De eerste meting is geweest, Ikeage!

Vandaag, 21 juli 2009 is er hard gewerkt om alle tategoi die inmiddels 7 weken in hun riante onderkomen verblijven op de gevoelige plaat vast te gaan leggen. Aangezien het vangen van een paar handen vol tategoi in 100.000 liter water geen sinnecure is werd gebruik gemaakt van een professioneel sleepnet. Om de vissen optimaal voor te bereiden op deze belangrijke dag is een aantal dagen daarvoor ook gestopt met voeren, dit om eventueel scheuren van vinnen doorde mzen van het net tegen te gaan. Zo doen ze het in Japan ook, en er wordt ook gepoogd om de omstandigheden zoveel mogelijk te evenaren dus zulke kleine details horen er ook bij en zijn ook kenmerkend voor de professionele aanpak van dit Azukari-experiment.

Het slepen, wat neerkomt op het op de knieen kruipen met een net over een smalle richel, valt in de praktijk erg mee (gelukkig, maar toch voor de zekerheid een zwembroek aangedaan Winking). Maar aangezien koi in het nauw ook rare sprongen maakt was het tweemaal afslepen van de faciliteit noodzakelijk want ze kunnen hoog springen en om de een of andere reden weten ze ook precies welke kant op namelijk over het net terug naar de ruimte! Hieronder zijn wat foto's van de Ikeage (zoals de Japanners het oogsten van de moddervijvers noemen) te zien, de tekst met daarin alvast wat tipjes van de sluiers staat eronder:



De koi zijn de afgelopen weken straf gevoerd, en de watertemperaturen hebben ook meegezeten, dus is de voorzichtige schatting geweest dat de koi gemiddeld 6 centimeter gegroeid zouden zijn. Welnu, om met de deur in huis te vallen, deze doelstelling is gehaald en heeft de verwachtingen overtroffen. In voorgaande experimenten is een centimeter per week in volledig gecontroleerde omstandigheden te realiseren, maar in zo'n faciliteit als deze voor de Azukari is geen eerdere ervaring opgedaan. De grootste groeier heeft in zeven weken tijd 10 centimeter aan zijn lijf toegevoegd! Dat zijn zeer goede resultaten

Een groei als deze heeft ook een keerzijde. Als een koi in zijn jonge jaren van grote groei erg hard groeit dan kan zijn huidkwaliteit dat niet bijbenen. Dit is ook de reden geweest om in het experiment van 2008, waar ook een enorme groei is waargenomen met de Momotaro-showa, twee maal het experiment stil te leggen en de koi op koudere temperaturen bij te laten komen. Toch is er een belangrijk verschil natuurlijk, en dat is de faciliteit zelf. In het gifgroene water zijn veel natuurlijke voedingsstoffen aanwezig die in een kleine qbak van 2m3 gewoonweg ontbreken en ook niet toe te voegen zijn. Denk hierbij aan de regelmatige toevoeging van klei, verschillende natuurlijke en levende algen en allerlei beestjes die een positieve invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de huid. Toch hebben we tijdens de metingen geconstateerd dat de groei ook in dit geval kleine spoortjes achterlaat wat met name zichtbaar is in het beni (het rood). Niets om je zorgen over te maken, gewoon een bevinding. Er wordt nog overlegd of de koi verwend gaan worden met de natuurlijke kleurstoffen de verwerkt zijn in de Probites Colorboost. In principe is het niet nodig, maar het is wel interessant om te zien wat het effect hiervan zal zijn op de populatie.

De afgelopen weken ben ik regelmatig op de hoogte gehouden van oberservaties. Een van deze observaties was dat het sumi op de koi wat terug liep. Nu zien we dat zelf ook in onze vijvers, gedurende de zomermaanden als de watertemperaturen pieken boven de 20 graden dan zijn met name tosai en nissai het slachtoffer hiervan. In een gesprek met Peter Jacobs hierover tijdens een korte pauze legde hij uit dat dit ook de reden is waarom de grote Japanse koi-shows ook altijd in het voorjaar of winter worden gehouden: gedurende de koudere periode trekt het sumi en het beni samen en komen de koi in het voorjaar in opperste kleurencondities uit de winter! Dit zal vele koi-liefhebbers ook opgevallen zijn in hun vijver, een verklaring kan dus gerust gezocht worden in het groeien en de hoge watertemperaturen. Dat sumi (zwart) terugloopt is ook niet zo erg, sumi van goede kwaliteit komt terug. Van Dainichi en Sakai (en wat minder van Marudoh) is bekend dat het sumi zich pas na een aantal seizoenen echt gaat zetten en stabiliseren, we moeten ons dus realiseren dat we te maken hebben met toverballen op deze erg jonge leeftijdHappy

Maar toch, toverballen of niet, het is heel opvallend dat met name de Marudo Shiro Utsuri echt ver zijn teruggevallen. Nu is een Shiro Utsuri niet te vergelijken met bijvoorbeeld een Showa (wie heeft er geen Shiro Utsuri van bjvoorbeeld Omosako als tosai in zijn vijver gehad die in de verste verste niet de droomvis is geworden die verwacht werd, er is geen ondersteunend patroon omdat het hi ontbreekt wat de vis nog extra in balans houdt), maar eigenlijk moet ik concluderen dat het sumi op alle koi sterk is teruggelopen, en veel meer dan ik had verwacht! Aangezien we hier toch te maken hebben met het neusje van de zalm van toonaangevende bloedlijnen verwacht ik dat het sumi weer zal terugkeren in loop der tijd, maar misschien niet meer in vol ornaat in de korte periode dat ik deze koi kan volgen. Overigens, dat het met alle koi in het experiment gebeurt is een teken dat het er dus bij hoort, het is niet te isoleren tot 1 of enkele koi. Een nadere inspectie van de koi leert ons ook dat het sumi krachtig is, niet wat flauwe randjes aan het uiteinde van een schub maar dik aangezet vanuit de kern van de schubben, en heel erg veel onderhuidse sumi van paarse kleur. Dat belooft dus nog wel wat in de nabije toekomst!

De foto' s van de koi worden ondergebacht in een nieuwe set aan pagina's. Deze zullen zo snel mogelijk online gebracht worden, want er is teveel interessante ontwikkeling om dit achter te houden! Echter, het fotograferen van alle koi, het "bijknippen" van de foto's en de techniek achter de pagina's vergt even wat tijd, dus.... ze komen eraan!