In tegenstelling tot "rassen spreekt" men van "variëteiten" omdat de erfelijke eigenschappen van koi niet stabiel zijn. Uit een kweek komen vele verschillende variëteiten waarvan slechts een kleine 5% bruikbaar is voor de commercie. Voor het overgrote deel valt de eeuwige roem uiteen in de "bucket of death" of in de meeste gevallen op het grasveldje achter de kweker gedurende het "cullen" (uitselecteren beloftevolle koi, de zogenaamde tategoi). Toch zijn de kwekers erin geslaagd om een vorm van stabiliteit te verkrijgen, vastgelegd in zogenaamde bloedlijnen. Het kweken van beloftevolle koi is een permanent experiment van het samenbrengen van verschillende exemplaren van verschillende bloedlijnen en afkomst. Dit is noodzakelijk om koi permanent te verbeteren.
Maak gebruik van de pijlen om te scrollen tussen de verschillende variëteiten en klik op de koi van uw keuze voor nadere informatie.

















Text used with courtesy of T. van Rossum
Maak gebruik van de pijlen om te scrollen tussen de verschillende variëteiten en klik op de koi van uw keuze voor nadere informatie.



Kohaku
Taisho Sanshuko
Showa Sanshuko
Tancho
Utsurimono
Bekko
Asagi
Shusui
Koromo
Goshiki
Hikari Mujimono
Hikari Moyomono
Hikari Utsurimono
Kawarimono
Kinginrin
Doitsugoi
Vaak wordt van de Kohaku gezegd dat ieder hobbyist begint en eindigd met een Kohaku. Het is zeker een van de bekendste koi's met zijn rood met witte kleuren, de kleuren van de Japanse vlag en het symbool van Japan, de Tancho (witte kraanvogel met rode kop). Omdat dit de bekendste koi is, is het moeilijk deze soort een prijs te laten winnen, omdat juist de criteria zeer streng zijn.

Kleuren
De Kohaku zijn wit met rood (hi), waarbij het wit zo wit als sneeuw moet zijn en het rood diep rood. De overgang van de kleuren moet duidelijk zijn en wordt 'kiwa' genoemd. Ze mogen niet langzaam van de ene in de andere kleur overlopen. Het rood kan een paarsige tint hebben die minder snel vervaagt maar niet gewaardeerd wordt op wedstrijden. Het wit mag nergens rode of zwarte spikkels ('shimies') hebben of vlekken bevatten en geen gele tint hebben, wat soms op de kop weleens voorkomt. De 'shimies' kunnen veroorzaakt worden door slechte voeding of leefomstandigheden.
De hi-vlekken moeten tussen de 50-70% van de koi bedekken. Ook moeten de vlekken gelijkmatig verdeeld zijn over het lijf. Als een hi-vlek tot op de staart loopt wordt dit als minpunt gezien. De borstvinnen moeten spirwit zijn en geen enkele hi-vlek bevatten.
Kop
Bij elke Kohaku begint de tekening op de kop. Als deze tekening ontbreekt worden ze niet toegelaten tot wedstrijden. De traditionele tekening is U-vormig en loopt tot aan de ogen (niet ertegenaan of erover). Voor de vorm van de koptekening heeft men verschillende termen. 'Kuchibeni' betekent rode lippen, waarbij de kop verder wit is. Bij 'Hanatsuki' loopt de tekening door tot aan de bek van de koi en bij 'Menkaburi' is deze hi-vlek veel breder en loopt tegen de ogen aan, wat weer minder wordt gewaardeerd.
Een speciale vorm op de kop is vooral te zien bij de Tancho Kohaku, die onder een eigen categorie valt. Deze Tancho heeft alleen hi op de kop en is cirkelvormig. Heeft de koi tevens hi op andere plaatsen, dan wordt deze aangeduid als Maruten Kohaku (maruten is de rode ronde vlek op de kop).
Lichaam
Grote hi-vlekken (omoyo) worden meer gewaardeerd dan kleine (komoyo). Grote vlekken zien er krachtiger uit. De eerste vlek moet net achter de kop ophouden en de tweede vlek moet op de schouder beginnen. Heeft de Kohaku een grote hi-vlek over heel het lichaam van kop tot staart, dan wordt dit 'ippon hi' genoemt. Dit wordt niet als mooi ervaren. Is deze vlek zigzaggend dan is dit een Inazuma (=bliksemschicht) Kohaku.
Als u een jonge Kohaku zoekt, koop er dan een met grote hi-vlekken, want koi groeien vanuit de onderbuik en de tekening zal worden opgerekt. Bij het tentoonstellen van jonge Kohaku is het mooier dat de vlekken niet tot onder de laterale lijn komen. Bij oudere Kohaku worden vlekken die tot onder de laterale lijn lopen weer wel gewaardeerd. Deze laatste tekening wordt 'Makibara' genoemd. Heeft een Kohaku kleinere hi-vlekken die op verfspetters lijken, dan wordt dit 'tohibi' (hi die is 'weggesprongen') genoemd. Dit is zeker niet mooi, tenzij de vlekken op de buik zitten die minder opvallen.
Dan bestaat er nog zo iets als de 'nibani', de secundaire hi. Een vlek die kan verschijnen en verdwijnen. Deze vis is dan van mindere kwaliteit. De vlekken (dit geldt voor elke soort) moeten gelijkmatige zijn verdeeld over het hele lichaam, zowel van voren naar achteren, als van links naar rechts. Een tekening aan slecht een zijde van het lichaam heet 'katamoyo'. De staart mag nooit en vlek bevatten evenals de rugvin.
Verdere onderverdeling:
1. Doorlopende tekening:
Lopen van kop tot staart (moyo)
Inazuma Kohaku
Doorlopende zigzaggende tekening van kop tot staart. Inazuma betekent bliksemschicht.
2. Onderbroken tekeningen:
'Dangara' of 'danmoyo' genaamd. Hogere waardering door de evenwichtige tekeningen
3. Overige types
Staart
De tekening moet stoppen bij de staart. Als de hi-vlek doorloopt op de staart staat dit onevenwichtig. Is er voor de staart helemaal geen tekening, dan is de koi ook 'uit evenwicht' en wordt dit als minpunt gezien. Dit heet overigens 'bongiri'.
Vinnen
De vinnen moeten sneeuwwit zijn en geen hi bavatten. Buikvinnen met hi zijn iets acceptabeler, omdat die bij een jurering niet goed te zien zijn. Als een hi-vlek tot aan de borstvin loopt, kan er wel hi aanwezig zijn op het aanhechtingspunt. Zwarte puntjes zijn niet acceptabel.
Schubben
De schubben moeten over het hele lichaam even groot zijn. Het hi moet zo intens zijn dat de schubben eigenlijk niet meer te zien zijn. 'Kokesuki' wil zeggen dat het hi vaal is, waardoor de schubben goed te zien zijn. Schubben met schaduwen onder de huid heten 'madoaki'. Een koi met alleen duidelijke schubben op de rug en op de laterale lijn heet een 'Doitsu Kohaku', ongeacht de tekening.

