Een bibliotheek vol met kennis en wetenswaardigheden

Mudponds in Niigata Japan

Vijver bewust: het nut van klei

Een van de meest controversiële onderwerpen van onze hobby kun je het gebruik van klei wel noemen. Wedijverend om de eerste plaats samen met “het wel of niet overkappen van uw vijver in de winter" is het onderwerp al vanuit vele perspectieven benaderd en besproken. Het schrijven van een nieuw artikel over klei vergt dan ook een frisse en onafhankelijke invalshoek, eentje die geen conclusies trekt met betrekking tot gebruik van bepaalde merken, of de lezer achterlaat in een verwonderende staat waarom de voorgespiegelde resultaten in zijn of haar vijver niet tot uiting komen.

Dit artikel probeert de lezer wat basiskennis bij te brengen, kennis die hem of haar helpt een objectieve afweging te maken of klei van toegevoegde waarde is voor zijn/haar situatie. Kennis die de hobbyist bewust maakt van wat er in de vijver gebeurt en wat de toegevoegde waarde van (in dit geval) klei kan zijn. Met deze informatie hoop ik dat u de afgelopen en komende discussies over klei een nieuwe impuls kunt geven, op basis van inhoud en feiten kunt komen tot objectieve discussies en conclusies. “Bewust vijveren” noem ik dat, en ik wens u daar bij voorbaat al veel plezier mee.
 
Klei vormt een onmiskenbaar onderdeel van onze hobby. In een klein gebergte in de Japanse prefectuur Niigata is onze hobby begonnen, waar eetbare karpers (magoi) werden geplaatst in de rijstvelden om te dienen als voedselvoorraad voor de winter. De winters in Niigata zijn heftig en lang, in het verleden vaak resulterend in een langdurige afsluiting van de buitenwereld door zware sneeuwval op smalle toegangswegen. Het plaatsen van magoi in de rijstvelden zorgen voor een voedselvoorraad om deze barre perioden te overbruggen. Tot op de dag van vandaag worden nog veel koi op exact dezelfde wijze gehouden. Ditmaal niet als voedselvoorraad, maar om de koi te laten groeien en te ontwikkelen. Deze voormalige rijstvelden die nu dienstdoen als "mudponds" (moddervijvers) zijn gevormd met klei, het is dan ook geen wonder dat de hobbyist de schoonheid van zijn koi direct associeert met de idyllische plaatjes van Japanse mudponds met haar klei, en deze klei direct associeert met de pracht en praal uit de Japanse wateren.

Klei wordt gezien als een onmisbare component in de ontwikkeling van de koi. Immers, als de koi in Japan zo goed ontwikkelen op deze bodem van klei en je bent in staat om deze situatie in je eigen vijver na te bootsen dan ben je spekkoper. Maar is dat wel zo? Welke toegevoegde waarde heeft deze klei dan precies in de ontwikkeling van de koi, en belangrijker: wat is het geheim hierachter? Dit artikel probeert de waarheid achter de belangrijkste "geheimen" te ontrafelen, zodat u op basis van daarvan kunt bepalen of het gebruik van klei op uw vijver van toegevoegde waarde is.
 

Wat is deze klei eigenlijk?


Klei bestaat uit afgebroken gesteente, dat bestaat uit gronddeeltjes kleiner dan 2mu. Nu kan men daar een ingewikkeld verhaal over houden, maar meer is het niet. Wat wel kenmerkend is voor klei is dat het bestaat uit (kleine) kleiplaatjes. Kleiplaatjes zijn chemisch gevormd en bestaan uit silicium- en aluminiumzouten. Als gevolg van de plaatjesvorm en chemische samenstelling heeft een kleiplaatje een positieve en een negatieve kant waardoor water en mineralen beter worden vastgehouden (Bron: wikipedia). Het resultaat hiervan is dat klei een bindend vermogen heeft, en als zodanig zelf ook sterk samenhangend is. Wie weleens de tuin omspit en woont in een omgeving met kleigrond begrijpt meteen wat daarmee wordt bedoeld: een plakkende laag die heel goed vocht vast kan houden (en je spade), maar wanneer het wordt overspoeld zeer moeilijk vocht doorlaat waardoor er flinke plassen kunnen ontstaan. De oplettende lezer begrijpt hieruit meteen waarom we spreken over "mudponds": natuurlijke waterbekkens die geprepareerd worden met klei om water vast te houden. Een betere en meer eenvoudige natuurlijke oplossing dan klei is er niet in de natuur!
 

