Bloedlijnen | Poel van genen van toonaangevende kwekers

Bloedlijnen

genetisch materiaal voor kampioenen

Kwekerslijn Omosako Koi Farm

Kwekerslijn Omosako Koi Farm

De Omosako koi farm, de grootmeester van de Shiro Utsuri. De prachtige verschijning van een Shiro Utsuri met de contrasterende kleuren zwart en wit is een aanwinst in iedere vijver. Een "moeilijke" koi die nog weleens geconfronteerd wordt met "secundair hi", kleine vale plekjes rood die plots tevoorschijn komen omdat de Shiro Utsuri voortkomt/gekomen is uit de Showa-kweek. Toch is het de Omosako koi farm gelukt om hun Shiro Utsuri te stabiliseren en als leidende koi farm op het gebied van deze variëteit op de kaart te zetten.

Enkele aansprekende kwekerslijnen zijn:

  • Musashi
  • Kurokabuto
  • Hakuba
  • Panda
  • Ebisu
  • Patra
  • Godzilla
  • Zebra

Omosako kent verschillende ouderdieren die verantwoordelijk zijn voor de stamboom van hun nakomelingen. In onderstaande afbeeldingen zijn deze belangrijkste ouderdieren ("Oyagoi") die verantwoordelijk zijn voor de verschillende kwekerslijnen opgenomen (of dit formeel een bloedlijn is, is discutabel. Omosako heeft een aantal respectvolle ouderdieren, maar het is nog steeds de vraag of Omosako met dezelfde kwaliteit kan doorgaan als deze overlijden. Inmiddels is Omosako al een flink aantal jaren aan de gang, dus mag dit wel verwacht worden. In dat geval zou gesproken kunnen worden van een bloedlijn, temeer daar de Shiro Utsuri onderdeel is van de Gosanke-groep waar formeel alleen bloedlijnen van bestaan). Klik op de foto voor een vergroting:

Omosako Oyagoi and bloodlines
Omosako Oyagoi and bloodlines

Kwekerslijn Matsue Koi Farm

Kwekerslijn Matsue Koi Farm

Matsue Koi Farm is een zeer bekende koifarm in het zuiden van Japan, en welbekend van de Lizuka Sensuke bloedlijn.

Enkele ouderdieren van hem zijn:

Haruka en Himawari



Matsue Oyagoi Haruka

Matsue Oyagoi Himawari

Kwekerslijn Marudo Koi Farm

Kwekerslijn Marudo Koi Farm

Marudo Koi Farm wordt geleid door Hisahsi Hirasawa en hij is een echte protege van de Dainichi stal waar hij vele jaren heeft gewerkt. Een relatief kleine farm maar met een groot hart met als specialiteit de Gosanke-groep. Het is dan ook geen geheim dat de delicate kwaliteit vanuit het gebruikte Dainichi bloed leidt tot vele prachtige nakomelingen.

Enkele ouderdieren van hem zijn:

Nishikigi en Akebono



Marudo Oyagoi NishikiMarudo Oyagoi Akebono

Kwekerslijn Isa Koi Farm

Kwekerslijn Isa Koi Farm

Isa Koi Farm staat voornamelijk bekend om haar Showa kweek waar de laatste jaren enorme sprongen gemaakt zijn. Op dit moment bevindt de farm zich in de warme belangstelling van een grote schare hobbyisten die de Showa van Isa enorm waarderen. Het is niet alleen Showa waarmee Isa faam maakt, ook de Kohaku maakt als variëteit enorme ontwikkelingen door. Deze Kohaku, met een sterk fundament van de gebruikte bloedlijnen Sensuke en Kagura, kloppen op menige show ook al steevast aan de poort der kampioenen.

De onderstaande koi, gekweekt door de inmiddels overleden Minoru Mano van de Dainichi Koi Farm, wordt gezien als het beginpunt van Isa voor de ontwikkeling van hoogwaardige Showa:

Isa Showa Oyagoi

Deze koi was bij de start van de Showa-kweek 6 jaar oud en is aangekocht in 1986. Op basis van deze Showa heeft Isa zijn Showa steeds verder geperfectioneerd door steeds verschillende mannetjes van verschillende bloedlijnen te betrekken in de kweek met deze vrouwelijke Showa. Vanuit deze experimenten is gebleken dat de match met mannen van Hosokai het best was. Een van de nazaten van deze kweek is onderstaande koi:

Offspring van Isa Koi Farm (Showa)

Hoewel de nakomelingen van hoge kwaliteit waren bleken deze niet voldoende voor de Japanse koi-normen op shows. Isa moest op basis van zijn ontwikkelingen een extra stap maken en heeft dit gedaan door zijn nakomeling te laten paaien met een Showa van de Japanse kweker Suda:


Offspring van Isa Koi Farm (Showa)

De nakomelingen hiervan bleken wel show-waardig, en onderstaande koi hebben alledrie de Kokugyo prijs gewonnen op de All Japan Combined Nishikigoi Show! In totaal heeft deze ontwikkeling een kleine 16 jaar doorlopen:

Offspring van Isa Koi Farm (Showa) Offspring van Isa Koi Farm (Showa) Offspring van Isa Koi Farm (Showa)

De Isa koi Farm kent inmiddels een groot aantal ouderdieren voor verschillende variëteiten waarvan de belangrijkste hieronder worden gepresenteerd:


Boshu en Cats


Isa Koi Farm Oyagoi Boshu 85cmIsa Koi Farm Oyagoi Cats 95cm

Chokanshou en Miyama


Isa Koi Farm Oyagoi ChokanshouIsa Koi Farm Oyagoi Miyama 80cm


Tencho en Yumehikari


Isa Koi Farm Oyagoi Tencho 90cmIsa Koi Farm Oyagoi Yumehikari


Ryuzo en Kinnikuman


Isa Koi Farm Oyagoi RyuzoIsa Koi Farm Oyagoi Kinnikuman 86cm


Kokugyo

Isa Koi Farm Oyagoi Kokugyu

Kwekerslijn Dainichi Koi Farm

Kwekerslijn Dainichi Koi Farm


Dainichi is een kweker die geen toelichting behoeft. Een roemruchte naam binnen het kwekersgilde van Japan en verantwoordelijk voor een enorm aantal ereplaatsen op de verschillende podia van de mondiale koi-shows. Dainichi's naam is vooral voortgekomen uit de kweek van de Showa, prachtige en enorm brede Showa met een uitmuntende bouw en huidkwaliteit. De echte toppers van deze kweker staan op het verlanglijstje van vele hobbyisten in de wereld, waardoor de prijzen helaas navenant zijn. Van Dainichi wordt dat geaccepteerd waar andere kwekers vaak terecht gewezen worden. Een teken van de positie en respect die dit koihuis heeft opgebouwd!