Kleuren
De Kohaku zijn wit met rood (hi), waarbij het wit zo wit als sneeuw moet zijn en het rood diep rood. De overgang van de kleuren moet duidelijk zijn en wordt 'kiwa' genoemd. Ze mogen niet langzaam van de ene in de andere kleur overlopen. Het rood kan een paarsige tint hebben die minder snel vervaagt maar niet gewaardeerd wordt op wedstrijden. Het wit mag nergens rode of zwarte spikkels ('shimies') hebben of vlekken bevatten en geen gele tint hebben, wat soms op de kop weleens voorkomt. De 'shimies' kunnen veroorzaakt worden door slechte voeding of leefomstandigheden.
De hi-vlekken moeten tussen de 50-70% van de koi bedekken. Ook moeten de vlekken gelijkmatig verdeeld zijn over het lijf. Als een hi-vlek tot op de staart loopt wordt dit als minpunt gezien. De borstvinnen moeten spirwit zijn en geen enkele hi-vlek bevatten.
Kop
Bij elke Kohaku begint de tekening op de kop. Als deze tekening ontbreekt worden ze niet toegelaten tot wedstrijden. De traditionele tekening is U-vormig en loopt tot aan de ogen (niet ertegenaan of erover). Voor de vorm van de koptekening heeft men verschillende termen. 'Kuchibeni' betekent rode lippen, waarbij de kop verder wit is. Bij 'Hanatsuki' loopt de tekening door tot aan de bek van de koi en bij 'Menkaburi' is deze hi-vlek veel breder en loopt tegen de ogen aan, wat weer minder wordt gewaardeerd.
Een speciale vorm op de kop is vooral te zien bij de Tancho Kohaku, die onder een eigen categorie valt. Deze Tancho heeft alleen hi op de kop en is cirkelvormig. Heeft de koi tevens hi op andere plaatsen, dan wordt deze aangeduid als Maruten Kohaku (maruten is de rode ronde vlek op de kop).
Lichaam
Grote hi-vlekken (omoyo) worden meer gewaardeerd dan kleine (komoyo). Grote vlekken zien er krachtiger uit. De eerste vlek moet net achter de kop ophouden en de tweede vlek moet op de schouder beginnen. Heeft de Kohaku een grote hi-vlek over heel het lichaam van kop tot staart, dan wordt dit 'ippon hi' genoemt. Dit wordt niet als mooi ervaren. Is deze vlek zigzaggend dan is dit een Inazuma (=bliksemschicht) Kohaku.
Als u een jonge Kohaku zoekt, koop er dan een met grote hi-vlekken, want koi groeien vanuit de onderbuik en de tekening zal worden opgerekt. Bij het tentoonstellen van jonge Kohaku is het mooier dat de vlekken niet tot onder de laterale lijn komen. Bij oudere Kohaku worden vlekken die tot onder de laterale lijn lopen weer wel gewaardeerd. Deze laatste tekening wordt 'Makibara' genoemd. Heeft een Kohaku kleinere hi-vlekken die op verfspetters lijken, dan wordt dit 'tohibi' (hi die is 'weggesprongen') genoemd. Dit is zeker niet mooi, tenzij de vlekken op de buik zitten die minder opvallen.
Dan bestaat er nog zo iets als de 'nibani', de secundaire hi. Een vlek die kan verschijnen en verdwijnen. Deze vis is dan van mindere kwaliteit. De vlekken (dit geldt voor elke soort) moeten gelijkmatige zijn verdeeld over het hele lichaam, zowel van voren naar achteren, als van links naar rechts. Een tekening aan slecht een zijde van het lichaam heet 'katamoyo'. De staart mag nooit en vlek bevatten evenals de rugvin.
Verdere onderverdeling:
1. Doorlopende tekening:
Lopen van kop tot staart (moyo)
Inazuma Kohaku
Doorlopende zigzaggende tekening van kop tot staart. Inazuma betekent bliksemschicht.
2. Onderbroken tekeningen:
'Dangara' of 'danmoyo' genaamd. Hogere waardering door de evenwichtige tekeningen
- Nidan Kohaku, Kohaku met 2 hi-vlekken.
- Sandan Kohaku, Kohaku met 3 hi-vlekken.
- Yondan Kohaku, Kohaku met 4 hi-vlekken.
3. Overige types
- Goten-zakura Kohaku, staat bekend als een kersenbloesemtekening. Het hi is gespikkeld en lijkt op trosjes druiven
- Konako Kohaku, zie Kawarimono
Staart
De tekening moet stoppen bij de staart. Als de hi-vlek doorloopt op de staart staat dit onevenwichtig. Is er voor de staart helemaal geen tekening, dan is de koi ook 'uit evenwicht' en wordt dit als minpunt gezien. Dit heet overigens 'bongiri'.
Vinnen
De vinnen moeten sneeuwwit zijn en geen hi bavatten. Buikvinnen met hi zijn iets acceptabeler, omdat die bij een jurering niet goed te zien zijn. Als een hi-vlek tot aan de borstvin loopt, kan er wel hi aanwezig zijn op het aanhechtingspunt. Zwarte puntjes zijn niet acceptabel.
Schubben
De schubben moeten over het hele lichaam even groot zijn. Het hi moet zo intens zijn dat de schubben eigenlijk niet meer te zien zijn. 'Kokesuki' wil zeggen dat het hi vaal is, waardoor de schubben goed te zien zijn. Schubben met schaduwen onder de huid heten 'madoaki'. Een koi met alleen duidelijke schubben op de rug en op de laterale lijn heet een 'Doitsu Kohaku', ongeacht de tekening.
In alle landen zijn Taisho Sanshuko (Sanke) bijzonder populair bij hobbyisten. Samen met de Kohaku en Showa winnen zijn de meeste prijzen. Het woord Sanke betekent driekleur (wit, rood en zwart). Als naam wordt ook weleens Sanshoku gebruikt.

Kleuren
De Sanke is een witte koi met hi (rode) en sumi (zwarte vlekken). Net als bij de Kohaku is de diepte van deze kleuren van groot belang. Het wit mag dus geen gele tint bevatten. De eisen voor een goede Kohaku gelden ook voor een Sanke. Het is in pricipe een Kohaku met sumi-vlekken. De kleur zwart moet intens en diep van kleur zijn. De sumi-vlekken liggen vaak op de hi-vlekken waardoor duidelijke randen van de kleuren aanwezig moeten zijn, waardoor het niet lijkt of de kleuren in elkaar overlopen.
Ook hier geldt dat de vlekken gelijkmatig verdeeld moeten zijn over het lichaam. Tijdens de groei van de Sanke kan het sumi verdwijnen en weer verschijnen. Slechte sumi kan veroorzaakt worden door waterkwaliteit, temperatuur en omgevingsveranderingen. 'Moto' of origineel sumi is sumi dat al bij jonge koi aanwezig is en later niet meer verdwijnt. Sumi dat later pas verschijnt wordt 'ato' of laat sumi genoemd. Bij het aanschaffen van een jonge Sanke is het moeilijk te bepalen of hij later nog van dezelfde kwaliteit zal zijn. Een jonge Sanke met goede sumi blijft meestal niet mooi wanneer hij groter wordt dan maat 4. Een baby-Sanke met onderhuidse sumi verandert in de loop der jaren meestal minder snel. Matsunosuke heeft de afgelopen jaren geprobeerd om Magoi-bloed terug te kweken in de Sanke, dat levert een hele heldere en glimmende sumi op (als pianolak): atarashi sumi. Sumi op de witte huid heet 'tsubo'-sumi, terwijl sumi op het hi 'kasane'-sumi heet.
Kop
Er mag geen sumi op de kop van de Sanke zitten. De kop moet aan dezelfde eisen voldoen als de kop van een Kohaku. Dus een U-vormige hi-vlek die niet tot aan de ogen komt. De tekening mag niet te druk zijn.
Lichaam
Het lichaam moet bedekt zijn met grote hi-vlekken, aangevuld met sumi-vlekken. Sumi vlekken moeten beginne bij de schouder en moeten zoals elke vlek gelijkmatig verdeeld zijn over het lichaam. Er mogen niet te veel sumi-vlekken aanwezig zijn, het geeft een onrustig effect en ze mogen zeker niet onder de laterale lijn komen.
Verdere onderverdeling
De volgende Sanke komen in andere klassen voor:
Staart
De staart moet wit zijn en mag geen sumi en vooral geen hi vlekken bevatten. De tekening moet vlak voor de staart eindigen.
Vinnen
De ideale vinnen bevatten sumi-strepen ('tejime'), zowel de borst-en buikvinnen als de staartvin. Hierdoor lijkt hij stabiel. Een teveel is ook niet mooi. Sumi-vlekken tegen de borstvinnen wordt niet mooi gevonden. Hi mag nergens op de vinnen zitten. Sanke met totaal witte vinnen zijn zeker acceptabel.
Schubben
Ook hier geldt dat de schubben overal even groot moeten zijn. Ze moeten tevens zo onzichtbaar mogelijk zijn.

Kleuren
De Sanke is een witte koi met hi (rode) en sumi (zwarte vlekken). Net als bij de Kohaku is de diepte van deze kleuren van groot belang. Het wit mag dus geen gele tint bevatten. De eisen voor een goede Kohaku gelden ook voor een Sanke. Het is in pricipe een Kohaku met sumi-vlekken. De kleur zwart moet intens en diep van kleur zijn. De sumi-vlekken liggen vaak op de hi-vlekken waardoor duidelijke randen van de kleuren aanwezig moeten zijn, waardoor het niet lijkt of de kleuren in elkaar overlopen.
Ook hier geldt dat de vlekken gelijkmatig verdeeld moeten zijn over het lichaam. Tijdens de groei van de Sanke kan het sumi verdwijnen en weer verschijnen. Slechte sumi kan veroorzaakt worden door waterkwaliteit, temperatuur en omgevingsveranderingen. 'Moto' of origineel sumi is sumi dat al bij jonge koi aanwezig is en later niet meer verdwijnt. Sumi dat later pas verschijnt wordt 'ato' of laat sumi genoemd. Bij het aanschaffen van een jonge Sanke is het moeilijk te bepalen of hij later nog van dezelfde kwaliteit zal zijn. Een jonge Sanke met goede sumi blijft meestal niet mooi wanneer hij groter wordt dan maat 4. Een baby-Sanke met onderhuidse sumi verandert in de loop der jaren meestal minder snel. Matsunosuke heeft de afgelopen jaren geprobeerd om Magoi-bloed terug te kweken in de Sanke, dat levert een hele heldere en glimmende sumi op (als pianolak): atarashi sumi. Sumi op de witte huid heet 'tsubo'-sumi, terwijl sumi op het hi 'kasane'-sumi heet.
Kop
Er mag geen sumi op de kop van de Sanke zitten. De kop moet aan dezelfde eisen voldoen als de kop van een Kohaku. Dus een U-vormige hi-vlek die niet tot aan de ogen komt. De tekening mag niet te druk zijn.
Lichaam
Het lichaam moet bedekt zijn met grote hi-vlekken, aangevuld met sumi-vlekken. Sumi vlekken moeten beginne bij de schouder en moeten zoals elke vlek gelijkmatig verdeeld zijn over het lichaam. Er mogen niet te veel sumi-vlekken aanwezig zijn, het geeft een onrustig effect en ze mogen zeker niet onder de laterale lijn komen.
Verdere onderverdeling
- Aka Sanke, er is slechts 1 grote hi-vlek van kop tot staart aanwezig.
- Maruten Sanke, Sanke met de aparte ronde hi-vlek op de kop. Zie ook Maruten Kohaku.
- Fuji Sanke, normale Sanke met een speciale metaalachtige glans op de kop veroorzaakt door kleine bobbeltjes. Deze verdwijnen meestal naarmate ze ouder worden. Een Fuji Sanke is dus meestal een jonge koi.
De volgende Sanke komen in andere klassen voor:
- Koromo Sanke
- Kanoko Sanke
- Sanke Shusui
- Yamato-Nishiki
- Tancho-Sanke
Staart
De staart moet wit zijn en mag geen sumi en vooral geen hi vlekken bevatten. De tekening moet vlak voor de staart eindigen.
Vinnen
De ideale vinnen bevatten sumi-strepen ('tejime'), zowel de borst-en buikvinnen als de staartvin. Hierdoor lijkt hij stabiel. Een teveel is ook niet mooi. Sumi-vlekken tegen de borstvinnen wordt niet mooi gevonden. Hi mag nergens op de vinnen zitten. Sanke met totaal witte vinnen zijn zeker acceptabel.
Schubben
Ook hier geldt dat de schubben overal even groot moeten zijn. Ze moeten tevens zo onzichtbaar mogelijk zijn.
De Showa Sanshuko (Showa) is de laatste van de grote drie (Kohaku, Sanke en Showa. Tot de Gosanke worden verder nog de Tancho en de Shiro Utsuri gerekend)). De Showa is zeer populair en hebben meer sumi in hun tekening dan de Sanke. Ze zijn erg indrukwekkend.