Samenstelling van klei


Voor onze koi is Japanse klei natuurlijk het beste! Deze uitspraak lijkt niet meer dan logisch, maar toch kun je er niet veel meer van maken dan dat Japanse klei niets anders is dan "klei die uit Japan komt". Immers, gesteente is gesteente en of deze nou afgebrokkeld is in Japan of in Mongolië (om maar eens een buitenplaats te noemen) maakt natuurlijk niets uit. Wat wel uitmaakt is de zuiverheid van deze klei. Door het bindend vermogen van klei worden er allerlei stoffen opgesloten in de klei, en omdat de zuiverheid van de klei directe invloed heeft op deze eigenschap kan het natuurlijk wel uitmaken op welke plaats deze klei is gedelft. Vanuit deze optiek is het interessant om te onderzoeken of de samenstelling van Japanse klei daadwerkelijk uniek is. En als de belangrijkste eigenschappen bekend zijn, deze ook direct te vertalen naar een kant-en-klare oplossing voor onze Europese vijvers.
 
Montmorilloniet is een van de meest zuivere kleimineralen en vinden we in de meeste kleiproducten terug. Sterker nog, het is de basis van praktisch alle klei-producten die we terugvinden op de schappen van uw leverancier. Hierbij is het wel op te merken dat er per product verschillende additieven kunnen bestaan, fabrikanten brengen het basisproduct graag "op smaak" met ingrediënten die hun product meer uniek maken dan dat van de concurrent. Het is om deze reden dat geen enkel product hetzelfde van samenstelling is. Als de samenstelling per product zo verschilt, hoe kunnen wij dan als hobbyist onderscheid maken tussen het kaf en het koren? Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk om wat basisbegrippen te bespreken die je hierbij kunnen helpen.

Klei in poedervorm
 

Welke chemie speelt een rol?


Wanneer men spreekt over “het gebruiken van klei" dan gaat het meestal om te proberen de watersamenstelling en omstandigheden in Japanse mudponds te evenaren. Immers, juist de moddervijvers in Japan bieden een grote kans op een succesvolle ontwikkeling en de mudponds bestaan praktisch alleen uit modder en water. Deze constatering is geheel terecht, maar onze ogen bedriegen ons. Het toevoegen van klei betekent impliciet het toevoegen van mineralen en zouten, en wanneer deze mineralen en zouten een positieve werking zouden hebben op de ontwikkeling van onze koi, dan moeten deze ook meetbaar zijn in de watersamenstelling. Daar wringt nou een beetje de schoen, wanneer men deze hoeveelheid zouten en mineralen wil uitdrukken op een schaal dan doen we dat op basis van de "GH", wat staat voor "Gesämt Härte". De totale hardheid geeft het totaal van alle in het water opgeloste aardalkali ionen weer. Aardalkali ionen zijn:
 
  • Calcium
  • Magnesium
  • Strontium
  • Barium
  • Beryllium
  • Radium
 
De laatste vier komen alleen in zeer lage concentraties voor (spoorelementen). Men kan dus stellen dat de GH een maat is voor het aantal opgelost Calcium (Ca2+) en Magnesium (Mg2+) ionen. Hoe meer magnesium en calcium in het water, des te hoger de GH. Het zijn juist deze mineralen die men verantwoordelijk acht voor de goede ontwikkeling in de Japanse mudponds.
 

