherptediepte bevonden! Wanneer u een hoger F-nummer had genomen, bijvoorbeeld F/8 en daarmee en kleiner diafragma had geselecteerd, dan was de gehele koi scherp geworden. Let u dus altijd goed op de F-waarde: hoe hoger deze is, des te kleiner wordt de scherptediepte en neemt het risico toe dat niet de gehele koi scherp is gefotografeerd!

Het F-getal wordt bepaald door de brandpuntsafstand (f) te delen door de diameter van het diafragma (D). Hieruit volgt dan een F-schaal die de stappen beschrijft van het diafragma:

f/1 | f/1.4 | f/2 | f/2.8 | f/4 | f/5.6 | f/8 | f/11 | f/16 | f/22 | f/32 | f/45 | f/64
Elke stap naar rechts (in de fotografie vaak uitgedrukt met de term "stop" of "exposure value" (EV)) betekent een halvering van de hoeveelheid licht die op de sensor valt. Elke stap naar links is een verdubbeling van de hoeveelheid licht die op de sensor valt. Het diafragma één stop kleiner maken, bijvoorbeeld van f/2.8 naar f/4, betekent dat je de sluitertijd één stap langer moet instellen om dezelfde hoeveelheid licht op de sensor te laten vallen.

Moderne camera’s, waar het diafragma in de camera body wordt ingesteld, hebben een schaal met kleinere stappen van een halve stop – maar vaker 1/3 stop. Om een hele stop te springen gaat het diafragma dan 3 plekken naar links of rechts. Voor 1/3 is gekozen, omdat de ISO lichtgevoeligheid ook met 1/3 stops gaat. Op moderne camera’s zie je dus vaak deze schaal:

f/1 | f/1.1 | f/1.2 | f/1.4 | f/1.6 | f/1.8 | f/2 | f/2.2 | f/2.5 | f/2.8 | f/3.3 | f/3.5 | f/4 | f/4.5 | f/5 | f/5.6 | f/6.3 | f/7.1 | f/8 | f/9 | f/10 | f/11 | f/13 | f/14 | f/16 | f/18 | f/20 | f/22
Hoeveel scherptediepte je kunt bereiken wordt mede bepaald door de aanwezige hoeveelheid licht. Hoe hoger het f-getal, hoe meer van de scène scherp in beeld zal zijn.


Hoe werkt het diafragma


Het diafragma werkt in stappen waarbij elke stap een halvering van het licht tot gevolg heeft (een zogenaamde "stop"). Als je het diafragma kleiner maakt (dus minder licht in de camera toelaat) moet je om dezelfde belichting van het voorwerp te krijgen de sluitertijd verlengen. Op deze wijze staat "de poort langer open" en wordt de chip of beelddrager langer belicht. Laat het diafragma meer licht door dan moet de sluitertijd worden verkort om dezelfde belichting te verkrijgen. Op deze manier heb je (afhankelijk van de hoeveelheid aanwezig licht) de mogelijkheid om te kiezen voor een bepaalde scherptediepte van een opname.

Scherptediepte

De scherptediepte is de meetbare afstand tussen de twee uiterste scherpe punten van de foto. Eenvoudiger gesteld: het gebied in de voorwerpsruimte dat voldoende scherp wordt afgebeeld. Punten net voor of net achter het voorwerpsvlak worden minder scherp afgebeeld. Het verloop van de scherpte naar onscherpte is afhankelijk van de grootte van het lichtgevoelige materiaal (CCD bij een digitale camera, een chip die het lichtgevoelige materiaal in een digitale camera vervangt en omzet naar een electronisch signaal).

In onderstaande afbeelding valt de middelste vlinder in de scherptediepte, deze is dus scherp afgebeeld:

Scherptediepte

In onderstaande afbeelding is de tekst gefotografeerd met een kleine scherptediepte:

Scherptediepte van een tekst

Koi die dichter bij of verder weg liggen van het scherptevlak worden onscherp weergegeven. De scherptediepte kan worden vergroot (zodat het gebied dat scherp wordt afgebeeld zich uitbreidt) door het iafragma">diafragma in te stellen, maar dit gaat ten koste van de lichtsterkte. Naast het diafragma zijn de afstand en de brandpuntsafstand van de lens de factoren die de scherptediepte bepalen:

  • hoe groter de brandpuntsafstand, hoe kleiner de scherptediepte
  • hoe kleiner het diafragma (dus hoe hoger het diafragma-getal of F-getal), hoe groter de scherptediepte
  • hoe kleiner het opnameformaat, hoe groter de scherptediepte (met name toegepast op compacte digitale camera's)

Bron: Wikipedia

Oppervlakte van water


Wanneer gekozen wordt voor een automatisch instellende camera, wees u dan alert op de "autofocus" van deze camera. Op het kleine schermpje van d camera zien alle foto's er goed uit, maar wanneer u deze foto's op uw monitor terugkijkt wordt u soms verrast door (zeer) onscherpe foto's. In heel veel gevallen is de ooraak daarvan simpel: de camera heeft zich niet scherp gesteld op de koi, maar op de oppervlakte van het water! De koi bevindt zich daardoor niet meer in de scherptediepte en wordt wazig afgebeeld. Let u bij de autofocus-mogelijkheid dus altijd goed op waar de camera zich op heeft ingesteld! En twijfelt u, stel deze dan zelf in. U kunt het uzelf makkelijker maken door, als u in een meetbak fotografeert, in het midden van de bodem en het oppervlaktewater op de wand een markering aan te brengen. Deze gebruikt u dan om de camera te laten focussen zodat de koi zich in ieder geval zo goed mogelijk in de scherptediepte bevindt.