Kleuren
Net als de Sanke hebben ze drie kleuren, met 1 verschil. De Showa is voornamelijk zwart met rode en witte vlekken. Ook bij dit type is intensiteit en gelijkmatigheid van groot belang. Het wit moet sneeuwwit zijn en bedekt meestal zo'n 20% van het lichaam. Het zwart moet zo donker mogelijk zijn en het sumi bloedrood. De kleuren moeten helder zijn en duidelijke randen hebben.
Kop
Het hi op de kop van de Showa mag wat verder doorlopen dan het hi bij een Kohaku. Zelfs tot over de wang, kaken en neus. Verder worden ze hetzelfde beoordeeld. De sumi-tekening op de kop is een van de belangrijkste kenmerken van de Showa.
Globaal genomen zijn er twee soorten tekeningen:
Lichaam
Belangrijk is een heldere tekening met duidelijke randen. Vaak is het model van het sumi die van de 'inazuma' (de bliksemschicht) over het hele lichaam. Het kan ook een bloemig effect hebben door een uitgebreid en duidelijk patroon. De sumi-vlekken zijn meestal vrij groot en vormen vaak asymetrische tekeningen. De hi-vlekken moeten gelijkmatig verdeeld zijn over het lichaam en een duidelijk contrast vormen met het sumi. Dit geldt ook voor de witte vlekken. Evenwicht is voor elk type koi van groot belang.
Verdere onderverdeling
De tekening van de koi mag niet doorlopen is de staart. Sumi-strepen kunnen weleens voorkomen, maar een totaal witte staart scoort hoger bij wedstrijden.
Vinnen
De vlekken op de borstvinnen zijn heel belangrijk voor het evenwicht. Er mag alleen sumi op de borstvinnen aanwezig zijn ('motoguru') en dan alleen als vlek bij de voet en niet als strepen.

Kleuren
Net als de Sanke hebben ze drie kleuren, met 1 verschil. De Showa is voornamelijk zwart met rode en witte vlekken. Ook bij dit type is intensiteit en gelijkmatigheid van groot belang. Het wit moet sneeuwwit zijn en bedekt meestal zo'n 20% van het lichaam. Het zwart moet zo donker mogelijk zijn en het sumi bloedrood. De kleuren moeten helder zijn en duidelijke randen hebben.
Kop
Het hi op de kop van de Showa mag wat verder doorlopen dan het hi bij een Kohaku. Zelfs tot over de wang, kaken en neus. Verder worden ze hetzelfde beoordeeld. De sumi-tekening op de kop is een van de belangrijkste kenmerken van de Showa.
Globaal genomen zijn er twee soorten tekeningen:
- Traditioneel: Het sumi verdeeld het hi op de kop in tweeen ('menware')
- Modern: Het sumi vormt een V-vorm achter het hoofd, met een sumi vlek op de neus.
Lichaam
Belangrijk is een heldere tekening met duidelijke randen. Vaak is het model van het sumi die van de 'inazuma' (de bliksemschicht) over het hele lichaam. Het kan ook een bloemig effect hebben door een uitgebreid en duidelijk patroon. De sumi-vlekken zijn meestal vrij groot en vormen vaak asymetrische tekeningen. De hi-vlekken moeten gelijkmatig verdeeld zijn over het lichaam en een duidelijk contrast vormen met het sumi. Dit geldt ook voor de witte vlekken. Evenwicht is voor elk type koi van groot belang.
Verdere onderverdeling
- Hi Showa. Deze is voornamelijk rood, dus 1 vlek van neus tot staart. Het rood neigt meer naar het oranje.
- Kindai Showa. Deze moderne Showa is voornamelijk wit. Dus aanzienlijk meer dan de traditionele Showa.
- Boke Showa. Het sumi op deze Showa is vlekkerig en vaag, eerder grijs dan zwart.
De tekening van de koi mag niet doorlopen is de staart. Sumi-strepen kunnen weleens voorkomen, maar een totaal witte staart scoort hoger bij wedstrijden.
Vinnen
De vlekken op de borstvinnen zijn heel belangrijk voor het evenwicht. Er mag alleen sumi op de borstvinnen aanwezig zijn ('motoguru') en dan alleen als vlek bij de voet en niet als strepen.
De Tancho is ongetwijfeld één van de populairste soorten koi. De meeste koibezitters hebben er wel meer dan 1 in de vijver. De naam Tancho komt van het symbool van Japan, de Tancho kraanvogel, een witte vogel met een rode vlek op z'n kop. Tancho betekent dan ook 'rode vlek op de kop'. In Japan staat deze soort hoog aangeschreven, ook dankzij het feit dat de Tancho duidelijk op de japanse vlag lijkt. Een Tancho is eigenlijk een Kohaku, Sanke of Showa met een rode vlek op de kop. Er mag dan ook nergens anders een hi-vlek zitten op het lichaam.

Kleuren
De hi-vlek op de kop moet egaal en dieprood zijn. Het wit eromheen moet sneeuwwit zijn om de hi-vlek mooi uit te laten komen. Bij de Tancho Sanke en Tancho Showa moet het sumi een diepe ebbenhouten tint hebben.
De Tancho tekening
De hi-vlek op de kop moet de enigste hi-vlek zijn op heel de koi. Het moet diep rood van kleur zijn en een scherpe rand hebben zonder verloop van kleur.
Kop
De hi-vlek moet midden op de kop zitten en niet over de ogen vallen of doorlopen tot aan de ogen. De hi-vlek mag niet doorlopen tot aan de schouder van de vis. De hi-vlek kan verschillende vormen hebben, zoals de traditionele ronde (die het mooist wordt gevonden), een ovale, hartvormige of ruitvormige vlek.
Onderverdeling
Vinnen
De vinnen variëren per type. Bij de Tancho Kohaku moeten ze wit zijn, bij een Tancho Sanke moeten ze wit zijn of wit met sumi-strepen. Bij de Tancho Showa moet er aan de voet van de borstvinnen een sumi-vlek zitten.

Kleuren
De hi-vlek op de kop moet egaal en dieprood zijn. Het wit eromheen moet sneeuwwit zijn om de hi-vlek mooi uit te laten komen. Bij de Tancho Sanke en Tancho Showa moet het sumi een diepe ebbenhouten tint hebben.
De Tancho tekening
De hi-vlek op de kop moet de enigste hi-vlek zijn op heel de koi. Het moet diep rood van kleur zijn en een scherpe rand hebben zonder verloop van kleur.
Kop
De hi-vlek moet midden op de kop zitten en niet over de ogen vallen of doorlopen tot aan de ogen. De hi-vlek mag niet doorlopen tot aan de schouder van de vis. De hi-vlek kan verschillende vormen hebben, zoals de traditionele ronde (die het mooist wordt gevonden), een ovale, hartvormige of ruitvormige vlek.
Onderverdeling
- Tancho Kohaku. De hi-vlek op de kop is de enige vlek op heel de koi. Het lichaam moet sneeuwwit zijn, van kop tot staart. Ook de vinnen mogen geen kleur bevatten.
- Tancho Sanke. Dit is een Sanke met een hi-vlek op de kop. De rest van het lichaam is zwart-wit. Veel mensen zien deze soort als een Tancho Bekko i.p.v. een Tancho Sanke. Het lijkt tenslotte toch op een Bekko met een hi-vlek op zijn kop. De sumi-vlekken zijn bij een Sanke en Bekko gelijk. Eén van de redenen is dat een Tancho alleen maar een hi-vlek op de kop heeft en niet op het lichaam. De andere reden dat dit geen Tancho Bekko is is dat er geen Bekko bestaat met hi, een Bekko heeft maar twee kleuren.
- Tancho Showa. Dit type heeft de zwart-witte tekening van de Shiro Utsuri op de kop en lichaam, plus een rode Tancho vlek op de kop.
Vinnen
De vinnen variëren per type. Bij de Tancho Kohaku moeten ze wit zijn, bij een Tancho Sanke moeten ze wit zijn of wit met sumi-strepen. Bij de Tancho Showa moet er aan de voet van de borstvinnen een sumi-vlek zitten.
De Utsuri koi worden vaak verward met de Bekko. De Utsuri is voornamelijk zwart met gele, witte of rode vlekken. Tevens hebben de Utsuri een sumi-vlek op de kop die tot aan de neus loopt. Utsuri betekent in het Japans 'weerspiegelingen'. Dit heeft betrekking op de sumi-tekening die weerspiegeld wordt aan de ander kant van de rug.