TDS-waarde van mudponds


Maar nu komt de clou: de GH-waarde van de Japanse mudponds is juist zeer laag! Je zou verwachten dat het water sterk verrijkt zou zijn door mineralen en zouten maar in werkelijkheid zijn de praktisch niet meetbaar in de gemiddelde Japanse mudpond. De aanwezigheid van mineralen en zouten in oplossing wordt, naast de GH-waarde, ook verraden door de waterparameter "TDS". TDS is de afkorting voor "Totally Dissolved Solids" en betekent min of meer een optelsom van alle organische en niet-organische bestanddelen. TDS wordt gemeten met een TDS-meter (u had niet anders verwacht). In de praktijk komt het erop neer dat TDS het totaal is van de GH (met daarin de zouten en de mineralen), de KH (het zuurbindend vermogen van de pH dat voorkomt dat er een dodelijke "pH-crash" kan ontstaan), en alle organische belasting (opgeloste vissenpoep en zo). Eigenlijk een hele belangrijke indicator die, zonder verder te verbijzonderen, een prima indicatie geeft van wat de bestanddelen zijn van het water. Nu is het zo dat zowel de GH als de KH uitgedrukt wordt in Duitse hardheden (dH), en de TDS uitgedrukt wordt in “parts per million” (ppm). Op basis van een eenvoudige omzetting kan de TDS vanuit de gemeten dH-waardes bepaald kan worden. 1 dH is hierbij gedefinieerd als 10mg/L CaO oftewel 17,848 ppm en omzetting gebeurt middels de volgende formule):
 
TDS = ((gemeten GH in dH) + (gemeten KH in dH)) X 17,848 + (de rest)

Oftewel, als je de GH en KH-waarde bij elkaar optelt en vermenigvuldigt met 17,848 (of neem 18 voor het gemak) heb je voor die twee de hoeveelheid ppm's al te pakken. Het overige deel bestaat dan uit organische belasting. In zeer schone vijvers zal je zien dat de TDS-waarde heel dicht bij het basisniveau ligt dat je berekent op basis van alleen de GH en KH. Een rekenvoorbeeld van een wat vervuilde vijver om dat te verduidelijken:
 
Stel:
Uw GH = 8 dH
Uw KH = 4 dH
Uw gemeten TDS-waarde is 260.
 
Uw basiswaarde is (8+4) X 17.848 = 215 (afgerond)
Dan is de organische belasting 260 - 215 = 45
 
Met die TDS kun je dus een beetje inschatten hoeveel mineralen, zouten, (bi-)carbonaten en organische vervuiling aanwezig is. Bovenstaand voorbeeld is een voorbeeld dat zomaar van toepassing kan zijn op een gemiddelde Nederlandse vijver.

Maar wat is het belang hiervan? Een vraag die vast al in je is opgekomen. Welnu, van de Japanse mudponds weten we een aantal zaken zeker:
 
  • de mudponds hebben vaak een zeer beperkte bezetting waardoor de koi weinig vervuiling realiseren. De organische belasting mag dus gerust als "laag" beschouwd worden
  • Mudponds en pH-crashes zijn (helaas) 1-op-1 met elkaar verbonden, kwekers slepen tientallen kilo's oesterschelpen naar mudponds in de zomer omdat het dan nogal eens lange tijd kan hozen en een mudpond permanent gevaar oplevert voor de bewoners (ja, een mudpond heeft veel gevaren voor een koi!). Dit betekent dat de KH, het zuurbindend vermogen, per definitie zeer laag is.
 
Uit deze twee zekerheden kun je de conclusie rechtvaardigen dat het overgrote deel van een gemeten TDS-waarde bepaald wordt door de hoeveelheid opgeloste zouten en mineralen (GH), de bestanddelen waaraan wij de goede ontwikkeling toeschrijven als het gaat om de ontwikkeling van koi. De hamvraag die nu op tafel komt is wat dan een representatieve TDS-waarde is voor een gemiddelde Japanse mudpond. Kijkt u eens naar de bijgevoegde afbeelding van een willekeurige TDS-meting daarvan:
 
TDS van een mudpond in Niigata Japan (koi karper)
 
Natuurlijk is niet iedere mudpond hetzelfde, en kan een meting er een beetje naast zitten vanwege niet goed uitgevoerde kalibratie, en kan een meter defect zijn…. maar de gemeten TDS-waarde bedraagt slechts 16 ppm (!): het totaal aan GH, KH en overige opgeloste stoffen is dermate laag dat er van een GH-waarde eigenlijk geen sprake kan zijn. Vergelijk deze gemeten TDS-waarde van 16 maar eens met het voorbeeld hierboven, en u begrijpt dat wij op geen enkele manier dezelfde waterkwaliteit kunnen bieden als de Japanners dat kunnen! Japans water is extreem zacht en bevat een minimum aan opgeloste stoffen waar wij in Europa ver boven zitten!
 