De Dainichi bloedlijn is voortgekomen uit kruisingen met de Torazo, Izumya en Jinbei bloedlijnen. Specifiek voor de Kohaku wordt gebruik gemaakt van (afstammelingen van) de Kagura en Sankuro lijn. Op onderstaande foto's zijn de voornaamste ouderdieren gepresenteerd (groottes variëren tussen de 80 - 110cm!):


Buddha

Buddha oyagoi DainichiBuddha oyagoi Dainichi in action ;-)

Raiga


Raiga oyagoi DainichiRaiga oyagoi Dainichi in action

Rikidzan (RIP) -- Sakura (Shinkokai winnaar) -- Shubestu


Rikidouzan oyagoi DainichiSakura oyagoi DainichiShubetsu oyagoi Dainichi

Rikidzan (Rikidozan) is een sprekend voorbeeld van "zuivere bloedlijnen", en dat deze niet bestaan. Hoewel dit ouderdier in de zomer 2010 is overleden en een groot aantal prachtige koi heeft voortgebracht, is deze koi niet van de stal van Dainichi. Rikidzan is een volle dochter van "Rose Queen" van Sakai Fish Farm (Sensuke bloedlijn)! Ze is in 2008 gekocht door Dainichi en ingezet in de kweek. Een beter voorbeeld tussen vermenging van “noordelijke” en “zuidelijke” bloedlijnen is niet te vinden, nog even afgezien van het effect op het fanatisme tussen aanhangers van koi uit Niigata en het zuiden van Japan ;-)!

Kwekerslijn Sakai Fish Farm

Kwekerslijn Sakai Fish Farm


Voor veel koi-liefhebbers zijn de koi van Sakai Fish Farm (SFF) begerenswaardig. En dat is niet voor niets, de Farm heeft een dermate hoeveelheid aan prijzen op verschillende nationale en internationale koi-shows vergaard dat men gerust kan stellen dat SFF behoort tot de absolute top op het gebied van het kweken van hoogwaardige nishikigoi. En het is de grootste farm.

SFF is, net als iedere andere kweker, constant op zoek naar verbeteringen in de kwekerslijn en maakt gebruik van Oyagoi (ouderdieren) van verschillende andere kwekers als Matsue, Toshio Sakai, Dainichi, Muto, Tanaka en Marudo. Daarmee wordt permanente verbetering van de kwekerslijnen nagestreefd door het inbrengen van nieuw bloed uit verschillende onderkende bloedlijnen als bijvoorbeeld Sensuke, Matusosuke en Dainichi.

Faciliteiten Sakai Fish Farm kwekerij

Kohaku


De oorsprong van de SFF Kohaku ligt in twee dominante bloedlijnen besloten:

  • Donguri bloedlijn, waarvan met name de ontsproten Benibana-kwekerslijn haar sporen heeft verdiend.
  • Sakura bloedlijn, ontstaan uit de Tomoin bloedlijn en de Sensuke bloedlijn. Hieruit zijn twee zeer bekende koi voortgekomen: Rose en Fujiko, waarbij de body van deze twee koi het meest lijkt op de orginele Sensuke bloedlijn. Deze is verder ontwikkeld is door Sakai (Hiroshima), de in 2008 overleden president van de Sakai Fish Farm. De “offspring” van Rose en Fujiko is enorm en de kenmerken van deze twee koi zijn nog immer te vinden in de nazaten.

Sakai Fish Farm SakuraSakai Fish Farm Donguri en Benibana

Rose en Fujiki hebben een grote rol gespeeld in de enorme ontwikkeling die Kohaku van SFF heeft gemaakt. Vanuit de Sakura bloedlijn is een aantal zeer dominante bloedlijnen voortgekomen die de Sakai Fish Farm een haast onuitputtelijke bron van mogelijkheden geeft om verdere ontwikkeling te borgen.

Beauty Rose kwekerslijn
Beauty Rose kan beschouwd worden als een van de belangrijkste Oyagoi van SFF, en heeft al voor enkele vermaarde nakomelingen gezocht, elk met hun eigen karakteristieken

Sakai Fish Farm Beauty Rose

Rose Queen kwekerslijn
Naast Beauty Rose kan Rose Queen ook beschouwd worden als een van de belangrijkste drager van de SFF-Kohaku genen. Ook zij heeft voor verschillende nakomelingen gezorgd die inmiddels ook doorgekruisd worden met andere Oyagoi om tot permanente verbeteringen te komen. Als belangrijkste nazaten van Rose Queen gelden Yamato en Alexandria. Beiden zijn wereldberoemd in de Nishikigoi-wereld vanwege het binnenslepen van zeer belangrijke prijzen op het mondiale podium. Daarmee zou je bijna de andere nakomelingen declasseren maar dat is zeker niet terecht, dit is Nishikigoi voor het hoogste podium

Sakai Fish Farm Rose Queen

Rose Symbol kwekerslijn
Rose Symbol is een relatief nieuwe rijzende ster maar heeft, evenals haar nakomelingen, een hele mooie huidkwaliteit en bouw. Ook deze primaire kwekerslijn en secundaire kwekerslijnen (nazaten) worden nog immer ingezet ter verbetering van de jaarlijkse oogst en kwaliteit

Sakai Fish Farm Rose Symbol

Hoewel het aantal kwaliteitskoi dat hieruit is voortgekomen enorm is, wordt jaarlijks nieuwe ouderdieren van andere bloedlijnen toegevoegd. Dit om inteelt te voorkomen waardoor de hoge kwaliteit achteruit kan gaan. Het betreft in dit thema allen vrouwelijke koi. De mannetjes zijn van verschillende niet-SFF bloedlijnen of hebben hun oorsprong veelal in de Sakura-bloedlijn (Fujiko).

In onderstaande afbeelding vindt u een totaalbeeld van de gehele ontwikkeling van de kwekerslijnen van Sakai Fish Farm. De bovenstaande kwekerslijnen zijn daarin herkenbaar, alsook alle nazaten van deze illustere koi. U vindt hier ook “Yamato”, de geweldige Kohaku die te boek staat als de eerste niet-Japanse winnaar van de Shinkokai in 2006 (“the Mask”) die na de show is toegevoegd als Oyagoi (ouderdier) bij SFF:

Full overview of Sakai Fish Farm parent koi

Showa


In de basis is bij SFF gebruik gemaakt van showa van Dainichi en Marudo. Sinds kort is daar ook een showa van de Muto Koi Farm aan toegevoegd (Ninja). Vanuit het Marudo-bloed en het Dainichi-bloed is als belangrijkste resultaat “Olive” ontstaan met daaronder de doorontwikkeling van deze kwekerslijn:

Kwekerslijn Sakai Fisk Farm: Showa

Sanke


Voor de kweek van Sanke is SFF gestart met een Tanaka-kwekerslijn en Marudoh-kwekerslijn met als vermaard resultaat de “Wakashoryu” kwekerslijn. Om de beste punten van verschillende kwekerslijnen te combineren maakt SFF ook gebruik van ouderdieren van Momotaro voor de Sanke-kweek. De Wakashoryu-nakomelingen dragen ook de genen van Matsunosuke-bloedlijnen (Toshio Sakai) daar van deze bloedlijn mannelijke Sanke ingezet worden. Op dit moment experimenteert SFF met een Sanke van Dainichi (Thunder) om met name de sumi-pigmentatie verder te verbeteren wat vanuit de Matsunosuke-bloedlijn niet naar eigen verwachting voldoet.