Kleuren
Utsuri hebben een diepe sumi, gitzwart en van gelijke intensiteit. De andere kleur (geel, rood of wit) moet de sumi-tekening goed laten uitkomen.
Kop
De sumi-tekening kan hetzelfde zijn als die van een Showa, dus V-vormig of in de vorm van een bliksemschicht die de kop in tweeën splitst. Bij de Utsuri is de bliksemschicht populair, bij de Showa de V-vorm.
Lichaam
Ook de sumi-tekeing op het lichaam is gelijk aan die van de Showa. Grotere sumi-vlekken scoort hoger dan meerdere kleintjes. Bij de Utsuri loopt de sumi-tekening tot onder de zijlijn. Bij de Bekko niet. De tekening moet van neus tot staart lopen en gelijkmatig verdeeld zijn over de beide zijden van de rug.
Verdere onderverdeling
Vinnen
De borstvinnen moeten aan de voet een sumi-vlek hebben. De gestreepte vinnen zoals bij de Bekko worden bij de Utsuri niet mooi gevonden.

Kleuren
Utsuri hebben een diepe sumi, gitzwart en van gelijke intensiteit. De andere kleur (geel, rood of wit) moet de sumi-tekening goed laten uitkomen.
Kop
De sumi-tekening kan hetzelfde zijn als die van een Showa, dus V-vormig of in de vorm van een bliksemschicht die de kop in tweeën splitst. Bij de Utsuri is de bliksemschicht populair, bij de Showa de V-vorm.
Lichaam
Ook de sumi-tekeing op het lichaam is gelijk aan die van de Showa. Grotere sumi-vlekken scoort hoger dan meerdere kleintjes. Bij de Utsuri loopt de sumi-tekening tot onder de zijlijn. Bij de Bekko niet. De tekening moet van neus tot staart lopen en gelijkmatig verdeeld zijn over de beide zijden van de rug.
Verdere onderverdeling
- Ki Utsuri. Zwarte koi met gele vlekken. De meeste exemplaren hebben wel zwarte spikkeltjes op het geel, een zuivere Ki Utsuri is derhalve redelijk zeldzaam.
- Shiro Utsuri. Zwarte koi met witte vlekken. Het wit moet helder wit zijn zonder gele waas. Ook mogen er geen 'shimies' (spikkeltjes) aanwezig zijn. Hoe helderder het wit, hoe mooier ook het zwart uitkomt.
- Hi Utsuri. Zwarte koi met rode vlekken. Het hi moet overal een gelijke tint hebben, wat niet eenvoudig is. Vaak is het hi op de kop donkerder dan de het hi op het lichaam. Het is moeilijk om een goede Hi Utsuri te kweken, omdat deze koi qua kleuren niet zo stabiel is als de meeste andere variëteiten. Ook hier zien we vaak zwarte spikkeltjes in het hi.
Vinnen
De borstvinnen moeten aan de voet een sumi-vlek hebben. De gestreepte vinnen zoals bij de Bekko worden bij de Utsuri niet mooi gevonden.
De Bekko zijn matte (niet metaalkleurige) koi die wit, rood of geel zijn met duidelijk sumi-vlekken op het lichaam. Verwar deze varieteit vooral niet met de Utsuri (=Utsurimono), die zwart zijn met witte, gele of rode vlekken. Dit type wordt zeer streng beoordeeld door hun eenvoud. De Bekko is afkomstig van de Sanke familie. De Shiro Bekko is eigenlijk een Sanke zonder hi.

Kleuren
De sumi-vlekken moeten vanzelfsprekend vol en diepzwart zijn. Zie voor de overige kleuren de beschrijving van de verschillende typen.
Kop
Op de kop mogen geen sumi-vlekken zitten. Hij moet dezelfde kleur hebben als de rest van het lichaam. Sommige mensen vinden een zwarte Tancho-vlek op de kop wel weer mooi, terwijl een originele Tancho rood moet zijn. Vaak zijn op de kop toch kleine vlekjes te zien. Dit wordt dan niet al te zwaar aangerekend.
Lichaam
Een sumi-vlek op elke schouder is het mooist, ook al zie je die niet vaak. Het kan ook zo zijn dat deze twee vlekken met elkaar verbonden zijn. De sumi-vlekken moeten gelijkmatig verdeeld zijn van voor naar achteren. De vlekken mogen niet op sproeten lijken.
Verdere onderverdeling
Staart
De tekening moet ook hier vlak voor de staart ophouden.
Vinnen
Deze mogen wit zijn of sumi-gestreept. Een vlek aan de voet van de borstvinnen in de kleur van de soort komt ook voor.

Kleuren
De sumi-vlekken moeten vanzelfsprekend vol en diepzwart zijn. Zie voor de overige kleuren de beschrijving van de verschillende typen.
Kop
Op de kop mogen geen sumi-vlekken zitten. Hij moet dezelfde kleur hebben als de rest van het lichaam. Sommige mensen vinden een zwarte Tancho-vlek op de kop wel weer mooi, terwijl een originele Tancho rood moet zijn. Vaak zijn op de kop toch kleine vlekjes te zien. Dit wordt dan niet al te zwaar aangerekend.
Lichaam
Een sumi-vlek op elke schouder is het mooist, ook al zie je die niet vaak. Het kan ook zo zijn dat deze twee vlekken met elkaar verbonden zijn. De sumi-vlekken moeten gelijkmatig verdeeld zijn van voor naar achteren. De vlekken mogen niet op sproeten lijken.
Verdere onderverdeling
- Shiro Bekko. (Sneeuw-)witte koi met sumi-vlekken. Het wit mag geen gele gloed hebben, wat op de kop nogal eens voorkomt. De Doitsu variant kan het geheel nogal verstoren door grote schubben.
- Aka Bekko. Rode koi met sumi-vlekken. Aka betekent rood als basiskleur. Hi voor gebruikt als kleur voor een vlek. Het aka is vaak oranje-achtig. Een volwassen diep-rode Aka Bekko is een zeldzaamheid.
- Ki Bekko. Gele koi met sumi-vlekken. De kleur moet diep-geel zijn en over het hele lichaam gelijk van kleur zijn. Ook dit is een zeldzame soort.
Staart
De tekening moet ook hier vlak voor de staart ophouden.
Vinnen
Deze mogen wit zijn of sumi-gestreept. Een vlek aan de voet van de borstvinnen in de kleur van de soort komt ook voor.
Asagi zijn niet-metaalkleurige koi, die niet zo helder gekleurd zijn. Ze zijn voornamelijk grijsblauw met hi op de zijkanten, de wangen en de vinnen. Toch is een goede Asagi een rustige en elegante vis met een subtiel schubbenpatroon en mooie kleuring. Vaak schaft men dezelfde soort koi aan voor in een vijver, de fel gekleurde soorten, omdat ze mooi uitkomen in het donkere water. Een Asagi vormt juist dan een perfecte aanvulling op de totale groep. Dit type wordt door veel hobbyisten ondergewaardeerd.