De opgeloste zouten en mineralen in Japanse mudponds kunnen dus niet verantwoordelijkheid zijn voor de mooie ontwikkeling van koi. Nu zou men kunnen stellen dat de koi tijdens het foerageren deze mineralen en zouten kan opnemen, maar als dat zo zou zijn dan zouden deze ook oplossen in het water en de GH-waarde doen stijgen. Toch zijn deze mineralen en zouten voor koi van levensbelang omdat ze een belangrijke rol spelen bij groei en herstel van weefsel, en zonder mineralen kunnen vitamines hun werk niet doen. Koi krijgen hun noodzakelijke hoeveelheid mineralen en zouten aangeboden via voeding (!) omdat er simpelweg geen andere bron is.
 
Dat laat ons echter wel achter in een spagaat: aan de ene kant weten we dat koi heel goed ontwikkelen in de Japanse mudponds, maar aan de andere kant weten we ook dat de modder daar geen directe reden voor kan zijn omdat de stoffen die wij verantwoordelijk houden voor ontwikkeling simpelweg niet aangewend kunnen worden. En dat is eigenlijk ook wel logisch, want vele koi worden ook niet op modder maar op zand gekweekt, en in het zuiden van Japan zelfs grotendeels in grote betonnen vijvers. En die worden ook prachtig! Het zou zomaar eens kunnen dat wij Japanse mudponds en de toegevoegde waarde van de modder schromelijk overschatten, en de Japanse successen moeten zoeken in andere factoren als bijvoorbeeld (natuurlijke) voeding.
 
Nu er een beetje inzicht is gekomen in de "geheimen" van de Japanse mudponds is er een conclusie te rechtvaardigen: in Japanse mudponds biedt het water zelf geen tot weinig stoffen voor ontwikkeling, en groeit en bloeit helemaal niets, behalve koi en rijst (en soms wat wier en kikkers, hele grote kikkers, maar dat is een ander verhaal). Als je de Japanse mudponds als maatstaf neemt, dan is het een goede vraag waarom Nederlands water additieven als klei nodig heeft om iets te evenaren wat (bijna) leeg is van stoffen. Want eten doen ze het niet!
 

Wat is de samenstelling van commerciële klei-produkten


"De enige echte montmorilloniet klei is een fijn wit poeder dat essentiële mineralen bevat voor een betere gezondheid, kleur en eetlust van koi en de helderheid van het water bevordert."

Dit is zomaar een statement van een producent dat u op een commerciële verpakking vindt. Essentiële mineralen, verantwoordelijk voor een betere gezondheid, de kleur en eetlust verbetert in de slipstream mee, en de helderheid van het water verbetert. Dat is nogal een breedspectrum aan voordelen dat daar aangestipt wordt, variërend van waterverbeteraar tot gezondheidsmiddel. De nuchtere Belg of Nederlander gaat niet over één nacht ijs, en zeker niet als het betoog omtrent de daadwerkelijke samenstelling van water en modder in de Japanse mudponds wordt gevolgd.
 