Kwekerslijn Sakai Fisk Farm: Sanke

Overig


Het kweken van hoogwaardige Nishikigoi betekent impliciet dat vele variëteiten ontstaan. Ook bij SFF zijn vele variëteiten verkrijgbaar, waarvan de Gosanke het meest gewaardeerd wordt. Ook op het gebied van Ochiba Chigure is inmiddels een duidelijke lijn ontstaan.

Sakai Fish Farm Ochiba Chigure

Historie van bloedlijnen

Historie van bloedlijnen


Een bloedlijn geeft een bepaalde afstamming weer, die de ouderdieren ( Oyagoi ) waarmee gekweekt wordt met zich meedragen in hun genen. Deze genen worden doorgegeven aan hun nakomelingen. In deze genen liggen bepaalde erfelijke eigenschappen opgeslagen, zoals kleur, kleurintensiteit, lichaamsbouw, maar bijvoorbeeld ook groeipotentie en ontwikkeling van de koi door de tijd. Het moge duidelijk zijn dat de verschillende koi-variëteiten verschillende eigenschappen bezitten, daarom zijn er voor verschillende variëteiten ook verschillende bloedlijnen.

Waarom zijn bloedlijnen zo belangrijk?

Als de bloedlijn van een Koi bekend is kunnen we een betere inschatting maken van hoe de koi zich zal gaan ontwikkelen. Simpelweg omdat de erfelijke eigenschappen van de ouderdieren bekend zijn. Met nadruk op "een inschatting maken", omdat de uitzondering de regel bevestigt. Echter de erfelijke eigenschappen en wijze van ontwikkeling zijn bekend, waardoor een koi met een goede bloedlijn een grotere kans heeft om uit te groeien tot een prachtexemplaar. Koi afkomstig van goede bloedlijnen zijn in de regel een stuk duurder dan koi waarvan de bloedlijnen niet bekend zijn. Bloedlijnen zijn overigens alleen erkend voor Kohaku, Sanke en Showa. Er zijn overigens niet zo heel veel bloedlijnen, veel kwekers hanteren vaak een benaming genoemd naar het ouderdier en dit wordt vaak gelijk gesteld aan een bloedlijn. Feitelijk dient men dan te spreken over "kwekerslijnen" in plaats van bloedlijnen. Op deze schap van de bibliotheek vindt u hierover veel informatie!


Het ontstaan van de diverse variëteiten

Om inzicht te krijgen in de bloedlijnen van koi is het belangrijk om te weten hoe de verschillende variëteiten van koi zijn ontstaan. Het ontstaan van deze variëteiten geeft namelijk een inzicht in de erfelijke eigenschappen die deze koi met zich meedragen. Hier een kort overzicht, overigens staan niet alle variëteiten in dit overzicht vermeld:

Overzicht van variëteiten


De hedendaagse Nishikigoi zijn afstammelingen van de wilde karper ( Cyprinus Carpio ) Hoewel het oorspronkelijke verspreidingsgebied alleen Oost-Europa en Perzie besloeg werden karpers over de wereld verspreid om hun sierlijkheid of om als voedsel te dienen. Zo kwamen karpers ook in Japan terecht. Kleurmutaties kwamen bij deze vissen wel vaker voor, maar de Japanners waren de eersten die met deze "ongewone" karpers verder gingen experimenteren. Japanse rijstboeren hielden karpers in vijvers om als eten te dienen in de strenge winters rond 1820. Met de "ongewone" karpers begon men experimenteel te kweken vanuit esthetisch oogpunt. De meest kleurrijke vissen werden als huisdieren gehouden. Er ontstond Nationale belangstelling voor Nishikigoi toen Keizer Hirohito in 1914 enkele Nishikigoi kreeg aangeboden voor in de gracht van het Keizerlijk paleis.

Tegenwoordig wordt in Japan voor wilde karper de term "Magoi" gehanteerd. De drie kleurmutaties die spontaan ontstonden bij deze wilde karpers zijn Tetsu (grijze Magoi ) Doro ( bruine Magoi ) en Asagi ( Asagi Magoi ). Deze karpers hadden duidelijk andere tinten, of afzonderlijk getekende schubben in het geval van de Asagi Magoi.

De huid van Tetsu Magoi is heel donkergrijs, net als bij de eerste Showa's, om deze reden geloven sommigen dat de Showa ontstaan is uit de Tetsu Magoi. De Doro Magoi heeft een donkerbruine tint, welke mogelijk afkomstig is van Tetsu Magoi. Er wordt beweerd dat Chagoi en Ogon ontstaan zijn uit een kruising van Tetsu, Doro en Doitsugoi ( Spiegelkarper ) Doitsugoi werden ongeveer 100 jaar geleden naar Japan gebracht vanuit Europa als voedselbron. De moderne Asagi heeft een donker en lichtblauw netpatroon en is een directe afstammeling van de Asagi Magoi. De Asagi heeft de basis gevormd voor de ontwikkeling van een flink aantal verschillende varieteiten. Waaronder Kohaku, Taisho Shanshoku ( Sanke ), Goromo en Shiro Bekko. De Asagi Magoi is de basis geweest voor de ontwikkeling van de Ki-Matsuba en de Aka Matsuba.

In Japan zijn veel hoogtepunten van de geschiedenis vastgelegd in Tijdperken. Deze tijdperken zijn genoemd naar de op dat moment heersende Keizer en deze worden tevens gebruikt om de koigeschiedenis vast te leggen en te dateren. Hieronder vindt u een beperkt overzicht:

Het Bunka en Bunsei tijdperk (1804 tot 1829)


In dit tijdperk werden de eerste rode koi in Japan gekweekt. Het rood kwam als eerst voor op de wangen ( kieuwdeksels ) Ook witte koi werden voor het eerst gekweekt en gekruist met rode koi. Het resultaat hiervan waren koi met een rode onderbuik en/of achterlijf.

Het Tenpo tijdperk (1830 tot 1843)


Kwekers bleven proberen koi meer aantrekkelijk te maken. Hieruit ontstonden witte koi met rood op het voorhoofd ( Zukinkaburi ), een geheel rood hoofd ( Menkaburi ), rode lippen ( Kuchibeni ) en uiteindelijk met rode stippen op de rug ( Satassa )

Het Meija tijdperk (1868 tot 1912)


In 1888 ontstonden uit de witte koi met rode stippen op de rug de eerste moderne Kohaku. Een koikweker genaamd Gosuke uit het plaatsje Utogi ( het tegenwoordige Ojiya, Niigata ) kweekte deze nieuwe variëteit. De eerste Doitsugoi werden in dit tijdperk in Japan ingevoerd. Deze Doitsugoi werden gekruist met geheel geschubde koi, waardoor Doitsu koi ontstonden. Tegenwoordig zijn er van bijna iedere variëteit ook Doitsu koi.