Sluitertijd

De belichtingstijd (of sluitertijd) is een echte term uit de fotografie. Het is de tijdsduur die beschrijft hoelang een lichtgevoelige plaat of ander lichtgevoelig element wordt blootgesteld aan een bepaalde hoeveelheid licht. Met lichtgevoelig element kan bijvoorbeeld fotografische film of een chip met fotogevoelige halfgeleiders (digitale camera) bedoeld worden zoals dat in een fototoestel wordt gebruikt.

De term belichtingstijd werd ook gebruikt in de donkere kamer wanneer het lichtgevoelige fotopapier onder de vergroter belicht werd. De belichtingstijd op een fotocamera is vaak instelbaar (automatisch of handmatig) over een groot gebied (bijvoorbeeld van 1/2000 tot 2 seconden). Sommige camera's hebben een groter bereik, om grotere verschillen in lichtintensiteit aan te kunnen en daarbij tevens een ruimere keus in diafragmering te kunnen blijven bieden. De belichting is instelbaar in "stops" - of delen daarvan - waarbij elke stop dubbel zoveel licht doorlaat. In onderstaande afbeelding is het effect van de sluitertijd in combinatie met een bewegend voorwerp (zoals uw koi) zeer goed zichtbaar:

Sluitertijd en het effect oip bewegende voorwerpen

Bij een te lange belichtingstijd treedt overbelichting op van de film, bij een te korte belichtingstijd wordt de film onderbelicht en blijft dan te transparant. Bij digitale fotografie kan correctie gebeuren met behulp van software zoals Photoshop of andere foto-bewerkingsprogramma's. De juiste belichtingstijd wordt bepaald in combinatie met de grootte van het diafragma en de lichtgevoeligheid van de film/chip:

  • Bij een kleiner diafragma (aangegeven met een groter getal), hoort een langere belichtingstijd
  • Bij een grotere gevoeligheid van de film (aangegeven in ASA of DIN voor gewone en ISO voor digitale fotografie) hoort een kortere belichtingstijd.

Een eenvoudige vuistregel voor het uit de hand nemen van een foto met een kleinbeeldcamera is dat de belichtingstijd in seconden kleiner moet zijn dan 1 gedeeld door de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief in millimeter. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat er geen bewegingsonscherpte optreedt. Dus bijvoorbeeld fotografeer met 1/60 met een 50mm objectief (1/50 bestaat niet, 1/60 ligt er het dichtst bij).

Bron: Wikipedia

Gevoeldigheid (ISO, ASA, DIN)

De ISO-waarde geeft aan hoe gevoelig de film of digitale camera is voor licht. Digitale camera's kunnen ingesteld worden op verschillende ISO-waardes. Voor het digitale tijdperk heette de ISO-waarde ook wel ASA- of DIN-waarde maar tegenwoordig spreken we voornamelijk nog over ISO-waarde als indicator voor de lichtgevoeligheid.

Instelbaarheid van ISO-waarde voor lichtgevoeligheid

Hoe hoger de waarde hoe hoger ook de lichtgevoeligheid, en bij een hoge lichtgevoeligheid is er minder minder licht nodig voor een goede opname. De standaard gevoeligheid van de meeste digitale camera's ligt rond de 100 ISO maar vaak is dit op elk moment aan te passen. Let er wel op dat bij een hoge ISO-waarde u sneller last heeft van "ruis", een vorm van korreligheid van de foto.

Voorwerp op lage en hoge ISO-waarde Detail van voorwerp op lage en hoge ISO-waarde

Welke ISO-waarde is het beste?


Met de meeste digitale fotocamera's zijn verschillende ISO-waarden te selecteren. De meest gebruikte waarden zijn 100, 200, 400, 800 en 1600 (in de fotografie gebruikt men de term "stop": dit betekent altijd een verdubbeling of halvering van sluitertijden, diafragmawaarden of ISO-waarden, de aangegeven waarden zijn dus niet toevallig gekozen..). De beste ISO-waarde is de laagst mogelijke waarde voor de hoeveelheid licht die u heeft! Naarmate er minder licht is kunt u een hogere waarde gebruiken. U kunt echter ook de sluitertijd verlengen (immers, er komt dan een bepaalde hoeveelheid licht langer in aanraking met de CCD, de digitale chip die het traditionele fotomateriaal heeft vervangen) OF u vergroot uw iafragma (F)">diafragma en daarmee de scherptediepte!

U heeft dus verschillende opties, maar door veel te oefenen met uw camera en daarbij verschillende ISO-waarden te gebruiken in verschillende omstandigheden leert u in ieder geval in wat de laagst mogelijke ISO-waarde is voor uw camera in een bepaalde situatie. U krijgt daarmee in ieder geval foto's van een hogere kwaliteit en minder "ruis"!

Bron:
Wikipedia

Koi-Ontwikkeling.info gebruikt cookies en scripts van Google om uw gebruik van onze websites geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en advertenties kunnen tonen. Ook worden cookies en scripts van Facebook, Twitter, en Google gebruikt om social media integratie op onze websites mogelijk te maken.

Indien u hiermee niet kan instemmen dient u uw browser direct af te sluiten en de website niet te gebruiken. Meer informatie kunt u lezen in de Cookie- en privacy-verklaring.