Kleuren
De Asagi is voornamelijk blauw. Dit kan veel veel verschillen in donkerte. Hoe lichter het blauw, hoe mooier. De schubben zijn donkerblauw in het midden en lichtblauw aan de rand. De schubben zijn duidelijk zichtbaar. Het hi op de kop, zijkant en borstvinnen moet helder zijn. Bij veel koi is dit echter vaak een oranje tint. In koud water wordt het blauw donkerder, soms zelfs zwart. Dit is niet de bedoeling en zeker niet in het voordeel bij een wedstrijd. Ook hier komen we vaak zwarte spikkeltjes tegen op de kop en lichaam, wat aftrek van punten kost.
Kop
De kop moet licht blauwgrijs zijn met alleen hi aan de zijkanten ervan die tot de ogen reiken. Een perfect hi-tekening moet zowel links als rechts op de kop hetzelfde zijn. Er mogen geen spikkeltjes te zien zijn. Ook de lippen mogen hi zijn.
Tekening
De vlekken op het lichaam moeten symetrisch zijn. Het hi moet tot onder de zijlijn lopen en de buik moet wit zijn. Exemplaren waarbij ook de buik hi is, worden getollereerd. De complete rug moet bedekt zijn met de duidelijke blauwe schubtekening en de schubben moeten goed omrand zijn. Het verschil tussen het donkere en lichte gedeelte moet groot zijn.
Het hi moet doorlopen tot aan de voet van de vinnen, voornamelijk bij de borstvinnen. Ook de staartvin mag hi bevatten, als die maar bij de voet begint.
Verdere onderverdeling

Kleuren
De Asagi is voornamelijk blauw. Dit kan veel veel verschillen in donkerte. Hoe lichter het blauw, hoe mooier. De schubben zijn donkerblauw in het midden en lichtblauw aan de rand. De schubben zijn duidelijk zichtbaar. Het hi op de kop, zijkant en borstvinnen moet helder zijn. Bij veel koi is dit echter vaak een oranje tint. In koud water wordt het blauw donkerder, soms zelfs zwart. Dit is niet de bedoeling en zeker niet in het voordeel bij een wedstrijd. Ook hier komen we vaak zwarte spikkeltjes tegen op de kop en lichaam, wat aftrek van punten kost.
Kop
De kop moet licht blauwgrijs zijn met alleen hi aan de zijkanten ervan die tot de ogen reiken. Een perfect hi-tekening moet zowel links als rechts op de kop hetzelfde zijn. Er mogen geen spikkeltjes te zien zijn. Ook de lippen mogen hi zijn.
Tekening
De vlekken op het lichaam moeten symetrisch zijn. Het hi moet tot onder de zijlijn lopen en de buik moet wit zijn. Exemplaren waarbij ook de buik hi is, worden getollereerd. De complete rug moet bedekt zijn met de duidelijke blauwe schubtekening en de schubben moeten goed omrand zijn. Het verschil tussen het donkere en lichte gedeelte moet groot zijn.
Het hi moet doorlopen tot aan de voet van de vinnen, voornamelijk bij de borstvinnen. Ook de staartvin mag hi bevatten, als die maar bij de voet begint.
Verdere onderverdeling
- Narumi Asagi. Dit is de lichtblauwe Asagi.
- Konjo Asagi. Dit is een hele donkere Asagi, bijna zwart. Niet voordelig bij een wedstrijd.
- Mizu Asagi. Dit is de lichtste Asagi
- Asagi Sanke. Deze heeft een vaalblauwe rug en een rode kop en zijkanten.
- Taki Sanke. Tussen het blauwe lichaam en de rode zijkanten loopt een witte streep.
- Hi Asagi. Bij deze Asagi loopt de hi-vlek door tot over de laterale lijn, soms zelfs tot aan de rug.
De Shusui is het resultaat van de kruising tussen de Asagi en de spiegelkarper. Deze koi is zeer geliefd, vooral bij beginners, voornamelijk door hun doitsu schubben. Shusui hebben, net als Asagi, de eigenschap donkerder te worden in koud water. Ook hier geldt dat dat niet in het voordeel is bij wedstrijden. In tegenstelling tot veel ander soorten, bestaan er van de Shusui meer goede exemplaren in de maat 1 dan in maat 4 en groter. Dit komt doordat ze donkerder worden naarmate ze ouder worden. Bij wedstrijden zullen het dan ook vooral de jonge Shusui zijn die meedoen.
Kleuren
De kleur van de Shusui is voornamelijk hetzelfde als die van de Asagi. De kop is blauwgrijs met hi op de kaken, en de blauwe schubben langs de zijlijn en op de rug zijn donkerder dan de rest van de koi. Omdat er op de rest van het lichaam geen schubben zitten, heeft de huid een ongebruikelijke hemelsblauwe kleur die subtieler is dan die van de Asagi.
Tekening
Ook de tekening komt in grote lijnen overeen met die van de Asagi, met een hi-vlek op de kaken. Het blauw op het lichaam moet overal van gelijke intensiteit zijn en moet tot net onder de zijlijn lopen. Aan beide zijden van de rug moet een hi-vlek lopen die achter de kieuwen begint en tot de staart doorloopt.
Het hi moet doorlopen tot aan de voet van de vinnen, vooral bij de borstvinnen.
Verdere onderverdeling
Schubben
De schubben zijn zeer belangrijk bij de Shusui. Ze moeten op de rug (en langs de zijlijn indien aanwezig) netjes op een rijtje liggen. Afzonderlijke schubben op het lichaam worden als minpunt gezien.
Kleuren
De kleur van de Shusui is voornamelijk hetzelfde als die van de Asagi. De kop is blauwgrijs met hi op de kaken, en de blauwe schubben langs de zijlijn en op de rug zijn donkerder dan de rest van de koi. Omdat er op de rest van het lichaam geen schubben zitten, heeft de huid een ongebruikelijke hemelsblauwe kleur die subtieler is dan die van de Asagi.
Tekening
Ook de tekening komt in grote lijnen overeen met die van de Asagi, met een hi-vlek op de kaken. Het blauw op het lichaam moet overal van gelijke intensiteit zijn en moet tot net onder de zijlijn lopen. Aan beide zijden van de rug moet een hi-vlek lopen die achter de kieuwen begint en tot de staart doorloopt.
Het hi moet doorlopen tot aan de voet van de vinnen, vooral bij de borstvinnen.
Verdere onderverdeling
- Hana Shusui. Wordt ook wel bloemige Shusui genoemd. Heeft hi-vlekken tussen de onderbuik en de zijlijn, en tussen de laterale lijn en rug.
- Hi Shusui. Bij deze soort bedekt het hi de rug vanaf de buik.
- Ki Shusui. Deze Shusui is zeer zeldzaam en is geel met een groenige rug.
- Pearl Shusui. Ook deze Shusui is zeer zeldzaam en heeft zilverachtige schubben.
Schubben
De schubben zijn zeer belangrijk bij de Shusui. Ze moeten op de rug (en langs de zijlijn indien aanwezig) netjes op een rijtje liggen. Afzonderlijke schubben op het lichaam worden als minpunt gezien.
Koromo betekent 'omkleed'. Dit heeft betrekking op de hi-tekening, die omrand is door een donkerder kleur. Deze kleur is afhankelijk van de soort. Het zijn vooral de grote Koromo die goed tot hun recht komen. Kleine Koromo lijken vaak niet 'af'. Een jonge Koromo die er al perfect uit ziet, zal er op latere leeftijd vaak slechter uitzien en onevenwichtig. Mooie volwassen Koromo komt men dan ook niet erg veel tegen. De Koromo is een kruising tussen de Kohaku en de Narumi Asagi.

Kleuren
Het belangrijkste is een mooie Kohaku tekening met diep rode hi. De diepe kleur rood is hier nog belangrijker dan bij de Kohaku zelf. Ook hier moet het wit sneeuwwit zijn. De kleuren van de 'omkleding' kunnen variëren van blauw en paars tot zwart.
Verdere onderverdeling