Het Taisho tijdperk (1912 tot 1926)


De Sanke ofwel Taisho Shansoku werd vernoemd naar dit tijdperk. Een van deze witte koi, met rode vlekken en zwarte stippen werd voor het eerst tentoongesteld op een tentoonstelling in 1915, deze koi was toen 15 jaar oud. Als dit gegeven klopt, dan werden Sanke reeds in het Meija tijdperk gekweekt. Er moeten op dat moment al uitstekende Sanke bloedlijnen ontwikkeld zijn geweest, die de basis vormen voor de huidige Sanke bloedlijnen. De Shiro Utsuri ( Zwarte koi met witte vlekken ) werd voor het eerst gekweekt in 1925.

Het Showa tijdperk (1927 tot Januari 1989)


Over het algemeen vindt men dat het Showa tijdperk de grootste invloed heeft gehad op de ontwikkeling en verbetering van kwaiiteit in de bestaande koivariëteiten. In dit tijdperk groeide het houden van koi uit van lokale hobby tot een nationale hobby en handel. Hobbykwekers maakten hun beroep van het kweken van koi en werden in dit tijdperk fulltime kwekers. De kwekers schoten als paddestoelen uit de grond en door de expansie in de markt nam de concurrentie toe. Door deze concurrentie kwamen er veel nieuwe variëteiten bij en werd de kwaliteit van bestaande variëteiten verbeterd. Tijdens dit tijdperk werd de plastic zak uitgevonden, waardoor de koihobby en de verkoop van koi mondiaal werden.

De 3 meest belangrijke koivariëteiten worden "de grote 3" genoemd, deze groep heet de Go-Sanke groep. Hieronder vallen Kohaku, Sanke en Showa (en Shiro Utsuri).
De laatste van deze 3, de Showa ( zwarte koi met rood en wit patroon ) werd voor het eerst gekweekt in 1927. Showa ontstonden door Ki Utsuri ( zwarte koi met gele vlekken ) te kruisen met Kohaku ( witte koi met rode vlekken ). Omdat Showa ontstond uit Ki Utsuri ( geel )en Kohaku ( rood ) ontstond een geelbruinige kleur, er werden oplossingen gezocht om deze kleur te verbeteren tot een echte rode kleur. In 1964 was de heer Kobayashi de eerste die hierin slaagde. tegenwoordig gebruiken de meeste kwekers nog steeds de Kobayashi bloedlijn om Showa te kweken en te verbeteren.

In 1929 werden de eerste ( Diamond ) Gin Rin koi gekweekt. De reflecterende eigenschappen van de schubben, die als een diamant glinsterden gaven deze koi hun naam. Gin Rin is een laagje in schubben dat bovenop het pigment ligt.

Na 25 jaar lang geduldig kweken werd de ( cream ) Ogon, gele metallic koi, voor het eerst gekweekt in 1946. De tegenwoordige Yamabuki ogon, waarin het gele pigment duidelijk intenser is werd in 1957 voor het eerst gekweekt door het kruisen van de zeldzame Kigoi ( gele koi zonder metallic ) met de Ogon ( Cream ). Hierdoor werd de kwaliteit van metallic koi drastisch verbeterd en konden vele metallic versies worden gekweekt van reeds bestaande niet metallic variëteiten.

De Orenji Ogon ( Oranje metallic koi ) werd in 1953 ontwikkeld en de eerste Kujaku ( metallic oranje koi met grijs of zwart netpatroon ) werd voor het eerst in 1960 gekweekt. In het laatste decennium is de kwaliteit en daarmee ook de populariteit van de Kujaku enorm toegenomen

De Ai Goromo ( witte koi met rode vlekken, waarbinnen een grijze, zwart, blauw of paars netpatroon ligt ) werd in 1950 ontwikkeld door het kruisen van een mannelijke Kohaku met een vrouwelijke Asagi.

Tacho Yoshioka behaalde in 1963 een mijlpaal door het kweken van de eerste groene koi, de Midorigoi. Helaas is het kweken van Midorigoi nog steeds erg moeilijk omdat het gen om Midorigoi te kweken erg zwak is, de meeste van hen worden daardoor uiteindelijk zwart bij volwassenheid.


Het Heisei tijdperk (Januari 1989 tot heden)


Verschillende koikwekers die volgens traditie nieuwe koivariëteiten vernoemen naar het Keizerlijk tijdperk hebben de Doitsu Yamato Nishiki ( Doitsu Metallic Sanke ) vernoemd tot Heisei Nishiki. Toch hebben niet alle kwekers deze traditie overgenomen, zodat we deze variëteit nu onder beide namen tegenkomen.

Sadazo

Sadazo



De Sadazo Sanke bloedlijn werd tussen 1952 en 1962 ontwikkeld en in eerste instantie was het sumi van deze bloedlijn vrij zwak. Tevens werden de Sadazo sanke niet zo groot. Toch zijn Sadazo Sanke in de basis prachtige koi, met een zacht beni en sterk geconcentreerd sumi. Door vernieuwingen in de bloedlijn te brengen is de Sadazo bloedlijn nog immer springlevend, en bijvoorbeeld een sterk fundament voor de Dainichi Sanke die de genen van Sadazo bij zich dragen. Er mag gesteld worden dat praktisch elke Sanke die in Niigata (en ook daarbuiten in vele gevallen) gekweekt wordt op de een of andere manier herleidbaar is tot de genen van Sadazo.

Tegenwoordig is er nog 1 kweker die kweekt met de oorspronkelijke Sadazo Sanke bloedlijn en dat is de koifarm Genjiro (Takashi Kobayashi). Dit betekent dat in de kweek zowel de mannelijke als de vrouwelijke koi Sadazo-afkomst hebben. Tegenwoordig worden er met behulp van deze bloedlijn door Genjiro mooie Sanke geproduceerd die wel een goed diep sumi bezitten en betere groeieigenschappen en blijven op deze wijze de Sadazo-karateristieken zoveel mogelijk bewaard.

Historische foto Sadazo female Historische foto male

Herkomst


Sadazo Sanke

Torazo

Torazo



De Torazo bloedlijn is ontstaan in 1949 op de Torazo Koifarm. De Torazo bloedlijn wordt nog steeds veelvuldig gebruikt bij de kweek van Sanke en is de "eerste echte Sanke bloedlijn" die ontwikkeld is. De Sanke bloedlijn wordt nog steeds verbeterd door het inbrengen van nieuw bloed.

De Sanke uit de Torazo bloedlijn kenmerken zich door een zeer goede volle lichaamsbouw, dieprode Kohaku patronen en kleine sumi vlekken. Het sumi is diep lakzwart van kleur. Groeipotentie is zeer zeker aanwezig, er zijn Sanke uit de Torazo bloedlijn die een lengte hebben bereikt van 95 cm. Het sumi bij Torazo Sanke is zeer speciaal: bij Tosai (éénjarigen) is het Sumi pikzwart en sterk aanwezig maar naarmate de koi twee en drie jaar oud wordt trekt het langzaam bijna helemaal weg en blijft er enkel een blauwe schijn over. Het echte mooie Sumi verschijnt terug vanaf de koi vier jaar is en verbetert tot zijn zes jaar waarna het consolideert. De Torazo bloedlijn is één van de meest belangrijke bloedlijn voor koi in heel Niigata.