Met de kennis van nu is het interessant om de bewering van de fabrikant eens te toetsen. Het eerste prikkelende argument is dat het "essentiële mineralen" bevat. Ervan uitgaande dat u klei toevoegt om de Japanse omstandigheden te evenaren weet u nu dat "essentiële mineralen" in ieder geval niet te vinden zijn in de mudponds. Immers, in dat geval zou een GH-meting (of TDS) een significante waarde moeten aangeven. Het tweede prikkelende argument betreft een betere gezondheid. Laten we vooropstellen dat koi geen betere gezondheid krijgen door klei zelf: er wordt niemand beter van een hap gemalen steen! Wel kan het zo zijn dat het bindend vermogen van de klei stoffen tot zich bindt die vervolgens via mechanische filtratie verwijderd kunnen worden. Ook zijn er kleiproducten die gemalen zeoliet vermengen, een gesteente dat in staat is om ammonium te binden waardoor waterwaardes aanzienlijk kunnen verbeteren (zolang het product wordt gebruikt). Op deze wijze wordt het totale leefmilieu positief beïnvloed, wat zijn weerslag heeft op algehele welbevinden van de koi. Met het bindend vermogen is ook een basis gevonden voor een verbeterde helderheid, hobbyisten rapporteren hier ook over dus daar worden duidelijk een punt gescoord. Een verbetering van waterkwaliteit zou ook een reden kunnen zijn voor de bewering van een betere eetlust. Immers, als de biotoop goed functioneert is de eetlust goed maar je moet het wel erg bont gemaakt hebben wanneer de eetlust van de koi door een slechte biotoop beïnvloed wordt (maar dat terzijde).
 
Dan blijft er nog één argument over: een betere kleur. Het is inderdaad zo dat bijvoorbeeld beni (rood) in Japanse mudponds beter ontwikkelt dan in een gemiddelde vijver. Ook sumi (zwart) is een kleur die met dit fenomeen geassocieerd wordt. En dan is er ook nog shiroji (wit) wat in de mudponds "witter dan wit" is of zou zijn. Persoonlijk ben ik van mening dat de habitat in een mudpond niet vergelijkbaar is met een vijver. Het zijn grote en stabiele waterbekkens, met een natuurlijk aanbod van voer, en zeer kleine bezettingen. Een onzichtbaar verschil zijn de vaak lagere pH-waardes van het water, een eigenschap die met name voor het behouden van een mooie glanzende en rekbare rode huid wordt gezien. Deze eigenschap zien hobbyisten terug op hun koi wanneer men bijvoorbeeld gaat werken met osmose-water (water met een pH die beduidend lager is dan uit de kraan komt). De ontwikkeling van sumi wordt vaak toegewezen aan de aanwezige mineralen en zouten in het water, die zouden het ontwikkelen ondersteunen. Veel hobbyisten hebben de ervaring dat net geïmporteerde koi in Nederlandse en Belgische wateren heel snel sumi gaan ontwikkelen, en dat is ook te verwachten omdat deze wateren relatief hoge GH-waarden hebben (hoe het staat met de hoeveelheid mineralen in de gemiddelde Japanse mudpond hebben we hierboven al kunnen constateren). De laatste kleur zijnde het wit is een lastige, we weten dat natuurlijke kleurstoffen als caroteen (oranje) het wit zachtroze kan kleuren. Net zoals we het weleens zien vergelen, wat veroorzaakt wordt door een verdikte slijmlaag (omdat bijvoorbeeld de waterkwaliteit te wensen over laat en de koi meer slijm aanmaakt ter bescherming) of doordat er veel kleine vuildeeltjes zijn die neerslaan op de slijmlaag en zo de kleur beïnvloeden. Vooralsnog is er geen reden om aan te nemen dat klei hier een directe positieve invloed op zou hebben.
 
Samenvattend kun je dan stellen dat zo'n korte productbeschrijving van een kleiproduct leidt tot twee onwaarheden, drie keer indirect bewijs en één feit. Dat maakt onze hobby interessant, maar ook een ondoorzichtig labyrint om je koi het beste te kunnen geven. De voorlopige conclusie is dat de eigenschappen die toegewezen worden aan klei goed op waarde beoordeeld moeten worden, alvorens men kan bepalen of het gebruik voor jou van toegevoegde waarde is.
 

Hoe scheid ik als hobbyist dan het kaf van het koren?