Kleuren
Het belangrijkste is een mooie Kohaku tekening met diep rode hi. De diepe kleur rood is hier nog belangrijker dan bij de Kohaku zelf. Ook hier moet het wit sneeuwwit zijn. De kleuren van de 'omkleding' kunnen variëren van blauw en paars tot zwart.
Verdere onderverdeling
- Ai-Goromo. Betekent 'gekleed in het blauw' (Ai=blauw). De Ai-Goromo is eigenlijk een soort Kohaku die hi-schubben heeft met blauwe halve-cirkelvormige randen. Hierdoor lijkt de tekening op een soort visnet. De koptekening moet ook voldoen aan de Kohaku eisen, dus een U-vormige tekening. Afwijkende tekeningen worden wel geaccepteerd, maar minder mooi gevonden. De omrande tekening mag alleen op het hi vallen en niet over het wit. De tekening moet mooi verdeeld zijn over het lichaam. Bij de vrouwtjes komt het patroon meestal pas goed naar voren bij maat 4 of 5. Een jonge Kohaku kan later uitgroeien tot een Ai-Goromo. De vinnen moeten het liefst wit zijn zonder sumi.
- Sumi Goromo. 'Gekleed in het zwart'. Dit type heeft zwarte omrandingen aan de schubben i.p.v. blauwe. Het sumi is vol aanwezig in tegenstelling tot de Ai-Goromo. Bij de Sumi-Goromo is de netwerktekening minder nauwkeurig. Het sumi, wat ook alleen op het hi mag liggen, ligt onregelmatig. Vaak zijn de sumi-vlekken wel te groot. Ook dit type heeft witte vinnen. De borstvinnen mogen wel wat hi bevatten bij de aanzet.
- Budo Goromo. Dit type was zeldzaam, nu niet meer. 'Budo' betekent druif. Dit heeft betrekking op de tekening en de kleur. De tekening is paarsachtig net als de blauwe druif. Door de ligging van het sumi over het hi lijkt het paars. De helderheid van de tekening kan de koi zeer mooi maken. De schubben zijn rood met een diepe paarse rand eromheen. De kop kan helemaal wit zijn of kan een tekening hebben zoals bij de Kohaku of Sanke. De vinnen moeten wit zijn.
- Budo Sanke. Dit type wordt Sanke genoemd omdat de tekening en de kleuren duidelijk die van een Sanke zijn, al komen ze in een andere vorm tot uiting. Het sumi ligt over het hi, waardoor deze paars kleurt net als bij de Budo Goromo, maar daarnaast heeft De Budo Sanke volle sumi-vlekken op het lichaam zoals bij de normale Sanke.
- Koromo Sanke. Dit is een kruising tussen een Ai-Goromo en een Taisho Sanke. Hij heeft de normale Koromo netwerktekening met sumi vlekken zoals bij de Sanke. Deze Sanke-achtige sumi-vlekken worden 'hon'-sumi genoemd (authentiek). De sumi op het hi heet Koromo-sumi. Dit type komt men niet vaak tegen, omdat hij niet vaak als zodanig herkend wordt door de ingewikkelde tekening. Een kenner ziet dit vaak wel.
- Koromo Showa. Kruising tussen een Ai-Goromo en een Showa. Net als bij de Koromo Sanke ligt er over de hi-vlekken een netwerktekening die typisch is voor de Koromo. Deze koi wordt ook wel Ai-Showa genoemd.
Het patroon van een Goshiki lijkt op dat van een Koromo, met het verschil dat bij een Goshiki de donkere schubben over het hele lichaam voorkomen. Het patroon zou in feite hetzelfde moeten zijn als dat van de Kohaku, maar dit is geen onontbeerlijk criterium en staat hun waardering niet in de weg. Een belangrijker factor bij de waardering van de Goshiki is de regelmaat waarmee de donkere schubben aanwezig zijn.
Een Goshiki is een vijfkleurige Koi met wit, rood, zwart, blauw en paars. Alle vijf de kleuren zijn niet zondermeer gemakkelijk te onderscheiden op een enkel exemplaar.
Een Goshiki is een vijfkleurige Koi met wit, rood, zwart, blauw en paars. Alle vijf de kleuren zijn niet zondermeer gemakkelijk te onderscheiden op een enkel exemplaar.
'Hikari' betekent metaalkleurig en 'mono' één kleur. Dit is zeker één van de meest populaire soorten koi. De Hikarimono staan beter bekend als de Ogon. Ze zijn meestal goud of zilver metaalkleurig, waardoor ze prachtig afsteken tegen de overige koi-soorten. Elke koi bezitter moet minstens 1 Ogon in zijn vijver hebben. Vooral in de zon weerspiegeld de kleur van de Ogon prachtig in het water. Bij de kweker zijn ze iets minder populair doordat er niet op een bepaalde tekening hoeft worden gekweekt. Toch zijn ze in grote hoeveelheden te krijgen.
Tijdens wedstrijden zijn de criteria zeer streng, juist door de eenvoud van de vis. In deze categorie vallen ook de Gin en Kin Matsuba, de metaalkleurige en gewonere tegenhangers van Shiro en Ki Matsuba.


Kleuren
Hoewel Ogon van oorsprong goudkleurige koi zijn, wisselen de kleuren nogal, afhankelijk van de variëteit. Ze moeten overal dezelfde tint hebben, ook in de staart en vinnen.
Tekening
Ogon zijn metaalkleurig met maar 1 kleur. Ze mogen absoluut geen vlekjes hebben. Als u een jonge Ogon aanschaft, let hier dan op. Kleine vlekken worden alleen maar groter naarmate de koi ouder worden.
Glans
De metaalkleurige glans is het meest kenmerkende aan de Hikarimono. Het moet over het hele lichaam aanwezig zijn, dus ook op de kop en vinnen. Grote metaalkleurige vinnen wordt het mooist gevonden bij de Hikarimono.
Schubben
De schubben zijn heel belangrijk bij deze soort. De ideale koi heeft schubben die doorlopen tot aan de onderbuik. Ze moeten goudkleurige randen hebben. Een ontbrekende schub verstoord het complete beeld van de koi en de koi is dan waardeloos geworden voor een wedstrijd.
Bij een Matsuba zijn de schubben zwart in het midden, waardoor het een denneappel effect krijgt.
Onderverdeling
Tijdens wedstrijden zijn de criteria zeer streng, juist door de eenvoud van de vis. In deze categorie vallen ook de Gin en Kin Matsuba, de metaalkleurige en gewonere tegenhangers van Shiro en Ki Matsuba.


Kleuren
Hoewel Ogon van oorsprong goudkleurige koi zijn, wisselen de kleuren nogal, afhankelijk van de variëteit. Ze moeten overal dezelfde tint hebben, ook in de staart en vinnen.
Tekening
Ogon zijn metaalkleurig met maar 1 kleur. Ze mogen absoluut geen vlekjes hebben. Als u een jonge Ogon aanschaft, let hier dan op. Kleine vlekken worden alleen maar groter naarmate de koi ouder worden.
Glans
De metaalkleurige glans is het meest kenmerkende aan de Hikarimono. Het moet over het hele lichaam aanwezig zijn, dus ook op de kop en vinnen. Grote metaalkleurige vinnen wordt het mooist gevonden bij de Hikarimono.
Schubben
De schubben zijn heel belangrijk bij deze soort. De ideale koi heeft schubben die doorlopen tot aan de onderbuik. Ze moeten goudkleurige randen hebben. Een ontbrekende schub verstoord het complete beeld van de koi en de koi is dan waardeloos geworden voor een wedstrijd.
Bij een Matsuba zijn de schubben zwart in het midden, waardoor het een denneappel effect krijgt.
Onderverdeling
- Kin Kabuto en Gin Kabuto. Deze twee worden als de mindere beschouwd van de Ogon. Het zijn zwarte koi die schubben hebben met goud (Kin) of zilver (Gin) kleurige randjes. De kop is goud of zilverkleurig met een zwarte vlek, die soms wel een helm genoemd wordt.
- Kinbo en Ginbo. Ook deze koi zijn niet echt populair. Ze zijn zwart met een goud (Kin) of zilver (Gin) kleurige glans.
- Platinum Ogon. Een metaalkleurige witte Ogon. Het is een kruising tussen een Ki-goi en een Nezu Ogon. De oorspronkelijke naam was 'Shirogane' wat 'wit goud' betekent. Een naam die ook wel wordt gebruikt is 'Purachina' of 'Purrachina'. Ook bij dit type mogen er geen vlekjes op de kop zitten.
- Nezu Ogon. Nezu staat voor 'Nezumi' wat 'muis' of 'grijs' betekent. Dit type is dof metaalkleurig, heeft een heldere kop en gelijkmatige schubben.
- Yamabuki Ogon. Een gele goudkleurige Ogon (Yamabuki=geel). Deze komt van alle Ogon het meeste voor.
- Orenji Ogon. Zoals de naam al doet vermoeden is dit een diep metaalkleurige oranje Ogon. Hij werd voor het eerst gekweekt in 1953. De Orenji wordt op dit moment steeds populairder.
- Fuji Ogon. Algemene naam voor Ogon met een zeer sterke metaalachtige glans op de kop.
- Kin Matsuba. Matsuba Ogon. Goud of geel-kleurige Ogon met dennenappelpatroon op de schubben. Dit komt door de zwarte kleur in het midden van de schubben. Verder mag nergens zwart voorkomen. Werd voor het eerst in 1960 gekweekt.
- Gin Matsuba. Dit is de zilverkleurige uitvoering van de Kin Matsuba (zie hierboven).
Metaalkleurige koi met meer dan 1 kleur die niet in de Utsuri-klasse vallen, worden onderverdeeld in de Hikarimoyo-mono klasse. Ook dit type is zeer populair door zijn metaalglans in combinatie met de vele kleuren. Vooral jonge koi uit deze klasse is populair omdat daar de kleuren nog veel feller zijn. Pas wel op dat ze geen zwarte 'helm'-vlek op de kop hebben. Dit wordt later bij wedstrijden als minpunt gezien.
De koi uit deze klasse zijn te verdelen in 2 groepen. De eerste zijn een kruising tussen een Platinum Ogon met een andere soort behalve de Utsuri. De tweede groep bestaan uit variëteiten die onder de gezamelijke naam Hariwake vallen. Hiertoe behoren ook de Orenji Hariwake, Hariwake Matsuba e.d. Deze koi hebben allemaal twee kleuren; Platinum plus metaalachtig oranje of goud.

Onderverdeling
De koi uit deze klasse zijn te verdelen in 2 groepen. De eerste zijn een kruising tussen een Platinum Ogon met een andere soort behalve de Utsuri. De tweede groep bestaan uit variëteiten die onder de gezamelijke naam Hariwake vallen. Hiertoe behoren ook de Orenji Hariwake, Hariwake Matsuba e.d. Deze koi hebben allemaal twee kleuren; Platinum plus metaalachtig oranje of goud.