Historische foto Torazo femaleHistorische foto Torazo male

Herkomst


Urukawa Koi Farm (Torazo) is een van de oudste koi-huizen in Niigata. Chuzo Kawakami richtte het bedrijf op in 1910 waarna zijn zoon Torakichi in de jaren twintig de eerste Sanke kweekte. Hiroshi Kawakami, die jammerlijk enkele jaren geleden om het leven kwam bij een auto-ongeluk, stabiliseerde de Torazo Sanke bloedlijn rond 1940. Het bedrijf wordt nu geleid door Tsuyoshi Kawakami. De naam Torazo komt van de grootvader van Chuzo Kawakami en betekent "Tijger".

Om de Sanke bloedlijn te ontwikkelen gebruikte Torakichi Kawakami een vrouwelijke Sanke van de kweker Hoshino, een mannelijke Kohaku van de kweker Yagozen en een eigen mannelijke Sanke:

Torazo Sanke

Sensuke

Sensuke



De Sensuke bloedlijn is ontstaan uit een vrouwelijke Kohaku waarvan de bloedlijn en kweker onbekend zijn en een mannelijke Kohaku van de kweker Tsunenichi. Deze mannelijke Kohaku was een afstammeling van de Tomoin Kohaku. De Sensuke bloedlijn verspreidde zich vooral over het Westelijke deel van Japan en heeft daar een zeer grote invloed bij de kweek van Kohaku.

Enkele aansprekende winnaars op de erepodia van de Japanse koi-shows vindt u hieronder, allen voortgekomen uit deze bloedlijn:

Miko (ZNA winnaar 2005) van de Lizuka Sensuke bloedlijnMaruyama Sensuke als winnaar in 1981 Shinkokai Winnaar 2011 Sensuke van Sakai Fish Farm

Kenmerken


De Sensuke Kohaku kenmerken zich door een zwaardere bouw. De kaakbeenderen zijn zwaarder, hierdoor lijkt het hoofd breder en ronder. Op een zuiver witte huid liggen mooie rode patronen met een goede aflijning.
De Sensuke bloedlijn is door diverse kwekers verder ontwikkeld. Zo zijn de volgende bloedlijnen ontstaan als specialisatie van de oorspronkelijke Sensuke bloedlijn:

  • De Murayama Sensuke bloedlijn van Isawa San uit Yamanashi.
  • De Okawa Sensuke bloedlijn van Tanaka San ( Okawa Koifarm ) uit Fukuoka
  • De Iizuka Sensuke bloedlijn van Iizuka San ( Matsue Nishikigoifarm ), de kenmerken van de Iizuka Sensuke bloedlijn zijn een snelle groei en mooie dieprode patronen met een goede aflijning ( sashi en kiwa )

De Iizuka Sensuke bloedlijn wordt op de Sakai Fish Farm van Hiroji Sakai in Hiroshima gebruikt voor de kweek van Kohaku, maar bijvoorbeeld ook bij Miyatora Niigata staat de Sensuke aan de basis voor de Kohaku-lijnen.

Herkomst


Sensuke Kohaku bloedlijn

Dainichi

Dainichi



De Dainichi bloedlijn is ontstaan uit kruisingen met de Torazo, Izumya en Jinbei bloedlijnen. De grondlegger van de Dainichi bloedlijn, Minoru Manu, is als authentieke rijstboer gestart met het kweken van Nishikigoi toen hij merkte dat er geld mee te verdienen viel. In eerste instantie Yamabuki Ogon (veelkleurige koi), maar door een samenloop van omstandigheden (of zou je het toeval noemen) verkreeg Minoru Manu enkele dieren uit de Sensuke bloedlijn waaruit de eerste Dainichi Showa is voortgekomen. Het verhaal gaat dat een mannelijke Kohaku die niet te verkopen was uit pure wanhoop gekruisd is met deze Kohaku met een totaal onverwacht resultaat. Dit is het begin geweest van een krachtige periode waarin Dainichi definitief haar naam heeft gevestigd.

In onderstaande afbeeldingen drie kenmerkende Dainichi koi, samen goed voor een enorme kwaliteit aan genetisch potentieel :

Sadazo Sanke Dainichi Dainichi ShowaDainichi Kohaku

Dainichi Showa

De Dainichi Showa bloedlijn is een instituut op zich. Zelden heeft een Japans huis meer naam gemaakt met een bloedlijn als Dainichi met haar Showa. En dan te bedenken dat de Dainichi Showa ontstaan is uit een gehele toevalligheid in het combineren van verschillende koi. Dainichi was in 1991 dan ook de eerste die met een Showa een grote Japanse koishow heeft gewonnen (zie bovenaan, middelste afbeelding), wat in de historie slechts 3 maal is gebeurd. In 2007 hebben zijn zoons dit huzarenstukje nogmaals herhaald. Het domein van de Showa is dan ook opgeëist door Dainichi.

Dainichi Sanke

De Dainichi Sanke bloedlijn is een mooie, authentieke bloedlijn die direct afstamt van de Sadazo bloedlijn. Het bekendste ouderdier, dat in 2010 het leven heeft gelaten, is "Hotaru" oftewel "vuurvlieg" ("Firefly", bovenaan afbeelding links).

De Sadazo bloedlijn die ten grondslag ligt aan de Dainichi Sanke bloedlijn is terug te herleiden tot de Genjiro Koi Farm, een zeer oude koifarm die reeds 4 (!) generaties terug gaat. Het ontstaan van de Sadazo bloedlijn zal ongeveer voor 1955 zijn geweest, toen Hirokichi Kobayashi (destijds eigenaar van de Genjiro Koi Farm)10 koi kocht van Sadazo in Nigorisawa. Hieruit blijkt maar weer dat bloedlijnen an zich zelden of nooit "zuiver" zijn, maar de huidige Sadazo Sanke van de Genjiro Koi Farm zijn de meest zuivere Sadazo koi die erkend zijn. Een van de nakomelingen van deze bloedlijn heeft haar weg naar Dainichi gevonden. Aangezien de Sadazo Sanke in haar pure vorm geen grote koi wordt moge het duidelijk zijn dat de expertise van de Dainichi Koi Farm in het kweken en kruisen van kenmerken ervoor gezorgd heeft dat er een daadwerkelijke Dainichi Sanke bloedlijn erkend kan worden, met in haar basis nog immer de Sadazo genen.

In onderstaande afbeelding is de herkomst van deze Sanke bloedlijn weergegeven:

Dainichi Sanke (Sadazo)

Dainichi Kohaku

Specifiek voor de Kohaku wordt gebruik gemaakt van (afstammelingen van) de Kagura en Sankuro lijn. In beiden zijn genen van de Tomoin bloedlijn geborgd. Ook met de Kohaku is Dainichi inmiddels succesvol gezien de resultaten op de grote koishows, waarvan het recentelijke wapenfeit de winst op de 2010 Shinkokai is geweest met een magnifieke Kohaku (zie bovenaan, rechtse foto). In onderstaande afbeelding is de herkomst van deze Kohaku bloedlijn weergegeven:


Dainichi Kohaku

Verschijning


De Dainichi koi kenmerken zich door een dieprode kleur die scherp afgetekend is, in combinatie met een helderwitte huid, zoals op onderstaande authentieke opname uit de beginjaren duidelijk naar voren komt. Het zwart van de Sanke en Showa komt verspreid voor in kleinere patronen en is prachtig vol en intens wanneer het uitontwikkeld is. De Dainichi koi bezitten een zeer goede lichaamsbouw. De groeipotentie van deze koi is ook zeer goed, waarbij na 3 tot 5 jaar de body-ontwikkeling goed door gaat zetten.