Of een klei-product goed of slecht is wordt uiteraard bepaald door de koper, dit artikel is er alleen op gericht om jezelf bewust te maken van wat er in je water gebeurt en wat de effecten zijn van additieven. Je kunt dus zelf een leuk experiment uitvoeren met je favoriete klei-product door bijvoorbeeld je waterparameters te meten voor en na het toedienen. De oplettende lezer maakt hier de associatie met KH, GH en het algemene begrip TDS. Je kunt stellen dat klei-varianten die de GH verhogen eigenlijk niet geproduceerd zijn voor de koi-hobbyist. Immers, de GH die we nastreven is juist erg laag en elke verhoging heeft geen functie tenzij je juist weer een natuurlijke vijver hebt met veel planten (dan is een hoge GH te prefereren omdat het de plantengroei stimuleert). Er zijn ook merken die de KH verhogen, dat is op zich niet erg maar een stijgende KH kan leiden tot een uiterst stabiele maar hogere pH (>8) terwijl een lage pH juist bevorderlijk is voor het mooi houden van bijvoorbeeld het beni (rood). Een goede klei zou eigenlijk niets met deze waterwaarden moeten doen als men nastreeft om de leefomstandigheden in Japan te evenaren. Dit zijn allemaal dilemma's voor de hobbyist die door fabrikanten worden veroorzaakt maar wel doorgrond moeten worden. De enige manier om dat te doen is de proef op de som te nemen door bewust en gecontroleerd de effecten van het toevoegen van klei te bestuderen.
 

Resumé


Je kunt zelf relatief eenvoudig vaststellen wat een kleiproduct doet met je water door enkele basis-parameters voor - en na toediening te meten. Wetende dat geen enkele verandering zonder effect blijft kun je van daaruit concluderen of het product voor jou werkt en bijdraagt aan wat je ten doel hebt gesteld. In Nederland is geen enkele vijver hetzelfde, en dat kan ook gezegd worden van Japanse mudponds. Ook in Japan wordt prachtige vis gekweekt en opgegroeid in betonnen bekkens met waterwaardes die de vergelijking met Nederlands water met glans doorstaan, een mudpond is geen randvoorwaarde voor succes. Voor de prijs van een gemiddeld kleiproduct wordt een belofte gekocht, en wel eentje met een waarde waar je ook flink wat extra water voor kan verversen. De hobbyist heeft hier de keuze, maar maak deze bewust! Want ook bij het gebruik van klei geldt de oude wetmatigheid: "kwaliteit die er niet inzit haal je er ook niet uit". Daar doet geen enkel zakje klei afbreuk aan, ongeacht wat men op het etiket zet!

Dit artikel is een artikel uit de reeks “Vijver bewust” en is voor de vereniging Koi2000 en de website http://www.koi-ontwikkeling.info geschreven. Koi-Ontwikkeling.info is een project van Eric Wessels, een bevlogen hobbyist die zich ten doel heeft gesteld om objectieve informatie over de ontwikkeling van Nishikigoi via een openbaar medium als internet ter beschikking te stellen aan de hobbyist die zichzelf wil ontwikkelen in deze mooie hobby.
Terug
Wij stellen het op prijs als onze lezers de artikelen kunnen waarderen. U kunt hieronder reageren als u daar behoefte aan heeft, alvast bedankt voor uw reactie:
0 / 1000
76 - 70 = ?

Respecteer onderstaande licentie wanneer u content kopieert van deze site:

Creative Commons sharing information
Creative Commons Attribution
Creative Commons non-Commercial

Heeft u gezien dat koi-ontwikkeling.info helemaal vrij is van banners en andere reclame? En zou u graag willen dat dit in de toekomst ook zo blijft?
Overweeg dan een kleine bijdrage en klik op de button hieronder, alvast bedankt hiervoor!

Koi-Ontwikkeling.info gebruikt cookies en scripts van Google om uw gebruik van onze websites geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en advertenties kunnen tonen. Ook worden cookies en scripts van Facebook, Twitter, en Google gebruikt om social media integratie op onze websites mogelijk te maken.

Indien u hiermee niet kan instemmen dient u uw browser direct af te sluiten en de website niet te gebruiken. Meer informatie kunt u lezen in de Cookie- en privacy-verklaring.