Onderverdeling
- Yamoto-nishiki. Kruising tussen een Taisho Sanke en een Platinum Ogon. Het is een metaalkleurige Sanke met een platinum (metaalkleurige witte) of zilverkleurige huid met hi- en sumi-vlekken. De sumi-vlekken zijn vaak vaal en worden metaalachtig grijs, terwijl het hi vaak vaal oranje is i.p.v. dieprood.
- Kujaku. Ook wel Kujaku Ogon genoemd. Het zijn platinumkleurige koi met hi-vlekken die meestal een groot gedeelte van het lichaam bedekken. Op de schubben ligt een Matsuba (denneappel) -tekening, waarvan ze zeggen dat ze op de veren van een pauw lijken. De mooiste Kujaku hebben een rode kop zonder vlekken. Ze stammen af van de Shusui, Matsuba en Hariwake en werden voor het eerst gekweekt in 1960. De Doitsu uitvoering wordt minder gewaardeerd dan de geheel geschubde soort.
- Beni Kujaku. Een Kujaku met hi-vlekken over het hele lichaam. Zeldzaam maar mooi.
- Doitsu Kujaku. Platinumkleurige koi met hi-vlekken over het lichaam en alleen sumi-vlekken op de schubben op de rug en langs de laterale lijn.
- Platinum Kujaku (Kin-Fuji). Kruising tussen een Kujaku en Platinum Ogon. Hij heeft een platinum-kleurige huid met daarover een hi-tekening met een bruin-oranje tint i.p.v. dieprood als bij de normale Kohaku. Er mag geen hi op de kop zitten en de vinnen moeten een glanzende platinumkleur hebben.
- Kikisui. Dit betekent letterlijk 'waterchrysant'. Het is een Doitsu platinum-kleurige Kohaku en zeer geliefd bij hobbyisten. Langs het lichaam loopt aan weerskanten van de tekening een golvende streep die een diepe goudkleurige of oranje tint heeft. Ook de kop moet platinum-kleurig zijn.
- Gin Bekko. Een kruising tussen een Shiro Bekko en een Platinum Ogon. De huid moet platinum-kleurig zijn met sumi-vlekken zoals bij de normale Shiro Bekko. Meestal zijn de sumi-vlekken van mindere kwaliteit.
- Sakura Ogon. Dit is eigenlijk een metaalkleurige Kanoko Kohaku. Hij wordt vaak verward met de Orenji Hariwake vanwege de gelijksoortige kleuring. Het verschil zit hem in de vlekken. Bij de Sakura Ogon zijn die nl. gespikkeld.
- Kinzakura. Dit is een metaalkleurige Goten-Zakura. De naam Kinzakura wordt bijna nooit gebruikt. De Kinzakura is overigens wel een zeer zeldzame soort.
- Shochikubai. Dit is een metaalkleurige Ai-Goromo die over het hele lichaam een metaalglans moet vertonen. Het is een zeldzame en hoog gewaardeerde variëteit.
- Kinsui en Ginsui. Dit zijn metaalkleurige Shusui. Kin=goud en Gin=zilver. De glans is bij jonge koi altijd mooier dan bij de oudere exemplaren. Kinsui hebben meer vlekken dan Ginsui.
- Tora Ogon. Tora betekent tijger. Dit is eigenlijk een metaalkleurige Ki Bekko, een Ogon met zwarte vlekken. Grote mooie exemplaren zijn zeldzaam.
- Hariwake. Hariwake hebben twee metaalachtige kleuren; platinum en oranje of goud. Ze zijn onderverdeeld in 4 categoriën:
- Geheel geschubd
- Doitsu (schubben op de rug en langs de laterale lijn)
- Matsuba (dennenappel effect)
- Doitsu Matsuba.
- Yamabuki Hariwake. Yamabuki betekent heldergeel. Het is een zilverkleurige koi met metaalachtige gele vlekken die evenwichtig over het lichaam verspreid moeten zijn. De randen van de schubben moeten in reliëf te zien zijn. Ideaal is een zilverkleurige kop zonder andere kleuren. Geel op de kop wordt door de vingers gezien.
- Orenji Hariwake. Dit is de oranje uitvoering van de Yamabuki Hariwake.
- Matsuba Hariwake. Dit is een gele en zilverkleurige metaalachtige koi met de kenmerkende sumi Matsuba-tekening op alle schubben.
Deze variëteit is voortgekomen uit een Ogon en Showa of Utsuri. Het zijn eigenlijk dus metaalkleurige Showa en Utsuri en moeten dus ook aan de eisen van die twee soorten voldoen. Er is slechts éé nadeel aan deze koi en dat is dat door de sterke metaalglans de kleuren kunnen vervagen. Het hi kan bruin worden en het sumi grijs en vlekkerig. Mooie exemplaren met heldere en duidelijke kleuren worden dan ook zeer hoog gewaardeerd.

Onderverdeling

Onderverdeling
- Kin Showa en Gin Showa. Beide zijn een kruising tussen een Showa en Ogon. Kin Showa hebben een gouden glans, Gin Showa zijn voornamelijk zilverkleurig. Soms worden beide soorten Kin Showa genoemd. Dit uiteraard ten onrechte.
- Gin Shiro. Dit is een metaalkleurige Shiro Utsuri. De sumi-vlekken op het zilverkleurige lichaam moeten dezlefde tekening vertonen als de 'gewone' Shiro Utsuri. Waren zeer zeldzaam. Grote Gin Shiro ziet men niet zo vaak. Er is ook een 'Kage' uitvoering van dit type met een schaduw-effect van het sumi op de zilverkleurige tekening.
- Kin Ki Utsuri. Kruising tussen een Ki Utsuri en Ogon. Hij heeft heldere kleuren, duidelijke sumi en een gouden (Kin) metaalglans. Beoordeling volgens Utsuri standaard.
- Kin Hi Utsuri. Metaalkleurige Hi Utsuri. Kruising tussen een Hi Utsuri en Ogon.
Alle koi die tot op vandaag tot geen enkele specifieke variëteit behoren worden ondergebracht in de groep van de Kawarimono. Onder de variëteit van de Kawarimono worden elk jaar de nieuwe variëteiten ondergebracht die ontstaan. Deze kunnen later een zelfstandige varieteit worden. Deze variëteit wordt normaliter ingedeeld in 4 groepen:
* Karasugoi (zwarte vissen) waaronder de Hajiro, Hageshiro, Yotsushiro, Suminagashi, Matsukawabake
* Eénkleurige vissen die niet oder de Hikari Mojo vallen zoals Chagoi en Soragoi
* Kruisingen waarbij sprake is van een kweek van niet-traditionele kruisingen
* Overig
Koi zonder schubben worden hierin verdeeld in de Kawarimono I-klasse, terwijl de geschubte varianten (wagoi) worden verdeeld in de Kawarimono II-klasse.

Onderverdeling
Overige Kawarimono soorten:
* Karasugoi (zwarte vissen) waaronder de Hajiro, Hageshiro, Yotsushiro, Suminagashi, Matsukawabake
* Eénkleurige vissen die niet oder de Hikari Mojo vallen zoals Chagoi en Soragoi
* Kruisingen waarbij sprake is van een kweek van niet-traditionele kruisingen
* Overig
Koi zonder schubben worden hierin verdeeld in de Kawarimono I-klasse, terwijl de geschubte varianten (wagoi) worden verdeeld in de Kawarimono II-klasse.