Historische foto Dainichi Sankuro

Yagozen

Yagozen



De Yagozen bloedlijn ontstond in 1953 uit een mannelijke Kohaku van "Monjiro" en een vrouwelijke Kohaku van "Tomoin". De kweker Satoshi Hiroi van de Yagozen Koi Farm is de grondlegger van deze beroemde Kohaku-lijn. Onderstaande afbeelding is een klassiek voorbeeld van de Yagozen bloedlijn:

Historische foto Yagozen maleYagozen Shinkokai winnaar1983
Yagozen Kohaku kenmerken zich door een breed hoofd, het Hi ( rood ) is in beginsel heel flets. Maar wordt later dieprood van kleur. Het shiroji (wit) van de Yagozen Kohaku is erg zuiver.

Herkomst


In onderstaande afbeelding is de herkomst van deze bloedlijn weergegeven:

Yagozen Kohaku

Jinbei

Jinbei



Sanke van de Jinbei bloedlijn kenmerken zich door grote rode Kohaku patronen en een hoge kwaliteit Sumi, dat zeer dik in de huid ligt. Het sumi op Jinbei Sanke komt voor in vrij grote vlekken. Het Hi is zeer diep van kleur en Jinbei Sanke bezitten een zeer goede body. Opmerkelijk is het om te weten dat het sumi van Jinbei tosai Sanke zeer dominant aanwezig kan zijn, veel van deze koi verliezen echter in hun eerste jaar zeer veel van dit sumi. In de jaren hierna komt er geleidelijk een deel van het sumi terug tot het stabiel is.

Herkomst


De Jinbei Sanke bloedlijn is ontstaan uit een Torazo Sanke van de kweker Izumiya en een Sanke van eigen kweek. In 1957 werd deze bloedlijn gestabiliseerd op de Jinbei Koifarm van de kweker Hajime Watanabe. In onderstaande afbeelding is de herkomst van deze bloedlijn weergegeven:

Jinbei Sanke bloedlijn

Izumya

Izumya



De Jinbei bloedlijn werd voortgezet als de Izumya Sanke bloedlijn, naar de kweker Izumiya die verder kweekte met de Jinbei Sanke bloedlijn. Er zijn verschillende kwekers die nog steeds gebruik maken van de Izumiya Sanke bloedlijn onder andere Dainichi en Shintaro.

Kenmerken van de Sanke die zij uit deze bloedlijn kweken zijn een goede volle lichaamsbouw, grote rode Kohaku-patronen en veel kleine sumi-vlekken. Het wit is als deze Sanke nog jong zijn vrij gelig van kleur, maar wordt witter als de koi ouder worden en een dikkere huid krijgen.

Herkomst


In onderstaande afbeelding is de ontwikkeling van deze bloedlijn opgenomen:

Izumya Sanke bloedlijn

Matsunosuke

Matsunosuke Bloedlijn: de oorsprong



In 1974 werd de Matsunosuke bloedlijn gevestigd door de Sakai-familie in Niigata. De Matsunosuke bloedlijn werd primair door Toshio Sakai door-ontwikkeld. Hij werd geboren in Mushigame in Niigata als jongere broer van Toshiyuki Sakai, waarna hij op 18-jarige leeftijd vertrok naar Isawa en daar het Isawa Nishikigoi Center vestigde. De oorspronkelijke koifarm, de Yamamatsu Koi Farm, ging van vader op oudste zoon over.

Toshiyuki Sakai en Toshio had reeds op jonge leeftijd een drang tot excelleren. Sinds de tijd dat Toshio Sakai zijn handtekening op de Matsunosuke bloedlijn zette is de Matsunosuke-bloedlijn niet meer weg te denken uit de hedentendaagse koi-industrie. Nazaten van de originele Matsunosuke bloedlijn hebben vele grote prijzen gewonnen op de ere-podia van de bekende shows.

Onderstaande afbeelding is een authentieke afbeelding van een Sanke uit de oorspronkelijke Matsunosuke bloedlijn, terwijl de afbeelding ernaast kenmerkend is voor de huidige Matsunosuke bloedlijn:

Historische foto MatsunosukeModerne Matsunosuke Sanke

Herkomst


De basis van de Matsunosuke Sanke vindt haar oorsprong in een kruising tussen een Sensuke Kohaku en een Kichinai Sanke. De nazaten van deze kruising leverde stevige en goed gepigmenteerde koi op, maar naar de huidige maatstaven waren deze koi verhoudingsgewijs klein (hoewel de lengte voor die tijd reeds veruitstrevend was). Nadat Toshio Sakai zich had gevestigd in Isawa werd een huzarenstukje uitgevoerd: door het bloed in te kweken van de magoi, de consumptiekarper die grote lengtes kon bereiken, werd de bloedlijn sterk verfrist en verbeterd. De naam van Matsunosuke werd nogmaals bevestigd als zijnde de toonaangevende bloedlijn in de koi-industrie.

Sanke en Kohaku uit de Matsunosuke bloedlijn kenmerken zich door een op jonge leeftijd vrij zacht Hi, dat op latere leeftijd dieprood wordt. Een zeer goede kwaliteit Sumi, dat zeer diep in de huid ligt en pas na een jaar of vijf stabiliseert. De groeieigenschappen van deze bloedlijn zijn zoals gezegd verbeterd door het inbrengen van "Magoi bloed". Matsunosuke Sanke kunnen de magische lengte van 1 meter bereiken en bezitten hierdoor ook een zeer goede lichaamsbouw.


Matsunosuke bloedlijn in detail

Verbeteringen in de kweek

Het aantal Matsunosuke ouderdieren dat algemeen gebruikt wordt in de Nishikigoi-kweek is immens. Koifarms als bijvoorbeeld Momotaro Koi Farm en Sakai Fish Farm maken tot op de dag van vandaag gebruik van vele mannelijke koi om de genen van de Matsunosuke bloedlijn door te geven aan hun produkten. Maar natuurlijk staat ook de Matsunosuke bloedlijn niet stil, en zien we een gestage evolutie. Wat dat betreft is (met name) Toshio Sakai een eigenzinnige man die ons zomaar weer opeens kan verrassen met een stukje evolutie!

Zijn bloedlijnen nog belangrijk?

Zijn bloedlijnen nog belangrijk?


Op deze schap van de bibliotheek vindt u allerlei informatie over bloedlijnen. Een bloedlijn wordt gedefinieerd als "een afstammingslijn van een uitmuntend fokdier en elk van zijn/haar nakomelingen" (bron: www.encyclo.nl). Vanuit deze optiek is iedere afstamming van een ouderdier te bezien als een bloedlijn. Toch is deze definitie niet eenduidig toe te passen op de koi-industrie, die gekenmerkt wordt door "variëteiten" in plaats van "rassen". Hiermee wordt bedoeld dat de nakomelingen van onze nishikigoi niet per definitie eenzelfde herleidbare verschijningsvorm hebben als de ouderdieren. Er zijn constant vele mutaties mogelijk, waarmee gesteld kan worden dat er van "zuiver bloed" op geen enkele wijze sprake kan zijn. Toch wordt er veel gerefereerd naar de term "bloedlijnen", waarin het genetisch potentieel is opgeslagen. Toch even iets om bij na te denken en stil te staan!

Overzicht van variëteiten

Bloedlijnen in het verleden

In het begin van de industrie van de Nishikigoi, begin 19e eeuw, was het nog mogelijk om een zeer herkenbaar EN reproduceerbaar "product" te maken dat zeer duidelijk afweek van de overige koi. Dit is ook niet zo moeilijk voor te stellen, de eerste Yamabuki (gele koi) zal ongetwijfeld vele ogen aangetrokken hebben en is als zodanig ook een zeer herkenbaar product. Evenals de eerste "zuivere" Kohaku of welke andere variëteit dan ook. Immers, deze variëteiten kunnen gezien worden als de verschillende "soorten" die we kennen. En juist daar zit een interessant aspect als men kijkt naar bloedlijnen: wanneer men twee koi van dezelfde variëteit bij elkaar brengt dan brengt de nakweek, met de helft van de genen van de vrouwelijke kant en de helft van de genen van de mannelijke kant, niet allemaal dezelfde variëteiten voort! Zo kan er uit een kweek van twee Kohaku in principe ook een Chagoi of een Orenji voortkomen, waarbij patronen in ieder geval niet of nauwelijks vererfbaar zijn. Dat is een fundamenteel verschil met een "zuivere bloedlijn", waarbij de nakweek direct herkenbaar is als afstammeling ("uit een labrador komt geen herder" ;-)).

In het begin van deze industrie, wat echt een lokaal gebeuren is geweest, hebben vele kwekers de handen ineen geslagen om herkenbare producten te maken. En belangrijker, zij konden dit uiteindelijk ook permanent na een lange periode van stabilisering en fijnslijperij! Deze producten bevatten dan dermate unieke eigenschappen dat ze de "naam van het huis" mochten dragen, een echte uniciteit! Zo zijn nakomelingen van koi van de familie Mano als Dainichi bestempeld, en kennen we koi van Toshio en Toshiyuki Sakai tegenwoordig beter als Matsunosuke koi. Beiden zijn de naam van het huis van de betreffende familie. Allen hebben een duidelijk kenmerk gemeen: zeer duidelijke onderscheidende kenmerken in de koi die direct toe te wijzen zijn aan en uniek zijn voor het vakmanschap en specialiteit van de betreffende kweker.

Natuurlijk is er veel ambacht en doorzettingsvermogen nodig om iets moois als een Nishikihoi te fabriceren, maar zoals altijd is dat in het begin "eenvoudiger" dan in een later stadium. Immers, wanneer er van elke variëteit bijvoorbeeld 100 kwekers zijn, dan is het voor al die kwekers natuurlijk een immense opgave om zichzelf een herkenbare stempel te verschaffen in de erfelijke eigenschappen van de nakomelingen. In de moderne tijd waarin wij leven is de industrie volwassen geworden, en is er een enorme hoeveelheid genetisch potentieel beschikbaar voor de kwekers om koi te kweken. En door de verdere industrialisatie zijn ook de middelen als geld en infrastructuur beschikbaar om dit ook te kunnen doen! In hoeverre is het dan nog mogelijk om een unieke herkenbare stempel te zetten op een product zoals de intentie is geweest bij het onderkennen van bloedlijnen. Een goede vraag die gesteld kan worden, maar waarvan het antwoord misschien besloten ligt in de vooruitgang die de koi-industrie heeft doorgemaakt en tot de fabrieken van nu is doorgedrongen.

Hoe zit dat dan met bloedlijnen tegenwoordig?

Waar men vroeger kon zien dat een bloedlijn direct verbonden was aan de naam van het huis waar de kweker bij hoorde (Matsunosuke, Sadazo, Kagura, Jinbei, Yagozen, Matsunosuke, Tomoin, en ga zo maar verder), is dat nu niet meer het geval. In veel gevallen kennen we nu namen als "D-Sanke", "Yamato", "FireFly", "Gachapin", "Ryu" en ga zo maar verder en vaak benoemen we dit als een bloedlijn. Deze namen behoren allen bij de naam van een ouderdier wat aan het hoofd van een "familie-boom" staat. In veel gevallen refereert de hobbyist ook naar deze namen en praat vervolgens ook over een "bloedlijn". In de zuiverste zin van het woord is dat niet helemaal correct, omdat de basisgenen van al deze koi wel afstammen van bloedlijnen maar ze gezien kunnen worden als een specialisatie daarvan middels het inkruisen van "ander bloed". Eigenlijk is het zuiverder om in dit geval dat ook te spreken van "kwekerslijnen" in plaats van "bloedlijnen". Of misschien zelfs "moderne bloedlijnen"… Wat ook aardig is om te bedenken: ALS deze bekende ouderdieren zouden wegvallen en het er echt om gaat, is de kweker dan nog steeds in staat om koi met dezelfde kwaliteit als het weggevallen ouderdier te produceren? Deze kans is mogelijk niet zo groot, vermoedelijk is dit ook de reden dat bijvoorbeeld een grote farm als Sakai Fish Farm steeds vaker eerder verkochte koi terugkoopt om als ouderdier te dienen. En dat is een gevaarlijke situatie: door het permanent inkruisen van dezelfde genen ontstaat vanzelf een achteruitgang in kwaliteit (!), door constante vernieuwing van ouderparen ontstaat een niet herkenbaar product. Ga er maar aan staan als kweker!

O ja, toch even belangrijk om te noemen: formeel zijn er alleen bloedlijnen in de zuiverste zin des woord onderkend voor de Gosanke. Bloedlijnen voor bijvoorbeeld Chagoi, Platinum Ogon en ga zo maar door bestaan niet. Het is een academische discussie, maar met enig respect naar het verleden wel een zuivere dit zo te stellen want zonder de grondleggende bloedlijnen van deze industrie hadden wij de pracht van de moderne koi nooit kunnen ervaren! Kwekerslijnen en bloedlijnen, synoniem of niet… wat vind jij?


Kagura

Kagura



De Kagura bloedlijn is een roemruchte bloedlijn die zijn oorsprong vindt op de Maruyama Koi Farm. De vader van Futoshi Maruyana, Gensuke Maruyama, startte in de jaren 60 met kweken en werd snel bekend. Maruyama koi hebben vele grote en prestigieuze prijzen gewonnen. Gensuke Maruyama kwam in contact met Itaru Sudam een andere kweker in het Niigata gebied, en ontdekte bij hem een zeer goede Kohaku (voor die tijd), met een uniek glanzend beni (rood), prachtig witte huid en een stevige body. Gensuke besloot deze koi aan te kopen en in te brengen in de kweek. Deze koi kreeg de bijnaam "Kagura" (Japans voor "schildpad, refererend aan de vorm van de hiban). Haar unieke eigenschap was het zeer speciale glanzende beni dat nu "Kagura beni wordt genoemd.