Onderverdeling
- Karasugoi. Dit is een populaire koi uit de Kawarimono klasse. Karasugoi betekent letterlijk 'kraaivis'. Duidelijk dus dat hij zo donker mogelijk moet zijn, het liefst zwart of ebbenhout-kleurig. De tint moet overal even donker zijn zonder verloop in de kleur. Ook de vinnen en staart moeten donker zijn. Ze hebben een witte of oranje buik. Bij beginners en hobbyisten is hij niet erg gewild, doordat hij niet opvalt in de vijver.
- Hajiro. Zwarte koi met witte uiteinden aan de staartvin en borstvinnen. Deze koi is juist weer wel geliefd bij hobbyisten door het vreemde effect van de vinnen in het water.
- Hageshiro. Gelijk aan de Hajiro, met dat verschil dat de Hageshiro ook een witte kop en neus heeft. De vinnen bevatten meestal ook meer wit dan bij de Hajiro.
- Yotsushiro. 'Vijf witten'. Deze vrij zeldzame koi heeft een witte kop,staart en rugvin en witte borstvinnen.
- Matsukawabake. Deze koi is voornamelijk zwart met witte tinten, bijvoorbeeld aan de schubben. Kenmerkend is dat de kleur van de vis verandert (donker-licht) met het seizoen en de watertemperatuur.
- Sumi-Nagashi. Koi met zwarte schubben met een wit randje, waardoor hetzelfde effect als bij de Asagi ontstaat. Wordt in Japan ook wel Asagi Sumi-Nagashi genoemd.
- Kumonryu ('draakvis'). De naam heeft betrekking op de zwart-witte tekening, aangevuld met de doitsu-schubben. Het is een doitsu-koi met met witte vlekken op de kop, vinnen en lichaam. Vaak worden ze jammergenoeg helemaal wit of zwart als ze ouder worden. Er moet een duidelijk contrast zijn tussen het wit en zwart.
- Matsuba-goi. De Matsuba-goi binnen deze klasse hebben 1 niet-metaalachtige kleur en hebben langs de rug een Matsuba (=dennenappel) tekening op de schubben.
- Aka Matsuba. Rode koi met zwarte vlekjes in het midden van de schubben. De kop mag geen zwart bevatten. Hij is niet zo zeldzaam als de Ki Matsuba en Shiro Matsuba.
- Ki Matsuba. Gele uitvoering van de Aka Matsuba. Zeer zeldzaam.
- Shiro Matsuba. Witte uitvoering van de Aka Matsuba. Ook deze is zeer zeldzaam.
- Kage Utsuri en Showa. Kage variëteiten omvatten zowel Utsuri als Showa; bij deze soorten ligt er een gevlekt netwerkpatroon over het wit of het hi van de koi. Kage betekent letterlijk 'schaduw' of 'fantoom'. Er moet ook een duidelijke sumi-tekening aanwezig zijn als versterking op de 'schaduw'. Wordt tegenwoordig iets minder zeldzaam.
- Kage Shiro Utsuri. Zwart-wit basispatroon van de Utsuri met het schaduwachtige netwerkpatroon van de Kage over het wit van het lichaam.
- Kage Hi Utsuri. Rood-zwarte tekening van de Hi-Utsuri met een Kage-tekening over het hi. Het sumi moet er vol uitzien.
- Kage Showa. Heeft de basisvlekken van de Showa met de Kage-tekening over het wit van de koi.
- Kanoko-goi. Dit betekent letterlijk 'reebruin'. Dit heeft betrekking op de gevlekte hi-tekening die soms aanwezig is.
- Kanoko Kohaku. De hi-vlekken op deze Kohaku variant moeten Kanoko (gespikkeld) zijn. De hi-vlekken op de kop zijn meestal vol.
- Kanoko Sanke. Dit is een Sanke waarbij de hi-vlekken eerder gespikkeld zijn dan vol.
- Kanoko Showa. Een Showa met gespikkelde hi-vlekken. Een goede uitvoering van dit type is zeldzaam.
- Shusui-hybriden. Er zijn ook koi die afstammen van andere kruisingen, zoals de van de Shusui. Ze hebben allemaal de kenmerkende blauwe basiskleur met daarover vlekken van een andere soort.
- Sanke Shusui. Bij deze Doitsu-Sanke ligt onder de tekening het blauwzwart van de traditionele Shusui.
- Bunka Shusui. Blauwe Sanke met glimmende borstvinnen. Dit type zie je alleen als ze jong zijn. Naarmate ze ouder worden verliezen ze de glans.
- Showa Shusui. Blauwe Shusui basiskleur met daarover een krachtige sumi en Showa tekening.
- Goshiki Shusui. Een niet metaalkleurige blauwe Doitsu-Goshiki.
- Ki-goi. Een niet metaalachtige éénkleurige heldergele koi. De kleur moet over het hele lichaam dezelfde tint hebben. Exemplaren met rode ogen (albino) heet 'Akame Ki-goi'.
- Cha-goi. 'Cha' betekent bruin. Een éénkleurige niet metaalachtige koi met lichtbruine of saffraanachtige kleur. Een jonge koi kan bruinachtig geel zijn. Dit type is het makkelijkst tam te maken en ze groeien zeer snel. Hij lijkt een soort netwerkpatroon over zich te hebben.
- Sora-goi. Een éénkleurige niet metaalachtige grijsblauwe koi. Net als de Cha-goi groeit deze zeer snel.
- Midori-goi. 'Midori' betekent groen. Dit moet haast wel de meest zeldzame koi zijn. Hij heeft een soort mythologische reputatie. Een doitsu midori-goi werd in 1963 gekweekt door een kruising tussen een vrouwelijke Shusui en een mannelijke Yamabuki Ogon. Deze heldergroen koi met zwarte of zilverkleurige schubben wordt vaak zwart door zijn Shusui afkomst, of juist heel lichtgroen.
- Shiro-muji. Niet metaalachtige witte koi. Hij is afkomstig van de Kohaku, soms verliest een Kohaku ook zijn kenmerkende rode kleur en eindigt deze binnen deze klasse. Dit type is allesbehalve populair en wordt zelfs vaak uit de vijver gehaald of afgemaakt ook al kunnen ze zeer mooi zijn.
- Aka-muji. Niet metaalachtige rode koi. Aka=rood en Muji=huid.
- Beni-goi. Lijkt op de Aka-muji maar heeft een diepere rode kleur.
- Aka Hajiro. Dit is een Aka-muji met witte uiteinden aan de borstvinnen en staart.
Overige Kawarimono soorten:
- Hi-botan. Dit type is afkomstig van de Utsuri familie en heeft een Bekko tekening. Op de kop zitten geen sumi-vlekken. De vlekken op het lichaam zijn groter dan bij de Bekko.
- Ochiba-shigure. Blauwgrijze koi met bruine tekening. Het betekent letterlijk 'herfstbladeren op het water'. Slechts een kenner zal dit type als zodanig herkennen.
Kinginrin betekent letterlijk 'gouden (Kin) zilverachtige (Gin) schubben (Rin)'. De naam is eenvoudig te verklaren. Bij dit type heeft het hi een gouden schittering en het sumi een zilveren schittering. Elke schub is een klein spiegeltje. Dit heeft een duidelijk ander effect als bij de Hikari-soorten. Er moeten minstens 20 van dit soort schubben aanwezig zijn wil het als Kinginrin gekwalificeerd worden. Deze koi valt op een zonnige dag als eerste op in de vijver door de weerspiegeling van het zonlicht. Bij de Kinginrin bestaat wel de kans dat door deze weerspiegeling de kleuren iets vervagen, wat als minpunt wordt beschouwd. Tot 1988 werden alle Kinginrin soorten tot één groep aangemeld. Daarna werden alleen de Kinginrin Kohaku, Sanke en Showa in deze afzonderlijke Kinginrin categorie beoordeeld. Andere Kinginrin soorten worden nu in de desbetreffende categoriën ingedeeld.

Schubben
Kinginrin komt in verschillende vormen voor en heeft invloed op verschillende delen van de schubben. Dit is niet van invloed op de indeling. Er bestaan twee groepen:
En een tweede groep, bestaande uit 3 varianten waarbij geen reliëf ontstaat:

Er zijn dus verschillende soorten Kinginrin, maar worden voornamelijk ingedeeld in Pearl Ginrin en andere types. De Kinginrin koi worden vaak beschouwd als de 'levende juwelen van Nishikigoi'.

Schubben
Kinginrin komt in verschillende vormen voor en heeft invloed op verschillende delen van de schubben. Dit is niet van invloed op de indeling. Er bestaan twee groepen:
- Pearl Ginrin: Dit wordt ook wel Tsubu-gin of Tama-gin genoemd. Er glimt een gedeelte van ieder schub, waardoor de koi bedekt lijkt met kleine parels. Door het iriserende midden krijgt ieder schub reliëf. Dit is vooral mooi bij de jongere koi. Later wordt het meestal dof. Mooie Pearl Ginrin vindt je niet vaak boven maat 2.
En een tweede groep, bestaande uit 3 varianten waarbij geen reliëf ontstaat:
- Beta-gin: hierbij glimt het hele oppervlak van de schub. Dit type wordt als mooiste beschouwd bij wedstrijden. Vaak zijn de glimmende schubben onevenredig verdeeld over het lichaam en komen het meest voor aan de zijkanten van het lichaam.
- Diamond ginrin. Dit type werd voor het eerst gekweekt in 1969. De schubben schitteren als diamanten. Vooral buiten Japan worden ze zeer mooi gevonden. De Japanners vinden het diamanten effect de sierlijkheid verstoren.
- Kado-gin. Bij dit type zijn alleen de randen van de schubben iriserend. 'Kado' betekent dan ook 'rand'. Ook dit type is minder populair in Japan door de ongelijkmatige schittering. Soms ontbreekt deze schittering zelfs helaaml op de rug.

Er zijn dus verschillende soorten Kinginrin, maar worden voornamelijk ingedeeld in Pearl Ginrin en andere types. De Kinginrin koi worden vaak beschouwd als de 'levende juwelen van Nishikigoi'.
De eerste spiegelkarpers werden uit Duitsland naar Japan gebracht en daar werden ze, in korte tijd, gekruist met bijna alle koisoorten. Het lichaam van een Doitsugoi is bijna geheel vrij van schubben en bezit een bijzondere elegantie als gevolg van de bijzonder duidelijke aftekening van zijn kleuren, evenals de intense glans van zijn huid. Van de meeste varieteiten bestaan doitsu-varianten, in sommige gevallen vallen deze dan binnen een aparte varieteit.
De Doitsu variëteit, gesplitst in Doitsu A en Doitsu B, wordt gekenmerkt door het ontbreken van schubben. Tot de A varriëteit behoren de Kohaku, de Sanke, de Showa en de Utsurimono. Tot de Doitsu B variëteit behoort een veel grotere groep koi dan tot de Doitsu A. Kenmerkend voor doitsu is dat de kleuren feller lijken en de kleurovergangen scherper zijn afgetekend in vergelijking met een zelfde Koi met schubben.


De Doitsu variëteit, gesplitst in Doitsu A en Doitsu B, wordt gekenmerkt door het ontbreken van schubben. Tot de A varriëteit behoren de Kohaku, de Sanke, de Showa en de Utsurimono. Tot de Doitsu B variëteit behoort een veel grotere groep koi dan tot de Doitsu A. Kenmerkend voor doitsu is dat de kleuren feller lijken en de kleurovergangen scherper zijn afgetekend in vergelijking met een zelfde Koi met schubben.