In 1981 wint een directe afstammeling van dit ouderdier de 17e ZNA All Japan Koi show met eenzelfde "schildpad patroon" (zie hiervoor de foto bij de link en kijk goed naar de eerste hiban die start op het hoofd):

Kagura lijn als winnaar van de 17e ZNA All Japan Koi show

Deze zelfde Kohaku heeft ook nog verschillende prijswinaars voortgebracht met hetzelfde unieke glanzende beni. Maruyama Kohaku van de Kagura-lijn hebben hun weg naar verschillende toonaangevende kwekers gevonden, onder andere Dainichi (die reeds vanaf het begin nauwe banden onderhield met de Maruyama Koi Farm) en Sakai Fish Farm.

In de doorontwikkeling van de Kagura-lijn is Dainichi zeer nauw betrokken geweest, met als uitdaging om dezelfde kwaliteit beni te kunnen borgen op grotere koi. De stempel die Maruyama Koi Farm op de totale ontwikkeling van de Kohaku heeft gezet is dermate groot dat Japanse kwekers over het algemeen deze lijn dermate belangrijk achten dat zonder het bestaan ervan de Kohaku nooit zover was ontwikkeld als nu. Kagura is nog immer een toonaangevende lijn in de rangorde van Kohaku bij Dainichi. Heden ten dagen vindt men dit kenmerk nog altijd terug op de kwaliteits-Kohaku van Maruyama Koi Farm:

Kagura van Maruyama Koi FarmKagura van Maruyama Koi Farm

Herkomst


In onderstaande afbeelding is de herkomst en ontwikkeling van de Kagura Kohaku weergegeven:

Bloedlijn Kagura (Kohaku)


Kobayashi

Kobayashi



De eerste showa, origineel ontwikkeld door Jukichi Hishino (Ouchi, Niigata) omstreeks 1927, bezaten een erg oranjegeel pigment. De reden hiervoor is dat deze eerste Showa's afkomstig waren uit een kruising tussen een Kohaku en een Ki Utsuri. Deze showa kan ook op geen enkele manier vergeleken worden met de showa zoals wij deze nu kennen: vervagende kleuren (die ook niet intens waren) en geen overtuigende stabiliteit maar wel voldoende om als uniciteit te herkennen. De showa was geboren.

Kobayashi wist een revolutionaire verbetering aan te brengen door het kruisen van een Showa met een Yagozen Kohaku, het broed hiervan werd weer gekruisd met een Tomoin Kohaku. De Kobayashi Showa bloedlijn werd dan ook ontwikkeld en gevestigd door de kweker Tomiji Kobayashi.

Het resultaat hiervan was een Showa met een zeer sterk en helder hi, zoals we de showa tegenwoordig kennen. Door het inbrengen van Kohaku bloed werden ook nog eens de witte vlakken op de huid aanmerkelijk verbeterd! Het moge duidelijk zijn dat de Kobayashi showa een nieuw tijdperk inluidde voor wat betreft de kwaliteit van de showa en de mogelijkheden voor andere kwekers weer verder vergrootte om betere showa te produceren.

Herkomst


In onderstaande afbeelding is de herkomst van de Kobayashi showa weergegeven:

Kobayashi Showa

Kichinai

Kichinai



Deze bloedlijn wordt ook wel de Miyatora bloedlijn genoemd. Miya Katsunori heeft op basis van bestaande bloedlijnen een geheel eigen draai kunnen geven aan zijn Sanke door deze unieke eigenschappen mee te geven. Kenmerkend voor de Kichinai bloedlijn is een getrapt Kohaku patroon met tsubo sumi, wat betekent dat het zwarte patroon over de witte gebieden valt. Een goed voorbeeld van een Kichinai Sanke is een maruten hoofd (hiban op het hoofd), gevolgd door een witte breuk, een volgend vlak hi, witte beuk, enzovoorts en zwarte patronen op alle witte gebieden.

Kenmerken voor de Sanke van deze bloedlijn zijn veel beni ( rood ), ook op het hoofd en kleine compacte sumi vlekken, over het algemeen vertonen deze koi veel sumi.

Historische foto Kichinai bloedlijn

Herkomst


De Kichinai Sanke bloedlijn is ontstaan uit een kruising tussen een vrouwelijke Sadazo Sanke, een mannelijke Tomoin Kohaku en een mannelijke Torazo Sanke.

Kichinai Sanke

Tomoin

Tomoin



De Tomoin bloedlijn is er een die grote invloed heeft gehad. Deze bloedlijn verspreidde zich vooral in Niigata vanuit Takezawa en wordt daar tegenwoordig door veel kwekers nog gebruikt bij de kweek van Kohaku. De Tomoin bloedlijn ontstond net als de Yagozen bloedlijn rond 1945 uit een mannelijke Kohaku van "Monjiro" en een vrouwelijke Kohaku van "Tomoin".

Historische foto Tomoin male

Tomoin Kohaku kenmerken zich door een zuivere ondoorzichtige witte huid. het Hi vertoonde in eerste instantie veel paarsrode vlekjes en rode spikkels. Maar later is dit minder geworden. De Tomoin bloedlijn heeft midden vorige eeuw de markt primair gedomineerd vanwege de mooie donkere kleur van het beni. Nog immer vinden we Tomoin-karakteristieken terug bij verschillende kwekers, zoals bij Kinsaku Hoshino (Hoshikin).

Herkomst


Tomoin Kohaku

Manzo

Manzo



De Manzo bloedlijn is ontstaan uit een mannelijke Kohaku van "Genpachi" en een vrouwelijke Kohaku van "Sankuro".

Deze kenmerken van Kohaku uit deze bloedlijn zijn een breed hoofd en een zogenaamd druppelvormig lichaam. Een behoorlijke body dus.

Historische foto Manzo

Herkomst


Manzo Kohaku

Gosuke

De Gosuke bloedlijn is ontstaan in 1891, een mannelijke Kohaku van "Gotenzakura" en een vrouwelijke Tancho Kohaku van "Menkaburi" vormden de ouderdieren van waaruit deze Kohaku bloedlijn is ontstaan. De Gosuke bloedlijn is een uitgestorven bloedlijn uit het pioniers-tijdperk van de Nishikigoi, mogelijk dat deze bloedlijn nog wel in leven wordt gehouden door Satoru Hishino als memoriaal aan zijn overleden opa. Echt commercieel gekweekt wordt er niet meer mee, net zoals vele bloedlijnen uit het begintijdperk ontbreken de koi voornamelijk lengte ten opzichte van de moderne nishikigoi zoals wij deze kennen, en zijn dus vanuit die optiek commercieel niet interessant.

De kenmerken van Kohaku uit de Gosuke bloedlijn zijn kleine rode vlekken en veel afzonderlijke rode schubben. Het Hi van deze bloedlijn was niet zo intens en diep van kleur als dat we dat tegenwoordig zien, maar dit is dan ook de oudste bekende Kohaku bloedlijn.